Proust 1, 2, 3 & 4

Théâtre National

Proust 1, 2, 3, 4
Théâtre National de la Communauté française
NL > subtitles : FR

Proust 1 : De kant van Swann
24/05 > 20:30
3h00 (avec entracte / met pauze / with an interval)

Proust 2 : De kant van Albertine
25/05 > 20:30
2h00

Proust 3: De kant van Charlus
26/05 > 20:30
3h00 (avec entracte / met pauze / with an interval)

Proust 4: De kant van Marcel
27/05 > 20:30 - 28/05 > 15:00 & 20:30

‘Het werk van een schrijver is niets anders dan een soort optisch instrument dat hij de lezer aanbiedt om hem toe te laten op te merken wat hij, zonder het boek, misschien niet in zichzelf had gezien.’ (Marcel Proust)

Guy Cassiers heeft A la recherche du temps perdu van Marcel Proust herschreven tot een cyclus van vier theaterproducties: vier perspectieven, vier invalshoeken, vier 'kanten'.

Daarnaast presenteert het festival Proust 4, de vierde en laatste ‘kant’ van deze serie. Een unieke kans om de opvoering van de integrale Proust cyclus door het ro theater bij te wonen.

Proust 1 : De kant van Swann

Bewerking: Eric de Kuyper, Guy Cassiers, Erwin Jans

Met : Jacqueline Blom (Moeder van Marcel + Mme. Verdurin), Marc De Corte (Dr. Percepied), Herman Gilis (Swann), Marlies Heuer (Odette), Joop Keesmaat ( Vader van Marcel + Baron de Charlus), Paul R. Kooij Marcel Proust volwassen), Eelco Smits ( Marcel Proust jong), Fania Sorel (Gilberte)

Muziek door: Quatuor Danel – Marc Danel (1e viool), Gilles Millet (2de viool), Tony Nys (altviool), Guy Danel (cello)

Muziek: Chostakovitch, Kurtàg, Webern, Stravinsky, Debussy, Ravel & Raskatov

Toneelbeeld: Marc Warning

Techniek : Dennis van Geest, Sidney van Geest, Arjen Klerkx, Wim Bechtold, John Thijssen

Coördinatie Quatuor Danel: Catherine Lemeunier

Productiemanagement: Yvo Greweldinger, Bram de Ronde

Met dank aan : Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis Den Haag, Dien van der Wildt, Meneer C. Luybé, S Print St Niklaas, Oliva, Het muziek Lod.

Proust 2 : De kant van Albertine

Bewerking: Eric de Kuyper, Guy Cassiers, Erwin Jans

Met : Paul R. Kooij (Marcel Proust volwassen), Eelco Smits (Marcel Proust jong), Marlies Heuer (Albertine, Andrée, grootmoeder), Fania Sorel (Albertine)

Techniek: Diederik de Cock, Hein van Leeuwen, Jaap Toet, John Thijssen

Productiemanagement: Yvo Greweldinger, Jellie Schippers, Bram de Ronde

Met dank aan: S Print St Niklaas

Coproductie: KunstenFESTIVALdesArts

Proust 3: De kant van Charlus

Bewerking: Eric de Kuyper, Guy Cassiers, Erwin Jans

Met: Katelijne Damen (Mme de Villeparisis), Marlies Heuer (Mme de Guermantes), Joop Keesmaat (Baron de Charlus), Paul R. Kooij (Marcel Proust volwassen), Eelco Smits (Marcel Proust jong), Fania Sorel (Reine de Naples, Gilberte), Tom Van Bauwel (Robert de Saint-Loup), Steven Van Watermeulen (Bloch, Jupien, Morel)

Zang: Rotterdams Jongenskoor o.l.v. Geert van den Dungen

Gasten salon De Villeparisis: Mimi Bezooijen, Skip Seesing, Debbie Korper, Ditha van der Linden, Gert Jochems, Tibor Lukács, Cees Geel, Esther Scheldwacht, Jacqueline Blom, Erik Bosman, Rebecca Wörmann

Camera: Marc Redmeijer

Nabewerking: Rob Das

Decor: Esther Viersen

Techniek: Sidney van Geest, Arjen Klerkx, Dennis van Geest, John Bouwer, Axel Dikkers, Wim Bechtold, John Thijssen

Productiemanagement: Yvo Greweldinger, Jellie Schippers, Bram de Ronde

Supervisie Muziek: Wim Selles

Videoconcept: Marc Warning, Kantoor voor Bewegend Beeld

Video: Kantoor voor Bewegend Beeld (Eelko Ferwerda, Jasper Wessels)

Geluidsdecor: Diederik De Cock

Met dank aan: Roger van Zaal, Marike Hoogveld, Babette v/d Berg, René v/d Berg, Schiecentrale, Firma Ground Zero, Gerda Knuivers, Liesbeth le Cessie, de begeleidende ouders van het Rotterdams Jongenskoor

Coproductie: Wiener Festwochen, KunstenFESTIVALdesArts

Proust 4: De kant van Marcel

Bewerking: Guy Cassiers, Erwin Jans

Vertaling fragmenten uit A la recherche du temps perdu : Céline Linssen

Met: Marlies Heuer (Céleste sr.), Paul R. Kooij (Proust), Eelco Smits (Marcel), Fania Sorel (Céleste jr.)

Assistant script adaptation / Assistentie script bewerking: Margo de Poel

Techniek: Diederik De Cock, Jos Koedood, Hein van Leeuwen, Jaap Toet, John Thijssen

Rekwisieten: Myriam van Gucht

Productiemanagement: Yvo Greweldinger, Bram de Ronde

Geluidsdecor: Diederik De Cock

Coproductie: Berliner Festspiele (Werkpreis Spielzeiteuropa)

Back to top

De boventijdelijke wereld van Proust

In haar mémoires citeert Céleste Albaret, de dienstbode van Marcel Proust tijdens de laatste jaren van zijn leven, een uitspraak van haar meester: ‘Ach, Céleste, wist ik maar zeker dat ik met mijn boeken evenveel kan doen als Papa voor de zieken heeft gedaan.’ De vader van Marcel Proust was een gewaardeerd en begaafd dokter. Is het een moment van twijfel bij de schrijver over zijn levenstaak?

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk zegt ergens in een interview dat een grote schrijver zijn innerlijk gebruikt als een experimenteerruimte met giftige stoffen. Proust besmet zichzelf met gevaarlijke en complexe gedachten, met verwarrende en duistere gevoelens, met de sociale contradicties en de politieke spanningen van zijn tijd, met de moderne wetenschappelijke en esthetische inzichten, en niet in het minst met de emotionele overgevoeligheid en de seksuele gekweldheid van zijn eigen persoonlijkheid. ‘De schrijver is een studio voor moeilijke partituren, voor weinig gespeelde gedachten’ zegt Sloterdijk. Proust heeft van zijn roman (en dus van zichzelf) een dergelijk laboratorium gemaakt.

Zijn roman is een volwaardig literair equivalent van de theorieën van de moderne fysica. De ontwikkelingen in de moderne wetenschappen hebben ons geleerd dat alle waarnemingen betrekkelijk zijn: ze zijn afhankelijk van plaats, snelheid en richting. Aan de drie dimensies wordt een vierde toegevoegd: de tijd. Als weinig andere schrijvers heeft Proust de tijd geanalyseerd. De tijd als beperkende factor, maar ook de tijd als middel tot vervoering van de geest. Harold Pinter schreef een filmscenario gebaseerd op Proust. In zijn inleiding heeft hij het over twee contrasterende bewegingen in de roman van Proust: de ene beweging, in hoofdzaak verhalend, betreft het sociale leven in de salons met zijn voor buitenstaanders onbegrijpelijke codes en hiërarchieën, en de liefde met haar verrukking, haar kwelling en haar onzekerheid. Deze beweging behoort toe aan de wereld van de tijd, het verval, de pijn, de dood, en leidt naar desillusies en ontgoochelingen. De andere beweging, meer terloops, betreft de herinnering en vooral de artistieke herschepping daarvan. Deze beweging behoort toe aan een ‘boventijdelijke wereld’, en leidt elke keer opnieuw naar openbaringen. Openbaringen die niet het gevolg zijn van zweverig romantisme, maar van een harde, volgehouden en pijnlijke arbeid waarvan de met kurk belegde kamer het symbool is geworden. A la recherche du temps perdu is in die zin een zoektocht die nooit af is. Tot enkele uren voor zijn dood bracht Proust correcties aan en niets wijst erop dat dat de laatste zouden worden. Bijna een eeuw later lijdt het geen twijfel meer dat het werk van Proust een enorme impact heeft gehad, niet alleen op andere schrijvers en kunstenaars, maar ook op talloze lezers.

En het proces gaat nog altijd door. Met de toeschouwers discussieerde het ro theater over thema’s uit de roman via vele invalshoeken; filosofie, literatuur, psychologie, muziek, kookkunst en beeldende kunst. Ook wilde het ro theater de bezoekers tonen hoe een voorstelling tot stand komt, hoe het denkproces daarbij verloopt, met zijn vele kronkelende bochten, zijwegen en doodlopende straten, hoe een acteur aan zijn rol werkt, hoe een ontwerper een vormgeving bedenkt. Die momenten zijn voor de makers vaak de meest inspirerende: de fantasie en de verbeelding hebben dan nog vrij spel en worden nog geen halt toegeroepen door een overspannen productieleider die zijn medewerkers niet nog meer overuren kan laten draaien of een zakelijke leider die wanhopig het gat in de begroting binnen de perken probeert te houden. Ook dat is natuurlijk theatermaken: rekening houden met alle materiële, menselijke en financiële beperkingen. Maar even terug naar de fantasie. Waarom zouden we het publiek die momenten onthouden? Wordt een theatervoorstelling niet veel duidelijker wanneer de toeschouwer weet wat de makers bedacht hebben maar om een of andere reden nooit hebben kunnen realiseren? door het organiseren van Proust-salons en het uitgeven van een werkboek waarin niet alleen de tekst maar ook het denkproces is opgetekend, is een poging gedaan dat te tonen. Ook op die manier is het geheel meer dan de som van de delen.

De vier delen van het project hebben we in navolging van Proust 'kanten' genoemd. Het gaat in de voorstellingen echter niet om de bekende ‘kant van Swann’ en ‘kant van Guermantes’, de twee sociale sferen die in de roman een bepalende rol spelen. In de voorstellingen van het ro theater zijn ‘de kanten’ verbonden met de belangrijkste personages van de roman: Swann, Albertine, Baron de Charlus en Marcel. Alle delen van de Proust-serie zijn afgeronde verhalen en los van elkaar te zien.

Proust 1: De kant van Swann

In Proust 1: De kant van Swann vertelt Proust over zijn jeugd in Combray. Zijn herinneringen brengen hem terug bij de drie vrouwen die zijn emotionele leven als kind hebben gekleurd: zijn moeder, zijn jeugdliefde Gilberte en haar moeder Odette Swann. Hij herinnert zich hoe hij tevergeefs op een nachtkus van zijn moeder wachtte als Monsieur Swann op visite was, en hoe hij later kennis maakte met Gilberte en haar moeder, de mooie mysterieuze Odette Swann. Proust 1 is de wereld van de jeugdherinneringen en de intense emoties die daarmee samenhangen. De op een videoscherm uitvergrote gezichten en de associatieve poëtische beelden suggereren de werking van het geheugen.

Na de pauze gaat het verhaal twintig jaar terug in de tijd naar de salon van Madame Verdurin waar Charles Swann en Odette elkaar voor het eerst ontmoeten. Hun gekwelde liefdesverhaal wordt verteld in een strak clair-obscur. Deze geschiedenis is een sombere voorafbeelding van wat later in het leven van Marcel zal gebeuren.

Proust 2: De kant van Albertine

Proust 2: De kant van Albertine gaat over de liefde tussen Marcel, ondertussen een jongvolwasene, en Albertine. Marcel ontmoet haar op het strand van Balbec. Gaandeweg wordt hun relatie meer getekend door jaloezie, (zelf)kwelling, leugens en manipulatie. Net als Swann wordt Marcel gekweld door de gedachte dat zijn geliefde lesbisch zou kunnen zijn. Wanneer Albertine in het geheim bij hem gaat wonen, takelt hun liefde verder af. Albertine wordt uiteindelijk de gevangene van Marcel en hij op een bepaalde manier van haar. Een fatale afloop kan niet uitblijven.

Veel meer dan De kant van Swann gaat De kant van Albertine over de intieme emotionele wereld van twee mensen. Om die complexiteit en verwarring vorm te geven, worden de personages verdubbeld; Albertine wordt door twee actrices gespeeld en net als in het eerste deel is er een jonge Marcel die alles beleeft en de oude schrijver die beschouwt. In een ijle en tegelijk beklemmende atmosfeer, dwalen de personages rond als herinneringen aan zichzelf.

Proust 3: De kant van Charlus

Proust 3: De kant van Charlus vertelt hoe de hoofdpersoon Marcel zijn weg vindt in de wereld van de Parijse salons. Zijn twee gidsen zijn de charismatische militair Robert de Saint Loup en de homoseksuele aristocraat Baron de Charlus. Marcels kennismaking met de salons loopt uit op een grote ontgoocheling: hypocrisie, oppervlakkigheid, racisme en antisemitisme blijken er de omgangsvormen te bepalen.

Regisseur Guy Cassiers trekt in Proust 3 alle registers open om een maatschappij in moreel verval te tonen. De enscenering is een prikkeling van de zintuigen; ze vormt een mozaïek aan indrukken, woorden en beelden. Het Rotterdams Jongenskoor zingt live werken van ondermeer Bach en Poulenc. Terwijl Proust 2 een intieme binnenwereld is, is de buitenwereld in Proust 3 duidelijk aanwezig met de discussies rond de affaire Dreyfus en de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog.

Proust 4: De kant van Marcel heeft Proust zich teruggetrokken in zijn met kurk behangen kamer om aan zijn boek te werken. Zijn enige vertrouwelinge is zijn huishoudster Céleste Albaret. In hun gesprekken wordt de banaliteit van het dagelijkse leven afgewisseld met diepzinnige beschouwingen over herinneren en vergeten, over de rol van de kunst in het creëren van een’boventijdelijke’ wereld.

In 1978 heeft Céleste Albaret haar herinneringen aan haar tijd met Marcel Proust opgeschreven. Deze memoires vormen een belangrijk uitgangspunt voor dit vierde deel. We stappen uit de roman, verlaten het perspectief van Marcel/Proust en kijken door de ogen van de huishoudster naar de man áchter het grote boek. Na het grootse sociale en morele fresco van Proust 3, is Proust 4 opnieuw een intieme voorstelling over de herinnering, het schrijven en het verdwijnen.

Erwin Jans

Back to top