PREMIERE

Kaaitheater

3, 4, 5/05 – 20:30
1h 15min

De van oorsprong Cypriotische maar in New York gevestigde danseres en choreografe Maria Hassabi voelt zich net zo goed thuis in de black box van het theater als in de white cube van de tentoonstellingsruimte. Ze raakte bekend met fascinerend werk dat zijn kracht haalt uit de spanning tussen het menselijke subject en het artistieke object – de danser als uitvoerder én voorwerp. Hassabi’s nieuwste voorstelling stelt vragen over het begrip ‘première’, dat breekbare moment waarop een gesloten creatieproces een publiek product wordt. De poorten naar de theaterzaal gaan open. Vijf dansers worden tentoongesteld, in asymmetrische houdingen tussen twee felle lichtwanden. De sculpturale lichamen bewegen met een zelfverzekerde traagheid. Vanaf de beginposities evolueert PREMIERE zachtjes naar een reeks tableaux vivants zonder einde. In de gedeelde ruimte en de minimalistische dramaturgie worden ook licht en geluid volwaardige acteurs. Maria Hassabi stelt scherp op een intens universum vol microscopische gebeurtenissen. Magnetisch!

Performers
Biba Bell, Hristoula Harakas, Robert Steijn, Andros Zins-Browne & Maria Hassabi

Geluid
Alex Waterman

Licht
Zack Tinkelman & Maria Hassabi

Vormgeving
threeASFOUR

Dramaturgie
Scott Lyall

Productieassistenten
Meghan Finn & Kate Ryan

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
Caravan Production (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater (Brussel), The Kitchen, Performa as part of Performa 13 (New York City), steirischer herbst (Graz), Dance4 (Nottingham)

Met de steun van
Lower Manhattan Cultural Council’s Extended Life Program.

Met de bijkomende financiële steun van
the MAP Fund, the Jerome Foundation, LMCC Manhattan Community Arts Fund & Mertz Gilmore Foundation’s Late-Stage Production Stipends

PREMIERE werd ontwikkeld tijdens residenties bij
Kaaitheater (Brussel), PAF (St Erme) & Mount Tremper Arts (New York)

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Aantekeningen bij een gesprek: Premiere van Maria Hassabi

Als reactie op een uitnodiging van Maria Hassabi, gingen Kelly Kivland en Scott Lyall een open gesprek aan om hun aantekeningen op de ontvangst van Premiere te vergelijken. De keuze van een gesprek als basis voor deze tekst leek toepasselijk omdat Premiere een werk in ontwikkeling is, steeds veranderend en op nieuwe plaatsen opnieuw tevoorschijn komend – premièrend. Dit gezegd zijnde, voor deze tekst hebben de correspondenten besloten om slechts een fragment van hun totale gesprek te reproduceren. Wat volgt is een uittreksel dat een verband zoekt tussen Premiere en het filosofische concept van de plasticiteit (en daarom verwijst naar de teksten van de Franse filosoof Catherine Malabou). Deze ideeën kwamen het eerst naar voor in de dramaturgie die Lyall samen met Hassabi ontwikkelde tijdens de repetities voor Premiere. Op dat moment verlevendigden ze een formele aspiratie die bestond binnen de choreografische partituur (of die zelfs benadrukte). Premiere zou een werk worden dat van bij zijn ontstaan gewijd was aan een mobiele en zeer flexibele initiële benadering van de plastische vorm. Malabou heeft bijna eigenhandig de filosofische notie van de materiële plasticiteit hersteld. Ze beschrijft het als “sluimerend in de ontvangst van Hegel” en definieert het als de vorm van een materiaal dat kan veranderen, dat kan gemodelleerd worden en modelleren, dat uit elkaar kan vallen en vernietigd worden. Het is de uitdaging voor de filosofe, en voor veel van haar lezers, om deze inconsistenties te verzamelen als een dwingende tijdelijke vorm. Strikt gesproken neemt plastische verandering geen directe sporen in zich op, is het onwaarneembaar in het heden, en ontoegankelijk voor onze geest. Het vormt een onheuglijke wijziging van de materie waarbij verandering, anders worden, te maken heeft met de manier waarop het materiaal van ons lichaam denken produceert als een veelheid van tekens. Dit impliceert een TIJD van formatieve verandering in ons lichaam die zowel steeds veranderende tekstuele codes genereert als er initieel op reageert. Voor Hassabi linkt dit een thema van plastische materialiteit aan de voortdurend veranderende verschuiving van choreografie naar première.

Kelly Kivland Een reden waarom ik over plasticiteit wil spreken is omdat ik Maria’s werk van de afgelopen vijf jaar zie binnen een praktijk van toenemende abstractie – die tot uitdrukking wordt gebracht door middel van het reduceren, afbreken en zelfs sculpteren van de beweging. In Premiere wordt door haar gebruik van abstractie een formele dimensie tegelijk gedeconstrueerd en gerecupereerd, terwijl de gerichte, trage bewegingen het lichaam presenteren als een sterke inwerkende kracht. Het publiek heeft de tijd om zich te focussen op de details die binnen de voorstellingen op elk voorbijgaand moment bewegen. Op die manier groeit het werk doorheen de tijd als een assemblage, maar zijn ‘inwerkende kracht’ blijft gelinkt aan de aandacht voor de directe subjectieve ervaring. In ons dagelijks leven heeft de toegenomen infiltratie van beelden ons vermogen om hun betekenis te consumeren versneld. In tegenstelling daarmee, door middel van het vertragen en opsplitsen van de beweging, kunnen fysieke gebaren – die ik beschouw als een manifestatie van vorm in beelden – doorgegeven worden tussen de performer en het publiek, en vervolgens vastgelegd en bewaard in onze gedachten. Dit zorgt voor identificatie, contemplatie en resonantie. Aan de andere kant is deze ervaring van het vastleggen van beelden (van beeldhouwkunst, film, fotografie of banale activiteiten) onlosmakelijk verbonden met de stroom van de beweging. Maria wil de traagheid van haar poses tegenstellen aan het vastleggen van stills uit een film. “Laat ons zeggen dat als je een film pauzeert, hij dan ook gepauzeerd is”, heeft ze gezegd. “Je ziet geen enkele actie, geen ademhaling. In live performance lijkt het gepauzeerd, maar dat is het nooit. Er is altijd beweging (…).” Deze overtuiging, dat verandering nooit helemaal kan worden vastgehouden, vormt een bron voor de resonantie die men ervaart in Premiere.

Scott Lyall Als dramaturg heb Maria Catherine Malabou leren kennen omdat ik voelde dat Premiere zou kunnen werken met een concept als plasticiteit, dat zelf nog steeds in beweging is, nog steeds aan het worden of zich aan het vormen is. Malabou is halfweg in haar werk over plasticiteit en, zoals zij zelf zegt, is het woord zelf heel erg ‘hangend’. Vragen over de filosofische reikwijdte van dit begrip moeten nog uitgewerkt en gekoppeld worden aan andere werelden; de intellectuele waarde voor de dans is nog niet uitgemaakt. Maar, omdat plasticiteit wordt voorgesteld als een concept dat te maken heeft met vorm, is het een concept dat gericht moet zijn op het begrijpen van zijn vorming. Als vorm ook ZIJN is, dan impliceert plasticiteit een beweging van ontdekking die dit ZIJN niet zal opofferen, ten minste niet als een verlangen of een verwachte aanwezigheid (zelfs al is ‘in première gaan’ niet hetzelfde als aanwezig zijn, omdat dit laatste nog steeds onmogelijk is als een bewuste gemoedstoestand). Ik ben geïnteresseerd in je ideeën over het vastleggen van beelden. Ze suggereren dat dansen een beeldvormend apparaat zou kunnen zijn, een idee dat ik vaak met Maria heb besproken. Voor mij betekent dit een soort onderliggende plasticiteit die de achtereenvolgende beelden ondersteunt terwijl ze veranderen en worden waargenomen. En misschien heeft een werk als Premiere te maken met de ervaring van een stroom van bewustzijn. Kijkend lijkt het alsof we een bewustzijn zien ontwikkelen, heel langzaam en precies, terwijl het verschijnt en verdwijnt. Iets in Premiere is echt op zoek naar zijn vorm. Dit wordt zowel uitgedrukt (als een effect van de performance, verspreid tussen en geproduceerd door de individuele lichamen) als gevoeld (als een affect onder de leden van het publiek). Natuurlijk moet zowel de expressie als het affect dat wordt teweeggebracht, het bewegen en bewogen worden, plaatsvinden aan beide ‘zijden’) De flux van het denken wordt doorgegeven door de performances en het publiek heen: Maria relateert deze beweging aan een anticiperend theater, en het is net dit dat in ‘première’ moet gaan, telkens opnieuw, bij iedere voorstelling van haar werk. Tijdens de repetities kon ik zien hoe dit werk mogelijk in dialoog kon gaan met plasticiteit als de wording van een vorm. Dit bracht een soort speculatieve identiteit in het werk. Ik dacht dat ik gelijkenissen zag tussen Maria en Catherine Malabou, die werken met verschillende vormen van expressie en weinig directe noties delen. Malabou’s plasticiteit impliceert een manier om over beelden te denken – en ze waar te nemen – die een vergelijkbare mate van snelheid met Premiere deelt. Dit is noch mechanisch noch strikt biologisch; het is plastisch, alleen de beweging en het beeld van die beweging terwijl ze worden geanticipeerd, of letterlijk worden, in de bewegende vloer van de voorstelling.

KK Het is provocerend om het potentieel van een vorm die ontstaat en een werking heeft binnen de stroom van bewuste beelden te beschouwen. Premiere vraagt aandacht voor elke vorm, elke relatie, elke verschuiving van positie en het gebruik van de ruimte. Misschien is dit de reden waarom de relatie tussen duur en beweging zo belangrijk is: ze maakt een pauze mogelijk waarin we vragen met betrekking tot vorm kunnen overwegen, samen met het potentieel van de performers, zowel als figuren, als composities, en als beeldvorming.

SL Voor mij beweegt Premiere zowel in overgangen als in breaks. Maria zegt dat haar werk ook de stroom van beelden moet vernietigen. Dit is omdat het lichaam zich vaak tegen choreografie verzet. Benen of armen kunnen beven, of een oog kan zich vullen met tranen (om niet te spreken over hoe bewegingen geluid kunnen maken op de vloer). Deze gevallen van vernietiging moeten deel uitmaken van de vorm van het werk. Maar er ontstaan ook breaks in de beelden omdat de aandacht van de toeschouwer zich nooit op een enkel punt binnen het geheel vastzet. Tussen de verschillende individuen is het oog geen constante.

KK Het werk is bijna anti-monumentaal in die zin, omdat het (zich) vormt door de beweging en het markeren. Misschien is deze term niet helemaal correct, maar hij doelt op de kwestie van een ‘politiek van de vorm’ die betekenis krijgt doorheen het gebaar, en het primaat van de vloeiende beweging over een eindelijk bereikte vorm.

SL Ja. En als ik terug ga naar je gedachten over het vastleggen van beelden, zou ik toevoegen dat ons bewustzijn zelf een werkzame duur is omdat het deze gedeeltelijk opgenomen beelden bewerkt. Het is door deze bewerking dat we ook maar iets van het steeds veranderende materiaal dat het gezichtsveld ondersteunt kunnen ervaren. Dit herinnert aan een van de cruciale lessen van de deconstructie: dat aanwezigheid en bewustzijn nooit helemaal samenvallen. Als plasticiteit een woord is voor de vorm van veranderende materie, dan is er altijd een kloof tussen plasticiteit en theater. Het verschijnen en het gevoel van deze stroom kan niet worden gesynthetiseerd; ze kunnen niet ‘aanwezig’ zijn zonder het beeld, zonder montage. (…) Maar nogmaals, het theater is een anticiperende vorm: het is mogelijk dat het materiaal en de perceptie kunnen OVERLAPPEN. Dit is de zone waarin Deleuze niet de ‘plasticiteit’ – of een virtuele dimensie zoals hij ze noemde – zou hebben gesitueerd, maar de invloeden die hij verbond met close-ups in film. En dus, zoals ik ook heb gevoeld tijdens de repetities, kan Premiere alleen in première gaan in een anticiperend theater, tussen de beweging en het feit dat elke afbeelding vastgelegd, gemodelleerd en herinnerd, ontbonden, en – ja! – soms zelfs vernietigd moet worden.

Kelly Kivland is assistent-curator bij de Dia Art Foundation in New York. Zij gaf opdracht voor de performance Counter-relief (Bard 2011), een samenwerking tussen Maria Hassabi en kunstenaar Jimmy Robert.

Scott Lyall is een kunstenaar wiens praktijk schilder- en beeldhouwkunst omvat. Hij werkte samen met Maria Hassabi als dramaturg voor Premiere, alsook voor SHOW, SoloShow, Solo en GLORIA.

Back to top

Maria Hassabi is een in New York gevestigd regisseur, choreografe en performer. De afgelopen tien jaar draaide Hassabi’s werk rond de relatie tussen het lichaam en het beeld, die uitgedrukt wordt door de sculpturale lichamelijkheid en uitgerokken duur die eigen zijn aan haar choreografieën. Haar werken worden vertoond in theaters, musea, galerijen en openbare ruimten. Tijdens haar carrière werkte ze veelvuldig samen met kunstenaars uit diverse disciplines. Hassabi is een Guggenheim Fellow (2011) en kreeg in 2009 een beurs van de Foundation for Contemporary Arts. In 2012 ontving ze The President’s Award for Performing Arts van de LMCC, en in 2013 vertegenwoordigde ze Cyprus in het Cypriotisch en Litouws Paviljoen tijdens de 55ste Biënnale van Venetië. Haar avondvullende werken omvatten PREMIERE (2013), de 8 uur durende live-installatie INTERMISSION (2013), Counter-Relief (Kaai 2013), SHOW (2011), Robert and Maria (2010), SoloShow (2009), Solo (2009), GLORIA (2007), Still Smoking (2006), Dead is Dead (2004) en LIGHTS (2001). Ze creëerde eveneens verscheidene korte stukken, kunstinstallaties waaronder CHANDELIERS (2012) en een korte film, The Ladies (2012).

Back to top