Partita 2

Sei Solo

Kaaitheater

3, 4, 7, 8/05 – 20:30
5/05 – 15:00
1h 30min

De artistieke verwantschap van Anne Teresa De Keersmaeker en Boris Charmatz manifesteerde zich tijdens een spontane improvisatiesessie. De bejubelde choreografen hebben allebei een onweerstaanbare drang om zelf te dansen en delen een verlangen naar choreografische structuur en vrijheid van improvisatie. Voor hun eerste samenwerking vertrokken ze van de muziek (Partita No. 2 voor viool van Johann Sebastian Bach) om te eindigen bij de beweging. Anne Teresa De Keersmaeker creëerde een choreografie die ze samen met Boris Charmatz uitvoert. De setting voor Partita 2, getekend door Michel François, is eenvoudig: een sobere scène met enkel de aanwezigheid van muzikante Amandine Beyer. Met gedeelde gedachten en dito passies dansen Charmatz en De Keersmaeker zich een weg door het meesterwerk van Bach. Vol verwondering maar zonder bewondering zoeken de twee naar de dans die inherent is aan zijn levende architectuur. De wereldpremière van een ontmoeting aan de top van de danswereld!

Choreografie
Anne Teresa De Keersmaeker

Dans
Anne Teresa De Keersmaeker, Boris Charmatz

Muziek
Partita No. 2, Johann Sebastian Bach

Viool
Amandine Beyer

Gecreëerd met
Amandine Beyer, George Alexander Van Dam

Scenografie
Michel François

Kostuums
Anne-Catherine Kunz

Artistiek assistentie & repetitieleiding
Femke Gyselinck

Artistieke coördinatie & planning
Anne Van Aerschot

Technische coördinatie
Joris Erven

Techniek
Jan Herinckx, Wannes De Rydt, Michael Smets, Bert Veris

Productie
Rosas (Brussel)

Met de steun van
Musée de la danse – Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, La Monnaie/De Munt (Brussel), Festival d’Avignon, Les Théâtres de la Ville de Luxembourg, ImPulsTanz (Wenen), La Bâtie - Festival de Genève, Berliner Festspiele, Théâtre de la Ville met Festival d’Automne à Paris, Fundação Calouste Gulbenkian (Lissabon)

Back to top

Interview met Anne Teresa De Keersmaeker en Boris Charmatz

In A Choreographer's Score vertelt u dat u ook met Bach werkte terwijl u uw eerste stuk, Violin Phase, repeteerde. Hebt u het gevoel dat u met Bachs Partita nr. 2 naar het begin terugkeert?

Anne Teresa De Keersmaeker: Ik vertrok toen van nul en moest heel concreet leren hoe ik een dans kon opbouwen. Werken met Steve Reichs muziek was in zekere zin een manier om mezelf dingen aan te leren. Ik hield van de structuur van die muziek, tegelijk repetitief en verinnerlijkt, mathematisch en gevoelig, en dat alles is ook terug te vinden bij Bach. Voor dat stuk heb ik veel tijd doorgebracht in de studio, waar ik telkens opnieuw allerlei dingen probeerde: bewegingen ontdekken, ze samenbrengen, een structuur vinden. En er waren inderdaad composities van Bach bij de werken die mij daarbij hielpen. Zijn muziek was een steun. Op een bepaald moment heb ik een beslissing moeten nemen en heb ik ervoor gekozen om een dansstuk van 15 minuten op Violin Phase te maken. Stilaan hebben er zich een aantal ideeën aangediend: de herhaling, de opeenstapeling, de combinaties, de manieren om de bewegingen aaneen te schakelen. De tweede parameter was de vraag: "Hoe organiseren we dat alles in de ruimte?". Ik zocht een geometrische figuur waarin de herhaling zich kon voortbewegen en kwam uit bij de cirkel. Dat is allemaal stilaan gegroeid, stap voor stap, met vallen en opstaan. Die eerste solo heb ik in 1982 gemaakt; dat is nu dertig jaar geleden!

Boris Charmatz: Een van de dingen die je mij gezegd hebt, helemaal aan het begin van dit project, was dat je jezelf afvraagt: "Waar staat mijn dans op dit moment?" Ik heb het gevoel dat bepaalde choreografieën je verplichten dergelijke vragen te stellen, als waren het plekken waar je voortdurend naar terugkeert - niet bij wijze van oefening, maar om die plaatsen opnieuw te bezetten. Denk je dat Partita 2 vandaag voor jou een dergelijke plaats bekleedt?

ATDK: Ik heb vier voorstellingen gemaakt waarin ik zelf danste; daarna, om verschillende redenen, voelde ik dat ik wat afstand moest nemen en heb ik meer als choreografe gewerkt. Op een bepaald moment ben ik opnieuw beginnen dansen. Het is lang geleden dat ik nog in de studio aan het werk gegaan ben met de vraag: "Hoe ziet mijn dans, mijn manier van dansen er vandaag uit?". En het is echt vanuit die vraag dat ik in Partita 2 wil werken. Het doet mij putten uit bewegingen die opgeslagen zitten in mijn lichaam, maar het doet mij ook nieuwe standpunten innemen. We mogen niet vergeten dat in Bachs Partita alles danst en enorm beweegt. Gigue, courante, allemande: dat zijn eerst en vooral muzikale structuren afgeleid van volksdansen.

Er zijn dus oude 'lagen' die aanwezig blijven. Kunnen jullie iets meer zeggen over jullie ontmoeting, over de wens om samen te werken?

ATDK: Het is allemaal begonnen op het Festival van Avignon in 2011, waar Boris toen 'Artiste associé' was. Ik weet niet meer hoe het precies gebeurd is, maar we hebben tegen elkaar gezegd: "Laten we eens samen dansen, om te zien wat dat oplevert". We zijn eerst beginnen improviseren. In stilte, geloof ik.

BC: Ja, het was een soort van workshop waarin al elementen aan bod kwamen die we daarna terug opgepikt hebben, zoals 'my walking is my dancing': 'als ik stap, dans ik'.

ATDK: Met Boris is er een echte ontmoeting geweest. Het gebeurt niet zo vaak dat je iemand vindt die onophoudelijk aan het werk is als choreograaf én danser en wiens denken om beide aspecten draait - die zich ook afvraagt: "Hoe ziet mijn dans er vandaag uit" en die zich daar voortdurend mee voedt. Het is een beetje zoals wat er met Jérôme Bel gebeurd is toen ik 3Abschied maakte, maar dat was eerder een denkproces dan een danspraktijk.

U lijkt in deze voorstelling ruimtelijkheid te willen geven aan de maat door in de ruimte een soort van getrapte muzikale notatie te schetsen. Hoe hebt u deze partituur 'geknipt'?

BC: We hebben veel gewerkt op het blootleggen van het contrapunt, de gebroken lijn, door ons vooral op de bas te concentreren. We trachten een onderliggende structuur zichtbaar te maken door laag na laag toe te voegen. Kort samengevat: we volgen de baslijn en verder ook een aantal elementen die ons belangrijk lijken. Momenten die eruit springen, die tot de verbeelding spreken - die ons leiden naar de sprong en naar het dansante aspect van de muziek.

ATDK: Wat mij interesseert, is dat de dans de mogelijkheid biedt de structuur van de partituur, haar fundamenten in zekere zin, naar de oppervlakte te brengen. En dat we tegelijkertijd op alle directe niveaus van de muziek kunnen spelen. Dat we op sommige momenten rechtstreeks kunnen inspelen op wat de muziek in ons lichaam teweegbrengt: de begeestering, de roes, het lichamelijk plezier, de meest rechtstreekse reactie op het geluid. Beide niveaus vermengen zich voortdurend. En de aanwezigheid van de muzikant op het toneel behoort tot beide niveaus en zorgt voor een andere manier om de verhouding tussen lichaam en muziek zichtbaar te maken. Amandine Beyers uitvoering heeft ons trouwens heel wat inzicht in deze compositie bijgebracht, in haar innerlijke mechanismen en in de manier waarop wij haar op onze beurt kunnen uitvoeren. Een voorstelling biedt altijd een beeld van het werkproces - in die omstandigheden kunnen repeteren met Amandine Beyer en George Alexander van Dam was tegelijk een luxe en een genoegen. Ik denk dat het stuk ook iets zal uitstralen van het plezier dat wij geput hebben uit het luisteren naar die muziek, ze zien, ze samen met hen begrijpen.

We vinden hier in zekere zin terug wat u bij Reich interesseerde: de zuiverheid van de wiskundige opbouw, maar ook de gevoeligheid, die op sommige momenten bijna gekweld lijkt.

BC: Men ziet Bach vaak als een zeer abstracte componist, maar in de Partita, en vooral dan de chaconne, bespeurt men iets lijfelijks, iets overgevoeligs. Amandine Beyer, de violiste met wie we samenwerken, zegt dat voor haar Bachs muziek altijd een dialoog voert met God. Maar die hoge noten die zich door het trommelvlies boren, die zijn afkomstig uit de ziel van een man - ik ga hier heiligschennis plegen - aan wie God ontnomen werd, bij wie God ontbreekt.

ATDK: Voor mij is Bach structuur, maar zijn transcendente dimensie staat in het vlees gegrift. Er is een vraag die altijd rijst wanneer men meesterwerken aanpakt: is dat niet al te ambitieus, een choreografie te willen maken op deze muziek? Een andere vraag die ik mij blijf stellen, gaat over ons als tweetal: is het niet wat riskant een 'man/vrouw'-duet te willen uitbouwen op deze uitgepuurde solistische basis? Gaat de uitvoering niet geforceerd lijken? Soms denk ik bijna dat we de lichamen van elkaar zouden moeten scheiden en twee solo's maken. Maar tegelijk volgen onze lichamen de partituur, ze maken de energieën of ritmes meer tastbaar dan gepsychologiseerde lichamen dat zouden doen.

Boris Charmatz schrijft over dit project: "Er is hier misschien geen wens om te confronteren, noch een bewust parallellisme, noch een oefening in bewondering". Hoe hebt u getracht een positie in te nemen bij de muziek zonder erboven, eronder of ertegenover te gaan staan?

BC: Toen Anne Teresa me zei dat ze op Bach wilde werken, dacht ik: "Oei, moeilijk ...". Om een bekend voorbeeld aan te halen, er bestaan misschien 95 verschillende uitvoeringen van Le Sacre du printemps, waarvan een groot aantal zeer geslaagd zijn. Maar ik heb nog nooit een geslaagde choreografie op een werk van Bach gezien. Het is een berg die moet beklommen worden. Hij is misschien te hoog, of te ingewikkeld opgebouwd, of te eenzaam, te abstract - ik weet het niet. In zekere zin staat wat wij doen nooit op het niveau van die abstracte architectuur. Eigenlijk proberen we eerder er een 'trilling' in te brengen, een lichte aarzeling tegenover de absolute volmaaktheid van de muziek. Er is altijd die twijfel: kunnen we iets interessants verwezenlijken? Kunnen we ons met een berg meten? Het is ook daarom dat we vaak stappen... om voort te lopen naast de muziek.

ATDK: Boris heeft mij eens uitgenodigd om deel te nemen aan een Gift-workshop voor niet-professionele dansers en we hebben toen op die muziek gewerkt - op de courante en de allemande. Ik heb een paar basisprincipes uiteengezet en daarna zijn we eraan begonnen. We hadden maar anderhalf uur tijd. En terwijl ik hen op Bach zag dansen, dacht ik: is dat eigenlijk niet beter? Is het eigenlijk niet mooier als het niet geconstrueerd is? Enkele heel eenvoudige bewegingen, zonder veel techniek. De manier waarop het lichaam door die muziek wordt aangezogen, het lichaam met al zijn beperkingen, met heel zijn verlangen om die muziek te bereiken, om er één mee te worden.

BC: Ik vind het net goed dat ze allebei mogelijk zijn. Ons werk in de studio: proberen, en nog eens proberen, altijd opnieuw. En het werk met de amateurs op anderhalf uur tijd. Want er is de voorstelling en er is wat al de tijd die we met die muziek doorgebracht hebben in ons zal achterlaten. Als ik 's avonds naar huis ga, blijf ik zachtjes de Partita fluiten, of ze spookt door mijn hoofd terwijl ik inslaap.

Opgetekend door Gilles Amalvi

Back to top

Na haar studies aan de dansschool MUDRA en aan de New Yorkse Tisch School of the Arts, creëert Anne Teresa De Keersmaeker(1960) in 1980 haar eerste choreografie: Asch. In 1982 gaat Fase, four movements to the music of Steve Reich, een van de meest invloedrijke choreografieën van die tijd, in première. In 1983 richt De Keersmaeker gelijktijdig met de creatie van Rosas danst Rosashaar gezelschap Rosas op. In haar werk staat de relatie tussen muziek en dans centraal. Ze werkte met componisten uit verschillende muziekperiodes. Tijdens de residentie van Rosas in De Munt (1992-2007) regisseerde De Keersmaeker verschillende opera’s. Ook de relatie tussen dans en tekst loopt als een rode draad door haar werk. In recente producties zijn samenwerkingen met beeldend kunstenaars kenmerkend. In 1995 richtte ze samen met de Munt de dansschool P.A.R.T.S. op.

Danser en choreograaf Boris Charmatz (1973) heeft in de loop van zijn carrière een reeks belangrijke werken gecreëerd, van Aatt enen tionon(1996) tot enfant(2011). Tegelijk bleef hij ook actief als vertolker en improvisator (samen met Saul Williams, Archie Shepp en vooral Médéric Collignon). In januari 2009 werd Boris Charmatz aangesteld als directeur van het Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, dat hij wilde omvormen tot een vernieuwend Musée de la danse. Een manifest ligt aan de basis van het Musée, dat al de projecten préfiguration, expo zéro, héliogravures, rebutoh, Grimace du réel, service commandé, brouillon, Jérôme Bel en 3 sec, 30 sec, 3 min, 30 min, 3 hverwelkomde, en dat bovendien op verplaatsing ging naar Saint-Nazaire, Singapore, Utrecht, Avignon en New York. Als geassocieerd artiest tijdens de editie 2011 van het Festival d’Avignon liet Boris Charmatz op de Cour d’honneur van het Palais des papes enfant in première gaan, een stuk voor 26 kinderen, 9 dansers en 3 machines. Hij stelde er ook Une école d’art voor, een gezamenlijk project van het Musée de la danse en het Festival d’Avignon. In 2003-2004 ontwikkelde hij als artiest in residentie in het Centre national de la dansehet project Bocal, een rondtrekkende, efemere school die een vijftiental studenten met verschillende achtergronden samenbracht. Als gastprofessor aan de Universität der Künste in Berlijn droeg hij in 2007 bij tot het uitwerken van een nieuwe danscursus. In 2003 schreef Boris Charmatz samen met Isabelle Launay Entretenir/à propos d’une danse contemporaine (een co-editie van het Centre national de la danse en Les Presses du Réel). In 2009 publiceerde hij Je suis une école bij Les Prairies Ordinaires.

Amandine Beyer (1974) speelde aanvankelijk blokfluit en begon pas enkele jaren later met vioolles bij Aurélia Spadaro in Aix-en-Provence. Misschien is het daarom dat ze, na haar studies moderne viool aan het Conservatorium van Parijs (CNSM) en een masterthesis gewijd aan Karlheinz Stockhausen, opnieuw de wereld van de oude muziek opzocht en ging studeren bij Chiara Banchini in Basel (Zwitserland). Tijdens deze beslissende periode in haar opleiding ontdekte ze de retorische stijl en kon ze putten uit de contacten met grote namen zoals Hopkinson Smith, Christophe Coin, Pedro Memelsdorff (ze speelde jarenlang in zijn middeleeuwse ensemble Mala Punica), Jean Tubéry en Alfredo Bernardini. Al deze ervaringen hebben haar geholpen de muzikante en vertolkster te worden die ze nu is. Ze hebben haar ertoe aangezet een carrière als reizende violiste uit te bouwen en talrijke concerten te geven in de hele wereld. Vandaag speelt Amandine Beyer bij de ensembles Les Cornets Noirs en Le Concert Français. Ze vormt een duo met Pierre Hantaï en in 2006 richtte ze Gli Incogniti op – hun opname van de Vier Jaargetijden van Vivaldi maakte veel ophef. Daarnaast legt ze zich toe op het overdragen van haar kennis en het onderwijzen: ze geeft les aan de Escola Superior de Música (ESMAE) in Porto (Portugal) en tijdens stages in Barbaste (Frankrijk), Mondoví (Italië) en Taipei (Taiwan). Haar opname van J.S. Bachs Sonates en Partitas, uitgebracht in september 2011, weerspiegelt een heel nieuwe ‘barokke’ visie op deze werken. De opname werd geestdriftig onthaald en de cd werd bekroond met de Diapason d’Or in 2011, de Choc de Classica in 2011 en de Prix de l’Académie Charles Cros. Sinds september 2010 is Amandine Beyer lerares barokviool aan de Schola Cantorum Basiliensis in Basel, waar ze Chiara Banchini opvolgt.

Back to top