Paraboles / Vu’ Cumprà

Galerie Ravenstein / Ravensteingalerij
  • 06/05 | 18:00
  • 07/05 | 10:00 - 18:00
  • 08/05 | 10:00 - 18:00
  • 10/05 | 10:00 - 18:00
  • 11/05 | 10:00 - 18:00
  • 12/05 | 10:00 - 18:00
  • 13/05 | 10:00 - 18:00
  • 14/05 | 10:00 - 18:00
  • 15/05 | 10:00 - 18:00
  • 17/05 | 10:00 - 18:00
  • 18/05 | 10:00 - 18:00
  • 19/05 | 10:00 - 18:00
  • 20/05 | 10:00 - 18:00
  • 21/05 | 10:00 - 18:00
  • 22/05 | 10:00 - 18:00
  • 24/05 | 10:00 - 18:00
  • 25/05 | 10:00 - 18:00
  • 26/05 | 10:00 - 18:00
  • 27/05 | 10:00 - 18:00
  • 28/05 | 10:00 - 18:00

Younes Baba-Ali verdeelt zijn tijd tussen Brussel en Casablanca. In zijn multidisciplinair werk stelt deze jonge kunstenaar rake vragen over identiteit, diversiteit, migratie en integratie. Op het festival toont Baba-Ali twee nieuwe projecten. Op de gevel van de Ravensteingalerij installeert hij een sculptuur van schotelantennes – zo banaal en toch zo tekenend voor het Brusselse straatbeeld. Ze zijn hier maar zoeken naar iets anders, ver weg. Ze lijken onbeslist, bewegen onophoudelijk als in een mechanisch ballet. In een leegstaande winkel even verderop brengt Baba-Ali een reeks werken tot leven waarin hij het dagelijks leven van illegale straatverkopers in Zuid-Europa observeert. De straatverkopers belichamen een werkelijkheid van overleven, een hinderlijke zwarte markt, maar ook een broze schoonheid. Als sculpturen van vlees en bloed dringen ze binnen in onze stedelijke leefwereld. Vu’ cumprà? Wilt u kopen? Younes Baba-Ali brengt een open dialoog op gang.

Een project van
Younes Baba-Ali

Medewerkers Paraboles
Greg Bertrand, Sébastien Fauvet, Ayoko Mensah

Medewerkers Vu’ Cumprà
Anna Raimondo, Antone Israel, Eddy Ekete, Louis Benjamin Ndang, Pasquale Napolitano, Amedeo Benestante, Pierre Preira, Marco Ehlardo, Leandro Pisano

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, BOZAR

Productie
Moussem

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, BOZAR

Met de steun van
Fédération Wallonie-Bruxelles

Back to top

De Paraboles van Younes Baba-Ali

Paraboles. Deze installatie van Younes Baba-Ali heeft iets weg van een geheime commando-operatie. Een provocatie, een ongeoorloofd gebaar dat niemand onverschillig laat. De gevel van de Ravensteingalerij, een beschermd monument dat onder meer de kantoren van Bozar herbergt, wordt ingepalmd door twintig schotelantennes. Twintig alledaagse voorwerpen die plots op de voorgevel van een vooraanstaande cultuurinstelling in hartje Brussel worden aangebracht, wat wil dat zeggen? Wat wordt hiermee gesuggereerd? De auteur van het werk vat zijn gedachtegang zo samen: “Ik hou ervan kunst te desacraliseren, te democratiseren, ik verzin graag strategieën om met het publiek te interageren. Ik zie mezelf als een alchemist, als een sociaal bemiddelaar die open vragen stelt. Ik richt mij rechtstreeks tot de toeschouwer en vraag hem om een intieme dialoog aan te gaan met mijn voorstellen.”

Younes Baba-Ali loopt als sinds 2010 met dit installatieproject rond. Hij stelde het voor in diverse landen en steden, inclusief Brussel, maar ving steeds bot. Zijn gesprekspartners vonden het project te riskant: de sociale en culturele kwesties die hij aanboort zouden te gevoelig liggen. Het is te danken aan de gedrevenheid en scherpe blik van Christophe Slagmuylder van het Kunstenfestivaldesarts dat het project uiteindelijk tot stand komt… in 2016.

In Paraboles treffen we de veelheid aan dimensies aan die kenmerkend is voor Baba-Ali’s werk. De kunstenaar verplicht ons om buiten onze intellectuele, esthetische, maatschappelijke en zintuiglijke comfortzones te treden, om anders naar onze relatie tot de wereld, tot de ander en uiteindelijk tot onszelf te kijken. Schotelantennes in het straatbeeld worden doorgaans geassocieerd met de aanwezigheid van migrantengemeenschappen. Door ze op een onverwachte manier in te zetten, stelt Baba-Ali op een veelzeggende manier ons vermogen om boven het statuut van die objecten uit te stijgen in vraag.

Doorgaans zijn die schotelantennes op de gevels van woningen bevestigd en zijn ze zo georiënteerd dat men thuis de satellietbeelden kan bekijken van televisiestations uit de hele wereld. Voor veel gezinnen met een buitenlandse afkomst is zo’n schotel een onmisbaar hulpmiddel om in contact te blijven met hun land van herkomst, via de televisiezenders aldaar. Baba-Ali herinnert zich het belang dat in zijn gezin aan het voorwerp werd gehecht, nadat het in 1991 Marokko verliet om zich in Frankrijk te vestigen. Vandaag maakt hij er een kunstvoorwerp van, met het nodige gevoel voor humor en provocatie. De twintig schotelantennes zijn niet meer permanent gericht op een bepaalde satelliet. Neen, ze zijn beweeglijk en zo geprogrammeerd dat ze constant in alle mogelijke richtingen draaien, alsof ze tevergeefs een ongrijpbaar signaal proberen op te vangen. Het geluid van dat voortdurend heen en weer bewegen valt meteen iedere toeschouwer op, maar wellicht staan slechts enkelen onder hen stil bij de oriëntering van die toestellen: een duidelijke as, Oost-Zuid, precies 123.48° Noord vanaf het Brusselse stadscentrum. Ja, ze zijn inderdaad op Mekka gericht, conform wat in de islam de ‘kibla’ heet. Over de hele wereld kijken 1,6 miljard moslims vijfmaal per dag die kant op om te bidden.

Twintig schotelantennes overspoelen nu dus de gevel van de Ravensteingalerij en tasten de lucht af in de richting van een ‘spirituele satelliet’, alsof ze onophoudelijk naar een teken op zoek zijn. Als readymade-adept geeft Baba-Ali aan elk van die objecten het statuut van een kunstwerk, maar hij verheft ze tegelijkertijd tot het symbool van een individu, van een leven. “Elke schotel heeft zijn eigen verleden, dat verbonden is met de identiteit van een welbepaalde persoon. De schotels zijn niet nieuw. Ze behoren toe aan mensen uit alle buurten van Brussel. Niet alleen functioneel maar ook esthetisch gezien zijn ze uniek. Elke schotel is anders geprogrammeerd en draait met een specifieke snelheid en draaihoek.”

Tegenwoordig leven we in een hoogst paradoxaal tijdperk: we communiceren met de hele planeet, maar tegelijkertijd trekken maatschappelijke groepen zich steeds meer op hun eigen honk terug. Zouden die schotelantennes (‘antennes paraboliques’ in het Frans) dan de volmaakte parabel zijn van onze hedendaagse wereld en haar contradicties? Het zijn toestellen die de wereld ontsluiten en miljarden mensen met hun land of werelddeel van oorsprong verbinden, maar het zijn evengoed instrumenten van identitair, cultureel en religieus isolement. “In de Arabische wereld waren vroeger veel schotelantennes op Europese satellieten georiënteerd”, herinnert Baba-Ali zich. “Nu zetten installateurs ze daar vast in de richting van de Arabische satellieten; velen durven het risico niet te nemen om een mobiele antenne te installeren.”

Elk werk van Baba-Ali spreekt de toeschouwer anders aan, afhankelijk van waar het opgesteld staat. Als “mechanisch zelfportret, als metafoor van een spirituele en identiteitscrisis” heeft Paraboles een bijzondere weerklank in een multiculturele stad als Brussel. De installatie verwijst naar het lot van de migrant en naar diens behoefte om verbonden te blijven met het land van oorsprong. Maar ze legt ook de vinger op de risico’s: communautaire afzondering, conditionering, gespletenheid. Voorbij die eerste betekenislaag richt ze zich ook tot ieder van ons, levende wezens die op zoek zijn naar zingeving: ze is ook een ‘buitenruimte’ waarin we op een nieuwe manier kunnen kijken naar onszelf en de gemeenschap waartoe we behoren. Paraboles is wel degelijk een ‘sociale sculptuur’ zoals Joseph Beuys het bedoelde. Het is ook een subtiel politiek werk dat de dialoog aangaat met de stad waarin het is opgesteld.

Ayoko Mensah is journaliste en cultureel adviseur. Ze werk momenteel bij de Bozar Africa Desk.

Poreuze cartografieën van kunst in Napels

De Napolitaanse werken van Younes Baba-Ali, in de woorden van de kunstenaar zelf, “problematiseren en openen een reflectie op de migratiestromen van zuid naar noord door hun sporen en tekenen te onderzoeken.” In Vu’ cumprà, Italianisation, Pulizia, en Social Painting worden de complexe en diepgelaagde ruimten van interactie met migranten in de stad Napels onthuld vanuit het perspectief van een esthetisch onderzoek.

In 1925 schreven Walter Benjamin en Asja Lacis dat Napels bestaat uit een ‘poreuze architectuur’. Het belangrijkste bouwmateriaal in Napels is de gele tufsteen, vulkanisch stof uit de diepten van de zee dat stolt bij aanraking met zeewater. Eens dit poreuze gesteente deel gaat uitmaken van de bouwwerken van de stad onthult het zijn vochtige oorsprong. Zoals Iain Chambers heeft geschreven, zijn de onberekenbare uitersten die het leven van alledag van de Napolitanen bepalen al aanwezig in deze dramatische ontmoeting met de elementen van de oudheid (aarde, lucht, vuur en water). Zo is de kruimelige tufsteen, geboren uit de gewelddadige vereniging van de vulkaan en de zee, vuur en water, symptomatisch voor de instabiele constructie van de stad, die Baba-Ali heeft verkend tijdens een kunstenaarsresidentie in maart 2016.

“Bij het op een tegenstrijdige manier in vraag stellen hoe sociale systemen in staat zijn zich aan te passen aan migratiestromen”, onderzoekt Baba-Ali verhalen over instabiliteit, bewegingen, wederzijdse aanpassingsprocessen en dynamische ontmoetingen tussen migranten en de stad Napels. Deze werken richten zich op de eenheid en de multidimensionaliteit van de Middellandse Zee: ze doorkruisen verschillende gebieden, onthullen verborgen verhalen en erkennen hun complexiteit. Ze richten zich op de vertaling als de plaats van de taal, niet in een enge taalkundige zin, maar in de bredere zin van een historische en culturele achtergrond. Het is de doorgang van de taal die de plaatsen van vertaling verspreidt en het werk zin geeft. In deze complexe vertalingsruimte van talen en culturen, ontstaat de mogelijkheid om na te denken over thema’s als onzichtbaarheid, grenzen, kaarten en onderhandelingen over vrijheid in de openbare ruimte.

De titel Vu’ cumprà is afgeleid van een uitdrukking die “Wilt u kopen?” betekent in het Napolitaanse dialect. Deze uitdrukking wordt sinds de late jaren 1970 gezien als een voorbeeld van een door buitenlanders – meer bepaald venters, Noord-Afrikanen en in het bijzonder Sub-Saharaanse Afrikanen – gesproken Italiaans, en verraadt een spottende houding door het gebruik van een uitdrukkelijk belachelijk taalregister. “Vu’ cumprà stelt een specifieke en alternatieve benadering van de notie van de markt voor, die over het algemeen een middel om te overleven impliceert.” Illegale standjes van migranten in Napels zijn gemaakt van kartonnen dozen.“Ze zijn eenvoudig op te stellen en kunnen snel afgebouwd worden om te kunnen ontsnappen aan de politie en andere illegale venters.” Vu’ cumprà verhaalt voorbijgaande verhalen van mensen die tijdelijk de openbare ruimte bezetten alvorens te verdwijnen in de labyrintische straten van het centrum van de stad. Op een bepaalde manier omvat Vu’ cumprà elementen van een verhaal dat niet op een kaart getekend staat en cartografieën bouwt op de tegenstelling tussen inclusiviteit en exclusiviteit, op alles wat de buitenwereld scheidt, op alles wat de voorstelling van de Westerse wereld scheidt van wat er buiten ligt, volgens de retoriek van de moderniteit die een grens tussen beschaving en het gebrek aan beschaving markeert, tussen binnen en buiten, tussen veiligheid en alles wat schrikaanjagend is, omdat het buiten de grenzen ligt.

Baba-Ali zet een niet in kaart te brengen proces op gang door wat hij een “esthetiek van onzekerheid” noemt, waarbij onzichtbare mensen terug in kaart worden gebracht en datgene wat buiten het officiële verhaal valt zichtbaar wordt gemaakt. In die zin kan kunst de politieke en geografische grenzen deconstrueren – ze kunnen opnieuw worden aaneengerijgd door middel van artistieke praktijken, zoals in Baba-Ali’s Napolitaanse reeks werken die zich richten op een complex geheel van overlappende en met elkaar verweven verhalen en gebieden van waaruit een ander idee van de Middellandse Zee kan ontstaan: een multidimensionale zee die de politieke en culturele structuur van haar representatie in vraag stelt.

In de drukke straten van Napels, in haar poreuze architecturen, in de gebouwen die worden doorkruist door verschillende culturen en verhalen, vindt Baba-Ali een manier om – doorheen zijn werk – vragen te stellen rond kunst en dat wat Papastergiadis heeft omschreven als de “turbulentie van de migratie”: hoe kan kunst “een reflectie op de migratie van zuid naar noord” problematiseren en openstellen “door het in vraag stellen van haar sporen en tekenen”? Hoe zou men, met behulp van esthetische taal, de dynamiek van de integratie van migranten in een mediterrane stad als Napels kunnen analyseren?

In Italianisation, een reeks fotoportretten, spoort de blik van de kunstenaar ons aan om het fenomeen van migranten die kleren dragen met een Italia-logo als uiting van de onbewuste of bewuste wens om in de lokale cultuur te integreren nader te bekijken. In een ander werk speelt Baba-Ali met de woorden ‘pulizia’ (schoonmaken) en ‘polizia’ (politie) om duidelijk te maken “wie er schoonmaakt en wat er moet worden schoongemaakt.” Hij legt de complexe relatie bloot tussen wat legaal en wat illegaal is.

Met Social Painting toont Baba-Ali dat het zeker mogelijk is om kunst voorbij de driedimensionaliteit te voeren: hij nodigt ons uit om te kijken naar verborgen details en lagen in het object zelf; hij nodigt ons uit om het object te ervaren als een spoor van het leven van de mens en zijn reis. Op die manier, terwijl we reizen met en in het beeld, kunnen wij niet alleen de grenzen van onze rationele en transparante benadering van de wereld registreren, maar tegelijkertijd de lagen van betekenis doorsnijden en in vraag stellen, zodat er iets anders kan worden geopenbaard door middel van het tekenen en doorkruisen van onverwachte paden in de kritische cartografieën van de hedendaagse kunst.

Leandro Pisano is schrijver en curator van projecten en evenementen rond nieuwe media, geluid en technologie. Hij is doctor in culturele en postkoloniale studies aan de Universiteit van Napels (L’Orientale) en directeur van het Interferenze New Arts Festival.

Back to top

Younes Baba-Ali wordt in 1986 geboren in de Marokkaanse stad Oujda. Hij leeft en werkt in Brussel en Casablanca. In 2008 studeert hij af aan de École Supérieure des Arts Décoratifs van Straatsburg en in 2011 behaalt hij het diploma van de École Supérieure d’Art d’Aix-en-Provence. Zijn oeuvre wordt bekroond met de prijs Léopold Sédar Senghor in het kader van de Biennale d’Art Contemporain Africain van Dakar in 2012, en met de Boghossian prijs op de Art’Contest in Brussel in 2014. De werken van Younes Baba-Ali zijn te zien op een veelheid van internationale tentoonstellingen: Merchants of Dreams in het Brandts Museum en de Viborg Kunsthal (DK), Observations sonores in het Musée Gassendi in Digne-les-Bains (FR), Tomorrow’s Morocco in het Museum van Elsene (BE), All of us have a sense of rhythm in de David Roberts Art Foundation in Londen (UK), in het kader van het Shubbak Festival in het Chelsea Theater en het Victoria & Albert Museum in Londen (UK), Traces of the Future in het MMP+ Marrakech Museum for Photography and Visual Arts in Marrakech (MA), Casablanca énergie noire in het Maison Folie in het kader van Mons 2015 (BE), You Must Change Your Life in het kader van het Artefact Festival in Leuven (BE), Brussels Background in het MAAC in Brussel (BE), Between Us in het kunstencentrum Etopia in Zaragoza (ES), Digital Africa: The Future is Now in het Southbank Centre in Londen (UK), Strange Paradoxe in het MuCEM in Marseille (FR), Nass Belgica in Botanique in Brussel (BE), Where Are We Now?, op de vijfde Biennale de Marrakech (MA), Travail, mode d’emploi in de Centrale for Contemporary Art in Brussel (BE), Transaction Complete in de FaMa Gallery in Verona (IT), Dak’Art, in het kader van de tiende Biennale d’Art Contemporain Africain in Dakar (SN), Regionale 12 in het Haus der Elektronischen Künste in Bazel (CH), Taverna especial in de Sketch Gallery van Londen (UK), in het kader van het Brick & Mortar International Video Art Festival in Greenfield (US), naar aanleiding van het Loop Festival in Barcelona (ES), Flowers, Animals, Urbans, Machines in Appartement 22 in Rabat (MA) en Desencuentros in de Sabrina Amrani Art Gallery in Madrid (ES).

De kunst van Younes Baba-Ali is onconventioneel, intelligent en kritisch. De artiest werkt graag in de openbare ruimte of op niet voor de hand liggende plaatsen. Hij is een scherp observator en stelt pertinente vragen, niet alleen aan de maatschappij en haar instellingen, maar ook aan het publiek. Younes Baba-Ali is een vrijdenker die de maatschappij een spiegel voorhoudt om een reeks geconditioneerde reflexen en functiestoornissen aan de oppervlakte te brengen. Op vormelijk vlak kiest hij meestal voor readymade maar aan die schijnbare eenvoud gaat een delicate evenwichtsoefening vooraf. Met de precisie van een alchemist doseert hij technieken, alledaagse voorwerpen, klanken, videobeelden en foto’s, die hij aanwendt om politieke, maatschappelijke en ecologische thema’s aan te snijden. De installaties die uit dat distilleerproces voortkomen, verplichten de bezoeker om een standpunt in te nemen. Baba-Ali schuwt de controverse niet, waardoor hij vaak subtiel overleg aan de dag moet leggen om zijn plaats als kunstenaar en als burger te kunnen opeisen. Zijn werken zijn in een specifieke context ingebed en komen tot uitdrukking in hun dialoog met het publiek. De performancekunst van Younes Baba-Ali werkt als een stoorzender. Vaak wendt hij ironie aan om het publiek naar zichzelf te laten kijken. Hij onderwerpt de toeschouwer aan een reeks dilemma’s en taboes en daagt hem uit tot actie en reactie. De toeschouwer is Baba-Ali’s handlanger in een ondergrondse guerrilla waar het establishment en Jan met de pet elkaar vinden.

Back to top