Orphéon

Tour & Taxis

13, 15, 16, 17, 19 Mei/Mai/May 20:00
14 Mei/Mai/May 15:00
Duur/Durée/Duration: 1:50
Belgische première/Première belge/Belgian première
Taal/Langue/Language: Frans/français/French

De Franse regisseur François Tanguy maakt theater dat geen theater wil zijn: "Het gaat om de eerlijkheid ten opzichte van iets wat we misschien niet kunnen benoemen." Zijn voorstelling Orphéon speelt in een grote tent, die ook een werf zou kunnen zijn, of een atelier, een opslagplaats, een soort van niemandsland tussen binnen en buiten, waarin acteurs met wit gemaquilleerde gezichten als droomverschijningen tot ons spreken. Figuren uit het dodenrijk van theater en filosofie, met namen als: Hamlet, Macbeth, Penthesileia, Zarathustra,...

Regie en scenografie/Mise en scène et scénographie/Direction and scenography: François Tanguy
Acteurs/Actors: Frode Bjørnstad, Laurence Chable, Jean-Louis Coulloc'h, Katja Fleig, Erik Gerken, Muriel Hélary, Pierre Martin, Karine Pierre
Inspiciënt/Régisseur général/Stage manager: Hervé Vincent
Klank/Son/Sound: Alain Mahé
Decorconstructie/Construction décor/Setbuilding: Hervé Vincent, Marion Dussaussois, Jean Cruchet & de acteurs/les acteurs/the actors
Administratie/Administration: Françoise Furcy, Franck Lejuste
Tournee/Tournée/Touring: Laurence Chable, Françoise Furcy
Coproductie/Coproduction: Théâtre du Radeau (Le Mans), Théâtre National de Bretagne (Rennes)
Met de steun van/Avec le soutien de/Supported by: L'Ambassade de France en Belgique et l'Association Française d'Action Artistique - AFAA (Paris)
Presentatie/Présentation/Presentation: KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Een immense tent. Binnen zijn de geluiden van de straat en de stad hoorbaar aanwezig. Hier wordt geen enkele poging ondernomen de wereld en zijn chaos buiten de theatermuren te houden. De ruimte roept veel associaties op: het is een opslagplaats, een werf, een atelier, een soort van no man's land tussen binnen en buiten. In dat niemandsland dwalen acht acteurs of liever acht verschijningen op zoek naar een plek om daarna weer te verdwijnen. Levende doden, schimmen uit het verleden die de toeschouwer confronteren met de toekomst. De voorstelling ontleent zijn naam aan de mythische zanger die door zijn wondermooie stem de goden van de onderwereld zo wist te ontroeren dat zij hem de toestemming gaven zijn geliefde temidden van de doden te gaan zoeken en terug naar het leven te leiden.

Theater heeft een onmiskenbare orfische kwaliteit: is de scène niet de plek bij uistek waar de schimmen uit het verleden verschijnen? In Orphéon laat François Tanguy een aantal fantomen uit de geschiedenis van het theater opstaan en opnieuw tot ons spreken: Hamlet, Macbeth, Penthesileia. Maar ook Nietzsches Zarathoustra en een personage van Kafka, tegen wie gezegd wordt: "De waarheid kost u namelijk te veel inspanning, mijnheer, want wat ziet u eruit! U bent van top tot teen uit vloeipapier geknipt, uit geel vloeipapier, zoals een silhouet en als u loopt dan kan je horen hoe u ritselt. Daarom is het ook verkeerd dat ik mij druk zou maken over uw houding of uw mening, want u moet met de tocht, die toevallig door de kamer waait, meebuigen." De silhouetten zijn de acteurs en de marionetten, met witte gemaquilleerde gezichten en tragisch gracieuze gebaren afkomstig uit de droomtijd.

Voor François Tanguy gaat het erom 'de bunkers' te verlaten. Weg uit de traditionele theatergebouwen op zoek naar nieuwe plekken, nieuwe publieken en nieuwe vormen van theater: "Voor ons is het van belang dat theater geen reproductie is van een aangeleerde discipline, maar dat het beleefd wordt als een kritisch moment. Het gaat om de eerlijkheid ten opzichte van iets wat we misschien niet kunnen benoemen." Die ervaring laat de theaterbunker niet toe. Het theater moet telkens opnieuw voor onze ogen geboren worden om de toeschouwer, meer dan bij welke andere kunstvorm ook, te initiëren in een andere manier van kijken: "De perceptie is een zone van uitwisseling. De scène is een soort van omgekeerde pupil, die zich aan de blik van de toeschouwer toont als de dimensie van zijn eigen ruimte. Die de toeschouwer leert kijken door hem te doen kijken en leert luisteren door hem te doen luisteren." Het theater van François Tanguy vraagt van zijn toeschouwers een onbevangenheid en een openheid die in een tijd van snelle en overdadige woord- en beeldconsumptie geen evidentie is.

Aan het einde van de jaren tachtig begint Tanguy zijn theaterwerkzaamheden bij het Théâtre du Radeau. Voorstellingen als Jeu de Faust, Chant du Bouc, Choral, La Bataille de Tagliamento werden vooral geapprecieerd omwille van hun pregnante beeldende kracht. Met Orphéon breekt het woord in al zijn heftigheid door: Shakespeare, Von Kleist, Pirandello, Kafka, Nietzsche, Blake, Leopardi,... Het woord niet als drager van een dramatische situatie of conflict, maar het woord als drama zelf, als verschijning en beeld uit een andere wereld. Macbeths hallucinante visioen van de dolk na de moord op de koning, de liefdesklacht en het doodsverlangen van Penthesileia, Hamlets waanzindialoog met Ophelia... Personages uitgeleverd aan een gewelddadige kracht buiten zichzelf. Maar ook aanwijzingen voor een afdaling in de onderwereld, beschouwingen over het ontstaan en afsterven van sterren: een wereld die mythe en kosmologie omvat, afsterft en opnieuw begint. Om te eindigen met fragmenten uit Nietzsches Zarathoustra. Zinnen die al het voorafgaande radicaal relativeren, die het theater als leugen afwijzen en de acteur als valsmunter. Is dat niet het niemandsland waar François Tanguy zijn voorstellingen maakt: in de ondefinieerbare ruimte tussen theater en de afwijzing ervan?

Back to top