Order Cannot Help You Now

Argos

3/05 > 29/06
Opening on 3/05 19:00 > 21:00
Wednesday to Sunday 11:00 > 18:00

Order Cannot Help You Now is een door kunstenaar Tim Etchells en curator Ive Stevenheydens samengestelde tentoonstelling. De tentoonstelling, opgebouwd rond Etchells' nieuwe neonsculptuur Mirror Pieces, presenteert een verzameling ideeën en expressies die het wereldwijde politieke landschap weerspiegelen, terwijl ze simultaan dynamische spanningen creëren rond de vraag hoe de beleefde ervaring en de sociale realiteit van de moderne tijd en het hedendaagse kapitalisme zouden kunnen worden gearticuleerd – in taal, in performatieve actie en visuele abstractie. Etchells’ neonsculptuur wordt in dialoog geplaatst met verschillende videowerken van een diverse groep kunstenaars. De stukken werden geselecteerd uit de rijke film- en videocollectie van Argos (Edith Dekyndt, Till Roeskens, Julia Meltzer & David Thorne, Emily Vey Duke & Cooper Battersby en Sven Augustijnen), en gecombineerd met andere werken die in bruikleen werden gegeven door andere instellingen en individuele kunstenaars (Neil Beloufa en Neša Paripović). Een volledige lijst van de werken is hieronder opgenomen. Doorheen het centrale thematische aspect van de taal in relatie tot politieke eisen en subjectieve verlangens, maakt Order Cannot Help You Now een link met twee andere door Tim Etchells voor het Kunstenfestivaldesarts 2014 gerealiseerde projecten; And For The Rest, een serie posters voor de straten van Brussel, gemaakt naar aanleiding van interviews met mensen die uit het stemproces worden uitgesloten en A Broadcast / Looping Pieces, een nieuwe soloperformance met geïmproviseerde tekst die in de Kaaistudio’s gepresenteerd zal worden.

Curators
Tim Etchells & Ive Stevenheydens

Met de kunstenaars & werken (in alphabetische volgorde)
Sven Augustijnen,Le Coran, ça je ne connais pas (1997, 20 min., stomme film), L’Holocaust n’est qu’un detail dans l'Histoire, (1997, 20 min., stomme film), Le jour de gloire est arrivé (1997, 20 min., stomme film);Neil Beloufa, Kempinski (2007, 15 min., Frans + Engels ondertiteld);Edith Dekyndt,Provisory Object 3 (2004, 3 min. 33 sec., stomme film); Edith Dekyndt,Dead Sea Drawings (Part 01), (2010, 4 min. 40 sec., stomme film), Tim Etchells, Mirror Pieces (2014, neon sculpture); Julia Meltzer & David Thorne, Not a matter of if but when: brief records of a time in which expectations were repeatedly raised and lowered and people grew exhausted from never knowing if the moment was at hand or still to come (2006, 32 min., Arabisch + Engels ondertiteld); Neša Paripović, NP 1977 (1977, 22 min., met geluid); Till Roeskens,Vidéocartographies: Aïda, Palestine, (2009, 46 min., Arabisch + Engels ondertiteld); Emily Vey Duke & Cooper Battersby, Bad Ideas for Paradise (2001, 19 min. 28 sec., Engels)

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Argos (Brussel)

Productie
Kunstenfestivaldesarts, Argos (Brussel), Forced Entertainment (Sheffield)

Back to top

Sounding out: een gesprek
Tim Etchells & Vlatka Horvat, april 2014

VH In de performance A Broadcast/Looping Pieces werk je met je eigen geschreven archief – waarbij je tekstfragmenten uit je ‘notaboek’ op je computer opdiept en in nieuwe combinaties plaatst. Wat is de betekenis van dit graven in je eigen archief, van zaken uit verschillende plaatsen te nemen om nieuwe dingen te doen in het kader van een nieuw samengestelde tekst?

TE Het project is ontstaan vanuit het aanvankelijk vrij eenvoudige besluit om het Word bestand waarin ik notities maak op mijn computer als een hulpmiddel te gebruiken om een werk te maken dat zich richt op het opvoeren van taal. Ik weet niet hoeveel jaar geleden ik ben overgestapt van het bijhouden van een fysiek notaboek naar het schrijven in Word, maar het computerbestand is een opeenstapeling van geschreven stukken of observaties of stukken uit kranten of fictie of dingen die ik online heb gevonden of die ik heb gehoord; allerlei taalfragmenten. Soms zijn het hele alinea’s of langere stukken, maar vaker is het een zin of meerdere woorden of zinnen. Soms kan je het zelfs niet echt schrijven noemen – het is meer een vorm van verzamelen; ik pik ergens iets taalvormig op en plaats het eenvoudigweg in een plakboek; een steeds toenemende verzameling van grondstoffen – een beetje zoals het geheugen. In die context was het interessant om na te denken over een project dat op een of andere manier dat materiaal zou kunnen beginnen te samplen.

VH Ik denk aan de daad van het uitdrukken in de performance en vraag me af wat er gebeurt als je klank en body geeft aan het geschreven woord? Wat gebeurt er in die transformatie van pagina of scherm naar spraak?

TE Dit project begint met de actie van het recupereren van dingen die werden verzameld; alsof je dingen die je in een lade hebt laten liggen terug opdiept. Maar tegelijkertijd is er een andere actie, een die probeert die dingen op verschillende manieren te animeren en te hercreëren. Een deel van wat ik doe in dat opzicht is eenvoudig dingen uitspreken om hen te animeren. Ik neem een stuk tekst en herhaal het, steeds weer opnieuw, en ik verander de woorden terwijl ik ze opzeg, ik snij er dingen uit, voeg er dingen aan toe, benadruk woorden op verschillende wijzen waardoor ze verschillende betekenissen krijgen. Vaak heeft het loopen van een tekstfragment te maken met het ontdekken van wat de bedoeling of de zin ervan zou kunnen zijn. Ook het verspringen van het ene fragment naar het andere heeft een betekenis; het verschuiven van iets dat ik twee weken geleden heb geschreven naar iets dat ik acht of tien jaar geleden heb neergepend – het heen en weer slingeren tussen die twee polen, waarbij de context die die twee statements heeft geproduceerd helemaal niet zichtbaar is, maar waarbij, op het moment van de performance, ik resonantie en wrijving creeer tussen deze twee zeer verschillende tekstuele objecten. Er wordt dus zeker een poging ondernomen om die dingen in een nieuw soort staat van bezieling of leven te brengen door over hen te spreken.

VH Er lijkt in dat proces iets aanwezig te zijn dat te maken heeft met het private dat openbaar wordt gemaakt.

TE Ja, het is een haast private poging om dat tekstmateriaal vast te grijpen en te herkauwen; om het te laten weerklinken en om te zien wat het is. Het is interessant dat ‘het verklanken’ zowel het in geluid omzetten is, maar ook het uittesten, om te zien wat de eigenschappen van iets zouden kunnen zijn. En natuurlijk is een belangrijk aspect van dit proces het feit dat het plaatsvindt in het openbaar, dus verklank ik niet alleen die teksten – om te verkennen wat ze intrinsiek of semantisch betekenen, wat ze voor mij zouden kunnen betekenen – maar het is ook een poging om hen in de openbare ruimte te plaatsen en te onderzoeken wat ze daar zouden kunnen betekenen. Ik verklank hen ten opzichte van een groep mensen die zijn samengekomen om een voorstelling te zien; die fragmenten, zinnen en loops krijgen verschillende betekenissen in de openbare ruimte – het is daar dat de dingen echt ‘tot leven komen’.

VH Een van de dingen waardoor ik tijdens het bekijken van dit stuk getroffen wordt is de manier waarop de woorden soms nieuwe betekenissen krijgen terwijl je ze loopt, herhaalt of naast elkaar plaatst; terwijl ze op andere momenten hun betekenis verliezen en onzinnig worden, net door diezelfde herhaling. Kun je iets zeggen over dit schijnbaar tegenstrijdige dubbele effect dat de looping teweegbrengt?

TE Het stuk focust op de muzikale, ritmische en soms onzinnige kwaliteiten van de taal waar je het over hebt; het gaat net zoveel hierover als over de ‘zinvolle’ of betekenisvolle aspecten van taal. De voorstelling drijft voortdurend heen en weer tussen die aspecten en functioneert als een onderzoek, niet alleen naar de al dan niet zinvolheid van de materialen, maar ook naar de plaats van die betekenis. Ligt de betekenis in de semantische inhoud of in de textuur, de muzikaliteit en het ritme? Is de betekenis intrinsiek of bestaat ze in de handeling van het performen en hoe vindt die performance plaats in het openbaar?

VH Als toeschouwer kijk je evenveel naar de handeling van het ‘proberen de zin te begrijpen’ als naar ‘iets dat zinvol zou kunnen zijn’. Heeft het materiaal waar je mee werkt en dat je bewerkt iets specifieks? Op welke soorten taal stoelt het?

TE Ik zou zeggen dat het allerlei zaken zijn, maar ik voel me aangetrokken tot bepaalde aspecten van de taal – haar capaciteit voor het creëren van paradoxen, van dubbele en driedubbele betekenissen. Ik voel me ook aangetrokken tot zinnen die een element van geweld of disfunctie in zich hebben; knopen, wonden, beledigingen, bekentenissen. Het performatieve, de handeling van het spreken. Zinnen die beelden heel levendig uitdrukken. Er is ongetwijfeld iets dat de dingen die ik verzamel verbindt.

VH Het proces van het verzamelen is ook een centraal gegeven in je posterproject And For The Rest. Hoe heb je het verzamelen van materiaal hiervoor benaderd?

TE Het project is ontstaan uit gesprekken met Christophe Slagmuylder, over het feit dat er verkiezingen in Brussel zouden zijn tijdens het Kunstenfestivaldesarts en dat de stad zou worden gebombardeerd met affiches. We spraken over het op een andere manier aanwenden van de festivalposters om op die situatie in te gaan en ze te becommentariëren. Ik besloot om een kleine groep mensen uit groepen die niet aan het stemproces mogen deelnemen te interviewen – jongeren, sans papiers en daklozen – hen vragen te stellen over wat ze zouden willen veranderen in de stad of in hun leven. Het was een zeer open uitnodiging om na te denken over grote en kleine veranderingen, realistische of denkbeeldige. Met de interviews hebben we in principe tekst- en audiomateriaal in verschillende talen verzameld en een stapel materiaal gecreëerd die ik ben beginnen te filteren, te sorteren en waar ik dan elementen heb uit genomen. In die zin leek het een beetje op het proces van Broadcast.

VH Ja, in Broadcast breng je sporen uit je eigen archief naar buiten die natuurlijk je eigen preoccupaties onthullen, terwijl er in het posterproject eerder een focus ligt op verklaringen die de ervaringen van anderen reflecteren. Wat de twee projecten tot op zekere hoogte met elkaar gemeen hebben is dit gevoel van het private dat publiek wordt, van het zichtbaar maken van wat tot nu onzichtbaar was.

TE Ja, er is een fundamenteel element dat het project behandelt op een zeer eenvoudige manier; dat verkiezingen gaan over mensen die in het stemproces betrokken worden, voor wie stemmen een manier is om zogezegd de overheid en het beleid te beïnvloeden. Maar ondertussen worden mensen die worden uitgesloten om aan het stemproces deel te nemen – om welke reden dan ook – helemaal niet opgenomen in dat gesprek over verandering en de samenleving – ze worden niet aan de tafel uitgenodigd. In die zin is het posterproject een klein gebaar om die stemmen aan het geheel toe te voegen. De interviews die we maakten waren een uitgangspunt voor mij; ze werden het materiaal voor een soort bewerken-als schrijven actie. De mensen die we interviewden vertelden verbazingwekkende, soms lange verhalen over hun leven en bezorgdheden, maar in de tweede fase van het project selecteerde ik specifieke tekstfragmenten voor de posters.

VH Wat stuurde dat selectieproces?

TE Ik was op zoek naar zinnen die interessant waren als je ze uit de context nam. Teksten die ik me als posters op straat kon voorstellen; zinnen die gewaagd, uitdagend of fascinerend leken. Soms ging ik voor zeer eenvoudige, bijna voor de hand liggende dingen. Je weet wel, een poster met de tekst “Neem al het geld in de wereld en verdeel het tussen iedereen gelijk, zodat iedereen evenveel heeft.” Daar zit een utopische fantasie in, en naïviteit natuurlijk, maar het is echt fascinerend om het op een poster in een openbare ruimte te plaatsen.

VH Ja, vooral ten opzichte van de intense manier waarop de straat gebruikt wordt voor zakelijke agenda’s, voor reclame en politieke boodschappen; allerlei officiële talen die bezit nemen van de openbare ruimte, ze opeisen of gebruiken. Hoe is het om in de stad in te grijpen met teksten die geen machtsposities dienen en geen officiële standpunten promoten, door stemmen die doorgaans geen zogenaamd recht of toegang hebben tot die ruimte? Er ontstaat iets in het samengaan van, en de tegenstelling tussen, teksten die een specifieke agenda hebben – die je meestal bepaalde dingen doet doen, kopen of geloven – en die teksten waarvan de status minder eenduidig en meer precair is.

TE De posters presenteren geen samenhangend programma voor verandering; veel van wat er getoond wordt is niet ‘goed doordacht’ in termen van de bestaande sociale en politieke structuren of zelfs op praktisch vlak; het is een tegenstrijdige en eigenzinnige verzameling eisen en verlangens, waarvan ik hoop dat ze doorheen de stad zullen weergalmen. Enkele van de uitspraken zijn heel direct; andere zijn erg kwetsbaar en persoonlijk, fantasierijk of absurd. Ik denk dat dat een van de dingen is die kunst goed doet; ze heeft geen coherente taak. Ze moet animeren en de wijzen waarop we gewend zijn te denken en te handelen uitdagen.

VH In die zin roept het posterproject ook vragen op over de structuren en systemen waarin we handelen – niet alleen de sociale en politieke structuren, maar ook de conceptuele. Misschien is dit een goede aanleiding om over de tentoonstelling Order Cannot Help You Now te praten. Is het problematiseren van systemen en kaders, het markeren van de onmogelijkheid van een betekenisvolle sociale orde iets waar je hier mee werkt?

TE Ik denk dat de tentoonstelling gaat over systemen en over de mogelijkheden voor verandering. Ik werkte samen met Ive Stevenheydens, curator bij Argos, en we zijn begonnen met het zoeken naar werken in hun collectie waarin de thema’s die ik al in de posters en in de performance behandelde aan bod kwamen. We spraken veel over de relatie tussen taal en politiek, en een van de eerste elementen dat we zeker wilden opnemen waren drie werken van Sven Augustijnen die elk taalfragmenten gebruiken die knipperen op beeldschermen – heel korte, problematische uitspraken die verwijzen naar zeer specifieke politieke contexten. Samen vormen ze een complexe micro-reflectie over geschiedenis en cultuur – wat we weten, wat we zeggen, de zorg die we besteden aan de verhalen van het verleden en de toekomst. We plaatsten de werken van Augustijnen tegenover een nieuw werk van mij – Mirror Pieces – een groot meerdelig neonwerk dat ook gebruik maakt van taal in een reeks tegenstrijdige, speelse en dubbelzinnige zinnen, die er identiek uitzien/klinken, maar verschillende dingen betekenen. Daarna gingen we in vele richtingen – de twee vrij abstract aandoende werken van Edith Dekyndt, die volgens mij een verbazingwekkend gevoel van kwetsbaarheid en voorzichtigheid neerzetten, en werken die betrekking hebben op zeer specifieke sociale en politieke contexten – Till Roeskens’ Vidéocartographies: Aïda, Palestine van 2009, Neša Paripovic’s NP 1977, gemaakt in 1977 in Joegoslavie en het in Syrie in 2005-2006 geproduceerde Not a matter of if but when: brief records of a time in which expectations were repeatedly raised and lowered and people grew exhausted from never knowing if the moment was at hand or still to come van Julia Meltzer en David Thorne. Het zijn allemaal werken die op een speelse en ernstige manier een situatie onderzoeken en reflecteren over de mogelijkheid van verandering – Neša Paripovic door zijn buitengewoon eenvoudige performatieve gebaar van in een rechte lijn door de stad te lopen, over alle ruimtelijke hindernissen heen, op die manier de geografie van de stad herschrijvend, of Meltzer en Thorne via een andere improvisatie – hier met tekst en gebaar – waarbij de performer in hun stuk reageert op woorden, zoals vrijheid of verandering, die hem off-camera worden toegesproken en die hij interpreteert en becommentarieert.

VH Hoe zit het met het werk van Neil Beloufa – Kempinski – een werk dat me vorig jaar op de Biënnale van Venetie al opviel – boeren in de velden van Mali, pratend over de toekomst?

TE Ik denk echt dat dit het centrale werk in de tentoonstelling is. Er is iets heel fascinerends in die spanning tussen de sprekers en de tekst; de manier waarop het een toekomst voorstelt, en daar toch allerlei vragen over opwerpt. Misschien is wel het meest aparte werk in de tentoonstelling dat van Emily Vey Duke en Cooper Battersby, Bad Ideas for Paradise. Het is een barokke constructie die videobeelden, animatie, muziek en voice-over combineert om een soort contradictorisch essay te creëren over de utopische mogelijkheid of onmogelijkheid, en over het verschil tussen mens en dier.

VH Ik vraag me af of je dit idee van de kunstenaar (of de curator in dit laatste project) niet zou kunnen zien als iemand die er niet is om de zin van de dingen uit te zoeken en geordend en opgelost terug te geven, maar als iemand die een onmiskenbare reeks onopgeloste zaken ter sprake brengt; dingen die niet alleen onduidelijkheid, maar ook tegenspraak bevatten en die uitgepakt moeten worden?

TE Ik denk dat kunst in welk medium dan ook zeer interessant is wanneer ze een vraag genereert in plaats van een vermeend antwoord. Maar tegelijkertijd is het maken van iets dat tegenstrijdigheid of diverse mogelijkheden omarmt niet hetzelfde als onzin produceren! Wat ik me realiseer, doorheen het improviseren van de performance A Broadcast, het selecteren van posters voor And For The Rest, of het samen met Ive selecteren van werken voor de Argostentoonstelling, is dat je op zoek gaat naar een dynamische expressieve, verzameling materialen die zeer specifieke soorten vragen en ideeën introduceren. Als het eenvoudigweg tegenstrijdigheid of verwarring was zou het te gemakkelijk zijn; daar is er al genoeg van!

VH Dus in zekere zin hebben de drie projecten – de performance, de posters in de openbare ruimte en de tentoonstelling – alle op verschillende wijze betrekking op het thema van potentieel en actie, op hun impact binnen verschillende sociale en politieke domeinen, op de vraag hoe we relaties ontwikkelen en hoe we ons gedeeld gevoel van wat wel of niet mogelijk is veranderen.

TE Ja, tussen de regels zijn dit in grote mate mijn thema’s. De werken proberen een relatie met de kijker tot stand te brengen, zetten aan tot nadenken over onze verlangens en hoe ze in taal geformuleerd worden, over hoe een pad naar verandering gemaakt kan worden.

Vlatka Horvat is een in Londen gevestigde kunstenaar. Zij werkt in verschillende media: beeldhouwkunst, installatie, tekening, performance, fotografie en tekst.

Back to top

Ive Stevenheydens (°1975) is curator, schrijver en kunstcriticus. Zijn onderzoek, publicaties en projecten richten zich op beeldende kunst, geluid/muziek en performance. Momenteel is hij curator bij Argos, Centrum voor Kunst en Media, Brussel.

Tim Etchells (1962) is een in het VK gevestigd kunstenaar en schrijver wiens werk zowel performance, visuele kunst en fictie omvat. Hij heeft gewerkt in een brede waaier van contexten, vooral als leider van de wereldvermaarde performancegroep Forced Entertainment. De afgelopen jaren heeft hij veel tentoongesteld als visueel kunstenaar. Zo nam hij deel aan de biënnale Manifesta 7 (2008) in Rovereto, Italië, Art Sheffield 2008, de biënnale van Göteborg (2009), October Salon Belgrado (2010), Aichi Triennale, Japan (2010), met Vlatka Horvat, en Manifesta 9 (Parallel Projects) 2012. Hij heeft soloshows gehad in Gasworks en Sketch (Londen), Bunkier Sztuki (Krakau), Galerije Jakopič (Ljubljana) en Künstlerhaus Bremen. Etchells eerste roman The Broken World werd in 2008 gepubliceerd door Heinemann en zijn monografie over hedendaagse performance en Forced Entertainment, Certain Fragments (Routlegde 1999), werd lovend onthaald. Hij is momenteelProfessor of Performance aan Lancaster University. Recent publiceerde hij ook Vacuum Days (Storythings, 2012) en While You Are With Us Here Tonight (LADA, 2013).

Back to top