One Was Killed For Beauty, The Other One Was Shot, The Two Others Died Naturally

Argos
3/05 > 29/06

Opening on 3/05 – 19:00 > 21:00
Wednesday to Sunday – 11:00 > 18:00

De video’s, tekeningen en schrijfsels van Els Dietvorst verkennen anti-utopische thema’s als sociaal conflict en overleven in de marge. De zelfverklaarde ‘stedelijke kunstenares’ verhuisde enkele jaren geleden naar Duncormick, een Iers dorpje waar ze sindsdien leeft en werkt op het ritme van de natuurelementen en de seizoenen. In 2014 toont Dietvorst op het Kunstenfestivaldesarts een reeks werken over migratie en gewijzigde leefomstandigheden. Met Art-Coeur-Merci neemt de kunstenares afscheid van de stad waar ze jaren leefde en werkte. Deze installatie-performance beschrijft het overlevingsverhaal van een jonge Kameroenees in het perifere Brussel. In de film The Rabbit and the Teasel, integraal gedraaid op het Ierse platteland, verweven fictie en autobiografische elementen zich dan weer tot een lyrisch sprookje dat de toeschouwer meesleept in een universum van schoonheid, dood en verval. Na de première in het Kaaitheater is de film te zien bij Argos, waar tegelijk een tentoonstelling van nieuw werk loopt. De performance, film en expo samen vormen een parcours tussen stad en platteland, tussen centrum en periferie.

Een project van
Els Dietvorst

Met
Els Dietvorst & Angelique Willkie

Presentatie (tentoonstelling)
Kunstenfestivaldesarts, Argos

Productie (performance)
Firefly

Back to top

Zoeken naar het alledaagse

In 2005 presenteerde Els Dietvorst in Brussel The Return of the Swallows, een project dat resulteerde in een reeks kortfilms, een langspeelfilm en een multimediale installatie die ze zes jaar eerder startte in de Anneessenswijk, vlakbij het Brusselse Zuidstation.

In 2012 startte ze met The Black Lamb, een multimediaal project in en over haar leefomgeving. Net zoals bij haar Brusselse werken probeert ze alle aspecten van het leven, werken, dromen op het Ierse platteland door middel van films, tekeningen, verhalen, sculpturen tot leven te wekken. Net zoals bij de zwaluwen doet ze dit niet op een romantiserende, esthetiserende manier, maar met een sterke betrokkenheid en in voortdurende interactie met reële en fictieve personages. Dietvorst lijkt vooral gefascineerd te zijn door hoe mens (en dier) interageren met elkaar, met de omgeving en hoe (over)leven mogelijk is in een intrinsiek vijandige en onaangepaste omgeving.

Een tegenstem zonder alternatief

Beide projecten, die een tijdsboog van vijftien jaar overspannen, zijn zowel in hun opzet, hun methodiek als hun schaal aan elkaar verwant en kunnen als een diptiek worden opgevat. Meer dan een subjectieve en artistieke representatie van een werkelijkheid, waarbij de kunstenaar op zoek gaat naar zowel dagelijksheid als transcendentie in min of meer extreme situaties (of toch situaties en leefomstandigheden die voor de gemiddelde geïnteresseerde in hedendaagse kunst als extreem overkomen), fungeren die projecten als een metafoor voor een condition humaine die verder rijkt dan de individuele verhalen van deze projecten.

Dat werkt als een tegenstem: de kunstenaar registreert en toont een microrealiteit die haaks staat op het beeld van de ideale samenleving die we dagelijks via media, berichtgeving en reclame ingelepeld krijgen en die we maar al te vaak liever negeren dan omarmen. Maar de veelheid van individuele verhalen en beelden die Dietvorst ons presenteert overstijgt tegelijk elk clichébeeld over die marginale werkelijkheid. Ze werken verruimend en vormen eerder een soort aanvulling dan een correctie op het heersende maatschappijbeeld.

Maar Dietvorst gaat verder. Ze presenteert geen alternatief en toont de dingen zoals ze zijn. Dingen die integraal deel uitmaken van de wereld waarin we leven. Ze produceert geen utopisch wereldbeeld, noch een complete dystopie. Met de kracht van de verbeelding en de focus op de menselijke verhalen, het leven en het overleven schept ze een wereld die de onze zou kunnen zijn, waarin we ons herkennen en waarmee we ons tot op zekere hoogte kunnen identificeren. Ze houdt ons een spiegel voor waarin we gemeenschappelijke verlangens, strategieën en verhalen gereflecteerd zien.

Het werk van Els Dietvorst toont vooral beelden en verhalen uit een niet-samenpersbare ruimte. Wat ze toont speelt zich af op een lokaal microniveau. Het is niet het inzoomen op aspecten die deel uitmaken van onze realiteit, zoals de boom onlosmakelijk deel uitmaakt van het bos, maar wel het tonen van een andere ruimte die tegelijk deel uitmaakt van en volledig los lijkt te staan van het grotere geheel.

Er kunnen hierbij parallellen gezien worden met het onderzoek dat Paul Vandenbroeck deed bij het maken van de tentoonstelling Azetta. Voor dit project ging hij op zoek naar een zuivere vorm van vrouwelijkheid. Door de extreme isolatie van de vrouw in Berberstammen vond Vandenbroeck in de getoonde tapijten een bijna zuiver vrouwelijk cultuurproduct.

Dietvorst zoekt in haar werk naar zuivere vormen van doodgewone menselijkheid, naar wat – bijna vervreemdend – alledaags is. Analoog met de methodiek van Vandenbroeck, kan gesteld worden dat ze dat alledaagse weet te vinden in situaties waarin dit zich in extreme omstandigheden afspeelt. In een wereld waarin het verste continent slechts een telefoongesprek van ons verwijderd is, toont het werk van Els Dietvorst ons dat hoe klein de wereld ook wordt, we altijd ergens wonen, op een bepaalde en bepalende plaats verblijven die stipuleert hoe we met elkaar en met de werkelijkheid omgaan. Zowel de boer als de dakloze ageert en reageert in het werk van Dietvorst op een directe manier op zijn omgeving en probeert deze op allerlei manieren de zijne te maken. Het voert ons onvermijdelijk terug naar de complexiteit van het hier en het nu en toont aan dat globalisering in ideële zin nooit absoluut is.

Opsommen en verzamelen

Een ander opvallend element is de veelheid. Hoewel tekeningen, films, verhalen en sculpturen autonoom zijn, zijn ze ook onlosmakelijk met elkaar verbonden en genereren ze betekenis ten opzichte van elkaar. In zijn roman Het leven een gebruiksaanwijzing beschrijft Georges Perec het leven in een groot appartementsgebouw in Parijs. Elke kamer in het gebouw krijgt een apart hoofdstuk en de lezer wordt op een bijna opsommende manier ingewijd in de details van het dagelijkse leven. Zoals de titel aangeeft wil hij de lezer, in een steeds meer gefragmenteerde wereld, een houvast aanreiken om die werkelijkheid te vatten en te begrijpen. De strategie die Perec hier hanteert is die van de gedetailleerde opsomming. De wereld als geheel is vandaag onmogelijk nog te begrijpen. Net door de werkelijkheid op te sommen, en daarmee talig, of in het geval van Dietvorst beeldig te maken slaagt de kunstenaar erin om terug grip te krijgen.

De onderwerpen die Dietvorst in haar werk beschrijft zijn niet samen te vatten in een enkel beeld. Er is een veelheid nodig, en enkel vanuit die veelheid krijgt de kijker terug grip op het universele alledaagse.

De enige manier om iets te beschrijven dat zich eigenlijk aan elke beschrijving onttrekt is voor Els Dietvorst de opsomming. Ze verzamelt stukken en fragmenten van de wereld en boetseert, verfilmt, tekent, verhaalt dit in beelden.

Niet zozeer om de toeschouwer te wijzen op bepaalde mistoestanden, nog minder om door middel van kunst de wereld te redden, maar wel om aan zichzelf en aan de toeschouwer een houvast te bieden, om orde te scheppen in de chaos en vanuit een opgesomde werkelijkheid een spiegel voor te houden waarin we terug voeling krijgen met het universeel dagelijkse, met het gewone dat in een zotte wereld steeds meer als ongewoon ervaren wordt.

Rolf Quaghebeur

Back to top

Els Dietvorst (1964) volgde haar opleiding aan de Antwerpse Academie en behaalde een master in Schone Kunsten aan Sint-Lucas, Brussel. Aanvankelijk drukte ze zich uit via sculptuur en installatiekunst, maar gaandeweg werden tekeningen, teksten en vooral video haar belangrijkste media. In haar werk focust ze op communicatie, intermenselijke relaties en sociaal conflict en op anti-utopische thema’s als de condition humaine en de outsider. Haar werken nemen vaak de vorm aan van jarenlange projecten, waarin ze rechtstreeks met haar sociale omgeving werkt. De terugkeer van de zwaluwen aan het Brusselse Anneessensplein en Lied voor de prijs van een geit of haar activiteiten in de gesloten jeugdinstelling in Mol zijn hier mooie voorbeelden van. Samen met kunstenares Orla Barry richtte Els Dietvorst het collectief Firefly op, waarvan ze tien jaar directeur was. Haar werk werd onder meer getoond in M HKA (Antwerpen), Witte de With (Rotterdam), het Paleis voor Schone Kunsten (Brussel), Kunsthalle Exnergasse (Wenen), La Source du Lion (Casablanca), Danielle Arnaud Gallery (Londen) en Nicole Klagsbrun (New York). In 2009 was ze samen met Dirk Braeckman curator van het Time Festival in Gent. Ze is gastdocente aan IT Carlow-Wexford Campus, KU Leuven en het KASK in Gent. In 2010 ruilde Els Dietvorst Brussel in voor het Ierse kustdorp Duncormick, waar ze sinds 2012 aan een nieuw langlopend filmproject werkt: The Black Lamb. In mei 2014 toont ze naar aanleiding van het Kunstenfestivaldesarts een reeks nieuw werk in Brussel.

Back to top