Ojos de Ciervo Rumanos

Théâtre L'L

3.8.10/05 > 20:30
4/05 > 15:00
9/05 > 22:00
Fr > Ondertiteling: Nl

‘Dat wij overleven grenst aan het schandaal’. Beatriz Catani schrijft en regisseert Ojos de Ciervo Rumanos (Ogen van een Roemeens hert), een metafoor over haar land, het Argentinië van nu.

De resten van een plantage. Verdronken herten op de weg. De natuur is ziek. Een meisje wordt geboren uit de bil van haar vader. Hij geeft haar water en verzorgt haar als een sinaasappelboom. Zij zingt zoals haar dode moeder, een Roemeense met vreemde ogen.

Een ongewone voorstelling vol eeuwenoude mythes en vervreemdende metaforen, een pijnlijke zoektocht naar identiteit.

Tekst & regie:

Beatriz Catani

Regie-assistent:

Jazmín García Sathicq

Acteurs:

Ricardo González, Paula Ituriza, Blas Arrese Igor

Scenografie:

Beatriz Catani, Andrea Schvartzman

Licht:

Gonzalo Córdova

MuziekMuziek:

Carmen Balliero

Technique:

Margarita Dillon

Coproductie:

Teatro General San Martín (Buenos Aires), Theaterformen 2002 (Hannover)

Met de steun van:

Direccíon General de Asuntos Culturales de la Cancillería Argentina

Presentatie:

L'L, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Wat hebt u precies meegemaakt, gelezen of gezien dat u heeft geïnspireerd?

Deze vraag lijkt veel eenvoudiger dan ze in werkelijkheid is. Ik weet dan ook helemaal niet of ik er een antwoord op heb. Ik word door verschillende factoren tegelijk gestimuleerd. In het geval van Ojos..., was het een combinatie van eigen belevenissen – soms onbewuste ervaringen – en Griekse mythen (vooral dan de Bacchanalen van Euripides). Al deze elementen smelten samen tot een geheel, op een manier die ik niet nader kan verklaren. Het kan zijn dat de beelden en daaruit voortvloeiende associaties die bij me opkomen bij het lezen van Euripides, me hebben doen inzien dat ik iets wilde doen rond de oorsprong, de geboorte, de primaire identiteit van een vrouw en de politieke identiteit van een land.

Ik heb het onderwerp aangepakt vanuit mijn eigen, persoonlijke ervaring, wat niet noodzakelijk betekent dat mijn werk autobiografisch is. Maar het weerspiegelt inderdaad wel gevoelens en gewaarwordingen die ik zelf heb beleefd.

Qua vorm wilde ik een manier vinden om een theatrale realiteit te creëren zonder het echte leven na te bootsen of te reproduceren. Ik was op zoek naar een intense relatie tussen werkelijkheid en fictie. In dit geval komt die tot uiting door middel van een reële ruimte, met echte planten, vruchtensap, een ‘reëel’ gebruik van het lichaam, enz. Het verhaal daarentegen is fictie van de zuiverste soort, met fantastische trekjes.

Ik zocht een ‘realiteit’ die paste bij theater en waarin actie geen overwicht had. Het moest méér uitlokken dan een louter verhelderend gevoel: het was de bedoeling een poëtische band te scheppen tussen personages en context.

Is het project letterlijk of metaforisch te beschouwen in de context van de maatschappij waar u in leeft? Indien ja, in welke zin?

De betekenis van Ojos... is volgens mij maar al te duidelijk geworden na de recente gebeurtenissen in Argentinië. Het werk is in première gegaan op 26 december 2001, op amper 20 meter van het epicentrum van de crisis: de Obelisk van Buenos Aires.

De repetities hadden het hele jaar geduurd en ondertussen vocht mijn vader voor het voortbestaan van een zaak die jarenlang de broodwinning van mijn familie geweest was. Op dat moment waren we nog niet zo bewust van de moeite die we hadden om ons land te begrijpen, die paradoxale en ambivalente kijk op onszelf. Daarom zijn de metaforen in het stuk zo verhuld.

Ojos... toont een familie met een zeer welvarend verleden, die al haar vertrouwen gesteld had in de ‘gezegende’ aarde van haar land. De welvaart uit de tijd van de plantages is nu ingekrompen tot een appartementje waar ze nog enkele planten hebben. Deze zijn echter aangetast door een virus dat de planten doet verdorren. Naarmate het stuk vordert, breidt het virus zich uit, tot dat het einde betekent van de boer (de vader). Het stuk speelt met dubbelzinnigheden en kruisingen: twee verhalen, twee landen, twee moeders, twee kinderen.

In de context van de Argentijnse crisis, krijgt dit allemaal een bijkomende betekenis:

1. De verarming, de verstikking en de constante reductie van tijd en betekenis:

De toekomstige tijd als idee van ‘verkleining’: De plantages zijn herleid tot sinaasappelbomen in bloempotten. De moeder is herleid tot een oog. De bevalling tot menstruatie. Een grote brand tot een virus. De behoeften van de mens tot de obsessie voor voedsel. De laatste ruimte: de borst van een vrouw (dochter-moeder-zus).
De tegenwoordige tijd is gereduceerd en beschadigd. Hij wordt zo goed als volledig beheerst door de gebeurtenissen van het verleden.

En anderzijds:

2. De kijk die wij, Argentijnen, op de zaken hebben. Een paradoxale kijk die ons een ongeorganiseerde identiteit geeft, ook in tijden van crisis.

De grote afwezige, de moeder, (ook geassocieerd met de aarde), is voor de dochter een Roemeense zangeres die zij volledig idealiseert. Voor de zoon is het een sociaal geval dat continu dronken loopt. Voor de vader is het een koppige en gevaarlijke vrouw, temeer omdat zij buitenlandse was.

Ook de verwijzingen naar Roemenië zijn overladen met deze dubbelzinnigheid. Het land wordt tegelijkertijd verheerlijkt en vervloekt. Het is excentriek en toch zo nabij. En hoewel het een Europees land is, is het net zo onbegrijpelijk als Argentinië.

Hoe zit het met de wereld van de podiumkunsten in uw land?

We kunnen onderscheid maken tussen drie soorten theater: een commercieel, een officieel en een onafhankelijk theater, naargelang de mate waarin ze meedraaien in het economische apparaat.

De eerste soort brengt ‘entertainment’ en laat zich leiden door de wetten van vraag en aanbod.

Het officiële theater, dat gesubsidieerd wordt door de staat, beantwoordt aan de criteria van het zogenaamd ‘ernstig’ theater, en put vaak uit oude, saaie repertoires. De laatste tijd zien we echter ook hier en daar officiële gezelschappen – vooral dan die met de laagste budgetten – die zich aan experimenteel theater wagen.

Tenslotte is er het onafhankelijke theater. Zoals zijn naam het aangeeft, hangt dit niet af van de verkoop van toegangskaartjes of van officiële contracten. Sommige van deze gezelschappen ontvangen subsidies van private of internationale instellingen. Het is hier dat zich het grootste deel van het experimenteel theater afspeelt.

Het is net deze groep die interesse aan het opwekken is in het buitenland, die het hoofd tracht te bieden tegen het gebrek aan middelen en aan producties, en die onafgebroken experimenteert met zijn eigen expressieve mogelijkheden. Dit betekent nu niet dat ik een voorstander ben van het gebrek aan middelen. Het is niet daar dat de verdienste ligt van dit soort theater, ook al zijn de halsstarrigheid en de durf om risico’s te nemen wel lovenswaardig.

Het onafhankelijke theater toont echter soms ook werken die weinig vragen stellen en kopieën zijn van bestaande modellen, zowel qua formaat als qua inhoud. Met andere woorden, het feit dat een werk buiten de commerciële of officiële circuits geproduceerd wordt, is niet noodzakelijk een garantie voor een interessant artistiek gebeuren.

Waar situeert u zich binnen die wereld?

In het onafhankelijke theater. Ojos... en enkele andere projecten zijn geproduceerd in samenwerking met het Teatro San Martín, en met behulp van een aantal subsidies. Maar zoals ik al zei, de term ‘onafhankelijk theater’ is toch te veralgemenend en omvat een enorme hoeveelheid voorstellen van verschillende aard. Daarom is het juister mijn werk te omschrijven als experimenteel theater. Het is een theater dat risico’s durft te nemen.

Ik werk graag vanuit de stad La Plata, en met mensen die nog geen deel uitmaken van de gevestigde scène. Met andere woorden, ik verkies te werken vanuit de periferie.

Waarom hebt u juist het theater gekozen als middel om u uit te drukken?

Ik weet het niet goed. Ik ben eerst beginnen acteren, en anderzijds schreef ik verhalen. Op een of andere manier hebben die twee bezigheden zich verenigd in het theater.

Achteraf bekeken denk ik dat ik me aangetrokken voelde tot de grote capaciteit die de lichamen van de acteurs hebben om te communiceren. Het ‘daar zijn’ van acteurs en publiek. Tegelijkertijd lig ik een permanente strijd verwikkeld met dit medium, omdat de spelregels van het theater te veel eisen van de toeschouwers. Dat is niet het geval in andere disciplines, zoals de film.

Een ruimte die niet is, een tijd die ook niet is wat hij lijkt, personen die zich voor andere personen voordoen... Om die reden probeer ik de laatste tijd de marges van de ‘voorstelling’ te verkleinen.

Wat beschouwt u de ergste graad van ontbering?

Laat me dit uitleggen aan de hand van een beeld.

Constitución (het eindstation van de trein in Buenos Aires, zone van Ramal La Plata, waar ik woon). Een gezin op de grond. Moeder ligt bovenop vader. Ze eten iets van op de grond, je kan niet goed zien wat. Kind huilt van achter een kartonnen doos die dienst doet als kinderbedje, om het te beschermen tegen de kou.

Er zijn oneindig veel verschrikkelijke situaties waar ik alleen rationeel begrip voor kan opbrengen. En ik geloof dat dat een heel beperkte zone is van ons bewustzijn. De verpaupering ‘zien’ of ‘voelen’ is een heel verschillende manier om de dingen te begrijpen. Daarom beschrijf ik dit beeld, en daarom ook heeft iedereen vast en zeker zijn eigen beelden.

Welke relatie zou u willen hebben met het publiek?

Een gevoelige, intellectuele communicatie. Ik houd van een actief en aandachtig publiek.

In ieder geval, zoals Tarkowski zei: een beeld kan slechts kracht hebben wanneer auteur en toeschouwer dezelfde vreugde delen en dezelfde moeite hebben om die vreugde te scheppen.

Back to top