NOTALLWHOWANDERARELOST

KVS_TOP

2, 8, 9, 10, 14, 15, 16/05 – 20:30
3/05 – 22:00
4, 11/05 – 15:00 + 20:30
17/05 – 18:00 + 22:00

De geknutselde kunst van Benjamin Verdonck navigeert onbesuisd tussen genres en categorieën: van theaterstukken op scène over performances in de publieke ruimte tot objectentheater en beeldende kunstinstallaties. In zijn werk benevelt hij ons bewustzijn met fantasie-elementen, maakt hij van taal een materie en laat hij de ruimte en de objecten spreken. Voor zijn nieuwste creatie vertrok Benjamin Verdonck van het idee van een ‘tafeltoneel’, een mobiel uitschuifbaar theater dat overal in de stad kan opduiken en even snel weer kan verdwijnen. De magische kijkdoos – waarvan hij tegelijk machinist en hoofdrolspeler is – onthult een audiovisuele poëzie die soms tastbaar maar even vaak raadselachtig is. Benjamin Verdonck speelt ermee, letterlijk en figuurlijk. NOTALLWHOWANDERARELOST is een geestdriftige voorstelling met weinig woorden maar veel touwtjes, kleuren, geometrische figuren, deuren die openen en gordijnen die sluiten. Theater in zijn meest essentiële vorm, dichtbij en op mensenmaat.

Door & met
Benjamin Verdonck, Iwan Van Vlierberghe, Sven Roofthooft, Sébastien Hendrickx, Han Stubbe, Louisa Vanderhaegen & Griet Stellamans

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
Toneelhuis (Antwerpen), KVS (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, steirischer herbst (Graz)

Voorstelling in Brussel met de steun van
SABAM for Culture

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Hoe weinig is genoeg?
Over NOTALLWHOWANDERARELOST van Benjamin Verdonck

All that is gold does not glitter,
Not all those who wander are lost;
The old that is strong does not wither,
Deep roots are not reached by the frost.
From the ashes a fire shall be woken,
A light from the shadows shall spring;
Renewed shall be blade that was broken,
The crownless again shall be king.
J.R.R. Tolkien

NOTALLWHOWANDERARELOST ontstond uit een oud verlangen van Benjamin Verdonck. Al een aantal jaar loopt de kunstenaar rond met het idee om een ‘tafeltoneel’ te maken. Dat is een kleine, gemakkelijk te vervoeren constructie voor objectentheater die om het even waar kan worden opgesteld, zowel in een theaterzaal als in een café of een open veld bijvoorbeeld. De oerversie van de voorstelling kreeg vorm in een dergelijk bescheiden bouwwerk. Het miniatuurcircus van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder (1926-1931) en het kamertoneel van Hieronymus Baron van Slingelandt (1781) golden daarbij als de belangrijkste inspiratiebronnen. De présence van Calder terwijl die zijn figuren van gebogen ijzerdraad allerlei kunstjes liet uitvoeren, sprak Verdonck bijzonder aan. Slingelandts theater op huiskamerformaat fascineerde hem dan weer vanwege zijn techniek. Complexe decorwissels konden er gebeuren in een handomdraai. De houten constructie die de uiteindelijke voorstelling huisvest, valt een stuk groter uit dan verwacht. Met haar voor- en achtertonelen, coulissen en theatertrekken doet ze onmiddellijk aan een schouwburg denken. Die kan de blik in perspectief plaatsen, de aandacht van een focus voorzien. “De gebeurtenis, die uitwaaiert naar alle kanten en onduidelijke contouren heeft, de veelzijdige dingen, de onbepaalde, veelzinnige ruimte,” schrijft architectuurtheoreticus Bart Verschaffel, “worden samengenomen en naar één punt, één gezichtspunt gekeerd.”

In deze door perspectief getekende ruimte vindt een trage choreografie van voorwerpen plaats. Benjamin Verdonck omschrijft de verschillende bewegingssequensen als “enkele variaties op het thema van het dwalen.” Ook in zijn eerdere voorstelling WEWILLLIVESTORM (2006) werden de objecten op scène voortbewogen door middel van talloze touwtjes. De archetypische beelden van toen – waaronder een bloem, een boot en een kat – werden in NOTALLWHOWANDERARELOST vervangen door eenvoudige geometrische vormen. Verder is het werk minimaal multimediaal. Het bevat een beetje tekst, iets dat zich op de rand tussen geluid en muziek bevindt, een paar lichtstanden, een tiental kleuren en twee goochelkunstjes die de wetten van de zwaartekracht tarten.

NOTALLWHOWANDERARELOST schrijft zich op een eigenzinnige manier in binnen de traditie van de abstracte kunst door die naar een theatrale setting te vertalen. In het begin van de twintigste eeuw maakte de abstracte kunst een scherpe breuk met de representatieve traditie die de westerse kunst sinds de renaissance domineerde. De kunsthistorica Anna Moszynska geeft aan dat er verschillende graden van abstractie bestaan. Met zijn beroemde Black suprematic square (1915) blies Kazimir Malevitsj resoluut de brug tussen de schilderkunst en de waarneembare wereld op. Het zwarte vierkant op het witte doek verwijst louter naar zichzelf. Veel van Alexander Calders abstracte beeldhouwwerken bezitten daarentegen gestileerde gelijkenissen met vormen uit de zintuiglijke werkelijkheid. Zijn ‘mobielen’ – lichte sculpturen die continu in beweging zijn door de wind of een interne mechaniek – roepen vaak het beeld op van een zwerm vogels of een boomtak met wiegende bladeren. Op zichzelf zijn de geometrische vormen en de kleuren die Benjamin Verdonck in NOTALLWHOWANDERARELOST gebruikt, non-representatief. De theatrale omgeving waarin ze zich bevinden, het tijdsverloop waarin ze verschijnen en verdwijnen, de aanwezigheid van tekst en geluid/muziek verleent hen echter narratieve kwaliteiten of symbolische betekenissen. In het hoofd van een toeschouwer kan een kleine driehoek die langzaam voorbijtrekt van cour naar jardin het begin van een verhaal vormen.

Traagheid speelt een cruciale rol in de voorstelling. Het theater lijkt een bevoorrechte plek te zijn om de tijd ‘anders’ en ‘voller’ te ervaren dan in het dagelijkse leven. Binnen zijn tijdsfilosofie maakte de Franse denker Henri Bergson (1859-1941) een onderscheid tussen de ‘Kloktijd’ en de ‘Werkelijke Tijd’. Lang werd gedacht dat de numerieke Kloktijd met zijn uren, minuten en seconden wortelt in de wetten van de natuur. Bergson ontmaskerde die tijd als een loutere afspraak die helpt om het menselijke verkeer van alledag in redelijke banen te leiden. De Werkelijke Tijd daarentegen is er een die als duur kan worden ervaren, als een kwaliteit in plaats van een kwantiteit. Hij laat een harmonieuzere verhouding toe tussen de mens en de hem omringende fysieke wereld omdat hij, net als die fysieke wereld zelf, heterogeen is en voortdurend van gedaante verandert. Tijd kan bijvoorbeeld inkrimpen of uitzetten. Kunstbeschouwing is volgens Bergson een van de uitgelezen manieren om contact te maken met de Werkelijke Tijd. Je kunt je echter afvragen of die theorie wel opgaat in onze hedendaagse musea en kunstgalerieën. Daar beslist het publiek doorgaans zelf of en hoelang het bij een kunstwerk stil blijft staan, en recent onderzoek wees uit dat dit meestal bedroevend kort is. In het theater geeft de toeschouwer de controle over zijn tijd deels uit handen. De zachte groepsdruk die van de publiekstribune uitgaat, dwingt hem immers om aandachtig te blijven kijken en luisteren naar het gebeuren op scène. Pas wanneer de verveling of irritatie het kookpunt heeft bereikt, durft hij het aan om weg te gaan. Deze situatie stelt de theatermaker in staat om andere tijdservaringen te exploreren naast de dominante Kloktijd. In NOTALLWHOWANDERARELOST voelt de tijd een heel stuk trager aan…

Binnen het werkproces van de voorstelling dook een metafoor op die dat werkproces zelf in een helderder daglicht plaatste. Net als een theebuiltje dat maar een deel van zijn geconcentreerde smaak in het hete water loslaat, kon de rijke verzameling materialen en ideeën die op de werkvloer werd ontwikkeld pas ten volle tot haar recht komen als ze met mate gestalte kreeg in de uiteindelijke voorstelling. De vraag werd gesteld hoe vroeg het ‘theebuiltje’ uit het ‘water’ kon worden gehaald. Hoe weinig was al genoeg? Het esthetische principe van de verfijnde armoede bleek een belangrijke leidraad voor het werken aan NOTALLWHOWANDERARELOST. Dat principe wordt gekenmerkt door soberheid, generositeit en nauwkeurigheid en is typerend voor de Japanse theecultuur. In The Book of Tea (1906) bracht de kunsthistoricus Kakuzo Okakura de minimale decoratie in de Japanse theekamer in verband met het taoïstische ideaal van de leegte. Volgens Lao Tse, de grondlegger van het taoïsme, kan de realiteit van een kamer “worden gevonden in de lege ruimte die is afgesloten door het dak en de muren, en niet in het dak en de muren zelf.” Okakura gaf aan dat de waarde van het weinige schuilt in de kracht van de suggestie. De lege, oningevulde ruimte geeft de verbeelding namelijk vrij spel.

Doorheen de Japanse geschiedenis fungeerde de theekamer als een schuilplaats tegen de kwalijke invloeden van de buitenwereld. Staatslieden en krijgers die zich inzetten voor de eenwording van het land vonden er de nodige rust en kunstenaars konden er in tijden van militaire dictatuur vrij met elkaar communiceren. Kakuzo Okakura zag er een belangrijke rol voor weggelegd aan het begin van de twintigste eeuw. Net als zijn tijdgenoot Henri Bergson stond hij huiverachtig tegenover de effecten van de industrialisatie op het alledaagse leven: “Tegenwoordig is door de industrialisatie over de hele wereld ware verfijning steeds moeilijker geworden. Hebben wij daarom de theekamer niet harder dan ooit nodig?” Van Benjamin Verdoncks NOTALLWHOWANDERARELOST lijkt meer dan een eeuw later een gelijkaardig voorstel uit te gaan: hebben wij het theater – als een plek voor focus, aandacht, traagheid, leegte en belangeloze verbeelding – vandaag niet harder dan ooit nodig?

Back to top

Benjamin Verdonck (1972) is acteur, schrijver, beeldend kunstenaar en theatermaker. Hij bespeelt zowel de reguliere theaterzaal (313 Misschien / wisten zij alles, WEWILLLIVESTORM, Global Anatomy, Nine finger) als de publieke ruimte (Bara/ke, een boomhut in het hartje van de stad; Hirondelle/ Dooi Vogeltje/The Great Swallow, een vogelnest op 32m hoogte tegen een building). Onder de noemer KALENDER lanceerde Verdonck in 2009 een jaar lang acties in de openbare ruimte in Antwerpen. Deze actiecyclus kreeg een vervolg in een tentoonstelling KALENDER / WIT in het M HKA en een theatervoorstelling KALENDER / ZWART (2010). In 2011 bracht Benjamin Verdonck het HANDVEST VOOR EEN ACTIEVE MEDEWERKING VAN DE PODIUMKUNSTEN AAN EEN TRANSITIE NAAR RECHTVAARDIGE DUURZAAMHEID in stelling. In 2011 creëerde Benjamin Verdonck ook een nieuwe theatervoorstelling DISISIT,“een van begin tot einde fascinerende theatervoorstelling die (…)spelenderwijs werd uitgevonden. Een teveel om op te noemen. Een aanrader.” (Stijn Dierckx in De Morgen). In het seizoen 2012-2013 maakte hij samen met Abke Haring Song#2, “een pareltje van belevingstheater, van ritueel ervaringstheater. Om te koesteren.” (Tuur Devens in Theaterkrant.nl). Met zijn deelname aan het Brusselse stadsproject Tok Toc Knock van KVS sloot hij dat seizoen af. In 2013-2014 maakt Benjamin Verdonck NOTALLWHOWANDERARELOST dat in mei 2014 in première gaat op het Kunstenfestivaldesarts. Verdoncks beeldend werk vindt steeds meer zijn weg naar tentoonstellingen in o.m. Berlijn (1/2), Kortrijk (Sometimes I sits and thinks and sometimes I just sits), Gent (in Track en in de reeks Brainbox in het experimentele kunstencentrum CROXHAPOX), Hasselt (in Mind the system, find the gap), Antwerpen (oowendeseentsjkommaartsjinigin) en Groningen (All is giving in de tijdelijke Public Artspace). Daarnaast blijft hij acties ondernemen in de openbare ruimte, zoals BOOT, gebouwd op een flatgebouw in het Poolse Szczecin in juli 2012, een tien dagen durend project dat tegelijk installatie-in-wording en performance is. Benjamin Verdonck wordt in 2013-2016 ondersteund door KVS enToneelhuis.

Back to top