Niet alle Marokkanen zijn dieven / Les Marocains ne sont pas tous les voleurs

De Kriekelaar

FR: 6,7,10,11,12 /05
NL: 16,17,18 /05
1'30

"Ge zit in uw hoekske. Ge weet van hout noch pijlen. Zijde ne mens of zijde niets? Moogde stelen als ge honger hebt? Is ’t tegen de wet? Dan deugt de wet niet!" Voor Niet alle Marokkanen zijn dieven vertrekt Arne Sierens van Misdaad en straf van Dostojevski, maar redelijk 'verkapt'. Op basis van veel research, talrijke interviews en uitgebreide improvisaties. Geplaatst in de achterzaal van een boksclub. Met een cast van Marokkanen en Belgen. Over pikken in de C&A. Het kampioenschap in Charleroi. De opendeurdag. Het schoon koppel Bambi en Ramon. Het clubke Fadilah, Cynthia en Assia. Brigadier Roland. De schone gast Jamaal die van de Capitole overgekomen is. En Habib. Wat in ’t Arabisch wil zeggen: de liefde. Ge denkt: oh dat gaat slecht aflopen. Moet dat altijd? Niet alle Marokkanen zijn dieven is tegelijk een filosofisch traktaat, een liefdesverhaal én een policier. Op muziek van Dominique Pauwels.

De/Van/By: Arne Sierens

Acteurs/Actors: Zouzou Ben Chikha, Johan Dehollander, Didier De Neck, Aciha Lamarti, Ini Massez, An Miller, Dahlia Pessemiers, Mourade Zeguendi

Décor/Decor/Set design: Guido Vrolix

Compositeur/Componist/Composer: Dominique Pauwels

Eclairages/Lichtontwerp/Lighting design: Harry Cole

Assistance/Assistentie/Assistance: Hildegard De Vuyst, Larbi Cherkaoui

Costumes/Kostuums/Costumes: Pynoo

Photographie/Fotografie/Photograpy: Kurt Van der Elst

Directeur de production/Productieleiding/Production manager: Raf Peeters

Production/Productie/Production: HETPALEIS Antwerpen, DAS Theater Gent

Coproduction/Coproductie/Coproduction:

Niet alle Marokkanen zijn dieven: Nieuwpoorttheater Gent, Rotterdam 2001 & Rotterdamse Schouwburg

Les Marocains ne sont pas tous des voleurs: Nieuwpoorttheater Gent, Rotterdam 2001 & Rotterdamse Schouwburg, KunstenFESTIVALdesArts

Avec le soutien de/Met de steun van/Supported by: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Provincies Antwerpen & Oost-Vlaanderen, Stad Antwerpen, Stad Gent, Nationale Loterij/Loterie Nationale

Présentation/Presentatie/Presentation: Gemeenschapscentrum De Kriekelaar, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

"Goed theater is beeldend op alle fronten, zowel in zijn taal als in zijn scenische vorm. Theater wordt zwak als er te veel wordt gebabbeld over iets: ‘Ik voel mij zo triest want…’. Dan val ik in slaap. Die uitleg interesseert me niet, die verzin ik er zelf wel bij. Beelden. Poëzie. Dat wil ik."

Arne Sierens is auteur en regisseur van Niet alle Marokkanen zijn dieven. Het idee voor de voorstelling kwam na het lezen van Misdaad en straf. Dostojevski schetst de innerlijke tweestrijd van de student Raskolnikov, die tot de groten der aarde wil behoren. Door een oude woekeraarster te vermoorden, denkt hij het onrecht in de maatschappij te bestrijden. Maar de koortsige toestand waarin hij na de moord verzinkt, doet hem beseffen dat hij te zwak is om ooit ‘groot’ te zijn. De liefde van een meisje zal hem uiteindelijk bevrijden van zijn waanideeën en twijfels. Cineast Robert Bresson bewerkte deze klassieker van Dostojevski in Pickpocket, alleen is het hoofdpersonage in zijn film een gauwdief. Dat idee van stelen bleef hangen bij Sierens. "Wie heeft er nooit gestolen? Niet in letterlijke zin. Maar iedereen pakt wel eens iets af van iemand anders. Een koppel bijvoorbeeld besteelt mekaar. Het thema stelen koppelde ik aan de platitude zoals je die op straat hoort: 'dat alle Marokkanen dieven zijn' en zo kwam ik tot de beslissing om het stuk met Marokkanen te maken."

De werkwijze van Sierens is beproefd: via research en improvisatiesessies met de acteurs wordt de basisidee uitgewerkt. De casting is dus cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het stuk. Het idee om een mannenwereld te creëren liet Sierens al gauw varen: op de audities kwamen vooral Maghrebijnse vrouwen af. Er werd beslist om het stuk op te bouwen rond een vrouwelijke Raskolnikov. "Dan zijn we gaan kijken: hoe kan zo’n 19de-eeuws stuk als dat van Dostojevski ons vandaag aanspreken?" Een professionele zakkenroller kwam demonstraties geven. De medewerkers van de Unit Gauwdieven uit Gent demonstreerden hun ondervragingstechnieken op de acteurs. Die lazen allemaal Misdaad en straf, keken naar Pickpocket van Bresson,Bringing out the dead van Scorsese, de documentaire van Mosco Boucault over een moordonderzoek in Philadelphia en tal van andere dingen.

"Tegelijk begonnen we te improviseren. Als regisseur pik je dan dingen op die je frapperen. Van daaruit probeer je een netwerk uit te zetten: hoe verhouden de personages zich? Welke verhalen schuilen daarachter? Welke muziek hoort daarbij? Alles groeit tegelijk van bij het begin: decor, klank, licht, acteurs. Dat maakt het er niet eenvoudiger op, maar het stelt je wel in staat om een universum te creëren waar alles op elkaar inwerkt." Het publiek zit mee in een grote houten doos waarbinnen de voorstelling zich afspeelt. De vloer is bekleed met metaal, wat een sfeer oproept van trainingszalen, bokstenten of gevangenissen. "Dat is een wereld waar ik Misdaad en straf mee associeer. En dat hangt dan weer samen met een andere realiteit: de meeste boksers in België vandaag zijn Marokkanen."

De titel Niet alle Marokkanen zijn dieven is niet meteen de meest genuanceerde. Provocerend zelfs. "Absoluut. Maar het is een probleem, die generatie laaggeschoolde, gekneusde migrantenjongeren. Hun situatie is vergelijkbaar met die van de lagere arbeidersklasse in de jaren dertig. Het zijn sociaal benadeelde mensen: slecht geschoold, geen toekomst. Wat doe je daaraan als maatschappij? Negeren, zoals we nu doen? Die morele vraagstelling houdt ons bezig, maar je mag het stuk daar niet toe herleiden. Het laatste wat we willen is straathoektheater maken. Dit is geen voorstelling met, voor en over Marokkanen. Het onderscheid tussen Marokkaan en Belg moet op de scène wegvallen. We hebben samen een verhaal te vertellen, een verhaal dat breder is dan die ene problematiek. De vragen waar jonge Maghrebijnen mee worstelen, zijn dezelfde als die van Raskolnikov. Dezelfde als die van jou en mij. In Niet alle Marokkanen zijn dieven zijn alle personages, elk op hun eigen manier, bezig met de vraag: wat doe ik hier en waar ga ik naartoe?"

"Grenzen spelen daar een belangrijke rol in: waar begint en eindigt vrijheid? Waar liggen mijn grenzen? Daar zijn jonge Maghrebijnen in België erg mee bezig. Zij voelen zich ingeperkt. Dat is heel concreet, hè: ik loop op straat met Mourade, één van de spelers, en dan zie je dat iemand oversteekt om op het andere voetpad verder te lopen. En dat gebeurt meer dan eens. Op de duur ga je natuurlijk zelf de straat oversteken om die confrontatie te vermijden. Je kruipt zelf weg. Je schrompelt ineen, je omgeving dwingt je daartoe. De vraag is hoe je die begrenzing openbreekt. Stelen is een poging om daar uit te geraken, een manier om te zeggen: ‘Ik wil niet klein gemaakt worden’. Migrantenjongeren moeten ook de hele tijd maskers opzetten. Wij doen dat ook, maar bij ons loopt dat soepel in elkaar over. Wij vinden vrij gemakkelijk een eenheid in ons gedrag op het werk, thuis, tegenover onze kinderen. Zij niet. Bij hen zijn dat knoppen die omgedraaid moeten worden. Dat kost enorm veel moeite. Die jonge gasten brengen thematieken binnen waar ik anders nooit bij zou stilstaan. Ze hebben vanalles te vertellen. En ze vertellen het ook echt daar op de scène. Dat vind ik spannend."

Maar in de eerste plaats is Niet alle Marokkanen een liefdesverhaal. "Het gaat over het noodlot. Volgens de klassieke mythologie is dit een fout verhaal: het begint slecht, er zijn bijna geen obstakels en toch eindigt het goed. Het happy end komt er omdat de omstandigheden toevallig zo zijn, niet omdat de held dat wil. Je moet de voorstelling lezen als een parabel. Het is niets exclusiefs, dat wil ik niet. Maar alle ingrediënten moeten erin zitten: het moet om te lachen zijn, maar ook om te schreien, onnozel, maar toch onwaarschijnlijk intelligent. Er moet een deel smartlap inzitten. Het moet ‘bougeren’. Op het einde van de voorstelling moet je het gevoel hebben dat je noord, oost, zuid, west gehad hebt, dat je vuur, water, aarde, lucht gezien hebt. "

Toneelauteur Sierens wordt wel eens de Louis Paul Boon van vandaag genoemd. Zijn stukken leveren geen gepolijste volzinnen op, wel een poëtisch vervormd dialect taaltje. "Mijn stukken zijn niet in het dialect. Ze zijn wel geënt op die volkstaal, maar het is een aparte taal, zoals Claus die heeft, of Beckett. Mensen vervormen taal. Ze gebruiken haar als wapen. Ze geven er vanuit hun emoties een duw aan. Soms versta je de helft niet. Taal schiet soms weg, je hebt dan de indruk dat iets je ontglipt. In het echt is dat zo, maar in mijn stukken wil ik dat ook. Ik wil niet dat alles logisch is, dat je het allemaal rationeel vat. Nee, ik wil dat de inhouden op hol slaan. Dus doe ik alles om die taal vakkundig te saboteren. De woorden moeten chemische reacties veroorzaken. Het moet botsen en ontploffen. Ritme en klank zijn vaak belangrijker dan wat er gezegd wordt."

"Ik wil dat onze voorstelling glashelder is. Dat wat gezegd wordt, staat niet voor iets anders. Geen symbolisme, geen realisme ook. Dat klinkt raar, want we zitten natuurlijk heel dicht op die realiteit. De bestanddelen zijn inderdaad realistisch, maar de montage ervan is dat niet. Het werkt als poëzie: een woord is concreet, een ander woord ook, maar de manier waarop je die twee aan elkaar zet, moet surreëel zijn. Het moet boven het concrete uitstijgen. Ik wil dat het aroma van het leven toeslaat."

Back to top