Natten

Les Brigittines
  • 13/05 | 23:00 - 5:30
  • 14/05 | 23:00 - 5:30

€ 16 / € 13

In 2015 sloeg La Substance, but in English het publiek van het Kunstenfestivaldesarts met verstomming. In 2016 keert Mårten Spångberg terug met wat alweer een intense ervaring belooft te worden. Spångberg is een choreograaf, performer, docent en kunstcriticus, maar bovenal een grensverleggend ideeënkunstenaar die onvermoeibaar het begrip choreografie onder druk zet. Natten is zijn ‘dans van de horror’. In de kapel van Les Brigittines begeleiden negen performers het publiek op een reis naar het duistere hart van de nacht. Voor Spångberg is de nacht de enige plaats waar de mens echt kan zijn , waar hij kan ontsnappen aan de tirannie van de tijd, in een duisternis die niet de dood voorstelt maar het leven. Natten is een zes en een half uur durende trip naar een abstracte eeuwigheid en een onpeilbare diepte. Het is een luchtbel waar je mag in- en uitstappen wanneer je maar wilt. Je mag er kijken, dromen, slapen … Maar je moet er je eigen monsters onder ogen zien. Zwart is niet genoeg. Natten is zwarter dan zwart.

Creatie & uitvoering
Tamara Alegre, Simon Asencio, Linda Blomqvist, Louise Dahl, Emma Daniel, Hana Lee Erdman, Adriano Wilfert Jensen, Mårten Spångberg, Else Tunemyr, Marika Troili, Alexandra Tveit

Met bijzondere dank aan
Liza Penkova

Creatie in samenwerking met
De studenten van P.A.R.T.S., met dank aan Liza Baliasnaja, Nikita Chumakov, Sien Van Dycke, Akiyoshi Nita, Eileen Van Os, Laura Maria Poletti, Kamola Rashidova, Adriano Vicente

Met dank aan
Mette Edvardsen & Linda Blomqvist, Silvia Fanti, Silvia Bottiroli, Tove Dahlblom, Maria Jerez, Alejandra Pombo, Christophe Slagmuylder, Jon Resdal Moe, Danjel Andersson, Ben Woodard, Christian Töpfner

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Les Brigittines

In samenwerking met
Kunstenfestivaldesarts, Xing (Bologna), Black Box Teater (Oslo), Santarcangelo Festival, MDT Stockholm

Creatie met de steun van
PAF St. Erme

Met de steun van
The Swedish Arts Grants Committee, The Swedish Art Council, The City of Stockholm

Back to top

Natten

Soms lijkt het alsof de duisternis net iets meer aanwezig is. Alsof alles gewoon zwart wordt en verdwijnt, verduisterd is, hoewel je wakker bent. Soms is het net alsof de duisternis niet stil is, niet onbeweeglijk is. Dat is allemaal mooi, maar verdraaid eng, wanneer de nacht gaat borrelen of de afgrond begint te bewegen. Je wil niet weten wat het is. Ik niet in ieder geval. Het is boeiend om te bedenken dat er meer wezens van de nacht zijn dan van het licht. In aantal en al. Soms zou je ze allemaal willen leren kennen, met ze uit eten gaan, maar dat is dan gewoon het einde van nachtwezen-zijn. Het is de nacht die echt is, de dag is gewoon reflectie. Dat is de reden waarom men dan aan echt beangstigende dingen denkt, of hysterisch lacht om de duisternis weg te houden. De dag is gelinkt met het leven, maar ‘s nachts besta je. De nacht is niet de dood – hij bestaat en is meer, veel meer dan het leven. Tijd en licht wonen samen. De tijd kan altijd als bescherming worden gebruikt. Hij onderscheidt immers dingen. In het duister staat tijd niet stil, hij houdt niet op, maar glipt weg en verdwijnt alsof hij er nooit was. Want in de diepste duisternis is er geen straks of later meer, er is slechts nu en alle tijd.

Er is een virus dat maakt dat iemand geheugenverlies ervaart, op elk moment opnieuw en opnieuw, dan is het voor eeuwig nu – totdat men sterft. Er zijn ook andere virussen, een die maakt dat de schaduwen niet meer verdwijnen wanneer je het licht aandoet of wanneer de zon opkomt. De zon komt op, maar de schaduwen zijn er nog steeds. Dan leeft de duisternis zijn eigen leven. In de schilderijen van Caravaggio zijn het altijd de zwarte gebieden die glanzen. Het is in het lichtend ontbreken van licht dat Artaud zijn wreedheid vindt, en het is door te koken tot een uniforme zwarte materie dat ‘nigredo’ zich naar zichzelf keert, helder verlicht. Juist, de donkere nacht van de ziel, wanneer een individu de schaduw binnenin confronteert.

Monsters en zo zijn goed om te ontsnappen aan de gruwelijke ervaring dat innerlijke duisternis hetzelfde is als uiterlijke en soms, en dat is het ergste, wanneer je niet weet waar het ene eindigt en zo.

De nacht is lang. Er is geen bloed, er zijn geen lijken, lichaamsdelen of botten. Hij is lang, zo is het wanneer de gruwel zijn donkere ogen opent, en je de eindeloze leegte laat ervaren. Overweldigend rustig, een bewegingloze slaap van waaruit er geen ontkomen is. Een mijmering die je in verrotting laat wegzinken. Zes uur of zo en pikdonker, niet alsof het licht uit is of je een beetje depressief bent; het is meer als een reis naar het donkerste donker, zonder psyche. Het is vrij formeel en overduidelijk dans, maar vaak een beetje traag alsof het niet zichtbaar is of materialiseert zonder structuur. De dag is verdeeld, de nacht is één. De duisternis ontbindt structuren, alles wordt vervormd en opgelost als rook. Een beetje zoals wortels zonder aarde. Er zijn mensen, maar men weet niet wie, er is iemand, maar misschien is het gewoon een beweging. Vijf oranje pitten in een envelop. Er is iets, maar misschien gewoon een spiegelbeeld, een lichaam zonder verankering dat verschijnt als een ondoorzichtigheid die donkerder is dan de duisternis zelf. Niet zomaar een duisternis, maar de duisternis zelf. De tijd staat niet stil, hij wacht tussen beweging en stilstaan, alsof het te warm is, te ondraaglijk warm omdat er ook maar iets zou gebeuren. Zwarte spiegel. Een verlaten leegte – dat klonk helemaal als een cliché, maar mooi, met een romantisch gevoel van noir. Geen gevoelens of zo, een emotieloos kwaad – koud als Robert Pattinson – zelfs een raaf – maar verduiveld geen hoektanden of een man met een zeis – fuck dat. Niet de dood, maar dat wat geen leven heeft, maar toch levend is. Ogen open. Iemand naast je fluistert, iets dat alle normaalheid voorbij is. En breekbare muziek – harde geluiden, ook – en zingen. Iemand heeft iets in haar mond, kostuums vallen. Dat wat er is wanneer er niets zichtbaar is, dat wat niet zichtbaar is, ook al heeft iemand het licht aangedaan. En iedereen wacht.

Planten zijn niet meer te onderscheiden van dieren, insecten zijn identiek aan rozenblaadjes die een struik sieren. En dan, verder naar binnen, worden planten verward met stenen. Stenen lijken vuur of hersenen, stalactieten die doen denken aan vrouwelijke borsten, wandtapijten versierd met figuren. Duisternis is niet alleen de afwezigheid van licht. Bleke koude huid, vochtig van het zweet, herhaling zonder orde. Angst. Terwijl het licht wordt vrijgemaakt van de materialiteit van objecten, wordt de duisternis gevuld. Het raakt het individu rechtstreeks, omvat hem, doordringt hem, gaat er zelfs doorheen. Het ego is doorlaatbaar voor de duisternis, terwijl het dat niet is voor het licht. In de nacht vergaat het mimetische.

Het is een nieuw dansstuk of zoiets genaamd Natten (Nacht), hoewel, dat is gewoon hoe het heet. Het staat bekend als iets anders, en dat is niet zijn naam.

De dans bestaat zonder ons. Op weg naar of van ons weg, het is eender. Het niet-directionele herbergt gruwel en de nacht, nigredo, is niet performatief. Het beweegt zonder subject, zijn verschrikkelijkheid wordt weerspiegeld in zijn onverschilligheid, zijn absolute kracht.

Alle stukken zijn één, als in Een, de nacht is ook één en ondeelbaar – er is geen compositie, alleen texturen. Intuïtie is de rede van de duisternis. Afwezigheid, alsof er ook geen kader is, maar het duister heeft zijn eigen wezens, verlicht door zijn ondoordringbare schoonheid. Je weet wel, zoals muziek uit IJsland of zo.

Back to top

Mårten Spångberg (1968) is choreograaf. Hij woont en werkt in Stockholm. Zijn interesse gaat uit naar het uitgebreide veld van de choreografie, een thema dat hij benadert via experimentele praktijken en creatieve processen in een veelheid van formats en expressievormen. Hij is actief op het podium als performer en maker sedert ‘94, en creëert sinds ‘99 zijn eigen choreografieën, van solo’s tot grootschaligere werken, die internationaal worden voorgesteld. Onder het label International Festival dat hij samen met de architect Tor Lindstrand oprichtte, richt hij zich op sociale en verruimde choreografie. Van 1996 tot 2005 organiseerde en cureerde hij festivals, zowel in Zweden als internationaal. Hij initieerde de netwerkorganisatie INPEX in 2006, heeft grondige ervaring in het onderwijzen van zowel theorie als praktijk en was directeur van het MA-programma in choreografie aan de University of Dance in Stockholm in de periode 2008-2012. In 2011 werd zijn eerste boek Spangbergianism gepubliceerd. In 2015 stond Mårten Spångberg voor het eerst op het Kunstenfestivaldesarts met La Substance, but in English.

Mårten Spångberg op het Kunstenfestivaldesarts
2015: La Substance, but in English

Back to top