Monteverdi Método Bélico

Lunatheater

22, 24, 25, 26 Mei/Mai/May 20:30
27 Mei/Mai/May 15:00
Simultaneous translation: Nl & Fr

Het theatercollectief El Periférico de Objetos uit Buenos Aires creëert met poppen en objecten een mythische wereld van wrede conflicten en terreur. Máquina Hamlet en ZOOedipus, tijdens het KunstenFESTIVALdesArts 1998, waren nachtmerries waarin Oedipus, Hamlet en Kafka lotgenoten zijn. Voor hun eerste muziektheaterproductie, onder de leiding van fijnzinnig barokmeester Gabriel Garrido, zijn Monteverdi's Madrigali amorosi e guerrieri (madrigalen van oorlog en liefde) de inspiratie. Beelden van bloedende lichamen en onzinnig geweld zetten de schoonheid van Monteverdi's muziek onder verhevigde druk: liefde en oorlog zijn machines waarin acteurs, zangers en poppen zowel manipuleren als gemanipuleerd worden. El Periférico toont de conflicten van de barok als een spiegelbeeld van de verwarring van onze tijd.

Muziek/Musique/Music

Claudio Monteverdi, Madrigali: Sinfonia, Altri Canti d'Amor, Vattene pur, crudel, Poi ch'ella in se torno, Hor Che'l Ciel e la Terra, La tra'l sangue, Il Combattimento di Tancredi e Clorinda (Lamento di Tancredi) Ma dove oh lasso me
D'India, Madrigali: Forsenata Gridava, La tra'l sangue e le morti
Muzikale leiding/Direction musicale/Musical direction: Gabriel Garrido
Zangers/Chanteurs/Singers: Barbara Kusa (Soprano I), Alicia Borges (Soprano II), Pablo Pollitzer (Tenor), Fabián Schofrin (Contratenor), Furio Zanasi (Barytone), Alejandro Meerapfel (Bass)
Orkest/Orchestre/Orchestra: Ensemble Elyma
Roberto Falcone (Violino I), Olivia Centurioni (Violino II), Andrea Fossa (Cello baroque), Andrea De Carlo (Violone), Mariko Abe (Viola da gamba/Viola da braccio), Diana Fazzini (Viola da Gamba), Eduardo Eguez (Chitarrone I), Francisco Gato (Chitarrone II), Leonardo García Alarcón (Clavicembalo)

Regie/Mise en scène/Direction: Daniel Veronese, Ana Alvarado, Emilio García Wehbi

Regieassistent/Assistant à la mise en scène/Assistant to the director: Javier Swedzky
Dramaturgie/Dramaturge: Dieter Welke
Literair raadgever/Conseiller en littérature/Litterature consultant: Daniel Dujovney
Acteurs/Actors: Ana Alvarado, Emilio García Wehbi, Felicitas Luna, Jorge Sanchez, JulietaVallina, Guillermo Arengo
Creatie en realisatie poppen/Création et réalisation poupées/Design and realization puppets: Daniel Baldó
Assistenten realisatie/Realization assistants/assistants à la réalisation: Walter Lamas, Gustavo Fiorilli, Cristian Pastrian, Cristian Pastrian
Elektromechanische animatie poppen/Animation électroméchanique/Electromechanical animation:
Decor/Décor/Set: El Periférico de Objetos
Kostuums/Costumes: Rosana Bárcena
Realisatie kostuums/Réalisation costumes/Costumes realisation: Alejandro Bologna
Licht/Eclairage/Lighting: Alejandro Le Roux
Video: Guillermo Arengo

Projectleiding/Directeur de projet/Project manager: Rita Cosentino

Productie/Production: El Periférico de Objetos (Buenos Aires), KunstenFESTIVALdesArts
Coproductie/Coproduction: Hebbel-Theater (Berlin), e.a.
In samenwerking met/En collaboration avec/In collaboration with: Bruxelles/Brussel 2000
Presentatie/Présentation/Presentation: KunstenFESTIVALdesArts

Dank aan/Remerciements à/Thanks to: Warner Brothers voor het gebruik van een fragment uit/pour l'utilisation d'un extrait de/for use of an excerpt from Marx Brother's A Night at the Opera
en/and/et: Instituto Goethe, Buenos Aires, Teatro San Martín de Buenos Aires
Ensemble Elyma geniet de steun van/bénéficie du soutien de/is supported by: Fondation Paribas, Cancilleria Argentina

Back to top

Ook deze editie van het KunstenFESTIVALdesArts is in de ban van Claudio Monteverdi (1567-1643). Met Orfeo in een regie van choreografe Trisha Brown en Il Ritorno d'Ulisse in een regie van theatermaker William Kentridge, lag het accent tijdens de editie van 1998 op de opera's. El Periférico de Objetos (Argentinië) en Socìetas Raffaello Sanzio (Italië), laten zich dit jaar inspireren door Monteverdi's madrigalen.

Het Argentijnse theatercollectief El Periférico de Objetos, dat bestaat uit schrijvers, acteurs en plastische kunstenaars, werd in 1989 in Buenos Aires opgericht. El Periférico staat bekend voor zijn fascinerende manipulatie van objecten, marionetten en poppen. Zelfgeschreven stukken worden afgewisseld met stukken uit het wereldrepertoire. In hun voorstellingen proberen ze door te stoten naar de filosofische, existentiële en politieke essentie van de vertelde fabels. In een beeldenstroom worden de primitieve conflicten en de universele vragen blootgelegd. Met Máquina Hamlet van Heiner Müller en ZOOedipus, Sophocles als een nachtmerrie van Kafka, brachten zij tijdens het KunstenFESTIVALdesArts 1998 hun versie van twee van de westerse oerverhalen bij uitstek: Oedipus en Hamlet (in de versie van Heiner Müller). Het Monteverdi-project is hun eerste muziektheaterproductie.

Het theatercollectief maakt zijn voorstellingen zeer bewust tegen de achtergrond van een sociaal en politiek onstabiel Argentinië: "We houden niet op ons af te vragen wat theater is en waarom we het doen, in een land vol littekens, dat lijdt aan armoede, waar geen systeem van sociale zekerheid bestaat, een land waar honger heerst en waar de kloof tussen de sociale klassen enorm is." Macht, geweld, corruptie en uitbuiting zijn aan de orde van de dag. Dat alles voedt hun confrontatie met de madrigalen van Monteverdi. De muzikale leiding is in handen van Gabriel Garrido, fijnzinnig kenner van Monteverdi en oprichter van het Elyma Ensemble. Zijn recente registratie van Gerusalemme Liberata wordt nu reeds beschouwd als een artistiek evenement.

Hoeksteen van de voorstelling is Il Combattimento di Tancredi e Clorinda op tekst van Torquato Tasso. Tancredi is een kruisvaarder en Clorinda een moslimstrijdster. Zij houden van elkaar maar in een fataal gevecht doodt Tancredi zijn geliefde, omdat zij zich als man verkleed heeft en hij haar niet herkende. Rond dit madrigaal zijn een zestal andere geplaatst: Sinfonia, Altri Canti d'Amor, Là tra'l sangue, Hor che'l ciel e la terra, Vattene pur, crudel verheerlijken de trots van de krijger of spuwen wraak na de liefdesnederlaag. En de klaagzang van Tancredi op het graf van Clorinda - Giunto alla Tomba - kan daar niets aan veranderen. De contrasterende afwisseling - een barokke dynamiek bij uitstek - van de madrigalen moet zowel de muzikale als de dramatische opbouw in evenwicht houden.

Liefde en oorlog zijn geen grootheden die elkaar uitsluiten. Integendeel, ze gaan intieme relaties aan: de oorlog wordt als een geliefde aanbeden, en de liefde is een oorlog van de seksen. Conflict, onrust, contrast: het zijn de kernwoorden van de barok. "Na de Renaissance, toen de mens als maat van alle dingen schitterde, mooi en Apollinisch, zijn alle zekerheden uit elkaar gespat. De kosmologie gaf het bewijs van de dwalingen uit het verleden: onttroond door de zon, verloor de aarde haar centrale plaats in het universum en werd slechts een planeet temidden van alle andere. Een ongeruste Kerk creëerde haar eigen contrareformatie en installeerde de Inquisitie. De ethiek zag haar waarden uit het verleden ten onder gaan. De kunstenaars reageerden overvloedig op deze metafysische leegte: er was nood aan verstrooiing, aan uiterlijke pracht en praal om de angst te maskeren en te bezweren. De barok lijkt op onze eeuw, waarin de grote utopieën schipbreuk hebben geleden en vervangen zijn door een almachtig liberalisme. In die zin bereiden we ons voor op onze theaterarbeid: de cultus van de schoonheid als een maskering van de leegte."
Op de scène observeert een gigantisch goddelijk oog het fatale gebeuren. De zangers maken zich los uit de massa aan de deur van het theater om over het duel van de geliefden te vertellen. Acteurs en zangers gaan een complexe relatie aan met de poppen en de mannequins: de manipulatie is wederzijds. De poppen verbeelden een wereld van geweld, bloed, opengereten lichamen en van gemechaniseerde seks, ontdaan van iedere passie: een aan de voeten opgehangen kind en een koppel dat als een machine copuleert, maar ook kinderpoppen die met open schedel gemanipuleerd kunnen worden, of reusachtige poppen (4 m): "De prachtige muziek van Monteverdi creëert een immense mentale en dramatische ruimte. Wij hebben de ruimte vergroot door de aanwezigheid van onze poppen meer gewicht te geven." De veelvoud en verscheidenheid van de poppen kan hun fundamentele vreemdheid niet verhullen, een vreemdheid die voor de toeschouwer echter als een verdrongen spiegel kan werken: "De poppen zijn niet-levende objecten. Hun lichamen zijn reeds dood. Zelfs wanneer ze in beweging komen, dan nog blijven het zielloze figuren. Met hun uitgedoofde hart zullen ze nooit de vrijheid en de gevoeligheid van het individu bereiken. Het zijn automaten van een maskerade die hen al vernietigd heeft. Zij zijn het pathetische simulacrum van de afwezigheid van zichzelf, van het onbewuste..."

Back to top