Macbeth

KVS_BOL

13, 15, 16/05 – 20:00
IT > NL / FR
2h

Twee jaar na de ophefmakende ‘levende tentoonstelling’ Exhibit B staat de Zuid-Afrikaanse theatermaker Brett Bailey in 2014 opnieuw op het Kunstenfestivaldesarts met een indringend muziektheaterstuk. Een groepje Afrikaanse performers, wanhopig op de vlucht voor de wreedheden in Oost-Congo, ontdekt een hoop versleten kostuums, een vergeeld libretto en een oude opname van Verdi’s Macbeth . Het beginpunt van een heropvoering van dit eeuwenoude verhaal van passie, hekserij en machtshonger, op de achtergrond van de meedogenloze uitbuiting van het Afrikaanse continent. Brett Bailey leest Macbeth als een ‘afgetakeld memento van een lang vervlogen tijd’, doorzeefd met kogels en overwoekerd door het oerwoud. Stoutmoedig en scherpzinnig mengt hij in zijn Macbeth theater en muziek. Hij plaatst deze culturele monoliet uit de vroegkoloniale tijd in een decor van bloedige burgeroorlogen die hun oorsprong vinden in de postkoloniale consumptiedrang van de ‘ontwikkelde wereld.’ Een ongemakkelijke Macbeth .

Concept, bewerking & regie
Brett Bailey

Muziek
Bewerking van Macbeth van Verdi door Fabrizio Cassol

Dirigent
Premil Petrovic

Belichting
Felice Ross

Choreografie
Natalie Fisher

Macbeth
Owen Metsileng

Lady Macbeth
Nobulumko Mngxekeza

Banquo
Otto Maidi

Koor
Sandile Kamle, Jacqueline Manciya, Monde Masimini, Siphesihle Mdena, Bulelani Madondile, Philisa Sibeko, Thomakazi Holland

No Borders Orchestra
Mladen Drenic (1ste viool), Jelena Dimitrijevic (2de viool), Sasa Mirkovic (viool), Bozic Dejan (cello), Goran Kostic (contrabas), Jasna Nadles (fluit), Nenad Nesic (klarinet), Milos Dopsaj (fagot), Nenad Markovic (trompet), Viktor Ilieski (trombone)

Slagwerkers
Cherilee Adams, Dylan Tabisher

Zakelijke leiding
Barbara Mathers

Technische leiding
John Page

Manager
Catherine Henegan

Toneelmeester
Pule Sethlako

AV ingenieur & technisch assistent
Carlo Thompson

Video-animatie
Roger Williams

Foto’s voorstelling
Marcus Bleasdale/VII & Cédric Gerbehaye

Tekst boventiteling
Brett Bailey

Pianist repetities
Jose Diaz

Rekwisieten
Iron Pear & Cristina Domenica Salvoldi

Kostuums
Penny Simpson

Administratie- & productieassistent
Helena Erasmus

Stemcoach
Albert Combrink

Kopiist
Stephane Payen

Publiciteitsfoto’s
Morne Van Zyl & Brett Bailey

Internationale productie
Frans Brood Productions & UK Arts International

Met dank aan
Roger Christmann, Artscape, Rockefeller Foundation, Bellagio Institute

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
Third World Bunfight (Kaapstad)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, KVS (Brussel), Theaterformen (Braunschweig), The Barbican (Londen), Wiener Festwochen, La Ferme du Buisson/Festival d’Automne à Paris

Met de steun van
EU Cultural Fund met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie, Artscape

Boventiteling met de steun van
ONDA-Office national de diffusion artistique

Back to top

Het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo (D.R.C.)

In de nasleep van de Rwandese genocide van 1994, toen, samen met de daders van de genocide, ongeveer een miljoen Hutuvluchtelingen over de grens van de Democratische Republiek Congo vluchtten en de regio destabiliseerden, ontstonden ‘low intensity’ conflicten door etnische en territoriale spanningen. De daaropvolgende oorlogen en het voortdurende geweld veroorzaakten de dood van ongeveer 5,4 miljoen mensen – het grootste aantal in een conflict sinds de Tweede Wereldoorlog. Miljoenen mensen zijn ontheemd. Milities met etnische en nationale banden versplinteren en hergroeperen zich. Her en der staan krijgsheren op die criminelen en kindsoldaten om zich heen verzamelen en de burgers terroriseren. Verkrachting en seksuele slavernij zijn epidemisch.

Eén van de belangrijkste oorzaken van de aanhoudende crisis is de extreme minerale rijkdom van de regio. Rivaliserende milities strijden tegen elkaar over de controle van de mijnen. Onder bedreiging van vuurwapens dwingen ze mannen, vrouwen en kinderen uit de regio om in de mijnen te werken. Dagelijks wordt hen een belasting afgeperst, waardoor ze nauwelijks genoeg hebben om te overleven. Wanneer een nieuwe militie de controle van een mijn overneemt gaat ze aan het slachten, verminken en verkrachten om haar macht te doen gelden. Weeskinderen worden ingelijfd in de mijnen of in de legers. De belastingen die worden verzameld worden gebruikt om operaties te financieren en om wapens en voorraden te kopen.

Dit systeem wordt door lokale en naburige overheidsfunctionarissen gesteund, alsook door multinationals die de mineralen uit de regio halen en, doorheen alle verschillende stadia, enorme winsten maken met de productie van elektronische en industriële goederen, en sieraden. Ze brengen massaal geld in het conflictgebied, en fungeren ook als tussenpersonen in het verhandelen van wapens en munitie aan de milities. Zij zijn zich bewust van de wreedheden die worden begaan. Zij zien de burgers die op de vlucht zijn. Ze zien hoe ze worden verscheurd. Maar voor hen zijn zij louter ‘collateral damage’. Men kan er beter niet te sentimenteel bij worden. De winst staat op het spel. En ook, zijn die ‘primitieve Congolese bosbewoners’ eigenlijk wel echte mensen?

De eerste impuls voor het maken van dit werk is ontstaan uit het idee om Macbeth binnen een Afrikaanse context te plaatsen, zoals ik al eerder heb gedaan met de drama’s van Medea en Orpheus.

Ik ben gefascineerd door hoe dingen (religies, filosofieën, culturele modi en materiële goederen) aanspoelen of gedumpt wordt op de kusten van Afrika en daar worden geapproprieerd, geïnfiltreerd en gewijzigd en op nieuwe manieren worden gebruikt.

Ik wou Verdi’s opera over hekserij, tirannie en de wil tot macht op dezelfde manier behandelen: hem appropriëren, infiltreren, wijzigen. Ik stelde me de opera voor als een negentiende-eeuwse architectonische monoliet – als een koloniale kathedraal – ergens verloren in de bossen en graslanden van Centraal-Afrika; een aandenken van een eerder tijdperk, maar hier geheel afbrokkelend, vol kogelgaten geschoten, bespoten met graffiti, bezwijkend onder het gewicht van wijnranken.

Thema’s die in mijn werk terugkomen zijn de verborgen wreedheden die in Afrika gepleegd worden door roofzuchtige Europese koloniale machten; de meedogenloze exploitatie van de rijkdommen van de ‘derde wereld’ door multinationals; de vergeten ‘onderwereld’ waarin miljoenen mensen zwoegen in ellendige omstandigheden om goederen en grondstoffen voor de markten van de rijke wereld te leveren; en de instabiliteit die in deze landen aangewakkerd wordt door doelgerichte ‘Supermachten’.

Dit zijn voor mij, als Zuid-Afrikaanse kunstenaar die veel heeft gereisd en gewerkt in vele Afrikaanse landen, thema’s die dicht op mijn huid zitten.

Ik ben mij al jaren bewust van vooral de omvang en de complexiteit van de ramp in Oost-Congo. Ik vind het opvallend dat zo weinig mensen buiten de regio er niet eens bewust van zijn: omdat het conflict smeult in een donkere vlek ergens in Centraal-Afrika (in plaats van in het Midden-Oosten bijvoorbeeld), wordt het bijna onzichtbaar.

Voor Macbeth heb ik een gezelschap van vluchteling-artiesten uit de conflictgebieden van Oost-Congo samengebracht. Zij hadden een oude koffer ontdekt met spullen (partituren, kostuums, enz.) van een amateurgezelschap dat Verdi’s opera tijdens de koloniale periode in de regio had opgevoerd: een fascinerende connectie met de huidige situatie en de verschrikkingen die door de Belgische administratie werden gepleegd in naam van de winst.

Het gezelschap gebruikte het Macbeth-materiaal dat ze hadden gevonden in de koffer om het verhaal van het huidige lot van hun land te vertellen. Net als de tienduizenden Afrikanen die elk jaar in kleine boten of in vliegtuigen massaal naar Europa trekken, en als problematische, naamloze statistieken worden beschouwd, hebben deze artiesten een wanhopig verhaal te vertellen. Ze zijn als afgezanten uit de regio van de Grote Meren gekomen om hun verhaal op het wereldtoneel te brengen.

De veelgeprezen Belgische componist en muzikant Fabrizio Cassol heb ik uitgenodigd om Verdi’s partituur voor een klein ensemble te herwerken.

Brett Bailey

Back to top

Brett Bailey is een Zuid-Afrikaans toneelschrijver, ontwerper, regisseur, maker van installaties en artistiek leider van Third World Bunfight. Hij werkte in heel Zuid-Afrika, in Zimbabwe, Oeganda, Haïti, Congo, het Verenigd Koninkrijk en Europa. Hij maakte lovend onthaalde iconoclastische drama’s die de dynamiek van de postkoloniale wereld in vraag stellen, zoals BIG DADA, IPI ZOMBI?, iMUMBO JUMBO, medEia en ORFEUS, en performance-installaties zoals Exhibit A & Exhibit B. Zijn werken werden overal in Europa, Australië en Afrika getoond en meermaals bekroond, onder andere met een gouden medaille voor beste ontwerp op het Prague Quadrennial (2007). Hij zat de jury voor van het Prague Quadrennial in 2011, en was jurylid van de competitie ‘Music Theatre Now’ van het International Theatre Institute (2012-2013). Hij regisseerde de openingsshow van de World Summit on Arts and Culture in Johannesburg (2009), en van 2006 tot 2009 de openingsshows van het Harare International Festival of the Arts. Van 2008 tot 2011 was hij curator van Zuid-Afrika’s enige festival voor openbare kunst, Infecting the City, in Kaapstad. In 2014 bracht hij voor UNESCO de Theaterboodschap op World Theatre Day van het International Theatre Institute.

Back to top