Les Marches de la Bourse

Public space

35 min

OPENING 2015
8/05 – 18:00
Outdoor performance

Geen plek in Brussel staat meer symbool voor het vrije woord dan de trappen van de Beurs. Velen hebben ooit de negentien trappen van het historische beursgebouw betreden om er op te komen voor hun standpunt. Lawaai maken was de manier bij uitstek om de diversiteit aan meningen kracht bij te zetten. Anna Rispoli is een veelzijdige kunstenares die in haar werk de verhoudingen tussen mens en stad op scherp zet. Voor de opening van het Kunstenfestivaldesarts roept Rispoli mensen bijeen die het ooit hebben uitgeschreeuwd op de trappen van de Beurs. Eén voor één mogen ze hun boodschap nog eens komen bekendmaken, om nadien weer te verdwijnen in de kleurrijke, kolkende massa. Samen maken de deelnemers een tableau vivant waarin individuele slogans uitgevlakt worden en enkel een gedeeld verlangen naar verandering overblijft. Plots maakt het tumult van de protesten plaats voor een sacrale stilte, die alleen verstoord wordt door het getjilp van toeristen en het gerinkel van kassa’s...

Een project van
Anna Rispoli

In dialoog met
Daniel Blanga Gubbay & Lieven De Cauter

In samenwerking met
Koen Berghmans

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts

Productie
Kunstenfestivaldesarts

Back to top

Bericht aan de bevolking over de ‘depolitisering’ van de Brusselse binnenstad

Jarenlang had ik vanuit mijn appartement in de Ortsstraat uitzicht op het beursgebouw. Vanop mijn balkon kon ik bijna elke dag een evenement zien passeren: voetbalfans na een match, vakbondsacties, protestacties allerhande, en natuurlijk betogingen.

Alsof de actualiteit er een podium had gevonden. Ja, ik had echt het gevoel dat ik vanaf mijn balkon uitkeek op een politiek en sociaal theater; niet zomaar een mooi straatzicht maar een glimp van de wereld. De trappen en het voorplein van de beurs vormden ook letterlijk een soort van theatrale ruimte, waar het politieke en de geschiedenis een tastbare, zichtbare vorm kregen.

Ik heb er later ook zelf vele malen gestaan en geregeld korte, geïmproviseerde redevoeringen afgestoken. Voor televisiecamera’s was het een fraai en dankbaar decor. Maar dat is allemaal verleden tijd...

Toen ik aankwam eind augustus vorig jaar op een manifestatie tegen een toen op handen lijkende interventie in Syrië, waar ik mee voor gemobiliseerd had – in 24 uur hadden we 200 man op de been gekregen en nationale radio en televisie! – merkte ik tot mijn ontsteltenis, dat de trappen en het voorplein van het Beursgebouw ons door de politie werden ontzegd. Het argument was dat de trappen en het voorplein de toegang waren geworden van een museum en dat politieke acties daar dus niet langer thuishoorden.

Ik wist niet wat ik hoorde. We moesten aan de overkant gaan staan, tussen de betonnen plantenbakken. Een miezerig plekje gewoon, niks zichtbaarheid, niks amfitheater, geen podium voor het politieke. Ook de VRT-cameramensen vonden er heel moeilijk een goede hoek.

Het is belangrijk te beseffen wat hier gebeurt: de meest publieke ruimte van Brussel, zo al niet van België, een waar amfitheater van het politieke en sociale leven in ons land, wordt ons afgenomen. Niets minder. Je kon er jarenlang als het ware de temperatuur meten van de tijd en de actualiteit volgen. Uitzinnige voetbalfans, boze vakbondsmensen of verontwaardigde contestanten, allemaal kozen ze de trappen en het voorplein van de Beurs als podium of als belangrijke halte. En ze wisten waarom. Daar moest je zijn.

GAS-boetes

Natuurlijk, het ene gebruik van de trappen is het andere niet. Ik wil wel eens zien of ze de voetbalfans na een belangrijke overwinning ook met de politie zullen tegenhouden? Natuurlijk niet. Ook de strenge burgemeester van Antwerpen vond het verstandig om vorig jaar de protestactie van voetbalfans te gedogen en geen GAS-boetes uit te delen ook al hadden ze geen toestemming voor een manifestatie gevraagd.

Dit in schril contrast met de GAS-boetes die uitgedeeld werden aan mensen die vorig jaar op de Meir wilden protesteren tegen de privatisering van het zaaigoed door multinationals als Monsanto via patentering van GGO’s.

The bottom line is natuurlijk dat politieke actie niet welkom is en feestende of protesterende voetbalfans politiek onschuldig en dus sympathiek zijn (en vooral ook potentieel gewelddadig). Dit is elk geval een sterk staaltje van subtiele onteigening van onze publieke ruimte in de sterke zin van het woord, als ruimte voor het politieke.

Belgian Beer

Het is natuurlijk allemaal niet toevallig: de neoliberale stad lust geen uitingen van het politieke. The Belgian Beer-tempel, de toekomstige bestemming van de Beurs, moet een plek worden die het toerisme in Brussel moet boosten, konden we in de krant lezen. Als in een shopping mall of een themapark: hou het gezellig. ‘Hier doet men niet aan politiek’.

Maar dat kan en mag geen excuus zijn. Trouwens, toeristen houden van een beetje spektakel en dan kunnen ze met hun eigen ogen zien dat Belgen actief aan democratie doen. Ik wil met de toeristische diensten zelfs een heel marketingplan helpen opstellen om er een bezienswaardigheid van te maken.

Je kan het zo oppompen dat toeristen ontgoocheld zijn als er geen groepje mensen met spandoeken en megafoons en een paar media te zien zijn op de trappen van de beurs, de dag dat zij er passeren. Enfin, misschien laat ik mij meeslepen maar je weet wat ik bedoel.

Noch de tempel noch de toeristen hoeven overlast van manifestanten te vrezen, temeer daar we ook in de krant konden lezen dat de Biertempel zijn toegang krijgt via de zijkant van het gebouw. Ongestoorde toegang verzekerd dus. De trappen zijn nu zeker beschikbaar, van ons, van iedereen en niemand.

De trappen van de Beurs zijn ook meer dan een platform voor protest. Het is een vaste afspraakplaats voor heel diverse mensen. Van clochard tot zakenman of Amerikaanse toeriste: je spreekt af aan de Beurs en als het te lang duurt, neem je plaats op de trappen. Het is gewoon een machtig meeting point. Zeker nu het Beursplein weldra (???) autovrij wordt. Tegelijk moeten we vermijden dat het autovrij worden, niet een dekmantel wordt om het centrum nog meer als apolitiek pretpark te framen. Ik ben er eerlijk gezegd bang voor.

Vele steden zouden ons een plek als de trappen van de beurs benijden: een ultieme democratische plek, omdat daar, naast dagjesmensen en krantenkiosken, vreugdekreten en proteststemmen hun plaats vinden: een localiseerbaar domein van de vrije meningsuiting, de ware symbolische plaats van de openbaarheid, die zich voor het overige in kranten, televisie, radio, internet, kortom in een virtuele ruimte afspeelt. Dit is gewoon straffer dan Speaker’s Corner in Hyde Park.

Ik denk daarom dat het stadsbestuur zijn beslissing moet bijsturen of de zaakvoerders van het beursgebouw op hun civieke plichten wijzen. Het gaat hier om een heuse erfdienstbaarheid aan de democratie, misschien niet de jure maar wel de facto. We mogen ons als Brusselaars, en zelfs als Belgen, deze unieke plek niet laten afpakken. Ik roep bij deze het Picnic the Streets-netwerk op om, eventueel in samenwerking met de vakbonden en allerlei activistische organisaties, een ’Reclaim the steps’ te organiseren.

Post scriptum: Maar dat is nog niet alles. Mijn open brief van vorig jaar aan Picnic the streets en co, was duidelijk te gefocust, en daardoor een beetje bijziend (misschien dat hij daarom is blijven liggen…).

Alle betogingen waarin ik heb meegelopen sindsdien (en dat zijn er toch een paar), vertrokken, zoals sinds mensenheugenis, vanaf het Noordstation maar werden dan gewoon de kleine ring op geleid in plaats van af te slaan zoals, ook sinds mensenheugenis, naar de centrale as richting Brouckère, met halte en hoogtepunt aan het Beursplein.

Vaak ging het dan verder richting Zuidstation, waar de eindspeeches plaats vonden, maar velen bleven hangen rond de beurs (en gingen daar in de buurt een welverdiende pint pakken).

Nu loopt de stoet dus rond de stad. We lopen te schreeuwen in het Niets, tegen de lege kleine ring en zijn gebouwen. Geen publiek. De betogingen worden zo bijna letterlijk van hun publieke karakter ontdaan: een betoging zonder voorbijgangers en toeschouwers, zou net zo goed door de velden kunnen lopen.

Een betoging vindt plaats in het hart van de stad, een politieke handeling hoort in het hart van de polis. Toch? Volgens mij zit hier method in de madness. De trappen van de beurs zijn maar één pijnpunt (ja, het doet me zeer), maar het gaat in feite om de hele binnenstad. Men wil de stad vrijwaren van al dat kabaal.

De vijfhoek moet een vredig themapark zijn voor toeristen en één grote shopping mall voor dagjesmensen. ‘Winterpret’ (de vreselijk uit zijn voegen gebarsten kerstmarkt die Brussel wekenlang voor de bewoners tot onuitstaanbare klankenlichtshow omtovert, tot no go zone want overspoeld door dichte drommen toeristen) maar dan het hele jaar door.

Politiek protest past niet in de plaatje. Dus van de trappen van de beurs moeten we uitzoomen naar de hele binnenstad als we ‘het recht op centraliteit’ van het protest wil verdedigen. We moeten met andere woorden de stad weer expliciet gaan doorkruisen met onze manifestaties en desnoods bezetten (of in zekere zin ontzetten van de verprekparking en commercialisering) om haar te vrijwaren van totale depolitisering.

Vandaar dit bericht aan de bevolking, deze oproep aan de hele civiele maatschappij, aan alle organisaties die nog een betoging organiseren: het moet dwars door het centrum of er komt hommeles van. Zeg dat maar aan de politie. Een spergebied rond het parlement en zo, o.k., tot daar aan toe. Maar geen spergebied in de benedenstad! De stad is van ons. Reclaim the Steps? Ook. Maar nog belangrijker: Reclaim the City [Godverdomme]!

Lieven De Cauter
Deze tekst werd gepubliceerd op DeWereldMorgen.be op 19 september 2014

Back to top

Anna Rispoli (1974) werd geboren in een kleine Noord-Italiaanse stad die welbekend is om haar Alpenbrug. Vanuit de definitie van de stedelijke identiteit die als een centraal verhaal in haar werk fungeert stelt ze de conceptuele mogelijkheden en esthetische opties die bestaan tussen publieke domeinen en intieme gebieden in vraag. Haar projecten in Brussel – Vorrei tanto tornare a casa (2009), Genius Loci (2011), Retroterra (2012), W_Seven walks around Wielemans Ceuppens (2013) – Mülheim an der Ruhr – A Piece of Land (2010) – Hannover – The invention of the elevator (2011) – en Gwangju – I would really like to come back home / (2013) – gebruiken stadsplannen van stedelijke ontwikkeling als fictieve décors voor de enscenering van architectonische performances en beeldende en filmische installaties. Ze werd lid van het platform Potential Office Project om een fictieve stad zonder geld uit te testen gedurende de laatste Kortrijk Congé. In september 2015 zal ze een ode zingen aan de huidige staat van de utopie, geïnspireerd op de langdurige Leiewerken die tot doel hebben de rivier in een belangrijke commerciële waterweg om te bouwen. Sinds 2000 werkt zij samen met het kunstenaarscollectief ZimmerFrei (50e Art Biënnale in Venetië, Manifesta07, Biënnale van Valencia, Visions du Réel in Nyon, Internationaal Filmfestival van Rome, Torino Film Festival, Biografilm), wiens volledige cyclus films Temporary cities getoond zal worden op het komende Filmfestival van Gent.

Back to top