La tête d'Actéon

Botanique
  • 12/05 | 20:00
  • 12/05 | 22:00

€ 12
50 min

Op het hoofd van Aktaion groeit een gewei. De uitsteeksels en vertakkingen op zijn hoofd zijn een verlengstuk van zijn hersenen. Door een vreemd lot kan hij ‘buiten zichzelf’ denken. De hoed past hem als een droom, een herinnering, en wordt gedragen door de noodzaak om de droom ‘naar buiten te laten komen’. Het is het deel van zijn hoofd dat hem niet toebehoort, dat hij erft maar niet erkent. Aktaion is een figuur uit de Griekse mythologie die door jachtgodin Artemis in een hert wordt veranderd nadat hij haar naakt heeft zien baden. Voor deze creatie wordt Aktaion opnieuw de schuldige, de man wiens ogen men had moeten uitsteken maar die men liever zag lijden, verscheurd door zijn eigen honden; hem zien sterven met evenveel genoegen als wat hij zelf ervaarde op het ogenblik van zijn misstap. Op zijn hoofd groeit een gewei, maar nu valt het af.

Vincent Glowinski deed de afgelopen jaren van zich spreken als straatkunstenaar Bonom, zowel op de muren van de steden waar hij werkte als in zijn beeldende kunst- en theaterprojecten. Voor deze creatie werkt Glowinski samen met hedendaags componist Walter Hus en diens computergestuurd Decaporgel, een soort groot orkest van robots. De muzikale creatie is de vrucht van zijn samenwerking met de muzikanten Teun Verbruggen (drums) en Andrew Claes (saxofoon).

Regie & spel
Vincent Glowinski

Muziek
Walter Hus, Teun Verbruggen, Andrew Claes

Belichting
Davy Deschepper

Schilderijen decor
Patrick Van Tricht

Sculpturen decor
Agnés Debizet

Video softwareprogrammering
Jean-François Roversi

Productie
Entropie Production (Brussel)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Le Botanique – Centre Culturel de la Fédération Wallonie-Bruxelles

Back to top

Vincent Glowinski wordt op 10 augustus 1986 in Parijs geboren. In 2004 begint hij aan een artistieke studie. Hij brengt veel tijd door in natuurhistorische musea om observatietekeningen te maken. Naast tekenlessen volgt hij de cursussen anatomie en vormleer aan de École nationale supérieure des beaux-arts de Paris. Van 2005 tot 2008 studeert hij aan La Cambre in Brussel, alvorens zich helemaal op zijn eigen creatieve werk te storten. Onder het pseudoniem Bonom raakt Glowinski in Brussel en het buitenland bekend om zijn gigantische muurschilderingen die het stadsbeeld mee bepalen. Omwille van de macabere esthetiek van zijn meest voorkomende motieven (dieren met reuzengroei, monsterlijke en mythische wezens, skeletten en zelfs foetussen), laat zijn urban art, die hij zowel in opdracht als op eigen initiatief creëert, niemand onverschillig. De uitgesproken beeldtaal ontleent haar zeggingskracht aan de wereld van sprookjes, legendes en mythen, die vanuit de diepe lagen van ons onbewuste meteen tot ons spreekt en zodoende de wereld waarin we leven een spiegel voorhoudt. De laatste jaren maakt Glowinski projecten in tal van richtingen: beeldende kunst (sculpturen in perkamentleer), performances (Human Brush) en nog allerhande teken- en schildertechnieken. Sinds 2008 werkt hij met Jean-François Roversi aan Human Brush (te zien op het Kunstenfestivaldesarts in 2010), een performance waarin hij met zijn lichaam afbeeldingen op een scherm tevoorschijn tovert, met behulp van een apparaat dat bewegingen in realtime opneemt en projecteert. Dit project levert hem een residentie op bij choreograaf Wim Vandekeybus en diens gezelschap Ultima Vez, waar hij werkt aan de creatie van zijn eigen voorstelling: Méduses. Sinds 2010 werkt Glowinski ook driedimensionaal. Nadat hij zich bij leerbewerker Geoffrey Corman heeft bekwaamd in de techniek van het werken met perkamentleer, creëert hij gigantische skeletten en monumentale marionetten. Verder maakt hij Duo à l’encre, een project voor de scène in samenwerking met drummer Teun Verbruggen: een spontane, korte performance die lijkt op een miniatuurtheater. Met water en verf, marionetten, een drumstel en diverse objecten wordt een muzikaal en visueel verhaal verteld, dat bij elke voorstelling anders is. Na twee belangrijke tentoonstellingen, in het Museum van Elsene (2012) en in het Brusselse Iselp (2014), stelt hij in 2016 in het Musée du Botanique zijn sculpturen tentoon als in een natuurhistorisch museum, waartussen ook werken van zijn moeder staan opgesteld.

Walter Hus (1959) is een Belgisch pianist en componist met zin voor avontuur. Na pianostudies aan het Brusselse conservatorium speelde hij in de jaren tachtig free jazz bij het Belgisch Pianokwartet en is hij medeoprichter van de avant-garde groep Maximalist! (met o.a. Thierry De Mey, Peter Vermeersch, Eric Sleichim en Jean-Paul Dessy), waarmee hij de wereld rondreist. Vanaf de jaren negentig gaat Hus zich meer profileren als componist: hij creëert een omvangrijk oeuvre van strijkkwartetten, concerto’s, liedcycli, koormuziek, opera’s, kamer- en ensemblemuziek, pianomuziek en symfonische werken. Zijn magistraal album van 24 preluden en fuga’s, dat hij rond de eeuwwisseling schreef als eerbetoon aan Bach, is Hus op het hoogtepunt van zijn contrapuntisch kunnen. Tijdens de laatste editie van Ars Musica stond zijn oeuvre centraal doorheen vijf concerten, waaronder de creatie van Temesta Blues Concerto en de stripopera LINT. Over de jaren heen wordt de muziek van Walter Hus uitgevoerd door o.m. Bojan Vodenicharov, Frederic Rzewski, het Goeyvaerts Consort, het Blindman Quartet, het Arditti Quartet, The Moskow Soloists, het Quadro Quartet, het Smith Quartet, het Bela Quartet, het Spectra Ensemble, het Prometheus Ensemble, het Calefax Reed Quintet, het Shimonozeki Woodwind Sextet, het Bureau des Pianistes, het Oxalys Ensemble, het Collectief, de Nieuwe Muziekgroep, het Symfonieorkest van Vlaanderen, de Brussels Philharmonic, enz. Hus werkt bovendien samen met schilders, schrijvers, videokunstenaars, choreografen, striptekenaars, theatermakers, cineasten, video game designers en musici uit de rock- en technowereld. (Michel Thuns, David Van Reybrouck, Stefan Hertmans, Ben Okri, Walter Verdin, Pierre Radisic, Marie André, Rosas, Roxane Huilmand, Jan Ritsema, maatschappij Discordia, Guy Cassiers, Needcompany, Bud Blumenthal, Peter Greenaway, Chris Ware, Tale of Tales, Push, Fatoumata Diawara, Angélique Willkie, Lucie Graumann, Peter Krüger, Manu Riche, Guo Gan en vele anderen). Hus ontwikkelt ook projecten met kinderen (kinderopera De Nacht), amateurs (De Marollenopera), straatmuzikanten (Brussels Street All Stars) en militaire blaaskapellen. Rond 2000 ontdekt Hus het Decapinstrumentarium, een computergestuurde set-up van geautomatiseerde orgels, accordeons en slagwerkinstrumenten, ontwikkeld door de firma Decap uit Herentals. Hij krijgt van Decap een eigen installatie om mee te werken. Met zijn Decap Orchestrion componeert Hus soundscapes, opera’s, film scores, ballet- en theatermuziek, rock- en technonummers. Met zijn installatie brengt hij ook live performances en concerten in kerken, fabrieken, theaters, musea en openbare plaatsen.

Back to top