La Festa

Les Brigittines

19, 22, 23/05 > 20:00
20/05 > 18:00
24/05 > 22:00
Language: Italian
Subtitles: Nl & Fr
Duration : 50'

Een vader, een moeder en hun zoon, telkens met z'n tweeën in de keuken. Een dag zoals alle andere dagen, zelfs al blijkt het de dertigste huwelijksverjaardag van het koppel te zijn. De personages spelen hun rol in een wreed spel van wederzijdse intolerantie. De geometrische ruimte benadrukt nog meer hun isolement. De dialogen zijn uitgebeend en kaal, maar ook absurd en vol onverwachte humor. La Festa is het eerste stuk dat Spiro Scimone in het Italiaans schrijft. Zijn twee vorige stukken Nunzio en Bar schreef hij in het Siciliaanse dialect, dat ook nu de muzikaliteit en het ritme van zijn taal sterk beïnvloedt. Samen met Francesco Sframeli richtte hij in 1990 een eigen gezelschap op. Hun voorstellingen graven achter de woorden naar de complexiteit van het onuitgesprokene.

Texte / Tekst / Text: Spiro Scimone

Mise en scène / Regie / Direction: Gianfelice Imparato

Assistant à la mise en scène / Regie-assistent / Assistant to the director:

Leonardo Pischedda

Avec / Met / With: Francesco Sframeli, Nicola Rignanese, Spiro Scimone

Scénographie / Scenografie / Scenography: Sergio Tramonti

Musique / Muziek / Music: Patrizio Trampetti

Régisseur de scène / Toneelmeester / Stage manager: Santo Pinizzotto

Son / Klank / Sound: Giovanni Famulari

Construction du décor / Decorbouw / Set building: Mekane s.r.l.

Organisation / Organisatie / Organisation: Giovanni Scimone diffusé par / verspreid door / distributed by Associazone cadmo / le vie dei festival,

Natalia Di Iorio & Paola Ermenegildo

Production / Productie / Production: Comagnia Scimone Sframeli (Roma)

en collaboration avec / in samenwerking met / in collaboration with

Fondazione Orestiadi di Gibellina

Présentation / Presentatie / Presentation: Bellone-Brigittines,

KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Drie personages, waarvan er steeds slechts twee gelijktijdig op scène aanwezig: ‘la Madre’, ‘il Padre’ en Gianni, hun enige zoon. Een dag zoals alle andere dagen, zelfs al blijkt het de dertigste huwelijksverjaardag van de ouders te zijn. De scène is de keuken. Vader en zoon spreken elkaar nooit. De moeder houdt hen gescheiden: door haar man voortdurend te vernederen en haar zoon op te hemelen. De personages spelen hun rol in een wreed spel van wederzijdse intolerantie. De geometrische indeling van de ruimte benadrukt nog meer hun isolement. De dialogen zijn uitgebeend en kaal, maar ook absurd en vol onverwachte humor. Het stuk met de ironische titel La Festa is het derde theaterstuk van Spiro Scimone. Hijzelf staat mee op de scène samen met zijn kompaan van het eerste uur Francesco Sframeli.

Spiro Scimone en Francesco Sframeli zijn twee leeftijdgenoten die in 1964 werden geboren in Messina, industriële havenstad in het noordwesten van Sicilië. Zij studeren beide dramatische kunst in Milaan en ontmoeten regisseur Carlo Cecchi, die theater maakt in de ruïnes van het Teatro Garibaldi in Palermo. Cecchi vraagt beide jonge kunstenaars voor zijn trilogieShakespeare al Teatro Garibaldi (Hamlet, Midzomernachtsdroom en Maat voor Maat). In 1990 richten ze hun eigen gezelschap op dat naar beiden genoemd is: Compagnia Scimone Sframeli. Spiro Scimone begint zelf theaterteksten te schrijven, minder uit behoefte om te schrijven, dan wel omdat hij op zoek is naar een spelpartituur, naar woorden "waarvan het lichaam, de ziel en de stem van de acteur theater zullen maken."

Hij schrijft twee teksten, telkens voor twee personages, gespeeld door hemzelf en door Francesco Sframeli: Nunzio (1993) en Bar (1996). Spiro Scimone schrijft in zijn Siciliaans dialect. Muzikaliteit en ritme zijn voor hem van het grootste belang: "Volgens ons is het probleem van het theater niet het niet kunnen spreken, maar vooral en in de eerste plaats het niet kunnen luisteren. Wie niet kan luisteren, kan ook niet spreken." De eenakter Nunzio vertelt het verhaal van twee 'marginalen': Nunzio werkt in een chemische fabriek en Pino is een huurdoder. Ze delen een kleine flat ergens in het noorden van Italië en zorgen voor elkaar. Tussen twee opdrachten blijft Pino thuis bij de ernstig zieke Nunzio, hele dagen in pyjama. Wat er niet gezegd wordt, is misschien belangrijker dan wat er wel gezegd wordt tussen beide onfortuinlijke kleine mensjes. Carlo Cecchi raakt danig onder de indruk van de korte, bijtende schriftuur van Scimone en regisseert het stuk.

Drie jaar later is het de beurt aan Cecchi's assistent, Valerio Binasco, om Bar te ensceneren. Dezelfde nerveuze schriftuur voor twee personages: Nino droomt van een eigen café, Petru is werkloos en verdient geld door klusjes voor de maffia. Het geld van de ene zou de droom van de andere kunnen waarmaken. Maar hun nachtelijke gesprekken in de achterkamer van een bar leveren niets op. De Italiaanse kritiek raakt enthousiast over de stukken en de voorstellingen van de Compagnia Scimone Sframeli. Er worden flatterende vergelijkingen gemaakt met de wreedheid van Harold Pinter, de komische en metafysische absurditeit van Samuel Beckett en de poëtische brutaliteit van Werner Maria Fassbinder. De taal van Scimone beweegt zich tussen realisme en surrealisme en creëert onverwachte mogelijkheden voor het acteren.

Scimone en Sframeli zijn op zoek naar de authenticiteit van het ogenblik: "We vertrekken van een leeg en naakt theater. We weten absoluut niet wat er gaat komen als we beginnen te repeteren. De scenograaf en de regisseur zijn er. We worden familie van elkaar. En langzaam beginnen we de tekst als een partituur met onze stem en met ons lichaam te onderzoeken. Beetje voor beetje schrapen we alles af tot het essentiële overblijft: acteurs die echt naar elkaar kijken en echt naar elkaar luisteren. Dan gebeurt er iets", aldus Franceso Sframeli.

Franco Quadri, vooraanstaand criticus van La Repubblica en directeur van de theateruitgeverij Ubu Libri, moedigt Spiro Scimone aan om een nieuwe tekst te schrijven. Dat wordt La Festa(1999). Het is de eerste keer dat Scimone in het Italiaans schrijft: "Ik voelde de behoefte om de muzikaliteit van een andere taal te ervaren. De toon van het Siciliaans is diep, zwaar, gesloten, stotend, metaalachtig. De Italiaanse taal is minder hortend, maar laat eenzelfde ritme toe." Voor La Festa werken Scimone en Sframeli samen met Sergio Tramonti, de scenograaf van Carlo Cecchi: "Normaal gezien speelt het stuk zich af in een kleine volkse keuken. Tijdens de repetities is het decor de eenvoud zelve geworden, die alles in zich kan opnemen. Geef aan een kind een kartonnen doos en ze wordt achtereenvolgens een kasteel, een fort, een boot en een grot." Het beige decor vormt de punt van een driehoek terwijl de vloer naar het publiek toeloopt. De acteurs staan bewegingsloos in die kale ruimte: de woorden en de stilte zijn hun aanval en hun verdediging.

La Festa is tegelijk hilarisch en wreed. "Het is geen stuk over een verstikkende Siciliaanse familie. Natuurlijk inspireren we ons op datgene wat we het beste kennen, maar we zijn vooral geïnteresseerd in de relaties tussen mensen. Relaties veroorzaken conflicten en conflicten geven theater. Daardoor krijgt de situatie een universele dimensie. Het is een irrationeel ritueel over de moeilijkheid om elkaar te tolereren", zegt Spiro Scimone. Het is verleidelijk om in de drie stukken, Nunzio, Bar en La Festa een soort van trilogie te zien, maar dat gaat in tegen de manier van denken en werken van de Compagnia Scimone Sframeli: "In het theater is het belangrijk om nooit halt te houden want je kan niet doen alsof je ergens bent aangekomen. We gaan vooruit, het is een reis, een lange reis, vol pijn en verdriet, met 'allegria' soms, en voortgestuwd door een grote liefde, onze noodzaak."

Back to top