La donna è mobile

Théâtre Les Tanneurs

14, 15, 16 Mei/Mai/May 20:30
17 Mei/Mai/May 19:30
Duur/Durée/Duration: 50'
Belgische première/Première belge/Belgian première

Kunstenaars zijn kannibalen: zij eigenen zich de tradities van anderen toe om zelf artistiek sterker te worden. Met La donna è mobile creëert de in Frankrijk werkzame Italiaanse choreografe Francesca Lattuada een vocale danssolo, waarin ze een muzikale reis maakt doorheen tijd en ruimte. In mediterrane en niet-Europese zangtradities gaat ze op zoek naar de rituelen van vertedering en woede, van lijden en vreugde, van het verhevene en het banale, sinds mensenheugenis opgeslagen in het mysterie van de stem.

Concept en uitvoering/Concept et interprétation/Concept and interpretation: Francesca Lattuada

in samenwerking met/avec la complicité de/with the complicity of : François Chattot
Muziek/Mu¬sique/Music: Jean-Marc Zelwer
Licht/Eclairage/Lighting: Eric Lousteau-Carrer
Lichtregie/Régie lumières/Light director: Emmanuel Bassibé
Scenografie/Scénographie/Scenography: Philippe Meynard, Francesca Lattuada
Kostuums/Costumes: Odile Hautemulle
Technisch directeur/Régisseur général/Technical director: Emmanuel Abate
Geluidsregie/Régisseur son/Sound: Pablo Bergel
Productieleiding/Direction de production/Production management: Irina Petrescu
Productie/Production: Compagnie Festina Lente (Paris)
Coproductie/Coproduction: Le Moulin du Roc - scène nationale de Niort, Théâtre de la Ville (Paris), Le Phenix - scène nationale de Valenciennes, l'ADAMI (F), KunstenFESTIVALdesArts
Presentatie/Présentation/Presentation: Théâtre Les Tanneurs, KunstenFESTIVALdesArts

Festina Lente wordt gesubsidieerd door/est subventionnée par/is funded by: Ministère de la Culture-Direction Régionale des Affaires Culturelles en Ile de France


Tonni Italiaans-Grieks wiegelied/Berceuse italo-grecque/Greek-Italian lullaby
Cine iubeste si lasa Roemense vloek/Malédiction roumaine/Rumanian curse
Oyuma Mongools liefdeslied/Chant d'amour mongol/Mongolian love song
• Kerta mangae dae Macedonisch zigeunerlied/Chant tsigane-macédonien/Tzigane-Macedonian
song
Ipne pupe Macedonisch wiegelied/Berceuse macédonienne/Macedonian lullaby
Aman, aman, momce bre Obsceen lied uit de Balkan/Chant obscène des balcans/Obscene song from
the Balkans
Triste lo ceu Lied uit de Béarnstreek/Chant béarnais/Song from the Béarn
Tamurriata Napolitaans lied/Chant napolitain/Song from Naples
La Donna è mobile Uit Rigoletto van Verdi/Extrait de Rigoletto de Verdi/Excerpt from Verdi's
Rigoletto
Padrone mio Italiaans werklied van/Chant de travail italien de/Italian work song by
Matteo Salvatore, naar/d'après/based on Daniel Sepe

Back to top

"Op scène staat een vrouw. Alleen. Ze zingt. De vrouwen die vroeger bij haar waren heeft ze verslonden. Zij zingt, ze is gevoelig voor haar zang, maar begrijpt de woorden niet. Haar stem is de stem van de lichamen die ze verteerd heeft."

Aan het woord is de Milanese Francesca Lattuada over haar nieuwste creatie La donna è mobile, een soort van surrealistische celibataire machine die de buitenwereld in zich opgenomen heeft en nu in onverteerde fragmenten terug uitspuwt. Het is verleidelijk om in het verhaal van de kannibalistische vrouw een metafoor te zien van de artiest die zich aan vele bronnen laaft. Hoeveel andere stemmen klinken mee wanneer iemand zingt of spreekt? Ieder woord is een keten van echo's van andere woorden. Francesca Lattuada is in vele opzichten die ‘mobiele' vrouw. Met groot gemak voert haar stem de toeschouwer van Italiaans-Griekse wiegeliedjes, over Roemeense vervloekingen naar liederen uit Mongolië, Joegoslavië, Zuid-Amerika, Jemen... Haar muzikale reis is niet alleen een reis doorheen de geografie, maar ook doorheen de tijd. In haar stem zoekt ze de emotionele uitersten op van vertedering en woede, sinds mensenheugenis opgeslagen in zang en ritueel.

La donna è mobile is een poging tot synthese van een muzikaal avontuur dat al een decennium oud is. Met Jean-Marc Zelwer, componist en oprichter van de Kumpania Zelwer, deelt Francesca Lattuada een fascinatie voor imaginaire muzikale tradities en ongewone instrumenten. Het werk van Francesca Lattuada laat zich niet klasseren, al voelt ze zich met de jaren meer en meer Italiaans. Maar ook dat betekent voor haar geen eenduidige identiteit, integendeel: "Ik leef en werk steeds nadrukkelijker in het teken van de logica van de chaos en van de breuk, de schoonheid van de bricolage, de rommel en de mozaïek. Ongetwijfeld is dat cultureel bepaald en eigen aan landen die zogezegd niet zo goed georganiseerd zijn. Hun kunst is gebaseerd op de ruïne en de armoede, in de nobele betekenis van het woord. Ik hou van de Mexicaanse kunst, l'art brut, kunst waarin de verbeelding de kracht van poëzie heeft." Het natuurlijke en het verdrongene, het verborgene en het irrationele, het instinctieve en het rituele: daarin ligt voor Francesca Lattuada de essentie van de poëtische kracht en de artistieke mobiliteit.

Beweeglijkheid ook op het niveau van de stijl. Het alledaagse en het verhevene zijn beide even reëel en belangrijk: "Ik vind het erg poëtisch om verschillende registers naast elkaar te plaatsen: de lyriek, het verhaal, het realisme van ieder dag... Wanneer het een Indische danser midden in een heilige dans begint te jeuken, dan zal hij zich krabben. Dat is het leven. De ernst. Maar ook het groteske." Een van haar eerste producties heette niet toevallig Hilarotragedia! Die paradox is ook aanwezig in de naam die zij aan haar dansgezelschap gaf: Festina Lente, wat zoveel betekent als "Haast je langzaam". Een oxymoron, een stijlfiguur die de draak steekt met de rationele logica. Ook het logo van het gezelschap is een merkwaardige paradox: een krab die tussen zijn scharen een vlinder gevangen houdt. "De krab staat voor het solide, het skelet, het pantser; de vlinder is het vloeiende, het vluchtige, het lichte."

Francesca Lattuada voedt haar werk niet alleen met bestaande muzikale tradities, als artieste wil zij ook bijdragen tot het instandhouden van populaire gebruiken. Met de locale bevolking van Metz, Annecy en Strasbourg probeert zij collectieve rituelen als carnaval en huwelijksprocessies opnieuw leven in te blazen. In het gezamelijke jubelen, klagen en wenen worden de angsten en obsessies van de gemeenschap bezweerd. Het is de stem en haar vocale mogelijkheden die het innerlijke van ieder mens met de buitenwereld verbinden: "De zang verraadt ieder wezen: bepaalde vrouwen die niet volwassen willen worden, weigeren het lage register om de jonge meisjesstem te behouden. De stem is altijd verbonden geweest met onze intimiteit: de eerste levenskreet, de stem die geruststelt, schrik aanjaagt, aanspoort, die vreugde of verdriet uitschreeuwt... En wat indien de zang het laatste humane element is in een troosteloze wereld? Wat indien alleen de stem nog menselijk is?"

Back to top