La Création du monde

KVS_BOL

24, 25/05 - 20:00
26/05 - 18:00
1h 20min

In 1923 gaat in Parijs La Création du monde in première. Een indrukwekkende cast schaart zich achter deze ‘negrokubistische' fantasie. Fernand Léger ontwerpt de kostuums en het decor, terwijl componist Darius Milhaud zijn recente kennismaking met de Harlem jazz etaleert. Na het trauma van WO I exploreert La Création du monde artistieke vormen die geïnspireerd zijn op de Afrikaanse cultuur voor de verbeelding van een nieuwe wereld. Faustin Linyekula gaat voor een re-enactment van een ballet dat zich uitgebreid laafde aan de idylle van Afrika en ongegeneerd voorbijging aan de gruwel die zich gelijktijdig in de kolonies voltrok. Linyekula plaatst zichzelf als Congolese choreograaf tegenover een uitgesproken Westers vocabularium en een anoniem ‘corps de ballet'. La Création du monde wordt een uitzonderlijke ontmoeting tussen heden en verleden en tussen verschillende blikken op een ‘gemeenschappelijke' geschiedenis: hoe keken en kijken Afrika en Europa naar elkaar? Hoe gedeeld is de ervaring en hoe collectief het verleden?

Artistieke leiding
Faustin Linyekula

Compositie
Fabrizio Cassol

Scenografie
Jean-Christophe Lanquetin

Kostuums
Lamine Badian Kouyaté

Licht
Virginie Galas

In dialoog met
de Ballets Suédois

Ballet
Blaise Cendrars

Muziek
Darius Milhaud

Doek, decor & kostuums
Fernand Léger

Choreografie
Jean Börlin

Reconstructie
Millicent Hodson, Kenneth Archer

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
CCN Ballet de Lorraine (Nancy)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre de la Ville (Parijs)

Met de steun van
L’Ambassade de France en Belgique, KVS (Brussel)

In samenwerking met
Fondation Fluxum, Théâtre Gérard Philippe (Frouard)

De Fondation Fluxum heeft als doel het ondersteunen, ontwerpen, realiseren en promoten van artistieke en culturele projecten in Genève, Zwitserland en het buitenland. In 2000 produceerde de Fondation Fluxum de heropvoering van La Création du monde van Fernand Léger, in samenwerking met het Musée d'art et d'histoire de Genève en het Grand Théâtre.

Back to top

Intentieverklaring

"De wildste, dissonantste jazz, zoals die bij achterlijke volken moet te horen zijn, barstte in alle hevigheid los. Terugkeren naar de tamtam, de xylofoon, het gebrul van de kopers, naar lawaai, dat is geen vooruitgang. Men is verbaasd te horen dat dit avant-garde wordt genoemd."

Dit verscheen op 25 oktober 1923 in de pers de ochtend na de première van La Création du monde, ‘negro-kubistische fantasie' in het Théâtre des Champs Elysées. Het gaat nochtans om prestigieuze namen, compositie van Darius Milhaud voor 17 instrumenten, libretto van Blaise Cendrars, decor van Fernand Léger en choreografie van Jean Börlin voor de Ballets Suédois.

Een kwartiertje om zich, enkele jaren na het einde van de Eerste Wereldoorlog, een nieuwe bestemming voor de mensheid te verbeelden, een wedergeboorte, een terugkeer naar de bron, een beetje meer naar het zuiden, in het hart van een maagdelijk en primitief continent, ver van de Chemin des dames en van Verdun...

Het argument van Cendrars? "Astrale blagologie van de rassen - wortels, larven en lemuren" voor een kritiek van de tijd...

Uit de ‘chaos' voor de schepping, uit een mengelmoes van lichamen, rijst de wereld van de planten op, dan die van de dieren, een aap, een olifant... onder de incantaties van drie reusachtige godheden. Dan ontstaan de man en de vrouw die paren in een dans van het verlangen, voor de rust van de lente...

In die wereld weerklinkt jazz - Milhaud evoceert meermaals een bezoek aan Harlem -, prachtige sprookjes van missionarissen die Cendrars bundelde in Petits Contes Nègres pour les Enfants des Blancs, men leest ‘de Afrikaanse kunst', de beelden en maskers die enkele van de grootste Europese kunstenaars van het begin van de eeuw zo sterk hebben beïnvloed...

Deze creatie liet niemand onberoerd, noch het publiek, noch de kritiek. Dus deze Création du monde herscheppen (ze werd slechts één keer opnieuw getoond, in 2001 naar aanleiding van de tentoonstelling La Création du monde, Fernand Léger et l'art africain des collections Barbier Mueller in het Musée d'Art et d'Histoire van Genève door de choreograaf Millicent Hodson en kunsthistoricus en scenograaf Kenneth Archer) voor een kleinere muziekformatie (er bestaat een latere versie voor piano en strijkkwartet).

Maar het opnieuw creëren in 1923, in dat absoluut reële Afrika, dat sommige van zijn zonen naar de eerste linies van Chemin des dames heeft gestuurd... De dansen en de woeste muziek waren ver weg...

Hoe verging het de mensen in Congo in 1923? En elders op het continent? En waarom negeerden de grootste intellectuelen zo verbeten wat onder het juk van hun eigen land gebeurde?

Dit mooie scheppingsverhaal koppelen aan andere verhalen van 1923, de toen eigentijdse en nu verleden tijd, zwarte lichamen, negers naast de gracieuze schepsels van Cendrars zetten, de fantasmagorie koppelen aan het dagelijkse leven van enkele individu's, en zien wat deze werelden en herkomsten elkaar kunnen vertellen.

THE DIALOGUES SERIES ii
véritable ballet nègre
Tekst in opdracht door Faustin Linyekula (2006) voor de tentoonstellingscatalogus Montparnasse noir: 1906-1966, Musée du Montparnasse, Parijs.

Kisangani, 18 april 2006
Aan Blaise Cendrars en Jean Börlin,

Om te beginnen moet ik toegeven dat ik een beetje beschaamd ben over deze brief en over het verlangen dat nauwelijks door zijn schijnmilitantisme wordt verborgen. Maar omdat ik ja heb gezegd op de bestelling en de cheque van 300 euro die daarmee samenhing, moet ik doorbijten en u meteen melden: ik droom ervan een stuk te choreograferen voor het Ballet de l'Opéra de Paris.

U hebt gelijk dat u zo'n gezicht trekt, dat is inderdaad een komisch idee. Want ik die niets anders kan dansen dan mijn naam en de talrijke ruïnes die ik erfde (Democratische Republiek Congo, Zaïre, Mobutu, Lumumba, Leopold II, nog maar eens negers die creperen). Ik die zelfs niet geleerd heb om te dansen (dat weet iedereen, de Afrikanen hebben ritme in hun bloed!), wat zou ik dan in godsnaam kunnen doen als choreograaf in de tempel van de Strengheid, de Verhevenheid en blablabla?

Te wapen, kinderen van het vaderland! Genoeg van deze bezoedeling, ijdelheid der ijdelheden, pretentie der pretenties! Een negertaaltje dansen zoals je een negertaaltje spreekt. Een negertaaltje choreograferen.

Dans brabbelen in de schrijfwijze van een sms'je... Jij niet springen houding, zij arabeske pirouetteren, ik kruissprongen maken, wij ballet bamboula... Dan alles sudderen in een sprookje van de schepping om kinderen in slaap te wiegen, de luisteraars gerust te stellen.

Want het is sinds de oudheid geweten: Afrika is de kindsheid van de wereld. Dus trek ik over bergen en door de banlieues, Afrikaanse danser, de voeten vol exotische verhalen om te verkopen, kleine negerdansjes voor witte kinderen, want ik heb geld nodig en ik voel me goed op de plaats die de Republiek me zo genereus heeft toegewezen.

****

Even een mededeling tussen haakjes voor ik verder ga: ik verloor mijn broodwinning bij de geboorte van mijn zoon, halfbloed Frans-Congolees. Voordien volstond het om mijn kamp te kiezen en mijn arrogantie uit te schreeuwen. Maar voor hem, zeg me welke dansen ik voor hem moet dansen die geen gapende wonden zijn verstrooid over zeeën en muren?

Hey, zoon, hier je vader: Afrikaans danser. Zware benen die niet meer kunnen springen. Oren die suizen van verwarde gedichten. 1921. Anthologie Nègre. 1921. Batouala, Véritable Roman Nègre. 1923. La création du monde. 2006. The Dialogues Series: ii. Véritable Ballet Nègre.

Nu ik de profundis mijn stock exotische verhalen heb uitgeput, wat rest er mij nog anders dan je enkele brokstukken van de geschiedenis te laten horen... Er was eens een almachtige balletmeester, er was eens een volgzame ballerina...

Zo begon ik de fundamentele gelijkenis te begrijpen tussen negers en ballerina's: ze hebben allebei een meester... Laten we de haakjes sluiten voor een nieuwe politiek correcte uitspraak: "volgzaam als een ballerina", dat wil zeggen "ik hou niet van Arabieren, Afrikanen leggen ten minste geen bommen, ze feesten alleen maar!"

Bravo voor de artiesten! Nu begrijp ik dat u een negerballet hebt gecreëerd zonder negers, ze waren er allemaal al, zelfs aanwezig in de hoedanigheid van de danser. Alle dansers zijn nègres, allemaal schrijvers van de schaduw! Ik eis dus mijn uitnodiging voor alle Russische, Zweedse of Opera van Parijs-balletten, het wordt tijd dat ik eindelijk al die nègres ontmoet die de podia en coulissen van de eeuwen bevolken.

Kameraden dansers, mijn broeders, mijn gelijken, deze avond, voor ons eerste echte negerballet, dragen we alleen onze gebrekkigheid als masker:
1. De eerste dansers zullen enkele ledematen geamputeerd worden
2. De sterren in negers geschminkt
3. Het corps de ballet op zijn kop, spitzen en sekse in de wind.

En uren achter elkaar zonder pauze, zullen we spektakel brengen. En gezien tijd de enige rijkdom is van de neger - de horloge is van de meesters - zullen we ervoor zorgen dat het duurt tot het ondraaglijk wordt; want de mens die afziet is geen olifant die danst... (Vergeef me Caesar, als het citaat niet klopt).

Zeg me Cendrars, hoe de integriteit van het lichaam bewaren als men slechts geweld en stompen is? En u, Senghor, wat zou er gebeurd zijn als de Afrikaanse nationale balletten het nationaal corps hadden ondervraagd in plaats van het te prijzen?

Het geheel zou een fraai negerballet hebben opgeleverd, denk ik, ballet van de wreedheid, van de verminkingen, van het schipperen met principes, ballet van de schaamte... En hoera voor de losers! Tromgeroffel voor de verliezer!

****

En ik, ik die met de vuist omhoog zong (nog eens excuus, Caesar), wat een plotse malaise die avond in die zaal, geen enkele neger in het publiek! Ze zijn er nochtans, het volstaat om over de muren van het theater te kijken en ze bij bosjes door Parijs te zien dwalen.

Maar ze zullen niet komen. Ik zie dan de kleur van mijn huid (wit-zwart-en-koskosnoot!), ik voel me ongemakkelijk, maar ik vertrek niet, ik blijf mijn militantisme van hongerlijder uitschreeuwen... Het is dat ik een Afrikaans danser ben, ik heb geld nodig om voor mijn zoon, voor mijn clan te zorgen... Daarom verkoop ik exotische verhalen, kleine negerverhaaltjes om blanke kinderen in slaap te wiegen... In afwachting van andere dromen van opstand, in afwachting van stomme verbazing alleen maar om de dood, de hongersnood te kunnen uitspreken, een publiek om uit te vinden...

Faustin Linyekula

Back to top

Danser en choreograaf Faustin Linyekula leeft en werkt in Kisangani (DR Kongo). Na een theater en literatuuropleiding in Kisangani vestigt hij zich in Nairobi in 1993 en in 1997 sticht hij samen met Opiyo Okach en Afrah Tenambergen Gàara, het eerste hedendaagse dansgezelschap van Kenya. Hun eerste creatie Cleansing ontvangt een onderscheiding op het Afrikaans choreografisch festival van Luanda in 1998. In 2001 keert hij terug naar Zaïre dat nu de democratische republiek Kongo geworden is, verscheurd door jarenlange bloedige conflicten. Het verblijf van enkele weken voor een workshop wordt een levenskeuze. Faustin richt de Studios Kabako op, een structuur voor dans en visueel theater, “een werkplaats waar altijd gezocht en soms gevonden wordt, een plaats waar getwijfeld wordt maar waar zich op sommige avonden zekerheid manifesteert”. Samen met zijn gezelschap creëert Faustin Linyekula tien stukken. In 2009 maakt hij more more more… future, een ndombolo-rock-opera die regelmatig in Europa, Noord-Amerika en Afrika te zien is. 2009 wordt ook gekenmerkt door een mooie en binnen het parcours van Faustin zeldzame ervaring als danser in het duo Sans-titre met Raimund Hoghe. In datzelfde jaar regisseert hij Bérénice van Jean Racine voor de Comédie française. Pour en finir avec Bérénice met 6 Kongolese acteurs is te zien op het Festival van Avignon in juli 2010, in het Théâtre National van Chaillot en in de KVS in Brussel in 2011. In 2007 ontvangt hij de Grote Prijs van de Prins Claus Stichting voor cultuur en ontwikkeling. Hij is verbonden aan de KVS in Brussel en lid van de Akademie der Künste in Keulen.

Het Centre Chorégraphique National – Ballet de Lorraine in Nancy vloeit voort uit het in 1968 opgerichte Ballet Théâtre Contemporain (BTC) als deel van het Maison de la Culture van Amiens. Het Centre Chorégraphique National - Ballet de Lorraine ligt tussen het historische hart van Nancy en de nieuwe wijken Meurthe en Canal. Het is een plaats voor creatie en onderzoek met een nationale en internationale uitstraling. Als eerste gedecentraliseerd vast gezelschap voor creatie vestigde het BTC zich na een passage aan het theater van Angers definitief in Nancy. Na het vertrek van oprichter Jean-Albert Cartier werd het Ballet onder verschillende namen geleid door Patrick Dupond, Pierre Lacotte, Françoise Adret en Didier Deschamps. Daarbij is de rol van André Larquié, voorzitter van het Centre Chorégraphique National tijdens de installatie van BTC in Nancy in 1978 belangrijk. En dat blijft hij zonder onderbreking tot op vandaag. In 1999 kreeg de structuur het label “Centre Chorégraphique National”.

Back to top