J'ai toujours voulu rencontrer un volcan

Cinéma Marivaux

14, 15/05 – 20:30
16/05 – 22:00
1h

Gwendoline Robin studeerde af als beeldend kunstenares aan La Cambre en timmert sindsdien aan een oeuvre tussen sculptuur en performance. Met de elementen vuur, dynamiet, glas en aarde ontwikkelt ze ongedwongen vluchtige acties waarin ze speelt met breekbaarheid en gevaar. Na samenwerkingen met de choreografen Pierre Droulers en Boris Charmatz rijpte het verlangen om haar vocabularium van korte acties samen te brengen in een voorstelling met een dramaturgische opbouw. Op het Kunstenfestivaldesarts 2014 creëert Gwendoline Robin samen met choreografe Ida De Vos, geluidsontwerper Olivier Renouf en lichtontwerper Simon Siegmann trillingen in het performancelandschap. Samen ontwikkelen ze een parcours waarin de gedeelde ruimte van performer en publiek zich opent en opnieuw sluit onder invloed van de lichamen, materialen, geluids- en lichtbronnen in beweging. We tuimelen in een aaneenschakeling van hypnotiserende taferelen die onophoudelijk heen en weer slingeren tussen verzet en overgave, kracht en breekbaarheid, focus en versplintering, dreiging en betovering. Explosief!

Concept & performance
Gwendoline Robin

Choreografie
Ida De Vos

Licht
Simon Siegmann

Geluid
Olivier Renouf

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts

Productie
S.T.1013

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses (Brussel), Musée de la danse (Rennes), Les Tombées de la Nuit (Rennes)

Met de steun van
Grand Studio, BPS 22

Back to top

Gesprek met Gwendoline Robin

Wanneer je een vulkaan nadert, is het alsof je het moment nadert waarop iets dreigt te gebeuren…
Ik gebruik liever het woord ‘ontmoeten’. Een ontmoeting heeft iets beslissends, iets actiefs. Een vulkaan ontmoeten, is als het moment ontmoeten waarop iets dreigt te gebeuren. Maar naar die dreiging ga ik dan ook bewust op zoek. De activiteit komt niet alleen van de vulkaan zelf maar ook van mijn handelingen en wat die teweegbrengen. Ik probeer situaties te vinden die me verrassen en handelingen te creëren die een eigen dynamiek hebben. Ik ga op zoek naar iets onbekends, iets onbekends in de mensen om me heen, iets dat me zou kunnen ontglippen. De vulkaan is een beeld voor alles wat sterker is dan mezelf en me zou kunnen ontglippen, een onbekend deel dat ik wil leren kennen, dat ik wil ontmoeten. En dat geldt zowel voor mijn sociale als voor mijn professionele activiteiten. Naar dergelijke ontmoetingen ga ik op zoek in mijn samenwerkingen met Ida De Vos, Simon Siegmann en Olivier Renouf. J’ai toujours voulu rencontrer un volcan is een manier om een project te creëren waarbij de ramen naar het onbekende wijd openstaan en artistieke en sociale samenwerking mogelijk wordt.

De vulkaan is een innerlijke plek die kookt, een onzichtbare plek waar dingen fuseren die slechts door een uitbarsting aan de oppervlakte komen…
De vulkaan maakt in mij bepaalde beelden wakker: bewegingen, kleuren, ruimten, plekken. Hij laat herinneringen na. Uitbarsting na uitbarsting is het de aarde die de vulkaan doet groeien, steeds opnieuw. Opeenvolgende lagen maken hem groter, door een opeenstapeling van elementen, van handelingen die zich anders gaan ontwikkelen, waardoor er nieuwe visies ontstaan, nieuwe beelden in de woordenschat van mijn universum, nieuwe combinaties die me naar plekken voeren waar ik nooit eerder was geweest. Wat me in dit project fascineert, is de aandacht voor de sporen van handelingen die de performance hebben gemaakt tot wat ze is. Door die sporen voor de toeschouwer zichtbaar te maken, kan hij ze in zich opnemen. Ik wil situaties creëren die zich afspelen tussen momenten van spanning en momenten van rust, waarbij de handelingen, net zoals de materie, evolueren en de ruimte beetje bij beetje transformeren. Een ruimte van belichaming en herinnering, waar de sporen van wat zich heeft voorgedaan, zichtbaar zijn.

Hoe we omgaan met de materie, met ruimte en tijd, is een bepalende factor voor de creatie…
Mijn band met de materie is als het ware die van een beeldhouwer, wiens concentratie erop gericht is te luisteren naar de materie, haar aan te raken en te begrijpen, de aarde te kneden, op zoek te gaan naar de aders in een steen… Ik vind dat fantastisch. Een dergelijke band met de materie wil ik oproepen en verder ontwikkelen. De materie brengt klank voort als men haar aanraakt, op de grond sleurt, bewerkt, in contact brengt met de ruimte. Doorheen beweging en bewerking komt er tussen artiest en materie een vorm van wederzijds begrip tot stand. Daarvan vertrek ik om een soort van lichamelijke oertaal te ontwikkelen. Ida De Vos heeft me erg geholpen om zelfzekerder te worden en meer plezier te vinden in het handelen, in de beweging die bevrijdt van immobilisme. Zonder al te zeer de aandacht te trekken, speelt de belichting, ontworpen door Simon Siegmann, een belangrijke rol in het zichtbaar maken en onthullen van de ontmoeting tussen materie en ruimte.

Klanken maken deel uit van de installatie, net zoals herinneringen, sporen van het geheugen…
In mijn werk speelt klank een grote rol. Dat was in De terre et de feu ook al het geval. Door intens naar het ‘nu’ te luisteren, krijgt de performance een sterke dynamiek. Doordat ik naar de materie luister, kan ik me makkelijker concentreren op de manier waarop ik ze ter hand neem, ze bespeel. De klank leidt me. Gedurende de hele performance is de klank mijn leidraad. In de loop van het creatieproces kwam de idee in me op om aan een artiest als Olivier Renouf te vragen klanken op te nemen en te herwerken tot een soort klanklandschap dat als het ware een echo vormt op de performance. De klanksporen die in de performance worden geïntegreerd, vertegenwoordigen alles wat er voordien was, alle klanken die ik maakte terwijl ik voorwerpen en materie bewerkte: glazen ringen, glazen buizen, een vuurtje, zilverpapier… Door het geluid op verschillende niveaus te versterken, ontstaan er als het ware klanktrappen en krijgt de toeschouwer visuele en klankbeelden aangereikt van wat hij heeft gehoord en gezien. De idee is die van een installatie waar de bezoeker vrij kan rondlopen, en bekijken en beluisteren wat zich heeft voorgedaan, om uiteindelijk zijn verbeelding de vrije loop te laten.

De creatie is ook een ruimte waar je je ervaringen, je beleving en je relatie tot de wereld en het leven een tweede keer kan ervaren…
Beleving en ervaring zijn drijfveren van de creatie. Mijn creatieve handelingen vertrekken vaak van beelden die ik droom of die op me afkomen wanneer ik op straat wandel. De beelden komen vaak op intuïtieve wijze in me op. Daarna verlang ik ernaar ze in handelingen om te zetten. Ik zie graag… de vulkaan. Het is een droom om er ooit een te kunnen zien, me er vlakbij te bevinden. De warmte voelen, het vuur, de zwavel… het is iets dat ik ooit al heb beleefd, niet door een vulkaan te bezoeken maar tijdens de feesten van Las Fallas in Valencia, wanneer de stad een week lang in brand staat. Ook al leef ik het liefst in de stad, toch heb ik een speciale band met natuurelementen als wind, storm, onweer… zaken die je schrik aanjagen, die ergens bedreigend zijn. Zoiets vertaal ik graag in mijn voorstellingen, dat soort spanning is ook een belangrijke drijfveer in mijn leven. Leven en nooit bang zijn, dat is niet normaal. In mijn werk creëer ik situaties waarin de angst echoot, maar het is een angst die je bij momenten ook doet glimlachen. Ik creëer de voorwaarden voor situaties waarin je adrenaline voelt pompen, die je angst aanjagen. Maar omdat ik het ben die die situaties mogelijk maak, volstaat het dat ik een uitweg vind – wat in het leven niet altijd het geval is. Alhoewel… ik kom er eigenlijk altijd goed van af. Ik ben nog niet dood. (lacht)

Interview door Barbara Roland (april 2014)
Nederlandse vertaling door Veerle Lindemans

Back to top

De schilder en performancekunstenaar Gwendoline Robin leeft en werkt in Brussel. Na haar diploma te hebben behaald aan de Brusselse hogeschool La Cambre, realiseert ze vanaf 1997 installaties en performances rond lichaam en explosie. Sinds 2005 presenteert ze performances op internationale dans- en performancefestivals in Europa, Noord-Amerika, Australië en Azië. Ze werkt ook samen met de choreografen Boris Charmatz en Pierre Droulers. Gwendoline Robin is sinds vele jaren docente aan de Académie des Beaux-Arts van Doornik, ARTS2 in Bergen en La Cambre te Brussel. “Het werk van Gwendoline Robin getuigt van een grote directheid en een sterke verhouding tot het nu, dankzij het plotse karakter van de explosie, de essentie van het vuur, het vluchtige van de rook. Haar werk noopt tot verbazing, angst, gevaar en opluchting, maar ook tot verwondering en zwarte humor, die ze via zelfspot bereikt.” (vertaald fragment uit Tania Nasielski’s Gwendoline Robin, Monographie d’artiste 00+7)

Back to top