Il Combattimento

Lunatheater
5, 6, 7, 9, 10 Mei/Mai/May 20:30
Duur/Durée/Duration: +/- 1:30

Simultaanvertaling/Traduction simultanée/Simultaneous translation: Nl & Fr

Tijdens het KunstenFESTIVALdesArts 1998 was Giulio Cesare van Romeo Castellucci een schokkende ervaring. Shakespeare teruggebracht tot zijn gloeiende kern: tegelijk poëtisch en wreed, visionair en lichamelijk. Gefascineerd door de extase en de melancholie van Monteverdi's madrigalen waagt Romeo Castellucci zich voor het eerst aan het klassieke muziekrepertoire, samen met Roberto Gini als ervaren barokmuzikant en -dirigent. Het kloppend hart van de voorstelling is Il Combattimento di Tancredi e Clorinda, het tragische verhaal over het fatale gevecht tussen de kruisvaarder Tancredi en de moslimstrijdster Clorinda, twee geliefden die mekaar pas herkennen als zij in zijn armen sterft. De barokke afgronden van liefde en oorlog, eros en thanatos vertaalt Castellucci in een alchemie van Monteverdi's sublieme klanken en de eigentijdse muziek van Scott Gibbons, "om als een liefdesstroom het lichaam van de ontwapende toeschouwer te omhelzen".

Muziek/Musique/Music:
Claudio Monteverdi, Madrigali guerrieri et amorosi, libro VIII
Scott Gibbons, Il Combattimento in liquido

Regie, scenografie, kostuums/Mise en scène, scénographie, costumes/Direction, scenography, costumes: Romeo Castellucci
Dramaturgie en dramatisch ritme/Dramaturgie et rythme dramatique/Dramaturgy and dramatic rhythm: Chiara Guidi
Choreografie/Chorégraphie/Choreography: Claudia Castellucci

Muzikale leiding/Direction musicale/Musical direction: Roberto Gini

Zangers/Chanteurs/Singers: Lavinia Bertotti (Soprano), Mario Cecchetti (Tenore), Vincenzo Di Donato (Tenore), Salvo Vitale (Basso)

Acteurs/Actors: Claudio Borghi, Gregory Petitqueux, Silvano Voltolina, Claudia Zannoni

Ensemble Concerto
Massimo Percivaldi (Violino), Stephanie Eros (Violino), Stefano Marcocchi (Viola), Caterina Dell'Agnello (Violoncello), Sabina Colonna Preti (Violone), Maurizio Martelli (Chitarrone), Gabriele Palomba (Tiorba), Marina Bonetti (Arpa doppia), Roberto Gini (Clavicembalo)
Muzikale assistentie/Assistance musicale/Musical Assistance: Promomusic Marcello Corvino

Regieassistent/Assistant à la mise en scène/Assistant to the director: Silvano Voltolina
Plastische kunsten/Art plastique/Plastic art: Istvan Zimmermann, Giovanna Amoroso
Statica en dynamica/Statique et dynamique/Statics and dynamics: Stephan Duve, Flavio Urbinati
Film van gezichten/Film des visages/Filmed faces: Christiano Carloni, Stefano Franceschetti

Technische directeurs/Directeurs techniques/Technical directors: Pierre Houben
Technische directeur productie/Directeur techique production/Technical director production: Riccardo Gargiulo
Raadgever klank/Consultant son/Sound consultancy: Marco Olivieri

Klanktechnieker/Technicien Son/Sound technician: Francesco La Camera
Licht/Eclairage/Lighting: Luciano Trebbi
Machinisten/Machinistes/Stage-hands: Riccardo Maccheroni, Mirko Pacini

Chemische composities/Composés chimiques/Chemical compositions: Flavio Urbinati
Technische assistenten/Assistants techniques/Technical assistants: Giuseppe Amoroso, Alberto Giorgetti, Fabio Sajiz, Sonia Brunelli

Administratie/Administration: Michela Medri, Elisa Bruno
Productieassistent/Assistant de production/Production assistant: Claudio Casavecchia
Organisatie/Organisation: Gilda Biasini, Cosetta Nicolini
Administratie tounee/Administration tournée/Tour manager: Alessandra Vinanti

Medewerkers aan de scengrafie/Collaborateurs à la scénographie/Collaborators to the scenography: Pierluigi Alessandrini, Simonetta Baldini, Cecile Boiteux, Roberta Busato, Tuia Cherici, Rossano De Angelis, Marco Galafassi, Veronique Galland, Sybille Jagfeld, Joanne Milanese, Elena Palermo, Stefania Pierantozzi, Mariarita Spaziani, Georgia Tribuiani

Met dank aan/Remerciements/Acknowledgments:
Franca Farabegoli, Giorgio Gregori, the Health Direction of Bufalini Hospital, Cesena

Productie/Production: Socìetas Rafaello Sanzio (Cesena), KunstenFESTIVALdesArts
Coproductie/Coproduction: Wiener Festwochen, Holland Festival (Amsterdam), La Biennale di Venezia - Settore Teatro, Le-Maillon Théâtre de Strasbourg
Met de steun van/Avec le soutien de/Supported by: Teatro Bonci (Cesena),
In samenwerking met/En collaboration avec/In collaboration with: Bruxelles/Brussel 2000,
Fondazione Teatro La Fenice di Venezia
Presentatie/Présentation/Presentation: Kaaitheater, KunstenFESTIVALdesArts

Klankuitrusting/Equipement sonore/Audio equipement: SONUS snc ROMA

Back to top

Het KunstenFESTIVALdesArts zet zijn fascinatie voor het oeuvre van Claudio Monteverdi (1567-1643) verder. Tijdens de editie van 1998 ensceneerden choreografe Trisha Brown en theatermaker William Kentridge respectievelijk Monteverdi's opera's L'Orfeo en Il Ritorno d'Ulisse. Het werden twee onconventionele maar aangrijpende voorstellingen. Dit jaar zijn Monteverdi's madrigalen de inspiratiebron voor El Periférico de Objetos (Argentinië) en Socìetas Raffaello Sanzio (Italië), twee opgemerkte gasten van het vorige festival.

Romeo Castellucci en zijn gezelschap Socìetas Raffaello Sanzio is een van de meest spraakmakende van Europa. Castellucci's theatrale verbeelding is tegelijk visionair en lichamelijk. Ze provoceert de grenzen tussen fictie en realiteit. Zijn enscenering van Shakespeares Giulio Cesare tijdens het Festival 1998 schokte omwille van de dwingende lichamelijke aanwezigheid van de acteurs. Zijn theater wil zuiver 'esthetisch' zijn, een theater van de zintuigen: verwarrend, verstorend, drogerend. Daarbij verwerpt hij geenszins het woord. Castellucci gaat op zoek naar de essentie van een tekst, wars van alle bestaande theaterconventies. De westerse theatertraditie zelf, zo stelt hij, heeft ons het zicht op de tekst ontnomen: "Ik werk op een bepaalde manier tegen de tekst. De tekst moet buiten zichzelf gebracht worden, hij moet exploderen om zijn sublieme vorm terug te vinden." Het is de poëzie van de wreedheid die Castellucci in zijn voorstellingen zoekt.

"Ik zie veel overeenkomsten tussen het universum van Monteverdi en mijn eigen theatrale wereld", zegt Castellucci over zijn landgenoot. Hij werd getroffen door de "mengeling van onschuld en morbiditeit" in het libretto van Il Combattimento di Tancredi e Clorinda. De Madrigali amorosi e guerrieri (de madrigalen van liefde en oorlog) zijn een mooi voorbeeld van de stile concitato, de ‘geagiteerde' stijl waarvan Monteverdi beweert de ‘uitvinder' te zijn. De stof voor Il Combattimento vond Monteverdi in het verhaal van Tancredi en Clorinda uit Gerusalemme Liberata van de gekwelde dichter Torquato Tasso (1544-1595). Het vertelt over het fatale gevecht tussen de kruisvaarder Tancredi en zijn geliefde Clorinda, een moslimstrijdster. De twee strijders zijn minnaars die elkaar niet herkennen en elkaar willen doden omdat ze elkaar niet kunnen beminnen. Oorlog is niets anders dan een onmogelijke liefde en liefde is een latente oorlog.

Tezamen met Roberto Gini, subtiel meester van de barokmuziek, maakte Castellucci een keuze uit de andere madrigalen. In de voorstelling staat Il Combattimento centraal, voorafgegaan door de madrigalen Ogni Amante è Guerrier en Gira il nemico, en gevolgd door Lamento della Ninfa en Ohimé ch'io cado. Hun opeenvolging schetst een muzikaal parcours van de zeer mannelijke stem, de bas, naar de vrouwelijke stem, de sopraan, waarvan de verwarrende ontdekking eerst erotisch is, dan spiritueel: "De kruisvaarder Tancredi weet niet dat hij de moslimstrijdster Clorinda, de vrouw die hij bemint, doodt. Hij bemerkt zijn vergissing te laat. De muziek weerspiegelt dit gebeuren: zoals Tancredi ontdekt het publiek het vrouwelijk lichaam via de sensualiteit van de stem. Als Clorinda sterft, heeft haar stem geen lichaam meer. Vanuit het hiernamaals beschouwt haar stem de wereld van de stervelingen met medelijden. Haar Jeruzalem is hemels, het lijden van haar Tancredi behoort toe aan de wereld van de stervelingen. Het is haar stem die een afgrond opent in hun wereld en in de voorstelling."

De madrigalen van Monteverdi wil Castellucci afwisselen met het eigentijdse klanklandschap van de Amerikaanse componist Scott Gibbons, met wie hij samenwerkte voor de muziek van de productie Genesi: From the Museum of Sleep (1998). Gibbons is bekend voor zijn elektro-akoestische klankmanipulaties en zijn transformaties van natuurlijke geluiden. In zijn 'muziek' lijken ongewone sensaties alledaags en worden vertrouwde geluiden vervreemd. Stone (1992), Orgazio (1994) en Redwing (1994) zijn enkele van zijn belangrijkste opnames. Castellucci zoekt in de muziek van Gibbons naar een muzikaal contrapunt voor Monteverdi om de geconditioneerde luisteraar opnieuw op een oorspronkelijke manier naar de barokmuziek te laten luisteren. Gibbons zal dezelfde madrigalen die Roberto Gini brengt op zijn manier bewerken, alsof ze voor het eerst gehoord worden door het oor van een embryo.

Het grote gevaar ligt voor Castellucci in het illustratieve en het narratieve, die iedere toegang tot emotie en medelijden afsluiten: "Ik wil het archaïsche karakter van deze opera hervinden, met zijn psychische lotgevallen en zijn helden die zich verliezen in de dieptes van hun noodlot." Met de barok komt de mens in een periode van onzekerheid en metafysische onrust terecht: de zelfzekerheid van de Renaissance is door bloedige godsdienstoorlogen verstoord, en wetenschappelijke ontdekkingen dreigen het individu te confronteren met een lege hemel. De barok, dat zijn de stormen die door die lege hemel woeden, de verheviging van de passies, de vitaliteit die geladen is met doodsdrift, de angst die zich aan overmoed paart, de oorlog en het heldendom, maar evenzeer de wonde, de kwetsuur van lichaam en ziel. Wat zijn Monteverdi's en Castellucci's Tancredi en Clorinda, tegelijk geliefden en vijanden, anders dan verpersoonlijkingen van die pijn en dat lijden?

Met dank aan Paola Gottardello voor haar hulp bij de vertaling van de interviews

Back to top