I Cenci / Spettacolo

Théâtre 140

8.10/05 > 20:30
9/05 > 18:00

'Men moet vooral onder de huid der dingen kruipen, spelen met het vel van de werkelijkheid.' Deze uitspraak van Artaud krijgt navolging bij de Italiaanse artiesten Kinkaleri, een naam die ook 'heterogene verzameling van snuisterijen' betekent. Van kunstgrepen en gangbare normen houden ze niet, wel van fysieke gewaarwordingen en poëzie die ze als bij toeval vinden in licht, de stilte, het lichaam, geluid en woord. I Cenci / Spettacolo vertelt niet Artaud's Cenci na maar stelt de vraag waarom de oorspronkelijke uitvoering vastliep. Kinkaleri bespeelt de zintuigen van het publiek, de toeschouwer wordt beeldhouwer.

Project, realisatie/Projet, réalisation/Project, realisation : Kinkaleri

Productie/Production : Kinkaleri, KunstenFESTIVALdesArts (Brussel, Belgium), Rencontres Chorégraphiques Internationales de Seine-St-Denis (Paris, France), Santarcangelo dei Teatri 2004 (Italy).

In samenwerking met/En collaboration avec/In collaboration with : Teatro Studio di Scandicci (Florence, Italy), Xing (Bologna, Italy)

Met de steun van/Avec le soutien de/Supported by : Ministero per i Beni e le Attività Culturali - Dipartimento dello Spettacolo (Italy), Regione Toscana (Italy)

Presentatie/Présentation/Presentation : Théâtre 140, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Prato, april 2004

Wij kozen Artaud, en meer bepaald zijn stuk I Cenci, niet als de enscenering van een toneelstuk, maar van een mislukking. Het is de mislukking van een werk, geschreven door een auteur die daarna het theater vaarwel zei, om te eindigen in eenzaamheid, alleen met zijn hallucinaties. Het gaat om méér dan een tekst die op het podium gebracht moet worden. Het is eerder een onderdompeling in een werk dat zichzelf overtreft, een theaterkroniek en een biografisch evenement, overladen met bedenkingen.

Eens die bovenste laag weggehaald is, moeten we ook nog vertellen dat onze relatie met de scène niets te maken heeft met een biografisch gegeven. Het is niet Artauds leven dat ons interesseert, wel de culturele voorwaarden voor de aanvaarding van het werk, een belangrijk gegeven bij Artaud. ‘Trouw’ aan Artaud is hier niet nodig, er is geen enkele reden om stambomen te tekenen of lijsten op te stellen met de namen van zij die de waanzinnige ontmoet hebben, en zij die zijn regels gerespecteerd hebben: de wreedheid, de pest, de spontaniteit, de ceremonie, de politiek, het dubbele, het leven, het theater, het lichaam en de organen.

Het enige dat overblijft, is een existentiële en filosofische utopische spanning, die het individu onscheidbaar maakt van zijn uitingen, zijn voorstellingen, en die het leven dus niet behandelt als een kroniek, iets alledaags of een evidentie, maar als de dissociatie tussen ziel – dier en de dood.

De ervaring van de mislukking, zoals Artaud die beleefde, is verbonden met het (ver)oordelen door critici en publiek. Zijn bestaan hing af van de rechtvaardiging van derden: een ondraaglijke voorwaarde voor al zij die altijd al uit balans geleefd hebben, in de splitsing tussen het ik en het zelf, en niet in staat om hier iets aan te veranderen. En zo gebeurt het dat alle banden - eerst en vooral die met het publiek - verbroken worden. Het publiek bepaalt, om het zo te zeggen, of een werk een succes of een flop wordt. Waarover hebben we het? ‘I LOVE YOU’ ‘I NEED YOU’. OK.

We beschouwen I Cenci/Spettacolo als laatste schakel in een denkbeeldige trilogie, die begint met My love for you will never die en verdergaat met <OTTO>: beide werken doorbreken grenzen en breken illusies. Het parcours van deze trilogie betekent nadenken over het parcours van ons leven en onze ervaringen op het podium. Maar het betekent ook nadenken over de zin die we geven aan culturele productie vanuit het politieke standpunt, met andere woorden: nauw verbonden met de wereld vandaag.

In onze ogen is Artaud de noodzakelijke schakel om een discours af te ronden, in die zin dat in I Cenci de relatie tussen zijn leven en zijn kunst direct wordt en zijn werk op een radicale manier de scène en haar taal bevraagt. We stellen ons voortdurend vragen over ons werk, maar ook over de effectieve limiet van een live voorstelling en de waarde die deze vandaag kan hebben, nu voorstellingen en ensceneringen zich inschrijven in het bredere kader van economie en bezoldigde arbeid. En vooral waar deze machine een habitat geworden is en waar het denkbeeldige samengeperst wordt in een lineaire voorstelling en alle scheuren opgevuld worden. De nutteloosheid van het theater: zijn ultieme bestaansreden.

Dat alles moet niet als een analytisch onderzoek beschouwd worden: we leggen een uitgangspunt vast dat ons verder begeleidt in ons proces van bevraging van de scène.

Nu weet u het.

Vanaf nu heeft u me nooit gezien. U weet niet wie ik ben, u kent me niet, ik heb nooit met u gepraat en ik heb u nooit iets gezegd. Voor u heb ik geen gezicht, stem, adem, voornaam, nek of rug. Dag of nacht, het heeft weinig belang. Tussen ons heeft geen enkel gesprek plaatsgehad, en deze ontmoeting allerminst. Wat zich vóór uw ogen afspeelt is nooit gebeurd, niets is waar, u heeft die bewegingen niet gezien want ik heb ze nooit gemaakt, u heeft die woorden niet gehoord want ik heb ze nooit uitgesproken. En als u ze nu zou horen, dan ben ik het niet, die ze gezegd heeft.

Het zou beter zijn van de routine af te stappen en de dingen op hun beloop te laten. En daarmee basta. En eindelijk slapen ze rustig.

Kinkaleri

(raggruppamento di formati e mezzi in bilico nel tentativo)

Back to top