Hoog Gras

KVS BOX

12, 17, 18/05 – 20:00 + 22:00
13, 20/05 – 15:00 + 18:00
15/05 – 12:30
NL > FR / EN
1h

Gruwel en kinderlijke onschuld zijn terugkerende thema’s bij Inne Goris. In vorig werk greep ze terug naar Griekse tragedies of de archetypische horror van sprookjes om het over de meedogenloosheid van de menselijke natuur te hebben. Voor deze nieuwe creatie zoomt de Brusselse theatermaakster in op de actuele verhalen van kindsoldaten. De wisselwerking tussen de rol van slachtoffer en dader, die ze las in hun getuigenissen, raakte haar enorm en vormt de ruggengraat van dit project. De Afrikaanse context waarin de kindsoldaten opereerden, laat ze achterwege. Over politiek wil ze het niet hebben. Wel over intrinsiek menselijke wreedheid en het moment waarop een eenzaam individu – een kind – het kantelpunt bereikt waarop het overgaat tot de vreselijkste wandaden. In een theatrale video-installatie, met beelden van kinderen in desolate landschappen, fysiek tastbare tekst van Peter Verhelst en benauwende geluidsmuren van Dominique Pauwels wil Hoog Gras de toeschouwers dicht op de huid zitten.

Concept
Inne Goris, Dominique Pauwels, Kurt d’Haeseleer & Ief Spincemaille

Regie & idee
Inne Goris

Tekst
Peter Verhelst

Muziek, sound design & liedteksten
Dominique Pauwels

Video
Kurt d’Haeseleer

Scenografie & lichtontwerp
Ief Spincemaille

Kostuums
Lieve Meeussen

Acteurs (kinderen)
Nona Bal, Ruth Bruyneel, Dayo Clinckspoor, Bente De Graeve, Lisa De Smet, Fran D'Haens, Ernest Eeckhout, Ine Langeraert, Szaga Lauwers, Sara Osmanagaoglu, Mariuga Rathé, Jacob Schoolmeesters, Jozef Van der Meulen, Lena Vanneste en Viktor Van Wynendaele

Actrice (vrouw)
Lieve Meeussen

Zang (opname)
Kinderkoor van De Munt (Matthias Cruypelinck, Annelin De Gols, Ana De Winné, François-Emmanuel Douchy, Ernest Drescigh, Claire Franssen, Paul Mernier, Pascal Philip Nick, Maria Portela, Julia Sterneberg, Frédéric Tabourot, Daphné Van Dessel, Clara Verkindere, Laur'Adelia Vitiello) – programmatie & piano: Dominique Pauwels

Assistent koorleider
Aldo Platteau

Voice-over Nederlands
Nero Nolson

Simultaanvertaling Frans
Marie Bos

Simultaanvertaling Engels
Louise Chamberlain

Franse vertaling
Monique Nagielkopf

Engelse vertaling
Gregory Ball

Productieleiding
Sofie De Wulf

Technische coördinatie
Nic Roseeuw

Techniek
Pino Etz & Brecht Beuselinck

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
LOD|muziektheater

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, WERKTANK & Noorderzon Performing Arts Festival Groningen

Met dank aan
Entrakt, Melanie De Muynck (grime), Michel Legiers – DUCROsfx (vuureffecten), Willem Teerlinck (stage productie), Geeraard Respeel (stage mediakunst), An D’Hondt (stage techniek), Jannes Dierynck (stage techniek) & Hélène Flaam

Back to top

Hoog Gras

Sprookjes, Griekse mythen zoals Medea, verhalen uit de werkelijkheid, zoals dat van de 2-jarige Jamie Bulger die gedood werd door twee 10-jarigen, of Het meisje met de zwavelstokjes... Eén ding lijken de onderwerpen en verhalen die theatermaakster Inne Goris kiest altijd gemeen te hebben: kinderen en gruwel. Voor de nieuwe productie Hoog Gras werkt ze nauw samen met een artistiek team en waagt ze zich aan het thema van ‘kindsoldaten’. Videast Kurt d’Haeseleer, componist Dominique Pauwels en Inne Goris lichten de keuze van het onderwerp in de productie toe.

Waarom koos je voor kindsoldaten?

Inne Goris: Ik had heel wat gelezen, What is the what van Dave Eggers, het boek van Els De Temmerman over Oeganda, het werk van Hilsenrath en Herta Müller. De dunne grens tussen dader en slachtoffer heeft me daarin altijd geïntrigeerd. Dat dragen die kinderen in zich. Ze hebben de meest gruwelijke zaken gedaan en meegemaakt. Die verhalen zijn een opstap geweest voor deze productie. We wilden niet per se het leven van een kindsoldaat laten zien, maar we wilden onderzoeken waar we aansluiting vonden bij een verhaal dat zo veraf lijkt.

Kurt d’Haeseleer, wat was jouw reactie als videast op het voorstel van Inne Goris om een productie te maken rond een thema als kindsoldaten?

KD: Moeilijk onderwerp, dacht ik. Wat kan ik daar in hemelsnaam over zeggen? Je hebt geen benul van de vreselijke manier waarop die kinderen opgroeien. Mensen sterven er. Daar iets over maken, krijgt snel iets amoreels. Iets pervers bijna. Wat me uiteindelijk overtuigde, was het beeld dat je van die situatie en die kinderen hebt. Hun schuld en onschuld. De poging ook om dat los te trekken uit de Afrikaanse context. Hoe kan je dat naar hier overzetten? Hoe gedragen blanke kinderen zich als ze in kampen worden opgesloten? De film Le temps du loup van Michael Haneke geeft daar een idee van.

IG: Je voelt veel schroom. Wie zijn wij om daar iets over te zeggen? Je botst daar letterlijk op. De kinderen (en de artistieke ploeg) waar wij mee werken zijn brave, blanke, weldoorvoede kinderen. Honger, niemand van ons weet wat dat is. De gesprekken met de kinderen op de vloer gingen daarover en over wat we dan wél herkennen. In de improvisaties met tekst grepen ze vaak terug naar herinneringen aan hun moeder. Dat kwam ook dikwijls terug in de getuigenissen van de kindsoldaten: herinneringen aan hun thuis, hun moeder.

KD: De hamvraag was: wat willen we met de toeschouwers doen en wat willen we dat zij ervaren op basis van dat materiaal? Het is geen documentaire maar een sensorische voorstelling geworden. Het is een zoektocht naar wat in film zelden of nooit echt wordt geëxploiteerd: de sensorische ervaring, hetgeen je onderbewustzijn toont en aanvoelt. Film die je ‘voelt’ eerder dan dat die iets vertelt. Het ‘kind zijn’ van de cinema is nooit ontwikkeld omdat dat sensorische opgegaan is in rollercoaster movies. Inne Goris wilde van bij het begin dat de toeschouwers ergens middenin zouden zitten eerder dan dat ze naar iets keken.

IG: Ik wilde dat je als toeschouwer een beetje zou ervaren wat de kinderen ervaren, bijna alsof je de wind en de koude ook voelt. Ief Spincemaille heeft dat in de scenografie meegenomen. We hebben deze productie heel nauw samen gemaakt. Iedereen zoekt ankerpunten. Vandaar ook de titel Hoog Gras. Veel verhalen roepen beelden op van kinderen die tussen het gras lopen, olifantsgras, dat dikwijls hoger is dan zijzelf, zodat ze niet zien wie of wat er met hen meeloopt in het gras. Bij ons creëert gras een gevoel van rust, van achterover liggen in het gras. Dus Hoog Gras staat zowel voor het gevaar als de rust.

Dominique Pauwels: Het gras en de foto waarop je twee opgehangen mensen ziet naast twee spelende kinderen, daar zit alles in. Ook in de muziek kozen we snel voor kinderstemmen, voor het kinderkoor van de Munt. Wat is de rol van de muziek in wat we vertellen? Ik heb gekozen om de muziek er helemaal over te laten hangen en ik ben vertrokken van 7 abstracte ankerpunten in het leven van zo’n kindsoldaat. Het moment waarop zo’n kind helemaal verlaten is. De angst. De bevrijding. Het zich neerleggen bij de situatie: “Ik heb gemoord, ik moest dat doen anders zou ik zelf niet blijven bestaan, heb dan maar een oordeel over mij.” Emotionele ankerpunten.

IG: Wat zijn de grote ijkpunten in het leven van zo’n kind? De kidnapping, de eerste moord, het opgenomen worden in zo’n kamp. Dat kwam in veel verhalen terug.

Komt dat ook terug in de beelden?

IG: Er zitten nog verwijzingen in die beelden, maar ik weet niet of die nog te zien zijn voor de toeschouwers. Er is een hele weg afgelegd van het improviseren met de kinderen rond die ankerpunten en het uiteindelijke filmen van de scènes.

DP: De muziek volgt een duidelijke lijn in de woorden. Ik begin met een bevrijding, om over te gaan naar het gevoel van verlatenheid van zo’n kind en de vele vragen die het heeft. Waarom gebeurt dit met mij? Waarom ik? Veel is geënt op die ene foto.

IG: Kan je kind blijven in zo’n situatie?

DP: Zo’n foto toont dat dat gebeurt. Als volwassene kan je daar moeilijker mee om. Vandaar de fundamentele vraag: is een kind schuldig en onschuldig?

IG: Is een kind zo onschuldig? Zelf ervaren de kinderen tijdens improvisaties hoe snel ze een grens overschrijden als ze macht krijgen. Mocht ik hen nu vragen, zou je iemand kunnen doden, denk ik dat de meerderheid ‘ja’ zou antwoorden, ‘onder bepaalde voorwaarden’. Het verhaal van de kindsoldaten is een opstap geweest naar een verhaal over een thuis hebben of er opnieuw één creëren. Zo gebruiken we het verhaal van een jongen die een opgehangen vrouw naar beneden haalt om er een thuis mee te recreëren, om er ‘huizeke’ mee te spelen, maar daar natuurlijk niet in slaagt. Daarnaast krijg je beelden van de ruwe wetten die spelen binnen een groep jongeren die op zichzelf aangewezen is.

Hoe hebben jullie met de kinderen gewerkt voor het filmen?

IG: Was het een theatervoorstelling geweest, dan had ik een duidelijk beeld van wat ik moest doen. Door de andere vorm die we nu gekozen hebben, was het zoeken. Kurt kwam kijken en zag in één oogopslag of de intensiteit al dan niet zou werken op het scherm terwijl ik bezig was met een groep te vormen en hen te ‘trainen’. Je verzamelt materiaal met hen, je kweekt een alertheid bij hen. Je maakt dat ze met een paar woorden weten wat ze moeten doen. Veel is ‘on the spot’ ontstaan.

KD: Ze waren echt goed ‘getraind’. Het klinkt raar. Alsof ze klaargestoomd waren om die improvisaties te doen. Daarna werden ze in een concreet kader gedropt, dat niet compleet vastlag. De scènes tussen de jongeren onderling zouden gewoon door één van hen gefilmd kunnen zijn voor op YouTube. Guerrillafilmen, eerder ruw, uit de losse pols, niet met een hele filmploeg.

IG: Op een bepaald moment filmden we met de jongeren in een huis. Ze improviseerden scènes waar de dynamiek en de relaties wreed en gewelddadig worden, terwijl ze niet wisten wanneer Kurt zou binnenkomen om te filmen. Zo hebben we gefilmd met Dayo en Ruth die elkaar goed kennen en vertrouwen, en we vroegen hen een scène te doen waarin de één de ander verdrinkt, zonder te repeteren. We konden dat enkel omdat we uit de improvisaties wisten dat ze elkaar vertrouwden.

KD: Sommige scènes leken me vooraf ongeloofwaardig voor film, maar doordat zij dat voor het eerst deden, kreeg het een vreemde intensiteit, die het weer betekenis gaf.

IG: De confrontatie tussen wat op een scène werkt, maar niet op film, was niet evident. Zo repeteerden we dat er iemand als ‘dood lichaam’ wordt meegesleept. Op een balletvloer, binnen, is dat iets anders dan buiten, terwijl het waait, regent, en je een levend persoon als dood gewicht probeert mee te sleuren...

Creëerden jullie met hen dan scènes geïnspireerd op dat soort verhalen?

IG: Scènes is niet het juiste woord. Je creëert omstandigheden, een sfeer, een leefwereld waarbinnen ze improviseren. Je creëert materiaal dat ze kunnen inzetten in een nieuwe situatie. Die opnamedag in dat huis zal me erg bij blijven. We filmden Lieve, geblinddoekt, vastgebonden in de kelder. Kurt filmde toen hun eerste reactie. Stuur je hen meteen naar beneden of probeer je hen dat eerst uit te leggen?

KD: Die mishandelingsscène kreeg een intensiteit waarbij zelfs ik dacht dat ze haar echt pijn deden (wat niet het geval was), waardoor ik het filmen op een bepaald moment heb stilgelegd. Sommige kinderen stelden zich gelijkaardige vragen.

IG: Dat is niet evident, als begeleider, zowel naar de kinderen als de ouders. Je praat daarover, je raadt hen aan iets te lezen over kindsoldaten... Als ik daar een productie over maak, kan ik niet anders dan hen met die verhalen confronteren. Zo hebben we iemand uitgenodigd die haar thesis gemaakt heeft over kindsoldaten. Sommigen nemen de verhalen mee naar huis, anderen niet.

Het heeft hen wel veranderd?

IG: Ze zijn in een lichte versnelling wat ouder of groter geworden (lacht). Tijdens de laatste filmdag waren ze aan het napraten. Toen vertelde een meisje dat haar vrienden zeiden dat ze assertiever was geworden. Haar vrienden vonden dat goed, want ze liet zich soms wat te veel doen. Ook haar volleybal had wat stilgelegen, en bij haar terugkomst zei haar leraar dat ze een betere conditie had en sneller reageerde. Het zijn wel trajecten die hen op de één of andere manier mee grootbrengen, kleuren... waarin ze echt zorg dragen voor elkaar.

Hoe is de tekst van Peter Verhelst tot stand gekomen?

IG: Ook dat is een heel traject geweest. De eerste, eerder narratieve versie was het verhaal van een kindsoldaat, maar naar mijn gevoel was dat niet wat wij wilden vertellen. Het is alsof een kind je aan de hand van een tekening vertelt wat hij allemaal heeft meegemaakt. Ik ben heel geïnteresseerd in wat er zich afspeelt in iemands hoofd. Peter Verhelst begon dat na een tijd ook door te hebben. ‘Je wil flarden van gedachten, je wil in iemand zijn hoofd kruipen’, zei hij. Niet wat iemand wilde zeggen of concreet zei, maar wat er tussen de lijnen door ongezegd blijft, dát fascineert mij. En ik blijf tekst soms wel een vreemd lichaam vinden. Ik ben zelf geen schrijver. Dus ik heb dan een radicaal ander voorstel gedaan: een tekst in de je-vorm, waarmee Verhelst opnieuw aan de slag is gegaan. Ook aan de tekst werken we met de hele ploeg. Het materiaal gaat even goed naar Kurt als naar Dominique als naar Peter.

Peter Verhelst is daar heel open in: schrap en haal eruit wat je wil. Hij praatte met een psychiater die veel heeft gewerkt met kinderen met trauma’s. Volgens hem vertellen kinderen dikwijls een deel van het verhaal niet. Ze stoppen op een bepaald moment. Wat betekent taal nog in die context? En stilte? Hoeveel gruwel kan een mens hebben? Ik had zoveel gelezen dat ik een soort immuniteit kreeg voor die gruwel. Daar wil je je publiek niet mee naar buiten sturen.

Inne Goris, je hebt heel wat voorstellingen gemaakt rond kinderen en wreedheid, rond de gruwel van sprookjes, wil je daar na deze productie over kindsoldaten op verder gaan?

IG: Niet in staat tot slechte dingen was mijn eindproject in Maastricht. Dat was de tijd van Jamie Bulger. Ik was toen aan het werk bij BRONKS en ik heb toen met kleuterleidsters gepraat over hoe zelfs spelletjes snel kunnen verglijden tot wreedheid. Voor één van die producties had ik een schoenendoos beplakt met blauwe en roze watten, terwijl de binnenkant donker was en er een opgehangen barbiepop inzat. Daar werd met afschuw op gereageerd. Die zoektocht naar goed en kwaad, zat ook in Nachtevening: een vrouw die haar kinderen vermoordt, kan je haar vergeven? Met Hoog Gras heb ik bijna het gevoel dat ik een punt zet.

Vanwaar komt die fascinatie?

IG: Geen idee. Mijn moeder was kleuterleidster en ze kwam altijd met verhalen thuis. Zelf heb ik ook veel met kinderen gewerkt. Ik hou van het associatieve van kinderen. Het beeld als volwassene van kinderen is altijd heel schattig. Kleuters zijn eveneens met hun seksualiteit bezig maar we stoppen dat liever weg. Ook jonge mensen heb ik op scène gezet zoals we ze liever niet zien, maar hoe ze wél zijn. Als kind leg je een heel traject af van wat mag en niet mag. Dat fascineert me. En de wetenschap dat ik als mens nooit kan zeggen dat ik nooit iemand zou doden. Je hoopt dat wel, maar je weet niet of je dat in een bepaalde context toch niet zou doen (als je bijvoorbeeld met een pistool tegen je hoofd gedwongen wordt je vader of broer te doden).

Interview door Karlien Vanhoonacker

Back to top

Inne Goris volgde een opleiding tot theaterregisseur en dramadocent aan de Toneelacademie van Maastricht. Met Niet in staat tot slechte dingen en Zigzag Zigzag (BRONKS,1996-1998) levert ze haar eerste theaterwerk af. Daarna gaat ze als dramaturge aan de slag bij Ultima Vez/Wim Vandekeybus. In 2001 creëertze Zeven, en samen met Bart Moeyaert werkt ze in 2003 aan Drie Zusters. Datzelfde seizoen komt Pride and Prejudice (Toneelhuis, 2003-2004) uit. Deze drie voorstellingen worden genomineerd voor de 1000 Watt Prijs, met een effectieve bekroning voor Drie Zusters in 2003. Na Hersenkronkels (Villanella, 2004) creëert ze met haar eigen structuur ZEVEN achtereenvolgens De Dood en Het Meisje (2005), La petite fille qui aimait trop les allumettes (2006), Droesem (2007) en Naar Medeia (2008). Vanaf 2009 creëert ze onder de vleugels van LOD verschillende producties. Ze regisseert Judaspassie (2009), een project van Dominique Pauwels, gebaseerd op een tekst van Pieter De Buysser. In 2009 volgt Nachtevening (LOD & ZEVEN), het tweede deel van haar tweeluik rond Medea. Voor Muur(2010) laat Inne Goris zich opnieuw inspireren door een tekst van Pieter De Buysser. LOD-componist Dominique Pauwels componeert de muziek.In 2011 maakt Inne Goris samen met Dominique Pauwels de muzikale installatie Droomtijd en de familievoorstelling Vader, Moeder, Ik en Wij (LOD & HETPALEIS) met Dominique Pauwels en Kurt d’Haeseleer.

Dominique Pauwels studeerde aan het Conservatorium van Gent, het Sweelinck Conservatorium van Amsterdam en het IRCAM te Parijs. In 1991 behaalde hij aan het Berklee College of Music te Boston, Massachusetts het einddiploma compositie en filmcompositie. Vanaf dan begint hij zich steeds meer toe te leggen op computertechnologieën en software voor composities. Sinds 1991 componeert hij regelmatig voor televisieprogramma’s zoals Het eiland, De Parelvissers, De slimste mens, De Ronde. Ook verzorgde hij onder meer de muziek voor Lifestyle (1998, Victoria), Niet alle Marokkanen zijn dieven (2001, Arne Sierens), No Comment (2003, Needcompany, Jan Lauwers) en DeadDogsDon’tDance/DjamesDjoyceDeaD (2003, Jan Lauwers & Frankfurter Ballet). In 2006 creëerde hij de filmmuziek van Looking for Alfred, een kortfilm van Johan Grimonprez, die de European Media Award in de wacht sleept. Sinds 2004 is Dominique Pauwels als componist in residentie aan LOD verbonden. Hij werkt er nauw samen met choreografe en danseres Karine Ponties en regisseur Guy Cassiers met wie hij Onegin, Wolfskers en Bloed en Rozen maakt en met wie hij een opera voorbereidt, gebaseerd op Macbeth (2013). Met Inne Goris creëert hij binnen LOD Muur (2010), Droomtijd (LOD & Manchester International Festival, 2011) en Vader, Moeder, Ik en Wij (LOD & HETPALEIS, 2011).

Kurt d’Haeseleer is sinds 2010 de artistieke leider van de WERKTANK, een productiehuis voor mediakunst in Bierbeek. d’Haeseleer is zelf ook videokunstenaar en produceert video’s en (interactieve) installaties, zoals Scripted Emotions, Fossilization en S*CKMYP, die gepresenteerd werden op internationale festivals en voorstellingen in Rotterdam, Tokio, Montreal, Parijs, Berlijn etc. Het werk van d’Haeseleer draait om de visualisatie en symbolisering van de dynamiek van informatie- en dataverkeer in tijden van glasvezelkabels, computers en modems. Media worden gesymboliseerd door lagen plakkerige pixeltexturen, noise en interactiviteit. Zijn werk bevindt zich vaak op het snijvlak van schilderkunst, videoclip, cinema en performance. d’Haeseleer werkt ook regelmatig als videodesigner in theater, dans of opera en maakt ook zijn eigen voorstellingen. Hij ontwierp het videodesign voor de Ringcyclus van Guy Cassiers in de Scala en heeft samengewerkt met Ictus, Georges Aperghis, Transparant, Kollectif Barakha, Isabella Soupart, Jon Hassell, Annabel Schellekens, Joji Inc, TUK, Peter Verhelst, Köhn en BL!NDMAN.

Ief Spincemaille (°1976) leeft en werkt in Bierbeek. Hij studeerde filosofie aan de KULeuven en muziek en technologie aan de L’aula de Musica in Barcelona. Hij heeft als set en sound designer meegewerkt aan talloze theaterproducties, onder andere voor Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam. Sinds 2010 coördineert hij samen met Kurt d’Haeseleer de WERKTANK, een productiehuis voor mediakunst. De grensdomeinen tussen “oude” en “nieuwe” media, maar ook tussen “onstage” en “offstage”, vormen de natuurlijke habitat van zijn werk, dat hij zelf graag omschrijft als een vorm van beeldhouwen in het multimediatijdperk. Alle mogelijke media en tools worden aangewend in de creatie van georkestreerde situaties en geconstrueerde narratieven die de perceptie van de toeschouwer bevragen en uitdagen. Zijn werk werd recent vertoond op het Internationale Filmfestival Rotterdam, Anemic Festival (Praag) en Almost Cinema (Gent).

De WERKTANK is een kleinschalig productiehuis voor mediakunst. Het wil kunstenaars de kans geven om een mediakunstwerk te creëren in professionele omstandigheden en met een goede omkadering. Er wordt bewust gekozen voor een grote diversiteit aan artiesten, zowel op vlak van ervaring, artistieke en culturele achtergrond, mediagebruik en thematiek. Het bindende element is de zintuiglijke tastbaarheid van de werken en de aandacht voor de sensoriële aspecten van de mediakunst. De WERKTANK biedt kunstenaars de voordelen aan die voortvloeien uit de bundeling van administratie- en productiekosten maar garandeert volstrekte artistieke autonomie. Voor de volgende jaren staan projecten gepland van o.a. Mekhitar Garabedian, Wim Janssen, Kurt d’ Haeseleer, Ief Spincemaille, Aernoudt Jacobs etc. De artistieke leiding ligt in de handen van Kurt d’Haeseleer, de zakelijke leiding bij Ief Spincemaille.

Back to top