histoire(s), sur les traces du Jeune Homme et la Mort

Koninklijke Vlaamse Schouwburg / De Bottelarij

14.15.16.17/05 > 20:00
FR > Subtitles : NL

'Hoe kan ik hommage brengen aan deze voorstelling, anders dan door de herinneringen op te zoeken van hen die dit moment beleefden?' Choreografe Olga de Soto stelt zich de vraag in hoeverre het geheugen van een publiek nog steeds doordrongen is van een dansvoorstelling, lange tijd na de opvoering ervan. In Parijs ontmoette zij enkele toeschouwers die in 1946 in het Théâtre des Champs-Elysées de vertoning van het legandarische Jeune Homme et la Mort bijwoonden. De Soto brengt aan de hand van hun indrukken van weleer het ballet van Roland Petit en Jean Cocteau tot leven en creëert zo op het scherm een voorstelling schatplichtig aan het emotionele geheugen.

Choreografische voorstelling vertrekkende van de voorstelling

Concept, regie & choregrafie/Concept, direction et chorégraphie/Concept, direction and choreography : Olga de Soto

Met/Avec/With : Vincent Druguet & Olga de Soto

Toneelbeeld/Scénographie/Scenography: Thibault Vancraenenbroeck

Realisatie video/Réalisation vidéo/Realisation video : Olga de Soto

Videomontage/Montage vidéo/Video Editing : Montxo de Soto

Met getuigenissen van (achtereenvolgend)/Avec les témoignages de (par ordre d’apparition)/With testimonies of (in order of appearance) : Micheline Hesse, Suzanne Batbedat, Robert Genin, Brigitte Evellin, Julien Pley, Françoise Olivaux, Olivier Merlin & Frédéric Stern.

Voice off/Voix off : Jean Babilée

Muziek/Musique/Music (achtereenvolgend/ par ordre d’apparition/in order of appearance): J.S. Bach’s Praeludium, Sarabande, Passacaglia in C Minor (transcriptions for piano)

Creatie licht/Création éclairages/Creation Lighting : Henri-Emmanuel Doublier

Technische leiding en constructie toneelbeeld/Régie générale et construction scénographie/Technical Direction and stage design: Christophe Gualde

Coproductie/Coproduction : Cie. ABAROA / Coto de Caza asbl, KunstenFESTIVALdesArts, Centre National de la Danse – Pantin, met de steun van/avec l’aide de/ supported by COM4 HD – Madrid.

Dit project ontstond in opdracht van/ Ce projet a été initié à la commande de/This project was commissioned by Culturgest, Lisboa 2003.

Presentatie/Présentation/Presentation : KVS/de bottelarij, KunstenFESTIVALdesArts

Met dank aan/Remerciements à/Thanks to : Catherine Alvès, Odette Aslan, Jean Babilée, Dominique Baguette, Michèle Bargues, Marc Bouteiller, Pierre Caizergues, Jean-Jacques Chabut, Sybille Cornet, Cécile Coutin et Simone Drouin (Département des Arts du Spectacle de la Bibliothèque de l’Arsenal – Paris), Eugénie De Mey, François Deppe, Ramón de Soto, Eliane Dheygere, Brigitte Evellin, Dominique Frétard, Robert Genin, Carlos González, Pierre Gufflet, Manuela Gutiérrez, Olivier Hespel, Micheline Hesse, Colin Legras, Francis Lepigeon, Jorge León, Olivier Merlin, Nadine vzw – Bruxelles, Stéphane Noël, Jean Robin, Frédéric Stern, Michel Troadec, Georges Alexander Van Dam, Gaëtan van den Berg, Marie-Christine Vernay, Christophe Wavelet & Théâtre Varia.

Met dank aan/Et tout particulièrement à/Special thanks to : Olivier Hespel, Jorge León, Manuela Gutiérrez, Luis Sanz, Montxo de Soto, Grégoire Romefort & Antón.


Back to top

Logboek (fragmenten)

Lissabon, 17 september 2002

Beste Olga,

Elk jaar organiseert Culturgest een kort eerbetoon aan verschillende artiesten (Martha Graham, José Limon, Josephine Baker, Merce Cunningham, enz). […] We zijn verheugd je uit te nodigen voor een eerbetoon aan Le Jeune Homme et la Mort van Jean Cocteau. De voorstellingen zullen plaatsvinden in Lissabon in juni 2003.

ANTÓNIO PINTO RIBEIRO

Culturgest

Dit project is ontstaan naar aanleiding van bovenstaande uitnodiging. Le Jeune Homme et la Mort werd gecreëerd op 25 juni 1946 in het Théâtre des Champs-Élysées.

Met Le Jeune Homme et la Mort in gedachten, in september 2002:

Enkele vage beelden van een zwart-wit film.

Jean Babilée, buitengewoon danser. Herinnering overheerst door zijn pijnlijke bewegingen, zijn gespannen, grijze gezicht, gekwetst, met een ‘overdreven’ uitdrukking.

Een choreografie van Roland Petit.

Een man op een stoel, met het gezicht verborgen in de handen.

Claire Sombert als rebelse jonge vrouw, in zwart en wit.

De herinnering van een man die zich ophangt en een vrouw met een gruwelijk doodsmasker.

Zwart en grijs.

Schokkende benen, voeten, armen en lichaam van de opgehangen man.

De eerste scène van de film The Midnight Sun. Intense kleuren.

Mikhaïl Baryshnikov, soepel, energiek, verrassend; hij stort zich op het innerlijke van zijn wanhopige lichaam.

Zijn pirouetten op de rand van een plank, zijn evenwicht op een wankele stoel.

Hij valt, springt...

De vertraagde en stilstaande beelden van een vallende Jean Babilée.[…]

Een vrouw met een hard, hermetisch gezicht en strak, zwart haar.

Ik weet niet meer met wie hij danste bij de creatie in 1946- was het Claire Sombert?

Enkele korte passages uit boeken over de geschiedenis van de dans...

Het lijkt allemaal zo ver weg van me, ver in de tijd, moeilijk.

September-oktober 2002

Wat een grappig voorstel!

Waarom ik?

Een eerbetoon.

Wat is dat, ‘eer betonen’?

Hoe kan ik nu eer betonen aan een voorstelling die ik niet echt gezien heb?

Heb ik zin om er eer aan te betonen?

Waarom geen eer betonen aan de Table Verte of Café Müller of zoveel anderen?

Naar het theater gaan.

Voorstellingen gaan zien, met anderen, anoniem.

Wie wil erover praten?

Wie heeft het gezien? Wie herinnert het zich?

Oktober 2002

Ik denk aan de mensen die erbij waren, in de zaal, in 1946. Aan het publiek, aan zij die getekend werden, geraakt door deze voorstelling. Ik beeld me in wat ze zich nog zouden kunnen herinneren, wat hen zou bijgebleven zijn van het verhaal, van de personages, de vertolkers, de choreografie, het decor, de kostuums. Ik denk ook aan de mensen die meegewerkt hebben aan de creatie. Ik denk aan de jonge man en ik denk aan de dood.

Wat zou er nog van dat alles overblijven in de herinnering van al die mensen?

1946. Dat is bijna 57 jaar geleden, weldra 58.

Wat blijft mij bij van een voorstelling die ik per toeval meepik?

Of van een voorstelling die me werkelijk geraakt heeft?

Wat is de zogenaamd ‘levende’ kunst?

Waar ben ik mee bezig?

Waarom?

Wat blijft er over van een werk, wanneer zij die het gezien hebben en zij die het gemaakt hebben er niet meer zijn om het zich te herinneren, om het te doen leven, in gedachten, of in de gedachten van anderen? Enkele regels in een boek...

22 oktober 2003

Ik besluit de uitnodiging aan te nemen, die daarmee een uitdaging wordt: op zoek gaan naar de toeschouwers die in 1946 in de zaal aanwezig waren en ze interviewen. Hen niets zeggen over de voorstelling, tot het interview over is. Proberen te bekomen dat er herinneringen, beelden, sensaties, gevoelens naar boven komen, maar niets verklappen.

December 2002

Ik begin een onderzoek.

Ik zoek een boekje, dat niet bestaat.

Januari 2003

Ik zoek namen van mogelijke toeschouwers. […]

Februari 2003

[…] Ik stel lijsten op, zonder noodzakelijk te weten wie nog in leven zou zijn. Ik zoek biografieën, en mijn lijsten worden lijsten van doden. […] Ik zoek gegevens, adressen, telefoonnummers. […] Ik zou gewone, ‘echte’ toeschouwers willen vinden, onbekenden die geen deel uitmaakten van het artistieke milieu uit die tijd. […]

Maart 2003. Fragmenten uit de brief aan de heer Jean Babilée, 24 maart 2003:

De drijvende vraag achter dit project is: hoe kan ik een werk bezoeken dat een mijlpaal was in de dansgeschiedenis, waarbij dans begrepen wordt als een levende kunst. Het leek me interessant de vraag te benaderen vanuit de herinnering van de mensen die de creatie van het werk bijwoonden in het Théâtre des Champs-Élysées, en van zij die in de creatie zelf betrokken waren. Ik ben geboren in een ander tijdperk en heb de voorstelling dus niet gezien op het ogenblik van zijn creatie. Ik heb een aantal documenten erover ingekeken, maar ik heb u en Nathalie Philippart niet zien dansen. Ik was er niet bij op dat unieke moment, in die unieke context, in dat theater, iets meer dan een jaar na het einde van de tweede wereldoorlog, in een tijd die getekend was door al het lijden dat een oorlog met zich brengt.

Hoe kan ik die vraag anders benaderen, dan door de herinnering te bezoeken van de mensen die aan dat moment deelgenomen hebben? […]

Advertentie gepubliceerd in de sectie Zoekertjes van Le Figaro op 26 en 29 maart 2003, en in de Zoekertjes van Le Monde op 16 april 2003:

De choreografe Olga de Soto is op zoek naar toeschouwers die aanwezig waren op de creatie van Le Jeune Homme et la Mort van Cocteau, in het Théâtre des Champs-Élysées, in juni 1946, om hun getuigenissen te verzamelen.

26 maart

Iemand uit Nantes heeft gereageerd op de advertentie en zal ons een brief schrijven.

27 maart

We krijgen een telefoontje van een tweede persoon. Het is een man, die in de Morbihan woont.

29 maart

Vandaag bellen drie personen. De eerste woont in Lyon, de tweede in Tourette-sur-Loup en de derde in Cannes (de laatste heeft haar naam niet gegeven).

30 maart

Vandaag telefoon gekregen van een man uit Boulogne.

31 maart

Drie personen hebben gebeld, twee uit Parijs en de andere uit Bordeaux.

Tegelijkertijd volg ik ook andere sporen: ik stel vragen, ik vind nieuwe, deze keer minder anonieme toeschouwers: Jean Robin, Olivier Merlin, Marika Bessobrasova… Vervolgens beeld ik me ook andere mensen in, die mogelijk aanwezig waren: Janine Charrat, die ik vind, maar die niet in de zaal was; de schilder Antoni Clavé, waarvan ik weet dat hij nog in leven is, maar ik vind zijn adres niet en de galeriehouder beantwoordt mijn mails niet – en nog veel anderen. Ik bel journalisten op, programmamakers, vrienden die misschien ideeën kunnen hebben, namen kunnen suggereren.

April 2003

Het boekje blijkt uiteindelijk niet meer te zijn dan enkele regels, geschreven door Jean Cocteau in het programmaboekje van de voorstelling. Ik vind het adres van Jean Babilée op internet. Op enkele weken tijd ontmoet ik Jean Babilée, mevrouw Evellin, de heer Stern en de heer Merlin. Ik ontmoet mevrouw Hesse en de heer Genin. Ik zal niet iedereen kunnen ontmoeten vóór juni. Niet genoeg geld, niet genoeg tijd, noch om het te doen, noch om al die getuigenissen te kunnen omvatten in de 20 minuten die ik gekregen heb. Ik beslis het project in verschillende etappes te delen, gevolgd door de evolutie van mijn ontmoetingen. Ik concentreer me op de toeschouwers uit Noord-Frankrijk en laat het zuiden voor de winter, met het risico dat sommigen er niet meer zullen zijn...

April-mei 2003

Ik schrijf de interviews neer: uren en uren woorden. Ik werk op de computer, het lijkt een vingerdans. Ik geef kleur aan de zinnen. Ik stel me transversale objectieven voorop om bepaalde inhouden van de interviews onderling te verbinden. Op het papier beginnen de mensen te antwoorden. En dan komt mijn broer, de koning van de montagekunst, en de beelden van de toeschouwers die ik ontmoet heb, ontmoeten elkaar. Ze worden acteurs.

April-juni 2003

Om te beginnen, een kort verhaal, door Jean Cocteau verteld aan Roland Petit, Wakhevitch, Karinska, Jean Babilée en Nathalie Philippart.

Cocteau is gestorven in 1963.

Roland Petit is onvindbaar.

Georges Wakhevitch is gestorven in 1984.

Karinska is gestorven in 1983.

Jean Babilée is in topvorm.

Nathalie Philippart, heel moeilijk te vinden, heel moeilijk te ontmoeten.

Boris Kochno, in die tijd Directeur des Ballets des Champs Elysées, is gestorven in 1990.

Jean Robin, indertijd beheerder van het gezelschap. In topvorm.

Vincent Druguet komt naar Brussel. We bekijken samen de fragmenten die mijn broer en ik gemonteerd hebben, op een oud scherm en met een videoprojector. Nu begint het studiowerk. Ik beslis me toe te spitsen op het eerste van de vier delen die ik graag zou behandelen: dat over de tekst van de voorstelling, het verhaal dat er verteld werd.

Juni 2003

Lissabon, eerste schets. Een eerste etappe.

Zomer 2003

Vragen over de verschillende betekenissen van het woord histoire (geschiedenis, verhaal, historie).

Augustus - oktober 2003

Ik kan het niet laten en blijf nog meer toeschouwers zoeken. Ik zou graag verdergaan in het project, maar het ontbreekt me aan middelen.

November 2003

Ik ontmoet Frie Leysen en Christophe Slagmuylder in Brussel. Ik toon hen het werk dat ik in Lissabon voorbereid heb. Ze stellen me voor het onderzoek af te werken voor het volgende KunstenFESTIVALdesArts in mei 2004. Ik vertrek opnieuw. Nog meer telefoontjes, nieuwe afspraken, nieuwe woorden. Ik ontdek dat een aantal grote danseressen uit die tijd er waren in de zaal in 1946, als toeschouwers.

Ik zoek in het zuiden, in Lyon, en dan opnieuw in Parijs. Het is een race tegen de tijd.

Ik neem opnieuw contact op met de dame uit Cannes. Ze had in maart op mijn advertentie geantwoord, maar nu herinnert ze zich de advertentie niet meer, en ook van onze korte contacten weet ze niets meer, noch van Le Jeune Homme et la Mort.

December 2003 - maart 2004

Andere gezichten uit het verleden duiken op en ik blijf altijd voort nieuwe getuigenissen opnemen. Voor het ogenblik heb ik al negen mensen die 60 jaar na de vertoning van Le Jeune Homme et la Mort gaan graven in hun geheugen, op zoek naar hun indrukken van de voorstelling, gecreëerd net na de oorlog. Maar dat geheugen is subjectief: het vertoont hiaten en momenten van helderheid, aarzelingen, maar ook soms wonderbaarlijke gegevens die jarenlang vergeten waren. histoire(s) laat stemmen en verhalen horen die de tijd heeft doen scheuren.

Le Jeune Homme et la Mort is een deel van hen. Ze waren jong, sommigen zelfs heel jong, vandaag zijn ze oud en gerimpeld. Terwijl ik bij ze was, heb ik de tijd genomen om naar ze te luisteren, naar ze te kijken, op ze te wachten. Soms komt een lang vergeten herinnering terug, en tekent kinderogen op hun gelaat. Het herontdekken van een spoor als lichtflits.

Wat overblijft, of een deel van wat overblijft, ligt daar, op hun gezicht.

Ik stel me verder de filmmontage voor, als een choreografie, gebaseerd op het woord, de intentie, de intonatie. De emoties die terugvloeien zijn contrapunten, omgebogen vanaf eenzelfde onderwerp. Waar brengen ze me heen? Soms elders, ver van het oorspronkelijke thema. Soms heel dichtbij, er tegenaan. Ik zou graag verder blijven functioneren als catalysator.

Tijdens de montage, veel vragen. Complexe vragen. Ze roeren de mensen, hun woorden, hun geheugen. Hoe kan ik die stemmen rechtvaardig rangschikken? Hoe kan ik een ritme aan een voorstelling aanpassen, zonder hun eigen ritme te verraden? Hoe kan ik een beweging uitdrukken die geankerd is in het gemeenschappelijke geheugen – het collectieve geheugen – en tegelijk rondzwerft naar het goeddunken van hun persoonlijke herinneringen, hun histoires?


Back to top