Hearing

Paleis voor Schone Kunsten / Palais des Beaux-Arts
  • 23/05 | 20:30
  • 24/05 | 20:30
  • 25/05 | 20:30
  • 26/05 | 20:30

€ 16 / € 13
1h 10min
Farsi > NL / FR

Ontmoet de kunstenaars na de voorstelling van 24/05

In de meisjesslaapzaal van een Iraanse universiteit is de stem van een man gehoord. Dat is het uitgangspunt van Hearing, het indringende nieuwe stuk van Amir Reza Koohestani. De Iraanse theatermaker sleurt ons mee in een kafkaiaans labyrint van geruchten en verdachtmakingen, waarin flarden tekst en video door elkaar vloeien en de grens tussen feiten en hersenspinsels alsmaar vervaagt. De narratieve complexiteit wordt nog verder op de spits gedreven door de afwisseling van tekst en camerabeelden. De vrouwen zijn vastberaden en onverzettelijk. Ze willen de verstikkende sociale conventies afwerpen, maar zitten zelf vast in een beklemmend systeem. Hun verzet is subtiel maar daarom niet minder aangrijpend. Het spook van de controlemaatschappij waart door de ruimte. De theatertekst is gelaagd en messcherp, de regie sober en ingetogen, zoals we dat van Koohestani gewend zijn. Hearing is een meeslepende meditatie over ongrijpbare dreiging en afwezigheid. Komt de waarheid aan de oppervlakte?

Zie ook
Iranian Theatre Today: Another Look
What We Leave Unsaid
A Bit More Every Day – Ham Havâyi

Tekst & regie
Amir Reza Koohestani

Regieassistentie
Mohammad Reza Hosseinzadeh, Mohammad Khaksari

Met
Mona Ahmadi, Ainaz Azarhoush, Elham Korda, Mahin Sadri

Video
Ali Shirkhodaei

Muziek
Ankido Darash & Kasraa Paashaaie

Geluid
Ankido Darash

Licht
Saba Kasmaei

Scenografie
Amir Reza Koohestani & Golnaz Bashiri

Kostuums & rekwisieten
Negar Nemati

Assistentie kostuums & rekwisieten
Negar Bagheri

Assistent toneelmeester
Mohammad Reza Najafi

Vertaling & boventiteling
Massoumeh Lahidji

Productieleiding
Mohammad Reza Hosseinzadeh, Pierre Reis

Administratie & tourmanager

Pierre Reis

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, BOZAR

Productie
Mehr Theatre Group

Coproductie
BOZAR Centre for Fine Arts (Brussel), La Bâtie – Festival de Genève, Künstlerhaus Mousonturm (Frankfurt)

Voorstelling met de steun van
ONDA (Office national de diffusion artistique)

Geschreven tijdens een residentie in Akademie Schloss Solitude in Stuttgart (oktober 2014-maart 2015)

Back to top

Hearing

Waar ik de inspiratie vandaan haalde

Mahin vertelde me vaak haar herinneringen aan de slaapzaal op school. Ik had ook een jaar ervaring met de slaapzaal, maar bij meisjes bleek het toch heel verschillend te zijn – al was het evengoed verboden jongens in de meisjesslaapzaal binnen te loodsen als meisjes bij de jongens. Ik begreep dus dat ik, om het leven in een meisjesslaapzaal nauwkeurig te beschrijven, meer mensen met zo’n ervaring moest spreken.

Hamed Nejabat, de toneelmeester van mijn voorstellingen, had een stuk geschreven dat zich afspeelde in een meisjescollege. Het stuk heette Wij 15 en ging over vijftien schoolmeisjes die allemaal erg hoog scoorden op een chemietoets: zo goed dat de leraar hen verdacht van voorkennis en hen aan een verhoor onderwierp. In tegenstelling tot de personages in Hearing bleven deze vijftien meisjes solidair en verraadden ze elkaar niet.

Ik las ergens dat een Zweedse rechtbank aan asielzoekers een video vroeg waarop hun deelname aan een betoging was te zien, als bewijs van politieke activiteit in hun land.

Enige tijd geleden bekeek ik Mašq-e šab (Huiswerk, 1989) van Kiarostami voor de tweede of de derde keer en ik was bevreemd door de reacties van de kinderen op de eenvoudige vragen van de cineast. Op vragen als ‘Wat is een aanmoediging?’ of ‘Heb je je huiswerk gedaan?’ antwoordden ze met een wezenloze blik en staarden ze met open mond naar het plafond of naar de camera. Ik wil geen overhaaste conclusies trekken over de geestelijke gezondheid van die kinderen, maar geef toe: mocht een kind zich vandaag de dag zo bedreigd voelen door de gedachte met een filmploeg in een zaal opgesloten te zitten dat hij begint te huilen en vraagt om weg te gaan of de deur op een kier te zetten, dan zou men er toch meteen een psychiater of een psycholoog bij halen? Maar het was midden in de Golfoorlog tussen Iran en Irak en iedereen dacht maar aan een ding: overleven en ontkomen aan de onophoudelijke bombardementen van Saddam Hoesseins leger. En kennelijk dacht alleen Kiarostami toen aan de mentale en geestelijke gezondheid van de allerjongsten. Later vernam ik dat een van de kinderen zijn eigen zoon was, Bahman. En ik moest meteen terugdenken aan onze eerste ontmoeting: toen hij hoorde dat ik in 1978 was geboren, zei de cineast meteen dat ik even oud was als zijn zoon. Die kinderen konden dus evengoed mij vertegenwoordigen. Ik zal dus wel net als hen geweest zijn – of nog erger. Hoe kan het kind van toen, zo verloren en hulpeloos, het gebracht hebben tot een intellectueel die vandaag meespreekt over de toestand van de wereld en in zijn land? Ik heb in Mašq-e šab inspiratie gevonden om achter de volwassen Samaneh iets terug te vinden van de geterroriseerde tiener die alsmaar aan haar sjaal prutst.

Hoe ik het stuk schreef

Het heeft me veel meer tijd gekost om de structuur van het stuk op te bouwen dan om de dialogen te schrijven. Tijdens een schrijversresidentie van enkele maanden die mij in Stuttgart was aangeboden bracht ik mijn tijd door met wandelen in het Zwarte Woud, in plaats van aan mijn schrijftafel te zitten. Ik had dat nodig om na te denken over de vorm die mijn stuk kon aannemen, want het enige wat ik erover wist, was dat het zou gaan over een ‘verhoor’ (hearing) door een mannenstem in een meisjesslaapzaal. Natuurlijk was het veel makkelijker geweest als alles zich afspeelde in het verhoorlokaal. De toeschouwers zouden dan wellicht tevredener uit de voorstelling komen, gerustgesteld dat ze alles hebben begrepen en bevestigd in wat ze wilden zien: starre extremisten die weerloze meisjes vervolgen voor iets wat ze niet hebben gedaan. Eenvoudig, duidelijk, conform wat men constant hoort op de publieke en commerciële omroepen – ja, ook op Arte. Maar de werkelijkheid blijkt heel anders.

In tegenstelling tot wat we verwachten, wordt het verhoor niet door een bebaarde fundamentalist gevoerd, maar door een studente aan wie de sleutel van de slaapzaal is toevertrouwd, louter omdat ze iets ouder is. En zij ondervraagt de anderen niet omwille van haar eigen politieke of religieuze opvattingen, maar louter omdat ze tot dan toe in de luwte is gebleven en zich geen problemen op de hals wil halen.

Als mensen zich alleen in een land als Iran moesten verantwoorden tegenover achterdochtige inspecteurs, dan konden we ons wentelen in de zekerheid dat de methodes en wetten van ‘die landen’ niet deugen, maar dat ‘ons’ niets te verwijten valt. Dat is de taal van alle rechtse partijen van vandaag. In werkelijkheid vind je overal ter wereld overheden die, overtuigd van hun legitimiteit, maar al te graag tegenover je gaan zitten en je om bewijs vragen dat je niet liegt.

Samaneh maakt de fout om niet in Neda’s voordeel te getuigen wanneer dat van haar wordt verwacht. Neda wordt van de universiteit gegooid en tien jaar later pleegt ze in Zweden zelfmoord omdat haar asielaanvraag is geweigerd, niet omwille van haar verwijdering van de universiteit. Nu is de vraag in welke mate Neda’s dood Samaneh aan te rekenen valt. Zouden wij ons in haar plaats schuldig voelen of zouden we onze handen in onschuld wassen omdat het allemaal zo lang geleden is? En als we al Samaneh’s slechte geweten delen, dan is de vraag waarom we niet hetzelfde voelen ten opzichte van de Iraakse of Syrische kinderen die het slachtoffer zijn van met ons belastinggeld gefinancierde bommen, of tegenover de toekomstige generaties, aan wie we een behoorlijk beschadigd milieu nalaten. Kennelijk zijn enkele likes en shares op Facebook of een paar op het internet getekende petities voldoende om ons geweten te sussen.

Toen ik terugkwam van mijn laatste wandeling door het Zwarte Woud kwamen mij de contouren van de volgende verhaallijn voor de geest: een poging door Samaneh om, twaalf of dertien jaar later, andere antwoorden te geven op de gestelde vragen, in de hoop zo het verleden te kunnen veranderen.

Of ik een feminist ben

Hearing is mijn eerste toneelstuk dat niet gemengd is. In de vorige stukken was er altijd een confrontatie tussen de twee geslachten. Zes ervan voeren koppels op. Dit keer zijn er alleen maar vrouwelijke personages. Ben ik daarom een feminist? Het antwoord is neen. Ik voel mij niet in de gelegenheid om een mening te uiten over de positie van de vrouw. En als ik het al zou doen, als mannelijke auteur, dan zou ik me voelen als die toeristen die met een fototoestelletje naar India gaan, enkele kiekjes maken van vrouwen in een sari, koeien op straat, mannen die aan een trein of een bus hangen en die dan terugkeren. Ik weet niet meer over de vrouwenproblematiek dan die toeristen over India. Ik kan niets meer doen dan vier actrices, door hun aanwezigheid in deze voorstelling, te vragen hoe nauw mijn zienswijze als buitenstaander bij de werkelijkheid aansluit.

Amir Reza Koohestani
Mei 2016

Back to top

Amir Reza Koohestani werd geboren in 1978 in Shiraz, Iran. Al op zestienjarige leeftijd begon hij kortverhalen te publiceren. Hij was aangetrokken tot de bioscoop; in 1995 volgde hij cursussen in regie en cinematografie en werkte aan twee onafgewerkte films. Na een korte ervaring als acteur begon hij zich toe te leggen op het schrijven en regisseren van toneelstukken: And The Day Never Came (1999), dat nooit werd gespeeld, en The Murmuring Tales (2000), dat goede kritieken kreeg tijdens het 18de Internationale Fadjr Theater Festival in Teheran. Met zijn derde stuk, Dance On Glasses (2001) oogstte Koohestani internationale bekendheid. Daarna volgden de toneelstukken Recent Experiences (naar een tekst van de Canadese schrijvers Nadia Ross en Jacob Wren, 2003); Amid the Clouds (2005); Dry Blood & Fresh Vegetables (2007) en Quartet: A Journey North (2008), die allemaal met succes werden gespeeld in Europa. Koohestani werkte ook in opdracht voor het Schauspielhaus in Keulen, waar hij Einzelzimmer (2006) schreef en opvoerde, en voor het Nouveau Théâtre de Besançon, waar hij samen met Oriza Hirata en Sylvain Maurice het stuk Des Utopies ? (2009) maakte. Na twee jaar te hebben gestudeerd in Manchester, keerde Amir Reza Koohestani in 2009 terug naar Teheran en schreef er het stuk Where Were You on January 8th?. Ondanks het feit dat hij zijn militaire dienst nog moest afronden, maakte Koohestani in 2011 een bewerking van Tsjechov’s Ivanov, die met succes werd gespeeld in Teheran. In 2012 won de film Modest Reception, waarvoor Koohestani samen met de acteur en filmregisseur Mani Haghighi het script schreef, een Netpac Award op het Internationaal Filmfestival van Berlijn. Nog in 2012 schreef hij The Fourth Wall, een bewerking van Englandvan Tim Crouch, dat honderd keer werd getoond in een kunstgalerie in Teheran. In 2013 kreeg hij de opdracht van het Festival Actoral in Marseille om een nieuw stuk te schrijven en te regisseren: Timeloss, gebaseerd op zijn eerdere stuk Dance on Glasses. Van oktober 2014 tot maart 2015 werkte Koohestani in residentie aan de Akademie Schloss Solitude in Stuttgart, waar hij zijn laatste toneelstuk Hearing schreef, dat in première ging in het stadhuis van Teheran in 2015 en dat nu op tournee is in Europa. Hij kreeg ook de opdracht om een toneelstuk te schrijven en te regisseren voor het Theater Oberhausen in Duitsland, dat eveneens in 2015 in première ging.

Amir Reza Koohestani/Mehr Theatre Group op het Kunstenfestivaldesarts
2004: Dance On Glasses
2005: Amid the Clouds
2008: Quartet : A Journey North
2010: Where Were You on Jan 8th?
2014: Timeloss

Back to top