Gustavo Artigas

Kanal 20

Expo: 3 – 24/05, Wednesday to Saturday > 14:00 – 18:00
Vernissage: 2/05 > 19:30
City Event: somewhere, some day in May

Hij gebruikt het glas van ingeslagen autoruiten om de kaart van Afrika met 'diamanten' te bezetten. In het grensdorp Tijuana organiseert hij een match tussen Amerikanen en Mexicanen, basketbal tegen voetbal, ieder zijn eigen regels. Op de achtergrond de grensmuur…

Beeldend kunstenaar Gustavo Artigas werd in 1970 geboren in Mexico City. Een ‘situation-events artist’ noemen ze hem, en terecht: in zijn werk, vaak happenings, baseert hij zich op reële situaties, op menselijke, sociale, politieke of economische conflicten. Hij speelt volgens de regels van sport en spel, maar de inzet verandert…

Brussel kan hem op twee manieren beleven: In de galerij Kanal 20 aan de hand van foto’s en video’s van zijn bestaand werk en in de stad, een publiek territorium voor zijn interventies. Ludiek zijn ze enkel voor wie niet verder kijkt…

Concept:

Gustavo Artigas

Met de steun van:

Nina Menocal Gallery, Secretaría de Relaciones Exteriores, Coordinación de Asuntos Intenacionales CONACULTA/INBA, Embajada de México en Bélgica

Dank aan:

Looking Glass (Bruxelles/Brussel)

Productie:

KunstenFESTIVALdesArts

Presentatie:

Kanal 20, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Moeten we nu spelen of ernstig zijn?

Moeten we nu spelen of ernstig zijn? En in alle ernst, wat is spelen eigenlijk? Deze vragen uit een kritische verhandeling van Georges Bataille (Le Bonheur, l'érotisme et la littérature. 1944-1961) zouden wel eens de sleutel kunnen zijn tot het onderzoek naar spel en catastrofe van visueel kunstenaar Gustavo Artigas (Mexico City, Mexico, 1970).

Zijn verblijfplaats is Mexico City maar sinds een viertal jaar coördineert hij een groot deel van zijn projecten in verscheidene andere internationale steden: hij ontwikkelt er een verrassend en complex taalgebruik dat de sociale spanningen binnenin georganiseerde groepen absorbeert, evenals de risico’s die verbonden zijn aan spelsituaties en catastrofes.

Artigas’ werk gaat over grenzen. De grens tussen wat wel een spel is en wat niet, is moeilijker te definiëren dan men op het eerste gezicht zou kunnen denken. In ons dagelijks taalgebruik is het spel een gratis activiteit, zonder gevolgen. De catastrofe, daarentegen – zoals die beleefd wordt door Artigas – is een grens, afgebakend door de angst en/of het onvermijdelijke. Met zichzelf in de rol van ceremoniemeester ontwikkelde hij een ‘act’ op drie niveaus: spelletjes, performatieve handelingen en politieke kritiek staan als verschillende hoofdstukken naast elkaar.

Spelen

Eén van Artigas’ meest gevierde werken is The Rules of the Game (2000-2001). Het werd voorgesteld op InSite 2000, dat doorging bij de Mexicaans-Amerikaanse grens, ergens tussen Tijuana en San Diego. Het werk verbijsterde velen door de totaal nieuwe en verrassende kijk op ‘het spel’.

Het stelde een soort hybride vorm van een grens voor. De talrijke toeschouwers waren getuige van twee ‘onschuldige’ sportwedstrijden. Maar deze camoufleerden in feite op een subtiele manier twee uiterst politieke daden die de sociale compatibiliteit/incompatibiliteit moesten illustreren. Eerst bouwde Artigas een handbalterrein langs de Amerikaans-Mexicaanse grens, in La Libertad, een van de favoriete doorgangspunten voor illegale immigranten die naar de VS proberen over te steken. Hij raakte hiermee het netelige onderwerp aan van de migratietendensen in de regio. Voor het tweede deel van zijn project liet Artigas twee voetbal- en basketbalploegen uit Tijuana en San Diego tegelijkertijd een match spelen op hetzelfde terrein. Het spel/situatie model dat hierbij ontstond, zien velen sindsdien als typisch voor het werk van deze kunstenaar.

In tegenstelling tot wat men verwacht van een sportwedstrijd – een hevige strijd om de overheersing van het terrein – brengt de dicht opeengepakte opstelling van de vier ploegen een interessant principe teweeg: het verschil zonder conflicten. Met deze combinatie van toeval, gevaar en onvoorspelbaarheid, veroorzaakt Artigas een kleine aardbeving in de plaatselijke politieke arena. Hoewel zich tijdens de voorstelling slechts één klein incident voordeed, zouden we kunnen stellen dat Artigas ernaar streeft discussies op gang te brengen. Net als The Rules of the Game viseren Geeta vs. Sage (2001) en The Domino Effect(2000) de parameters van sociale gewoontes en coherentie binnen een georganiseerde gemeenschap.

Geeta vs Sage werd voorgesteld in de Roxy Rhythm Bar in Melville (Johannesburg, Zuid-Afrika) samen met de andere werken die ter plaatse geproduceerd werden: Jewelry (2001) en Big Engagement, Big Hole (2001). Deze staan allemaal in het kader van een groot, globaal project, Locals Hate Us. In tegenstelling tot andere projecten die extreme of ongewone situaties bestuderen, gaat Locals Hate Us dieper in op de angst die de positie van immigrant met zich brengt. ‘In een van die projecten in Johannesburg, bijvoorbeeld, kaart ik een specifiek sociaal brandpunt aan: de Zuid-Afrikaanse regering had een aantal bars in de rode zone gesloten wegens de groeiende toevloed van illegalen uit andere Afrikaanse landen. Deze situatie zien we ook in Mexico. In Geeta vs Sage heb ik een beeld uit keramiek gemaakt met de modder die gebruikt was tijdens een catch-wedstrijd in een van die bars.’ Behalve de kijk van de toeschouwer op een sportwedstrijd, bevat dit werk, qua vormgeving overigens heel elegant, nog andere niveaus. Het hekelt zaken als de plaats waar de kunst gebracht wordt, de gespannen situatie van illegale buitenlanders in bepaalde landen, en problemen als verdraagzaamheid en competitie.

Hetzelfde zou kunnen gezegd worden van The Domino Effect, een werk gecreëerd ter gelegenheid van de 7de Biënnale van La Havana. Deze keer geen vrouwelijke worstelaars of illegalen als protagonisten, maar prostituees. De kunstenaar ensceneert nu een ander soort competitie: een dominospel tussen vier prostituees en vier mannelijke Cubaanse kunstenaars. De idee van verdraagzaamheid komt hier op een ander niveau naar voor: elke keer wanneer de spelers verliezen, moeten ze een glas rum drinken. Wie niet meer verder kan spelen of drinken, wordt uitgeschakeld. Pittig detail: de winnares, een vrouw, ontvangt een fles rum als prijs.

Performatief risico

Ander onderzoek van Gustavo Artigas verdiept zich in de repercussies die het innemen van een sociaal standpunt in het debat rondom hedendaagse kunst met zich meebrengt. De in situ productie Emergency Exit (2001), voorgesteld in het Museo de Arte Carrillo Gil in Mexico City, is daar een voorbeeld van. Artigas werkt zelden in de context van musea, maar voor dit specifieke project organiseerde de kunstenaar een show met een stuntman op een motor die de hall van het museum binnenstormt, er doorheen vlamt en vervolgens weer naar buiten vliegt in een fractie van een seconde. De curatoren spraken over het feit dat de kunstenaar een tegenstander was van projecten die speciaal opgevat waren voor musea. Ze vermeldden ook dat er nog nooit eerder in het bestaan van het museum een gebeuren van deze aard was gezien, en gaven commentaar op Artigas’ streven om op korte tijd het museum in te nemen, door in een deel ervan binnen te dringen zonder er evenwel op directe manier binnen te gaan. Waar ze vreemd genoeg met geen woord over repten was zijn aantrekking tot het spectaculaire.

Artigas verklaarde ooit tijdens een interview: ‘Mijn werk loopt altijd het risico slecht af te lopen. En daar zit nu net ook de mogelijkheid dat het werk een succes wordt.’ Maar wat houdt die mogelijkheid in? De garantie dat we spektakel te zien krijgen? Ook al weten we dat de motorrijder veilig door de hall zal komen, we houden toch altijd even onze adem in terwijl we ons afvragen of hij wel heelhuids aan de andere kant geraakt. Dit is misschien te wijten aan zijn ‘ceremoniemeesterstijl’ of aan de manier waarop hij de menigte uitdaagt wanneer de stuntman doorheen het museum raast. Het is precies hier waar Artigas’ spel om draait. Het is misschien geen interactief spel, maar het flirt wel met de reactie van de toeschouwer op gevaar.

Politieke afleiding

Insomnia (2002) toont ons een andere soort onderzoek naar catastrofes. Met dit werk, dat bestond uit de gratis distributie van postkaarten, ontleedt Artigas het concept van veiligheid/onveiligheid aan de hand van slaapstoornissen. Op de postkaarten is de volgende tekst te lezen: ‘Na een rampzalige gebeurtenis of situatie, klagen we vaak over slapeloosheid. Als u lijdt aan slapeloosheid of eender welke andere slaapstoornis, bezoek dan even de volgende website: www.planb.tv/insomnia’ (in het Engels en het Arabisch). Bezoekers van de site hebben toegang tot verschillende pagina’s die slaapstoornissen bespreken en een aantal oplossingen voorstellen. Ironisch genoeg associeert Artigas zijn project met de humanitaire campagne New York Needs Us Strong van de New York City Department of Public Health and Project Liberty. Gefascineerd door het spektakel, verwijst Artigas naar de impact van de postkaartcampagne op de collectieve psychologie.

Vergelijkbaar met New York Needs Us Strong is de meer spektakel-gerichte postkaartcampagne Attack on America. In de linkerhoek van de postkaart, naast de rampbeelden, staat te lezen: ‘Rampkaart, ten bate van de slachtoffers van de aanslagen van 11 september.’ Voor een analyse van deze postkaarten in het licht van de socio-psychologische interesse van de kunstenaar, is het essai van Guy Debord, Commentaires sur la Société du Spectacle, uiterst verhelderend. Ik denk meerbepaald aan zijn discussie over de beelden en de prijs van het spektakel enerzijds, en aan Artigas’ interpretatie van ‘het verlies van alle logica’ in de postkaartcampagnes anderzijds. Volgens Debord is ‘de decadentie van het hedendaags denken in de eerste plaats te wijten aan het feit dat het spektakel geen ruimte laat voor repliek, terwijl logica sociaal gezien alleen op dialoog kan rusten. […] De beelden, gemaakt of gekozen door iemand anders, worden onze voornaamste connectie met een wereld die we voorheen op autonome manier observeerden. Maar op technologisch niveau moeten we beseffen dat beelden veel verdragen. Het is geen probleem om van alles samen te zetten binnen één beeld zonder enige tegenspraak. We worden overstroomd door een beeldenvloed, en het is iemand anders die naar eigen goeddunken deze vereenvoudigde samenvatting van de waarneembare wereld maakt. Diezelfde persoon beslist wat getoond zal worden, aan wie en wanneer. Net alsof het om een onafgebroken, willekeurige reeks verrassingen ging, en zonder ruimte te laten voor enige vorm van bezinning, of van bekommernis om wat de toeschouwer ervan kan denken of begrijpen.’

De specialiteit van Artigas is artistieke conventies combineren met voyeurisme en massaspektakel. Zijn werk is meer dan louter de creatie van situaties, acties of kunstvoorwerpen. Het hanteert een taalgebruik gericht op socio-psychologische groepsorganisatie en op het openbare spektakel, evenals op de cultuur van het spel, van het spel als leven op zich. Hoewel we een simpele basket- of voetbalmatch, of een stuntman die door een museum vlamt, niet meteen associëren met dood en de gevolgen ervan, voelen we in het ironische spel Artigas’ intenties toch aan…

Jennifer Teets, Onafhankelijk curator. 2003

Back to top