Gone in a Heartbeat

KVS BOX

55 min

22/05 – 20:30
23/05 – 18:00
24/05 – 20:30
25/05 – 18:00

Het werk van Louise Vanneste herken je aan de onalledaagse danstaal en het groot gevoel voor de ervaring van het publiek. Doorheen haar vorige projecten ontwikkelde de jonge Brusselse choreografe een unieke scenische taal waarin ze de dans in dialog laat gaan met ruimte, licht en geluid. In haar nieuwste creatie meet Louise Vanneste opnieuw de spanning tussen veelheid en eenheid en tussen choreografie en instinct. Gone in a heartbeat is een stuk met vier solo’s in een gedeelde tijdruimte. De dansers vonden inspiratie in populaire rockconcerten en volksdansen. Ze halen de bewegingen uit ons collectief geheugen en gooien alles op een hoopje. De opstellingen veranderen voortdurend, de dansers beïnvloeden elkaar instinctmatig. Licht, geluid en ruimte spelen elk hun eigen rol als autonome spelers binnen een en dezelfde organisatie. Gone in a heartbeat is een onweerstaanbare draaikolk voor je zintuigen.

Concept & regie
Louise Vanneste

In samenwerking met
Anja Röttgerkamp, Eléonore Valère-Lachky, Eveline Van Bauwel, Anuschka Von Oppen

Musiek
Cédric Dambrain

Scenografie & licht
Arnaud Gerniers, Benjamin van Thiel

Kostuums
Filip Eyckmans

Productie
Louise Vanneste/Rising Horses

Uitvoerende productie
Les Halles de Schaerbeek

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses, Théâtre de Liège, Le Phare Centre Chorégraphique National du Havre Haute-Normandie, Le Centre chorégraphique national Roubaix-Nord-Pas-de-Calais, Torinodanza

Louise Vanneste/Rising Horses wordt ondersteund door
Fédération Wallonie-Bruxelles – Service de la danse en wordt begeleid door Grand Studio

Louise Vanneste is in residentie bij
Charleroi Danses & Les Halles de Schaerbeek

Back to top

Gone in a heartbeat

De leden van een groep bevragen, niet over wat hen bindt maar over hun verschillen en de afstand die hen scheidt, of over de dynamiek ‘ressemblance/dissemblance’ zoals Louise Vanneste het zo graag uitdrukt. Het is een van de ietwat tegendraadse apriori’s van Gone in a Heartbeat. Uit de eerste apriori vloeit haast onvermijdelijk een tweede voort: het kwartet niet vervlakken door het een gemeenschappelijke schriftuur op te leggen; een structuur in de lichamen aanbrengen zonder er daarom teksten of zinnen in te beitelen; de dansers zich welbepaalde woorden, zinswendingen en contexten laten toe-eigenen, om elk individu vrijer te laten ademen binnen een gemeenschappelijke taal en tijdruimte … Die choreografische belangstelling (en uitdaging) is al bijna vijf jaar Louise Vannestes sterkste drijfveer. Eerst creëerde ze de solo Home (2010). Daarop volgde een duet met Eveline Van Bauwel, Black Milk (2013). Die twee eerste ervaringen worden gekenmerkt door een spanningsveld tussen Louise Vannestes zoeken naar een accurate choreografische context en haar verlangen om het instinctmatige en de spontaniteit van de uitvoerders te bewaren. In Gone in a Heartbeat wordt dat spanningsveld nog intenser doordat vier lichamen samen het podium betreden.

‘Het vastleggen van bewegingen interesseert me persoonlijk niet zo … Als danseres hield ik er al van om mijn vrijheid te bewaren, om de beleving van mijn lichaam op het podium centraal te stellen, het leven uit te drukken in al zijn onbestemdheid, toevalligheid en dreigende kracht … Daarom focus ik in mijn choreografieën vooral op de ‘aanwezigheidstoestanden’ van het lichaam. Binnen een bepaalde context zorgen die toestanden ervoor dat er bij de danser als het ware sensoren in werking treden die de zintuigen voeden en een bepaalde kwaliteit aan de beweging geven. Op die manier kijkt het publiek naar alerte performers met een sterke presence die helemaal openstaan voor het nu, in plaats van iets te vertolken of weer te geven’.

Maar begrijp het niet verkeerd, de vrijheid van de danser in het hier en nu wordt door Louise Vanneste geregisseerd en gestructureerd via een ondergronds wortelnet van zowel individuele als collectieve regels. ‘Die instructies en werkmiddelen vormen het ruimtelijke kader waarbinnen de spontaniteit van elke danseres tot uiting kan komen. Tegelijk stellen ze me in staat om unieke momenten en beelden te laten ontstaan. Wat de individuele instructies betreft, zeg ik bijvoorbeeld aan de danseressen om zich een precieze situatie of plek in te beelden (een badkamer, een savanne…) of een welbepaalde figuur (een oude vrouw, een winnaar, een machine, een dier …). Het gaat om vrije instructies, waarvan het resultaat van persoon tot persoon varieert, maar die elke individuele danseres in staat stelt een eigen specifieke woordenschat te ontwikkelen. Ze zal voortdurend een beroep doen op haar verbeeldingskracht om haar fysieke aanwezigheid te voeden. Naast die individuele instructies stel ik ook regels op die te maken hebben met de relatie van elke danseres tot de ruimte en de andere danseressen: op een plek van het podium blijven staan, zich verplaatsen, de ander tegemoetkomen, samen een lijn vormen, elkaar kruisen; de ander imiteren, zich laten besmetten, de beweging van de ander overnemen om daarin een impuls te vinden voor de eigen beweging, enzovoort. Die verschillende instructies en werkmiddelen volgen elkaar op in de loop van de voorstelling en wisselen elkaar af. Ze vormen het gemeenschappelijke voetstuk voor de expressie van de vier danseressen, een voetstuk dat hen in staat stelt de basisidee van het project voor ogen te houden: de verhouding/afstand tegenover de groep … Laten we een voorbeeld uit het begin van de voorstelling nemen. Daar volgen de danseressen mijn instructie om zich niet te verplaatsen en om elk een eigen woordenschat te ontwikkelen rond dezelfde idee: een beatslaan, spelen met een beat.’

In Vannestes zoektocht naar het samengaan van instinct en choreografische schriftuur speelt de plastische en muzikale dimensie van de creatie een grote rol. De elementen ruimte, licht en klank worden ingevuld, genoteerd en vastgelegd in de loop van het volledige creatieproces, waarbij de choreografische regels en werkmiddelen als in een partijtje pingpong steeds verder worden verfijnd. Ruimte, licht en klank vormen als het ware de ruggengraat van Vannestes creaties. Het zijn de dramaturgische assen van het ‘grondgebied’ dat de ‘aanwezigheidstoestanden’ van de danseressen stut en kristalliseert.

‘Ik wil voorstellingen creëren waarin de spontane ervaring centraal staat, de spontane ervaring van de danser maar ook van de toeschouwer die tegenover de danser en de context (muziek, licht, ruimte) plaatsneemt. Voorstellingen waar je niet op zoek hoeft te gaan naar een logica of doel, naar een onderwerp of thema … Dat betekent niet dat die elementen nooit in mijn stukken opduiken. Alleen vormen ze niet het leidmotief van de creatie, de drijfveer achter de schriftuur of de leidraad voor de interpretatie van de toeschouwer.’

In deze avontuurlijke en resoluut zintuiglijke/sensuele aanpak staat niet zozeer het moment zelf centraal, dan wel het loskomen van de dingen, en dat zowel bij de vertolkers als bij het publiek. ‘Over het algemeen komt het detailleren of vastleggen van dingen en ideeën neer op hun opsluiting in een eenduidige, absolute, onveranderlijke waarheid. Ik verkies het samengaan van een veelheid aan mogelijkheden, waarbij iedereen ten volle proeft van het efemere en vluchtige van elk moment. Gone in a Heartbeat* dus …

Olivier Hespel

* letterlijk ‘weg in een hartklop’: Engelse uitdrukking die in het Nederlands, iets minder poëtisch, als ‘vluchtig’ kan worden vertaald.

Back to top

Omdat Louise Vanneste zich na haar opleiding klassieke dans steeds meer tot de hedendaagse dans aangetrokken voelt, gaat ze aan de Brusselse dansschool P.A.R.T.S. studeren. Dankzij een beurs van de Belgische stichting SPES kan ze zich in New York vervolmaken bij Trisha Brown Dance Company. Sinds haar terugkeer in Europa creëert Louise Vanneste haar eigen choreografieën. Ze werkt bij voorkeur samen met kunstenaars die geen dansers zijn: de musici Cédric Dambrain en Antoine Chessex, de videokunstenaar Stéphane Broc, de plastische kunstenaars en lichtregisseurs Arnaud Gerniers en Benjamin van Thiel, en de schilder Stephan Balleux. Louise Vanneste creëert in 2008 haar eerste collectieve voorstelling, Sie kommen . Daarna volgen de solo HOME , het trio Persona en het duo Black Milk , dat in 2013 de prijs voor de beste dansvoorstelling ontvangt van de Prix de la Critique. In 2014 realiseert Louise Vanneste haar eerste video-installatie, Going West . Haar werk is zowel op Belgische als buitenlandse podia te zien: Holland Festival (Nederland), Augusti Tantsu festival (Estland), Bienal Internacional de Dança do Ceará (Brazilië), Festival International des Brigittines (België), Fabbrica Europa (Italië), Romaeuropa (Italië), Hong Kong Experimental Gallery enzovoort. Louise Vanneste is momenteel artieste in residentie bij Charleroi Danses en artieste-partner van Les Halles de Schaerbeek. Ze wordt begeleid door Grand Studio en geniet de steun van het Ministère de la Culture van de Fédération Wallonie-Bruxelles.

Back to top