enterrer les Morts / réparer les Vivants

Théâtre Varia

23, 25, 26, 27 Mei/Mai/May 20:30
24 Mei/Mai/May 19:30
Duur/Durée/Duration: +/- 2:00
Taal/Langue/Language: Frans/français/French
Simultaanvertaling/Traduction simultanée/Simultaneous translation: Nl

Na Zucco (Koltès) en Les Européens (Barker) bewerkt Armel Roussel Tsjechovs jeugdwerk Platonov. De titel ontleent hij aan een van de laatste replieken van het stuk: enterrer les Morts / réparer les Vivants. Roussels visie op Tsjechov heeft weinig van doen met de lusteloze verveling van het Russische platteland. De onrust en de onmacht van het hoofdpersonage, tegelijk vitaal en destructief, situeert hij in een eigentijdse, urbane leefwereld, waarin "iedereen passies heeft, maar niemand kracht", zoals één van de personages het pregnant uitdrukt.

Naar/D'après/Based on: Anton Tchekhov, Platonov
Vertaling/Traduction/Translation: André Markowicz, Françoise Morvan
Regie, bewerking, scenografie/Mise en scène, adaptation, scénographie/Direction, adaptation, scenography: Armel Roussel
Assistenten/Assistantes/Assistants: Anne Marcq, Raphaële Germser
Componist/Compositeur/Composer: Philippe Cam
Acteurs/Actors: Karim Barras, Yoann Blanc, Renaud Cagna, Eric Castex, Urteza da Fonseca, Anne Delatour, Stéphanie Delcart, Frédéric Lubansu, Fanny Marcq, Vincent Minne, Armel Roussel
Coaching: Claudio Graisman
Make-up ontwerp/Création maquillage/Make-up design: Zaza da Fonseca
Make-up/Maquilleuse: Esther Wauters
Kostuums/Costumes: Mina Lee, Souad Kajjal
Video/Vidéo: Philippe Baste
Klank-ontwerp/Création sonore/Sound design: Marc Lacroix
Technisch directeur/Directeur technique/Technical director: Marc Defrise
Licht/Eclairage/Lighting: Marc Lhommel
Productieleiding/Directeur de production/Production manager: Nathalie Deleu, Laurent Henry
Stagiaire/Trainee: Rodolphe Coster
Productie/Production: Compagnie Utopia (Brussel/Bruxelles)
Coproductie/Coproduction: Théâtre de l'Union - Centre Dramatique National de Limoges, KunstenFESTIVALdesArts
Met de medewerking van/Avec la collaboration de/In collaboration with: Théâtre Varia (Brussel/Bruxelles)
Met de steun van/Avec le soutien de/Supported by: Le Ministère de la Communauté française de Belgique - Service du Théâtre, Commissariat Général aux Relations Internationales, la Commission Communautaire française de la Région de Bruxelles-Capitale - Secteur du Théâtre, Centre Wallonie-Bruxelles
Project partners/Partenaires du projet/Project partners: Centre Dramatique National de Gennevilliers, Théâtre du Muselet (Scène Nationale de Châlons-en-Champagne)
Presentatie/Présentation/Presentation: Théâtre Varia, KunstenFESTIVALdesArts

Compagnie Utopia is in residentie bij/est en résidence au/is in residence at: Théâtre Varia

Back to top

"Misschien sluit ik met Platonov van Tsjechov wel een cyclus af die ik begonnen ben met Roberto Zucco van Koltès en Les Européens van Howard Barker", zegt Armel Roussel niet zonder gevoel voor humor en relativering: spreken over een afgesloten cyclus is immers geen geringe ambitie voor een jonge regisseur van vijfentwintig. "Wat de voorstellingen samenhang geeft is dat ze alle drie de geschiedenis vertellen van iemand die doodt. Het gaat om personages die eenzaam en zelfdestructief, brutaal en liefdeloos zijn. Ze leven in een wereld zonder vaders of moeders: Tsjechov dacht eraan zijn stuk 'Piessa bez nazvania' te noemen wat ‘Zonder vader' betekent (of correcter ‘Zonder oorsprong'). De machteloosheid van de hoofdpersonages wil echter niet zeggen dat ze geen energie hebben. Integendeel zelfs. Ze hebben in zich een vitaliteit die zich niet laat richten en die daarom omslaat in agressie."

Platonov (letterlijk: 'de kleine Plato') is een jeugdwerk van de twintigjarige Tsjechov, zonder titel teruggevonden in zijn nalatenschap. Terwijl zich in Rusland een grimmige prerevolutionaire stemming begint af te tekenen, schrijft de student geneeskunde Anton Tsjechov een stuk over mensen die hun revolutionaire elan verloren hebben: "Platonov is een filosoof. De belofte van een briljante toekomst heeft hij zelf afgebroken: hij geeft zijn studies op en wordt onderwijzer. Hij hield van Sofia met wie hij dezelfde revolutionaire idealen, dezelfde wil om de wereld te veranderen, deelde. Zij heeft zich een leven opgebouwd aan gene zijde van haar vroegere overtuigingen. Platonov vernielt alles om zich heen omdat hij niet aan zichzelf kan ontsnappen: hij is het slachtoffer van de onstuimige impulsen van zijn veeleisend brein. Hij leeft van moment tot moment, zonder na te denken over de gevolgen van zijn daden. Hij is geen machiavellist en evenmin een nihilist, niet onbezonnen en nog minder gek, hij is een onrustige die niet weet hoe en waarom te leven."

Armel Roussel zegt verbaasd te zijn over de actualiteit van Tsjechovs tekst. De energie van het stuk ligt niet in de traagheid en de verveling van het salon - zoals de traditionele, stanislavskiaanse interpretatie het wil - maar in de zinloze dynamiek van de straat. Op de scène is van platteland en datcha geen sprake. Een metalen raamwerk, afgespannen met doeken en omkaderd met videoschermen, is het decor voor de constante verschuivingen tussen binnen en buiten, tussen zelfonthulling en sociale code. In zijn bewerking heeft Roussel zich geconcentreerd op de nervositeit van Tsjechovs schriftuur en op de energie van het ogenblik, "een anarchistische energie: Zich vervelen is niet hetzelfde als amorf zijn. Onmachtig wil niet zeggen zonder energie." Het aantal personages is gevoelig gereduceerd, de scènes zijn korter: "Ik heb vooral in het begin van de scènes geknipt; daar waar Tsjechov nogal eens de tijd neemt om een situatie psychologisch uitvoerig te duiden. Ik wil Tsjechov niet tot elke prijs in een modern keurslijf dwingen, maar ik wil evenmin de opvallend eigentijdse echo's in zijn tekst ontkennen. Ik denk dat ik een vrij getrouwe bewerking naar de geest van het stuk heb gemaakt. De nieuwe titel is een van de laatste replieken van het drama."

Zoals in Zucco en Les Européens werkt Roussel ook dit keer op het obsessionele bij de personages: "Sommige personages herhalen voortdurend dezelfde zin alsof de naald in de groef is blijven hangen. Maria zegt: ‘Alstublieft, zeg me dat ik mooi ben'. Sergeï houdt niet op te vragen: ‘En jij, ben jij gelukkig?' De oude generaal Glagoliev: ‘In mijn tijd...' Hij doet me denken aan Wesley Clark, de opperbevelhebber van de Navo-troepen in Kosovo. Hij is de woordvoerder van de nostalgie, de opvatting dat het vroeger allemaal beter was en dat het heden noodzakelijk een verlies is ten opzichte van het verleden. Eigenlijk hebben alle personages in het stuk angst om te leven."

Armel Roussel geeft toe dat hij bij Les Européens als regisseur alles wilde controleren. Platonov ziet hij als een veel opener project waarbij de inbreng van de acteurs groter is. Twee richtlijnen staan hem daarbij voor ogen: "De essentie moet helder zijn en het zijn de personages en niet de mise-en-scène die het verhaal vertellen." Roussel leest Tsjechov als een eigentijdse fabel over de wanhopige energie en de vitale uitzichtloosheid waarmee de moderne existentie geleefd wordt.

Of, zoals Anna het zegt: "Iedereen heeft passies maar niemand heeft kracht."

Back to top