Enfin Bref & Kortom

Verschillende locaties in de stad

Kortom
Kaaitheaterstudio’s
6, 7, 8, 10, 11 Mei/Mai/May 20:30
Taal/Langue/Language: Nederlands/néerlandais/Dutch

Enfin Bref
Théâtre National de la Communauté Wallonie-Bruxelles
21, 22, 23, 24, 25 Mei/Mai/May 20:30
Taal/Langue/Language: Frans/français/French
Duur/Durée/Duration: 1:3

Rudi Bekaert noemt zichzelf "een geamuseerd observator" van de samenleving, al zijn het in de eerste plaats de mechanismen van wreedheid en onmacht die hij observeert. Net als in Ja ja maar nee nee / Ah oui ça alors là (1997), waarin hij de preoccupaties, de racistische vooroordelen en het eindeloze 'gebabbel' van de modale stadsbewoner portretteert, heeft Bekaert in Kortom en Enfin bref een scherp oor voor de rijke bourgeoisie en de perversie van geld en macht. Dito'Dito en transquinquennal, twee Brusselse gezelschappen, zetten hun unieke samenwerking in de twee landstalen verder.

Kortom
Tekst/Texte/Text: Rudi Bekaert
Gecrëerd met en door/créé avec et par/created with and by:
Bernard Breuse, Guy Dermul, Stéphane Olivier, Pierre Sartenaer, Willy Thomas, Mieke Verdin
Techniek/Technique/Techniques: Bart Luypaert
Coördinatie/Coordination: Manu Devriendt, Anne Vanderschueren
Productie/Production: D'DT (Dito'Dito & transquinquennal) (Brussel/Bruxelles)
Coproductie/Coproduction: KunstenFESTIVALdesArts
Coproductie/Coproduction Enfin Bref: Théâtre National de la Communauté Wallonie-Bruxelles
Presentatie/Présentation/Presentation: Kaaitheater, Théâtre National de la Communauté Wallonie-Bruxelles, KunstenFESTIVALdesArts

Enfin Bref
Tekst/Texte/Text: Rudi Bekaert
Gecrëerd met en door/créé avec et par/created with and by:
Bernard Breuse, Guy Dermul, Stéphane Olivier, Pierre Sartenaer, Willy Thomas, Mieke Verdin
Techniek/Technique/Techniques: Bart Luypaert
Coördinatie/Coordination: Manu Devriendt, Anne Vanderschueren
Productie/Production: D'DT (Dito'Dito & transquinquennal) (Brussel/Bruxelles)
Coproductie/Coproduction: KunstenFESTIVALdesArts
Coproductie/Coproduction Enfin Bref: Théâtre National de la Communauté Wallonie-Bruxelles
Presentatie/Présentation/Presentation: Kaaitheater, Théâtre National de la Communauté Wallonie-Bruxelles, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

In 1997 verrasten de Brusselse gezelschappen Dito'Dito en transquinquennal met de voorstellingen Ja ja maar nee nee en de Franstalige versie Ah oui ça alors là op tekst van Rudi Bekaert. Een stuk over de grootstad, over Brussel, over de man in de straat, gespeeld in het Nederlands en het Frans. Rudi Bekaert situeert Ja ja maar nee nee in de inkomhal van een appartementsgebouw. In die anonieme ruimte, niet buiten maar ook niet binnen, kruisen tientallen bewoners elkaar, soms niet langer dan de duur van een nietszeggende groet, soms om uitgebreid hun beklag te doen over de buren of om te roddelen over vreemdelingen, drugs en onveiligheid. Een meedogenloze maar niet van humor gespeende ontmaskering van alledaags racisme, hypocrisie en kleinburgerlijkheid.

Rudi Bekaert noemt zichzelf een 'geamuseerd' observator van de samenleving, al zijn het de mechanismen van wreedheid en menselijke onmacht die hij bij voorkeur observeert. In Kortom en de franstalige versie Enfin bref houdt hij zijn blik gericht op de rijke bourgeoisie: "Ik had zin om een stuk te schrijven over mensen die het doodnormaal vinden om 150.000, bef. huur voor een villa in Knokke-Zoute te betalen en om twee miljoen per maand uit te geven. Ik wordt door niets nog geschokt. Tegenwoordig is alles mogelijk. Nochtans voel ik me vaak gekwetst en ontroerd. Ik voel me verantwoordelijk voor de drama's waarvan ik getuige ben. Ik probeer dat in mijn teksten te gebruiken. Nee, ik schrijf geen moraliserende stukken. Ik zou niet weten wat dat is. Ik luister, ik noteer en dan schrijf ik mijn stuk. Ik ben een geamuseerd observator."

Na Kortom moet er nog een derde deel volgen: Vanzelfsprekend, een boerenstuk. Toch zijn die verschillende milieus niet zo belangrijk. Het gaat Rudi Bekaert vooral om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Zijn vertrekpunt is hoe mensen praten. Bekaert heeft een bijzonder scherp oor voor het 'gepraat' van mensen, voor datgene waardoor ze niet langer individu zijn, maar deel gaan uitmaken van een sociale laag of een maatschappelijke groep. De aandacht voor dat 'gepraat' maakt van zijn stukken een vorm van eigentijds politiek theater. Achter de verschillende personages zien we plots een bepaalde 'ideologie' opdoemen: in Ja ja maar nee nee is dat het kleinburgerlijke egoïsme en het racisme, in Kortom is dat de algehele perversie van macht en geld.

Wie macht en geld heeft, verlegt de grenzen van de moraal. Zo gedragen zich in elk geval de families Bertin en Ickxs in Kortom: een wereld van geld, juwelen, drugs, overspel, seksuele perversie, jaloezie en hypocrisie. Toch heeft het stuk niets van een Belgisch Dallas, met spectaculaire intriges en onverwachte wendingen. Stéphane Olivier: "Rudi leert ons niets nieuws over die mensen. Ze kunnen zelfs heel clichématig overkomen. Toch gaat het om de realiteit. Rudi wil ons doen luisteren naar iets wat we dagelijks horen maar wat blijkbaar geen indruk maakt. Alsof hij het gevoel heeft dat de dingen herhaald moeten worden alvorens ze begrepen worden. Zijn stuk gaat over iets zeer ernstigs in onze samenleving: de straffeloosheid van de macht. De vorm van het stuk plaatst de acteur op dezelfde manier tegenover zijn publiek: we hebben allen een lange monoloog. Dat is een enorme macht!"

De tekst kent geen lineair verloop: de volgorde van de dertig scènes, gesitueerd in de villa's van respectievelijk de familie Bertin en de familie Ickxs, is voor een deel verwisselbaar. In Ja ja maar nee nee ontmoeten de mensen elkaar nog fysiek in de inkomhal, in Kortom verloopt veel van die communicatie via de GSM of het antwoordapparaat. De eenzaamheid van de personages is existentieel. In de eindmonoloog beschrijft Xandra Ickxs zichzelf als "een schipbreukeling op een vlot": het is een inzicht, maar het zal haar leven geen andere wending geven. Mieke Verdin (Dito'Dito): "Het gaat er ons niet in de eerste plaats om een bepaald milieu te bekritiseren, maar wel om het in vraag stellen van de menselijke relaties, de bestaansonmacht en de onbewuste wreedheid."

Back to top