enfant

Théâtre National

17, 18/05 – 20:15
19/05 – 18:00
1h

Boris Charmatz maakte op het laatste Kunstenfestivaldesarts indruk met Levée des conflits. Zijn nieuwe creatie, die in Avignon in première ging, is een choreografie voor machines en inerte lichamen met kinderen als ontwrichtende factor. Kinderen worden er breekbare, manipuleerbare, maar evengoed oncontroleerbare materie. Ze vormen een element uit de werkelijkheid dat het evenwicht op scène bruusk doorbreekt. Gedragen en neergevleid door de dansers, nemen de kinderen geleidelijk de ruimte over. Uit de onderlinge relatie tussen kind en volwassene ontstaat een spel van spanning en ontspanning, van passiviteit en actie. In enfant ontvouwt zich een aandoenlijk ballet, een rondedans, waaruit beelden opdoemen die slaap, dood en droom suggereren. Stap voor stap worden de verhoudingen omgedraaid. De grens tussen volwassene en kind, tussen levend en roerloos vervaagt om plaats te maken voor een onstuimige energie die in zijn vaart alles beroert en met zich meevoert: dansers, kinderen en publiek.

« Charmatz ne livre aucun mode d'emploi à cette création secouante où l'on peut voir un formidable travail sur le corps, une maîtrise parfaite de l'énergie enfantine, un constat renvoyant dos à dos l'inconséquence des adultes et la cruauté des petits, une dénonciation subtile d'une certaine manipulation de l'enfance mais aussi du politiquement correct qui voit désormais de la pédophilie à tous les coins de rue... Spectacle courageux, intelligent, sensible, "Enfant" rend pleinement justice à ceux-ci, sans mélo ni oeillères. »
Jean-Marie Wynants, Le Soir

“Een pretpark hebben de kinderen, die Boris Charmatz op het Festival van Avignon choreografeert, niet nodig. Aan Enfant (***) beleven ze tenminste uitbundig dansplezier en wordt bovendien hun verbeelding uitgedaagd.”
Ludo Dosogne, Knack.be

Choreografie
Boris Charmatz

Met
Eleanor Bauer, Nuno Bizarro, Matthieu Burner, Olga Dukhovnaya, Julien Gallée-Ferré, Julien Jeanne, Lénio Kaklea, Thierry Micouin, Mani A. Mungai

Kinderen
Lisa Cazoulat, Abel Charmatz, Marguerite Chassé, Tikal Contant-Ricard, Noé Couderc, Eliott Bourseau, Sasha Goasduff-Langlois, Salomé Lebreton, Louane Mogis, Lou-Andréa Paulet, Emma Perreau

Lichtontwerp
Yves Godin

Geluidsontwerp
Olivier Renouf

Machinerie
Artefact, Frédéric Vannieuwenhuyse, Alexandre Diaz

Doedelzak
Erwan Keravec

Assistent
Julien Jeanne

Kostuumontwerp
Laure Fonvieille

Stemmen
Dalila Khatir

Digitale orkestratie
Luccio Stiz

Leiding toneelmeesters
Antoine Guilloux

Toneelmeesters
Max Potiron, François Aubry

Geluidsregie
Pierre Routin

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre National de la Communauté française


Productie
Musée de la danse/Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, gezelschap gesteund door Ministère de la Culture et de la Communication (Direction Régionale des Affaires Culturelles/Bretagne), Ville de Rennes, Conseil régional de Bretagne, Conseil général d’Ille-et-Vilaine

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Festival d’Avignon, Théâtre de la Ville-Paris, Festival d’Automne (Parijs), Internationales Sommerfestival (Hamburg), Siemens Stiftung in het Kader van SCHAUPLÄTZE, Théâtre National de Bretagne (Rennes), La Bâtie – Festival de Genève

Met de bijzondere steun van
Ministère de la Culture et de la Communication, Conseil régional de Bretagne, Ville de Rennes, Rennes Métropole

Internationale tournee met de steun van
l’Institut français, Ville de Rennes, l’Ambassade de France en Belgique

Gecreëerd in Avignon in juli 2011

Back to top

Gesprek met Boris Charmatz over enfant
Door Gilles Amalvi

Welke relatie heeft deze creatie met de ‘werkelijkheid'? Waar komt de werkelijkheid naar boven?
De reflectie over dit stuk vertrekt van een ander stuk, régi, dat dateert van 2005 en waarin onze lichamen door middel van machines werden verplaatst. In régi zaten veel echte dingen, maar ze waren vooral aanwezig in filigraan, onderhuids. Voor dit stuk heb ik enerzijds zin om régi, en anderzijds om de kinderen centraal te stellen. Bijvoorbeeld met het idee om te werken op teksten van het RESF - Réseau Éducation Sans Frontières [een netwerk dat strijdt voor de rechten van kinderen zonder papieren in Frankrijk, nvdr.]. Bepaalde brieven uit een door het RESF gepubliceerde bundel, raken me enorm. Uiteraard wil ik niet de strijd van de kinderen zonder papieren uitbeelden, maar veeleer dat materiaal opslokken, het verteren, het verwerken, het naar elders meenemen: slapende kinderen laten zien, machines... en tegelijk een band met de realiteit bewaren.

enfant staat centraal in een netwerk van elkaar kruisende invloeden - met régi als ankerpunt, als vertrekpunt voor nieuwe vragen; de kinderen als principe dat alles weer actualiseert, en de politieke situatie die u net opriep met uw verwijzing naar het RESF. Hoe zijn die verschillende punten samengekomen?
Ik vertrok van régi, dat misschien wel het meest intieme aspect van mijn werk vertegenwoordigt, omdat ik dacht dat dit een manier zou zijn om het proces op gang te brengen. Ik heb altijd zin gehad om régi te herwerken. Het stuk had me deels onbevredigd gelaten - onder meer omdat de tournees plots gestopt zijn. En ik houd heel veel van het idee van reeksen. Ik ben gefascineerd door drie versies van L'après-midi d'un faune van Mallarmé. Men neemt altijd de laatste versie, maar in feite heeft elke versie haar eigen autonomie, drukt andere dingen uit. Het idee om te ‘herwerken' heeft vaak een connotatie van ontevredenheid - terwijl elke versie waarde kan hebben op zichzelf. Voor mij was het vertrekpunt een ‘régi 2' te bedenken. Daarna moet bekeken worden hoe dat kan worden opengetrokken. Eerst en vooral dacht ik aan de klank: hoe dat muzikaal opentrekken? Régi was erg gesloten: alleen maar machines - de klank van machines en de stem van Michael Jackson. Het tweede principe was de aanwezigheid van kinderen, als een manier om régi te ‘ontsluieren'. De titels, die zijn ook een etappe in de reflectie: aanvankelijk dacht ik aan ‘een kind', maar wat me tegenstak was dat deze titel familierelaties zou kunnen oproepen. De connotaties die ‘een kind' wekt sluiten eerder aan bij de familie dan bij de politiek: ‘het kind', ‘een kind' - terwijl enfant, kind eigenlijk abstracter is. Het is geen verhaal, het is niet ‘dat kind daar', het zijn niet ‘de kinderen'. In veel titels komt ‘het kind' voor - bijvoorbeeld L'enfant et les sortilèges (Het kind en de betoveringen) van Ravel. enfant zonder meer, zegt niets. En tegelijk is dat de eenvoudigste, de meest open titel die ik heb gevonden.

De kindertijd roept altijd beelden op, clichés, fantasmen. Hoe wil u het ‘materiaal' kind absorberen, welk netwerk van betekenissen vormt zich voor u rond deze term?
Ik denk dat de connotaties rond dit woord erg geëvolueerd zijn. Toen je dertig jaar geleden ‘kind' zei, dacht je meteen aan ‘liedjes, spelletjes, onschuld'. Vandaag is dat nog het geval, maar je kunt ook andere dingen horen: ‘bedreiging op school, pedofilie, angst voor werkloosheid, vervuiling'... De kwestie van ‘de kindertijd' en de ‘jeugd' blijft verschuiven en ik heb de indruk dat ze meer en meer gepolitiseerd geraakt. In 1968 manifesteerden studenten, nu zijn dat scholieren. Je kunt denken aan de strijd van het RESF. Je kunt ook denken aan de politiemannen die kinderen op school komen arresteren. En de kwestie wordt ook sterk gerecupereerd door de politiek. Er wordt constant met doemscenario's geschermd. Men gebruikt de angst - zoals de angst voor pedofilie - om beter op kinderen in te werken. Dat gaat via de reclame, het kind als consument, de druk op families, het opslaan van persoonlijke gegevens, de verlaging van de leeftijd van strafrechtelijke aansprakelijkheid...

Het aanklagen van de artistieke blik op de kinderjaren maakt deel uit van deze hypocrisie, van dit dubbele discours. Bevat uw benadering van dit stuk een verschuivingsstrategie tegenover projecties op de kindertijd, of eventuele polemieken die erdoor zouden kunnen ontstaan?
Je mag niet vergeten dat in de jaren 80 Jean-Claude Gallotta in een van zijn stukken letterlijk kinderen op de scène uitstrooide. Naakte kinderen, alleen gekleed met sokken en schoenen. Ik denk dat dit in Hommage à Yves P. was. In die tijd vond niemand dat een probleem. Vandaag zou dat niet alleen onmogelijk zijn - we zouden onmiddellijk spelverbod krijgen - het is zelfs zo dat de foto van dit stuk in een aan Gallotta gewijd boek heel klein is afgebeeld. Ik denk dat dat iets zegt over de evolutie van onze visies. Tot een zekere leeftijd hebben kinderen recht op naaktheid - ze lopen naakt op het strand. En dat recht wordt nu op de helling gezet - niet omdat het voor hen een probleem is, maar omdat ze zich zo blootstellen aan de blik van volwassenen, die altijd pervers zou zijn. Deze blik onteert ze, zou ze in gevaar brengen. Hier is het de sociale blik die primeert op het kind zelf. En in één beweging beperkt dat ook het artistieke exploratieveld, waar de blik juist centraal staat. Wat de interpretaties van het stuk betreft, denk ik dat ik mezelf verboden heb om me bezig te houden met wat de mensen in mijn werk zouden projecteren. Ik houd van de positie van de ‘blinde' kunstenaar - die dingen laat zien zonder zich vooraf druk te maken over hun receptie. Hoe het ook zij, ik wil niet dat dit politieke aspect en die kwestie van de blik op het kind-zijn, niet het enige zal zijn waarop wordt gefocust. Het zijn reflecties die het project hebben geïnspireerd, maar het is in de eerste plaats een choreografie.

Wat zijn de choreografische principes, gevoelens, toestanden waarrond u met kinderen wil werken?
Ik wil werken rond het thema van de slaap - een spel tussen inertie, het inerte en de slaap. Als ik tegen de kinderen over het stuk praat, dan is de slaap iets wat ze goed kennen, iets dat ze op verschillende niveaus ervaren - vreemdheid, angst, ontspanning... ‘Inert' heeft een breed betekenisveld, dat dingen als ‘slaap, drugs, dood, droom, massa, gewicht...' omvat. En het inerte is een thema dat ik vaak in mijn werk onderzoek, bijvoorbeeld met het Musée de la danse: het mobiele en het immobiele spelen vaak een rol. Ik denk dat het inerte ook nog iets anders is. Een inert object is niet noodzakelijk immobiel, het kan in beweging worden gezet. Het is precies met deze nuance dat ik in enfant wil spelen.

In expo zéro, in het Musée de la danse, doken er al ‘manipulaties' van kinderen op, zoals in die collectieve ‘bondage-sculptuur'
Het Musée de la danse - en expo zéro in het bijzonder - is een matrijs voor veel projecten, trouwens niet alleen voor mij. Voor deze ‘bondage-sculptuur' bonden we ons vast met onze eigen kleren. In de sculptuur speelde een kind een grote rol: in het begin wilde hij bij zijn vader blijven, en op einde, als iedereen wilde stoppen, was hij de enige die verder wou gaan. Dat hele spectrum moet je met kinderen exploreren: zin hebben, geen zin hebben, bang zijn... Het is een erg symbolisch spectrum dat je subtiel moet aanpakken. Ik denk dat dat mijn antwoord is op de interpretaties: een minutieus, subtiel werk doen, vanuit choreografisch standpunt, maar ook in de netwerken van betekenissen en symbolen die aan bod komen.

Eigenlijk is het niet zozeer een kwestie van ‘kinderen op de scène te tonen', maar van te vinden wat mogelijk is met hen: hoe deze energie gebruiken om de blik te ondervragen...
Precies, en dat is ook mijn uitgangspunt: in plaats van huppelende, zingende, spelende kinderen op een podium te zetten... zien hoe deze kinderen slapen, ze ontwricht, gemanipuleerd zien - wat een veel vreemdere manier is om hen te benaderen. In het begin gaan de toeschouwers ze in beweging zien, terwijl ze niets zullen doen. Misschien zijn vanaf dat punt veel denkbeeldige projecties mogelijk, die aan kinderlijke gebaren herinneren - zoals wiegen, vliegtuigje spelen... Welke gebaren maak je met kinderen, hoe raak je ze aan? Kinderen leren door aanraking, de manier waarop je ze draagt... En nochtans, alleen al als ik het woord aanraken uitspreek, heb ik de indruk van iets verkeerds te hebben gezegd.

Kinderen beginnen heel vroeg te dansen, er bestaan veel dansscholen voor kinderen, maar paradoxaal genoeg zijn er weinig stukken waarin ze optreden. Zijn er voorstellingen die u op dit vlak hebben beïnvloed - zoals Petit Projet de la matière ?
Je mag niet vergeten dat de laatste jaren kinderen - maar ook amateurs, ouderen, andere lichamen, niet gevormde lichamen - een belangrijke plaats kregen in de dans. Ik heb de indruk dat ik in een bestaand veld bezig ben. Ook als toeschouwer - ik was onder de indruk van de stukken van Victoria, die meesterwerken hebben gemaakt met kinderen. Ik ontdekte Alain Platel via een voorstelling met kinderen. Maar het is waar dat toen ik Petit Projet de la matière van Anne-Karine Lescop zag, dat ik besefte dat de mogelijkheden om met kinderen te werken reusachtig zijn. Toen ik met Odile Duboc danste in Projet de la matière hebben we heel veel gewerkt rond inertie, rond het gevoel van zwaarte. En toen ik zag hoe kinderen deze gevoelens uitdrukten, toen ik ze zag dansen met gesloten ogen, die overgave zag, die ontspannenheid, die bijna-slaap, bracht me dat plots tot inzicht.

De lichamen van de kinderen worden gemanipuleerd met mechanismen, met externe krachten, een beetje zoals onbewuste principes. Heeft dat een allegorische waarde?
Ik hoop dat ook dit open zal blijven. De machines zijn geen voorstellingen van de macht, de toestand waar regels arme inerte lichamen manipuleren. Vanuit een bijna utopisch standpunt, gaat het voor mij ook om een choreografie voor lichamen die geen spierenergie meer moeten verbruiken. Science-fictionlichamen of lichamen van kermisattracties - weggevoerd, meegenomen. Het gaat eigenlijk meer om een geestelijke beweging. De machines die de lichamen manipuleren zijn even veel emanaties van de dansers dan van de choreograaf of de toeschouwer. Wat interessant is aan deze machines, zowel in régi als in dit stuk, is dat je niet weet wie ze manipuleert. Dat kunnen lichamen zijn op het podium, de regisseur, de choreograaf - of uiteindelijk de toeschouwer... Voor de toeschouwer is er een effect van actie op afstand - alsof hij zijn eigen hersenen ziet inwerken op andere lichamen. Dat doet me denken aan het huidige onderzoek van de neurowetenschappen: met bepaalde implantaten kun je een arm vanop afstand laten bewegen. De gedachte actie wordt uitgevoerde actie.

Hebt u op basis van dit principe - kinderen, volwassen dansers en machines - al ideeën voor combinaties? Uitwisselingen, mogelijke omkeringen van deze verschillende parameters?
Ja, ik denk aan een stuk in vier delen - vertrekkend van een reeks koppelingen. Bijvoorbeeld in het begin machines die inerte lichamen van volwassenen choreograferen. Dan zou ik willen overstappen naar volwassenen die slapende kinderen manipuleren. In een derde deel zou deze koppeling teniet worden gedaan en volwassenen en kinderen beginnen te dansen. Ik heb net Levée des conflits gecreëerd en dus denk ik nog aan de spiraal die in dit stuk wordt gebruikt. Aan de kinderen leg ik uit dat het om een indianendans gaat. Een dans in een cirkel waarbij de enen rond de anderen draaien. De volwassen dansers zouden rond de kinderen kunnen dansen. Ze hebben ze ‘doen dansen' en ze zouden ook kunnen beginnen ‘dansen voor hen', door zich tot hen te richten. Voor mij is het ook een dans die de kinderen zouden kunnen vervoegen: toetreden tot de dans en, waarom niet, alles ‘omkeren', zonder dat het echter een beetje een binaire ‘omkering' is van de krachten. Wat dit betreft denk ik vaak aan The Birds van Hitchcock: iets daarin doet me aan een mierennest denken. Het idee is dat een massa kinderen de inerte lichamen van volwassenen kunnen meenemen en naar elders transporteren. Eén of twee kinderen kunnen niet veel doen met een lichaam van een volwassene. Maar vijf, zes, zeven, zij kunnen alles doen. Dat kan een ietwat grappig effect opleveren - want ze gaan zich amuseren met die lichamen - maar kan ook beangstigend of gewelddadig zijn. Ze kunnen ons even goed laten vallen als vasthouden.

Hoe gaat u concreet met deze kinderen werken?
Om te beginnen hebben we een oproep gedaan om kinderen te vinden en hebben we ateliers georganiseerd. Tijdens het eerste weekend zijn we begonnen met spelletjes - vliegtuigje spelen, aan de voeten voortrekken enz. En op het einde heb ik gezegd: we draaien de rollen om. De volwassenen zijn gaan liggen en hebben zich laten manipuleren. Het is op dat moment dat ik The Birds van Hitchcock voor me zag, het mierennest... En ik dacht: dat is het einde van het stuk, dat is een idee dat zich meester kan maken van de ruimte - kinderen transporteren lichamen van volwassenen. Dan, tijdens een tweede weekend, hebben we werkprincipes proberen uit te werken: bijvoorbeeld beelden construeren vertrekkend van kinderen op de scène. Of principes van bandwerk: een kind naar een bepaalde plaats brengen, dan een volgende, door ze aan elkaar door te geven. Levend bandwerk, waarbij de kinderen van plaats veranderen, maar de volwassenen immobiel blijven. En een derde principe, waar de volwassenen dansen, bewegen en terwijl ze passeren de kinderen verzetten. Ik probeer snelheden, werkcategorieën uit te werken...

Interview door Gilles Amalvi (januari 2011) voor het Festival d'Automne à Paris 2011

Back to top

Danser en choreograaf Boris Charmatz maakte indrukwekkende stukken te beginnen bij Aatt enen tionon (1996) tot enfant (2011). Daarnaast werkt hij als danser en improvisator (met Saul Williams, Archie Shepp en vooral Médéric Collignon). Als directeur van het centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne (sinds januari 2009) verandert Boris Charmatz het instituut in een nieuwsoortig Musée de la danse. Aan de grondslag van dit museum ligt een manifest dat volgende projecten ontving: préfiguration, expo zéro, héliogravures, rebutoh, Grimace du réel, service commandé, brouillon, Jérôme Bel en 3 sec, 30 sec, 3 min, 30 min, 3 h en Une école d’art. Hij reisde naar Saint-Nazaire, Singapore, Utrecht, Avignon et New York. Als geassocieerd kunstenaar van het Festival van Avignon 2011 creëert Boris Charmatz op de Cour d’honneur van het Palais des Papes enfant, een stuk voor 26 kinderen, 9 dansers en 3 machines. Tegelijk stelt hij het Musée de la danse – Festival van Avignon project Une école d’art voor. In residentie aan het Centre national de la danse (2003-2004), zet hij Bocal op, een nomadische en vluchtige school die een vijftiental studenten met verschillende achtergronden bijeenbrengt. Als gastdocent aan de Universiteit van de Kunsten in Berlijn neemt hij deel aan de ontwikkeling van een nieuwe danscursus die in 2007 van start gaat. Hij is met Isabelle Launay co-auteur van Entretenir/à propos d’une danse contemporaine (Centre national de la danse/ Les Presses du Réel/ 2003) en schreef “Je suis une école” voor Editions Les Prairies Ordinaires.

Back to top