En passant

KVS_BOL

7/05 – 23:00

Hoe verzamelen mensen zich? Wat is een zwerm, een meute, een groep? Kan je tegelijk toeschouwer en deelnemer zijn? Vanuit het besef dat de manier waarop wij onszelf en de wereld ervaren relatief is, maakt de Nederlandse theatermaakster Lotte van den Berg met En passant een openingsvoorstelling met verschillende groeperingen en verenigingen in Brussel. Meer dan 500 mensen bewegen zich door de stad, uit noodzaak, louter toevallig of uit verveling. Ook u. ‘Soms is het belangrijk een stap terug te zetten om zo naar jezelf te kunnen kijken. Terugtreden en bekijken, kijken en inzien dat de manier waarop je de dingen doet maar één manier is. Dit is tegelijk een beangstigend besef en een bevrijdende ervaring.’ Vanuit die gedachte brengt Lotte van den Berg en haar gezelschap OMSK in de straten van Brussel een beweging op gang die aanhoudt tot in het laatste weekend van het festival, waarin ze Het verdwalen in kaart zal brengen. Een visie op een stad, en passant.

Team
Lotte van den Berg, Lotte Vaes, Koen van Oosterhout, Willem Weemhoff, Robijn Voshol, Rianne van Hassel

Met
Voorbijgangers en inwoners van Brussel

Verenigingen
BBA Boksclub, Las Monkitas, Majoretteketet, Globe Aroma, CJP, Oudercomité De Klimpaal, Don Bosco Speelplein Halle, Comité des Spectateurs des Tanneurs, Les Mignonettes, Hobo/Kaputt, Brecht Eisler Koor, D°eFFeKt, Toneel is Spelen

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, KVS

Productie
OMSK (Dordrecht), Kunstenfestivaldesarts

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van
het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

De Tweede Wereld

In 2010 maak ik, Lotte van den Berg, artistiek leider van OMSK, een reis van Dordrecht naar Kinshasa en terug. Een reis tussen twee werelden, Europa en Afrika, Nederland en Congo. Tijdens deze reis zal ik me afvragen waarom de mens het nodig heeft zich een andere wereld te verbeelden dan de feitelijk aanwezige. De mens staat met zijn voeten op de grond, loopt met zijn hoofd in de wolken, gedoemd hemel en aarde met elkaar te verbinden. We eten, poepen, vechten en slapen, dromend van goddelijke glorie en eeuwig geluk. Waar komen realiteit en verbeelding samen?

De boom die voor ons staat zien we allemaal anders. Niemand ziet de boom in zijn geheel. Je ziet een deel van de boom, een bepaalde kant, een facet. Je denkt aan milieuvervuiling, brandhout, etc. Wat we zien is wat we willen zien. We projecteren beelden op de werkelijkheid. We klampen ons vast aan dat wat we hopen te geloven, aan dat wat we geleerd hebben te denken. Hoe stellen we ons het leven van een ander voor? Waar moeten we beginnen om ons een verbeelding te maken van een andere werkelijkheid, een andere belevingswereld, de blik van een ander?

In het Westen zijn we geneigd te denken dat het werkelijke en het onwerkelijke onverenigbaar zijn. Het onderscheid tussen realiteit en verbeelding is snel gemaakt. Op een pindaschil kan je niet vliegen en heksen bestaan niet. Maar sinds wanneer is fantasie geen werkelijkheid? Is het onderscheid tussen dat wat is en niet is wel zo makkelijk te maken? Wordt niet alles wat we ons verbeelden deel van de werkelijkheid waarin we leven? Je kan zeggen dat geloof en religie bestaan om het leven hanteerbaar te maken. Je kan zeggen dat we illusies creëren om het leven dragelijk te maken. Maar gaan we dan niet voorbij aan de impact die deze beelden hebben op het leven zelf? Zijn de zichtbare en onzichtbare wereld niet eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden? Wat was er eerder, de idee of het ding, de droom of de werkelijkheid?

In Kinshasa hebben ze een naam voor de parallelle geesteswereld: ‘le deuxième monde’, de tweede wereld. Deze tweede wereld kan je alleen zien als je vier ogen hebt. Het is een invloedrijke wereld, een wereld waar uiteindelijk alles zijn oorsprong, reden en oorzaak vindt. Hier worden hoop en vrees verbeeld, komen geschiedenis en toekomst samen. Kan ik me een voorstelling maken van deze wereld? Waar moet ik beginnen om me deze wereld eigen te maken? Kan ik dat? Kan ik me een wereld voorstellen waarin een mirakel aannemelijker is dan een project, een droom meer waarde heeft dan de feiten?

Er is een film over een man in een rolstoel die in het virtuele spel Second Life uit dansen gaat. Zittend achter zijn computer stelt hij zich voor te dansen. “Nog nooit heb ik zo heerlijk gedanst”, zegt hij stralend. Iedereen zal het er over eens zijn dat deze man niet heeft gedanst en toch heeft hij gedanst. Toen ik over een net nieuw aangelegde snelweg bij Groningen reed zei de tomtom dat ik door een weiland reed. Thuis gekomen had ik het avontuurlijke gevoel werkelijk over een karrenspoor door het gras te zijn gereden. Wat is echt en wat niet? Noem mij iets wat niet werkelijk is. Het zou niet bestaan.

Wat is de waarde van verbeelding? En hoe noodzakelijk is het je een andere wereld, een andere werkelijkheid, voor te kunnen stellen? Steeds vaker bekruipt me het gevoel dat de verbeelding van levensbelang is. Als je wilt overleven is er de behoefte aan nieuwe horizon. Om vooruit te kijken heb je dromen nodig. Zonder verbeeldingskracht slaag je er niet in ook maar een klein stukje dichter bij de ander te komen. De verbeelding is een motor. De tweede wereld een mogelijkheid.

Ik zelf heb een groot geloof in de werkelijkheid. Ik voel me gesteund door de geluiden die me omringen, de dingen die ik kan zien en aanraken. De tastbare omgeving geeft me houvast. Toch is het zo dat alles om mij heen ook juist dat toont wat je niet ziet. De kale boomtakken, zacht bewegend, tonen de wind. Het tikken van mijn vingers op het toetsenbord van mijn computer maakt de stilte hoorbaar. Ik houd van de dingen omdat ze verwijzen naar de lege ruimte die ze achterlaten. Ik houd van het tastbare, omdat het een ontastbare wereld voelbaar maakt.

Dordrecht Brussel Kinshasa

Van juni t/m september 2010 reis ik af naar één van de snelst groeiende steden van de wereld, het New York van Afrika, Kinshasa. Hier, in een buitenwijk van de stad, richten we een kleine werkplaats in. Naast de fietsenmaker en achter het benzinestation plaatsen we een container en beginnen we ons atelier. Gedurende vier maanden stellen we onze eigen verbeeldingskracht op de proef en onderzoeken we de tweede wereld van de Congolezen. Op verschillende manieren geven we uiting aan dat wat we horen, zien en ondervinden. Met een grote schotel op het dak - je suis connecté- onderhouden we via de satelliet contact met Nederland, Dordrecht. In Dordrecht vragen verschillende kunstenaars, samen met bewoners van de stad, zich af wat in Nederland nog de waarde, kracht en noodzaak is van een tweede, verbeelde, wereld. Hebben we in het rijke Europa een groeiend gebrek aan verbeelding en spiritualiteit of toont het zich anders, digitaal? De voortdurende uitwisseling tussen Kinshasa en Dordrecht toont, in een gesprek op afstand, nogmaals hoe belangrijk en moeilijk het is je een voorstelling te maken van een wereld waar je zelf niet bent.

Voordat we naar Kinshasa afreizen, maken we een tussenstop in Brussel. En Passant vormt een voortraject van onze reis. Hoe groot is de afstand tussen een ervaring en een observatie? Als je vanuit een vliegtuig de aarde bekijkt, dan is een huis niet langer een gebouw om in te wonen, maar een schakel in een groter geheel. Dat ene huis verbindt een weg met een weiland, het weiland verbindt een meer met een pad, etc. Hoe hoger je vliegt, hoe meer routes er verdwijnen: een pad wordt een weg, een weg wordt een stromende rivier. Het vogelperspectief biedt overzicht, structuur en afstand. Dat verdwijnt zodra je met beide benen op de aarde staat. Wat eens een overzichtelijke plattegrond was, is nu een muur die je weg blokkeert. Structuur maakt plaats voor chaos, de afstand voor het persoonlijke. Zijn deze perspectieven verenigbaar? Hoe neem je de omgeving waar als je enkel in close-up kijkt? Wat is het om zonder overview te leven? Samen met een grote groep bewoners van Brussel onderzoeken en tonen we beide perspectieven.

Mijn vader is een streng gelovig man. Lange tijd heb ik gedacht in zijn God te moeten geloven om hem te kunnen begrijpen. Tot ik er achter kwam dat ik zijn geloof op waarde kan schatten zonder het zelf te belijden. Ik kan geloven dat hij gelooft. Ik hoef zijn perspectief niet over te nemen om naast hem te kunnen staan. Juist omdat we volledig anders naar de wereld kijken doen we steeds weer een hele waardevolle poging elkaar te begrijpen. Dat we elkaars perspectief waarschijnlijk nooit zullen delen is van minder groot belang.

Vaak denken we dat we het leven moeten begrijpen opdat we het kunnen leven. Zo is het niet. We leven al, en begrijpen niets. Vaak denken we dat we pas kunnen samen zijn met anderen wanneer we hen kennen, begrijpen en waarderen. Zo is het niet. We zijn al samen. Doen alsof je de ander begrijpt leidt tot simplificatie. Misschien liggen er grote mogelijkheden in de acceptatie van het onbegrip, in de oprechte vervreemding. Misschien is het helemaal niet erg dat we allemaal een andere boom zien.

Lotte van den Berg

Maart 2010

**De voorstelling De Tweede Wereld, die Lotte van den Berg en OMSK zullen creëren in Kinshasa in 2010, wordt gecoproduceerd door en gepresenteerd op het Kunstenfestivaldesarts in mei 2011.

Back to top

Lotte van den Berg (°1975) raakte al tijdens haar jeugd gefascineerd door theater via haar vader, theatermaker Jozef van den Berg. Ze volgde de regieopleiding in Amsterdam en begon al tijdens haar studies zelf voorstellingen te maken, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Van 2005 tot 2009 werkte Lotte van den Berg voor het Toneelhuis in Antwerpen, waar ze voor het eerst werkte aan producties voor grote theaterzalen. Voor het Toneelhuis regiseerde Lotte van den Berg onder meer Stillen (2006) en Winterverblijf (2007). In 2009 verliet Lotte van den Berg het Toneelhuis om zich te vestigen in Dordrecht. Daar creëerde ze OMSK, een eigen structuur in samenwerking met een aantal kunstenaars en artiesten. Met OMSK tekende Lotte van den Berg een ambitieus meerjarenplan uit, dat zal leiden langs onder andere Brussel en Kinshasa. In 2009 creëerde van den Berg de eerste productie van OMSK: Het verdwalen in kaart.

Back to top