El pecado que no se puede nombrar

Théâtre 140

20, 23, 24 Mei/Mai/May 20:30
21 Mei/Mai/May 15:00
26 Mei/Mai/May 23:00
Duur/Durée/Duration: 1:20
Taal/Langue/Language: Spaans/espagnol/Spanish
Simultaanvertaling/Traductions simultanée/Simultaneous translation: Nl & Fr
Duur/Durée/Duration: 1:20

Zeven mannen bereiden in een geheim genootschap de revolutie voor. In hun jacht op onmogelijke droombeelden eindigen ze allen in de afgronden van misdaad en waanzin. Geïnspireerd door de mythische en visionaire roman De zeven dwazen (1929) - de eerste Argentijnse stadsroman, geschreven door Roberto Arlt (1900 - 1942), en één van de meesterwerken van de Zuid-Amerikaanse literatuur -, schildert El Pecado que no se puede nombrar (De zonde die niet genoemd mag worden) van Ricardo Bartís een grotesk fresco van impotente viriliteit en ziekelijke obsesssie met zuiverheid. In een ruimte van vier bij vier zweten zeven personages hun ideologische, religieuze, existentiële en sentimentele angsten uit.

Naar/D'après/Based on: Roberto Arlt, Los siete locos & Los lanzallamas
Tekst en regie/Texte et mise en scène/Text and direction: Ricardo Bartís
Regieassistent/Assistant à la mise en scène/Assistant to the director: Laura Aprá
Acteurs/Actors: Sergio Boris, Alejandro Catalán, Gabriel Feldman, Luis Herrera, Fernando Llosa, Luis Machín, Alfredo Ramos
Muziek/Musique/Music: Carmen Baliero
Licht/Eclairage/Lighting: Jorge Pastorino
Kostuums/Costumes: Gabriela Fernández
Scenografie/Scénographie/Scenography: Norberto Laino
Technisch Directeur/Régisseur général/Technical Director: Ricardo Félix Pérez
Fotograaf/Photographe/Photographer: Andrés Barragán
Productie/Production: El Sportivo Teatral (Buenos Aires)
Met dank aan/Remerciements à/Special thanks to: Theater der Welt (Berlin '99)
Presentatie/Présentation/Presentation: Théâtre 140, KunstenFESTIVALdesArts
Met de steun van/Avec le soutien de/Supported by: Commercio internacional y culto (Buenos Aires)

Back to top

"Wij leven in Argentinië anno 1998 in een land waar de machine van de macht verschrikkelijk knarst. Jullie leven in een maatschappij waar de machinerie in stilte werkt, zonder geknars: het systeem is geconsolideerd en aanvaard. Ik spreek over een wereld waarin er geen zekerheden bestaan, waarin niets vanzelfsprekend is." Aan het woord is Ricardo Bartís, als regisseur werkzaam in Buenos Aires en een van de radicaalste theatermakers van Argentinië. "Ik voel veel woede en haat in mij naar boven komen wanneer ik denk aan mijn vermoorde vrienden, aan het verval van mijn land veroorzaakt door de militairen, door de terreur en de angst die zij ons hebben doen ondergaan, wanneer ik massamoordenaars en beulen ongestraft in burgerpak zie rondwandelen. Ik wil geen rustig leven leiden en een bedachtzaam en opbeurend oeuvre maken."

Ondanks de diepe onvrede en de politieke onrust van Bartís theater, gaat het hem als kunstenaar in de eerste plaats om een theatrale en esthetische reflectie. Van Tadeusz Kantors Dodenklas leerde hij het acteerspel te zuiveren van iedere psychologische referentie en de tekst te beschouwen als een van de vele draden van een voorstelling. Zijn voorstelling met de enigmatische titel El pecado que no se puede nombrar (De zonde die men niet mag noemen) is gebaseerd op twee romans, twee meesterwerken, van zijn landgenoot Robert Arlt: Los siete locos (De zeven dwazen) en Los Lanzallamas (De vlammenwerpers): "De romans van Arlt zijn visionair. Vanaf de jaren dertig ziet hij scherp de morbide samenhang tussen de steunpilaren van onze huidige samenleving: macht en geld, waarheid en schijn, politiek en waanzin."

Roberto Arlt (1900-1942), tijdgenoot van Jorge Luis Borges, is pas onlangs in Europa ontdekt, veel later dan zijn landgenoot Borges. De eerste Franse vertaling van Arlt verscheen in 1981. Een reden zou de bijna onvertaalbare stijl van zijn werk kunnen zijn. De taal van Arlt is diepgeworteld in de populaire sociale lagen van Buenos Aires. "Zijn taal roept in ons een bijna viscerale liefde op", schreef Julio Cortázar over Arlt. De zeven dwazen is het verhaal van zeven mannen die een geheim genootschap oprichten dat ze door een netwerk van bordelen willen financieren. Hun doel is de sociale revolutie en het einde van de vernedering van het menselijk bestaan. Maar de zeven demiurgen uit de goot, de zeven ontaarde messiassen verliezen zich in een jacht op onmogelijke droombeelden en eindigen allemaal in de afgronden van de misdaad en de waanzin. De mythische en profetische toon van de roman, zijn transgressie van de grens tussen goed en kwaad, doet denken aan het werk van Dostojevski en Céline. Arlt was zich bewust van het vaak vormeloze geweld dat door zijn schriftuur zinderde en droomde van de literaire perfectie van de romans van Flaubert. Maar vandaag, temidden van het gedruis van een sociaal bouwwerk dat instort, is het niet meer mogelijk om te borduren.

Het is Ricardo Bartís niet te doen om een enscenering van het verhaal, als dat al mogelijk zou zijn. Hij concentreert zich op de verhitte en ontwrichte atmosfeer die heerst in de hoofden van de leden van het geheime genootschap. De zeven acteurs spelen op een ruimte van 4 bij 4 meter, bijna een experimentele laboratoriumsituatie waarbij actie en reactie elkaar razendsnel opvolgen. "Zijn proza staat onder een zo hoge druk dat het dreigt te exploderen", schrijven de Franse vertalers van Arlt. Het kleine speelvlak leidt tot eenzelfde explosieve situatie. Bartís werkt met zijn acteurs in een atelier, buiten het centrum van Buenos Aires, waar de teksten gelezen en bediscussieerd worden en hun meervoudige betekenissen het vertrekpunt zijn van improvisaties: spelen is een ketterse ervaring, een revolutionaire activiteit tegen een ontmenselijkte samenleving. Ironisch noemde Bartís zijn gezelschap Sportivo Teatral. Ernstig evenwel is het idee van samenspel en ensemble. De zeven acteurs maken van de ideologische, religieuze, existentiële en sentimentele angsten van hun personages een grotesk fresco van een impotente viriliteit en een ziekelijke obsessie met zuiverheid. Ricardo Bartís: "De zeven dwazen zijn tijdgenoten van de machtsgrepen van Mussolini, Hitler en Stalin. Niemand heeft Arlt toen ernstig genomen; hij werd beschouwd als een journalist, als een kroniekschrijver van het alledaagse. Terwijl hij het allemaal doorzien en voorzien had..."

Back to top