Disabled Theater

Halles de Schaerbeek

10, 11/05 – 20:30 FR
12/05 – 18:00 EN
(no subtitling/very little text)
±1h 30min

De acteurs van Theater HORA zijn tussen 18 en 51 jaar oud. Ze hebben jaren ervaring en ze toeren door Europa. De Franse choreograaf Jérôme Bel staat erop dat te benadrukken; samen met zijn acteurs met het syndroom van Down of andere mentale handicaps wil hij in de eerste plaats kunst maken. Experimenteel, controversieel theater zoals hij dat al jaren maakt en waarmee hij zijn reputatie in de hedendaagse podiumkunsten heeft opgebouwd. Hun handicap, die uit onze competitieve maatschappij verbannen lijkt, ontmantelde zijn professionele knowhow volledig. Elke theatertechniek haalden ze onderuit. Maar ze confronteerden Bel eveneens met zijn mensbeeld en zijn eigen breekbaarheid. En met de quasi totale onzichtbaarheid van mensen met een handicap in deze samenleving. Disabled Theater slaagt erin de werking van representatiecodes te dwarsbomen en sociale codes te doorbreken. Een bijzondere productie die de menselijke hang naar herkenbaarheid en vertrouwde patronen uitvergroot, zowel in de kunsten als in het leven.

Concept
Jérôme Bel

Door & met
Remo Beuggert, Gianni Blumer, Damian Bright, Matthias Brücker, Matthias Grandjean, Julia Häusermann, Sara Hess, Miranda Hossle, Peter Keller, Lorraine Meier, Tiziana Pagliaro

Assistentie & vertaling
Simone Truong, Chris Weinheimer

Dramaturgie
Marcel Bugiel

Assistent Jérôme Bel
Maxime Kurvers

Stagiair
Jean-Florent Westrelin

Met dank aan
Sasa Asentic, Urs Beeler, Tom Stromberg, Andreas Meder (Internationales Theaterfestival OKKUPATION!), Stiftung Züriwerk, Fabriktheater Rote Fabrik Zürich en de toeschouwers van de publieke repetities

Productieleiding
Ketty Ghnassia

Artistieke leiding Theater HORA
Michael Elber

Zakelijke leiding Theater HORA
Giancarlo Marinucci

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Halles de Schaerbeek

Productie
Theater HORA (Zürich)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts (Brussel), R.B. Jérôme Bel, Festival AUAWIRLEBEN (Bern), Festival d’Avignon (Avignon), Ruhrtriennale, Festival d’Automne à Paris (Parijs), Centre Pompidou (Parijs), La Bâtie – Festival de Genève (Genève), Hebbel am Ufer/HAU (Berlijn)

Met de steun van
Stadt Zürich Kultur, Kanton Zürich Fachstelle Kultur, Pro Helvetia

Tour management
Theater HORA

Back to top

1.

In oktober 2010 heb ik een e-mail gestuurd naar Jérôme Bel waarin ik hem vroeg of hij het zich kon inbeelden om een toneelvoorstelling te maken met de acteurs van Theater HORA, een compagnie uit Zürich die bestaat uit professionele acteurs met een mentale handicap.

Als dramaturg gespecialiseerd in dat wat aparte type van theater waren de werken van Jérôme Bel altijd een belangrijke referentie geweest voor mijn visie op gehandicapte performers. Stukken als Le dernier spectacle (1998), The show must go on (2001) en zelfs Véronique Doisneau (2004) met de klassieke danseres van de Opéra de Paris hadden me geholpen om te begrijpen dat het potentieel van mentaal gehandicapte acteurs op scène niet alleen van sociale en politieke, maar evenzeer van esthetische aard was – en dat hun acteerwerk de grote vragen van het hedendaagse experimentele theater behandelt.

Bel, die toen met virtuoze dansers werkte, antwoordde verrast op mijn voorstel. Aanvankelijk weigerde hij, maar wel vroeg hij naar dvd’s met voorstellingen van de HORA-acteurs. Geïntrigeerd door wat hij gezien had, heeft hij voorgesteld om de acteurs gedurende drie uur te ontmoeten en ze daarna gedurende vijf dagen terug te zien. Pas daarna heeft hij beslist om een voorstelling te maken met hen. De voorstelling is het verslag van die eerste ontmoeting.

Marcel Bugiel

2.

Als choreograaf heeft Jérôme Bel vanaf zijn debuut interesse getoond in wat er achter de voorstelling schuilgaat. In zijn choreografieën worden de regels van de dans en het theater behandeld als de syntax van een taal die zou worden geanalyseerd en daarna opgevoerd. Gedanst en uitgesproken door zowel professionele performers als amateurs zouden zijn choreografieën ook kunnen worden gezien als manifesten voor de democratisering van de dans waarnaar hij op niet-virtuoze manier streeft.

Voor zijn voorstelling Disabled Theater (2012) heeft hij gewerkt met de mentaal gehandicapte acteurs van het Theater HORA uit Zürich. Voor een samenleving die zichzelf voornamelijk als normaal definieert, is een handicap een bron van ontreddering: het is een grens waar haar normaliteit tegenaan botst. De intellectuele vorm ervan – de mentale handicap, bijvoorbeeld – wordt doorgaans beschouwd als het absolute anders-zijn dan het intellectuele en gecultiveerde publiek van het experimentele theater. Bel kiest ervoor om de aandacht van dat publiek voornamelijk op die handicap te vestigen door hem te gebruiken als een leessleutel die ons in staat stelt om na te denken over een gemeenschappelijke dimensie.

De inzet voor Bel in zijn werk met de acteurs van het Theater HORA zit in de opening van een ruimte waarin de handicap niet van visuele en discursieve praktijken uitgesloten wordt, noch verstopt wordt achter het scherm van het politiek correcte, maar waarin ze geïntegreerd wordt in een discours dat zowel betrekking heeft op de esthetische dimensie als op de politieke.

Met Disabled Theater expliciteert Bel de uitsluitingsdynamiek die leidt tot de marginalisering van hen die worden gezien als ongeschikt om iets te doen door integendeel aan te tonen dat ze perfect in staat zijn om de voorstellingsmechanismen zelf in vraag te stellen en te zinspelen op het bestaan als niet-gefragmenteerde vorm van aanwezig zijn.

Chiara Vecchiarelli

3.

“Er is één ding waar ik voortdurend naar op zoek was en dat in verschillende gradaties in al mijn stukken aanwezig is. Iets wat met de onmogelijkheid te maken heeft. Aan de mensen met wie ik werkte, heb ik altijd gevraagd om te doen wat ze niet konden. En ik heb intuïtief aangevoeld dat de manier waarop de acteurs van het Theater HORA op scène staan, die heel anders is omwille van hun mentale handicap, dat zou kunnen onthullen, dat evident zou kunnen maken. Ze brengen op een bepaalde manier het failliet van het theater, iets wat de grenzen verlegt van wat ik dacht te hebben afgebakend in mijn eigen werk. Ik heb veel nagedacht over de codes van het theater, ik heb ze bevraagd, gedeconstrueerd, omvergeworpen, maar die acteurs gaan veel verder dan ik! Het is die onmogelijkheid tot het maken van het gebruikelijke werk dat van een acteur mag worden verwacht dat me bij hen het meest interesseert.”

Jérôme Bel

4.

“Mensen met een handicap zijn niet vertegenwoordigd en er wordt heel weinig over hen gezegd. Ze bestaan ook niet in het publieke domein, ze worden uitgesloten uit de samenleving. De kloof tussen de meerderheid en die minderheid is abyssaal. Dat is een verdeeldheid die onverdraaglijk is. Waar het me onder andere om gaat, is om zichtbaarheid te geven aan de gemeenschap die die acteurs vormen, om te laten zien dat die geringgeschatte acteurs het experimentele theater kunnen verrijken, dat hun bijzonderheid beloftevol is voor het theater en de dans, zoals hun menselijkheid dat zou moeten zijn voor de samenleving in het algemeen.”

Jérôme Bel

5.

Marcel Bugiel: Herinner je je nog wat je aanvankelijk voelde met betrekking tot de acteurs van Theater het HORA – gevoelens die je had toen je die mentaal gehandicapte individuen voor het eerst zag?

Jérôme Bel: De eerste keer dat ik ze zag, was op de dvd’s die je me had gestuurd. De emotie was zo intens dat ik niet kon nadenken. Ik besefte dat ik er niet in slaagde om die emotie te begrijpen, wat ongewoon is voor mij. Mijn wens om met hen te werken is ontstaan uit die eerste ervaring, omdat ik er nood aan had om te begrijpen wat me overkomen was toen ik ze voor de eerste keer zag.

MB: Disabled Theater is in zekere zin de reconstructie van jullie eerste ontmoeting, met inbegrip van die met de assistent die verondersteld werd om in hun taal, het Schwyzerdütsch (een Duits dialect dat in het grootste deel van Zwitserland gesproken wordt, nvdr.), uit te drukken wat je hen vroeg om te doen. Er is een grote afstand tussen jou en hen, die in de eerste plaats misschien te wijten is aan de omstandigheden, maar die je in stand lijkt te willen houden, misschien om tegen die eerste emotie in te gaan – of om ze beter te kunnen vatten...

JB: De omstandigheden dragen niet bij tot nabijheid: de acteurs wonen in Zürich, ik in Parijs. Ik hou niet van repeteren, dus zien we elkaar zelden, en bovenal spreken zij alleen Schwyzerdütsch, dat ik niet spreek. Doorgaans ga ik afstandelijk om met de mensen met wie ik werk. Het valt me heel zwaar om vriendschapsbanden te onderhouden met de performers tijdens de repetities; ik geloof dat ik niet wil dat affecten het artistieke project beïnvloeden. Het is pas nadat het stuk klaar is dat ik toenadering kan zoeken tot de performers. (Ik heb altijd gedacht dat de toeschouwer zich met mij moest identificeren, opdat hij of zij de verschillende etappes van het werk dat ik heb gedaan opnieuw beleeft. De stukken zijn altijd de chronologische vertelling van het werk dat ik alleen of met de performers ontwikkeld heb. De toeschouwer moet zo dezelfde emotionele en intellectuele etappes doorlopen als ik doorlopen heb tijdens het onderzoek. Ze volgen de ervaring en trekken er vervolgens de conclusies uit die ze willen.)

De afstand helpt me om emoties beter in bedwang te houden, dat staat vast, om me niet door ze te laten overmannen zodat ik beter kan analyseren waar het in het om stuk gaat, om zo precies mogelijk te zijn in het discours dat het produceert.

Die afstand is ook een essentiële parameter van het theater, van de toneelvoorstelling. De werkelijke afstand tussen de zaal en de scène, tussen de toeschouwer en de performer, is inderdaad een van de noodzakelijke voorwaarden voor een theatraal evenement. Het is die afstand die de toeschouwer moet overbruggen, het is die energie die de toeschouwer moet leveren die hem of haar tot toeschouwer maakt. Als er geen afstand, geen scheiding is, is er geen theater maar slechts leven, en in het leven zijn er geen toeschouwers maar slechts acteurs.

Daarom moet ik als regisseur die afstand bewaren, ik moet me op afstand bevinden opdat ik zie wat de toeschouwers zullen zien. Die positie levert die bijzondere esthetiek op die de mijne is. Ze is wezenlijk voor mij en ik kan er niets aan veranderen. Zodra ik dat probeer, mislukt het.

MB: In die esthetiek is theater in de eerste plaats een observatiemechanisme. En het belangrijkste object van die observatie zijn wel degelijk... de individuen op het toneel, de performers. Het focussen op hun individualiteit was het specifieke motief van je vorige werken, de solo’s van dansers als Véronique Doisneau of Cédric Andrieux – de toeschouwer werd uitgenodigd om de individuen te ontdekken achter de virtuoze voorstellingen die die dansers doorgaans verondersteld worden te geven. Dit stuk heet niet Theater HORA, maar Disabled Theater.

JB: Het is precies de verbinding tussen handicap en theater die me interesseert, dat paar handicap-theater. Hoe theater veranderd wordt wanneer het wordt beoefend door acteurs met een mentale handicap, en wat theater teweegbrengt bij acteurs met een mentale handicap. Mijn artistieke project is theater, is proberen haar structuur te begrijpen, haar werking, haar kracht. Elk stuk is een soort wetenschappelijk experiment voor dat onderzoek. Je zou kunnen zeggen dat de mentaal gehandicapte acteurs, net zoals Véronique Doisneau of Pichet Klunchun, proefkonijnen zijn die het mogelijk maken dat mijn onderzoek van theater en dans vooruitgaat. Het werk met al die performers stelt me in staat om dingen over theater te leren en het is daarom dat ik beslist heb om met hen te werken.

Wat me bij de acteurs van het Theater HORA fascineert, is de manier waarop ze bepaalde regels van het theater niet opgenomen hebben. Ik heb zelf vaak gewerkt vanuit theatrale en choreografische conventies die performers, toeschouwers, choreografen, regisseurs zich eigen hebben gemaakt. Ik heb die normatieve conventies gedeconstrueerd. De mentaal gehandicapte acteurs, door hun anders-zijn op cognitief gebied, hebben zich sommige van die conventies niet eigen gemaakt. Die situatie is bijzonder interessant voor mij omdat hun theater op een bepaalde manier vrijer is dan dat van de gebruikelijke performers. Hun vrijheden onthullen voor mij onverwachte theatrale mogelijkheden.

Dat is het eerste deel van het programma: welk soort theater maken die acteurs?

Het tweede is: waarom maken ze zo’n theater? En het eerste wat je je dient af te vragen is: wie zijn ze? Daar wordt dan een ander gebied van het onderzoek zichtbaar: dat van de individuatie van de performers. Ik kan daar niet zuinig mee omspringen. De kern van mijn theater is de performer: hij of zij moet op het toneel verschijnen als kunstenaar, arbeider, burger, persoon, als individu in zijn of haar meest absolute eigenaardigheid.

Het is die eigenaardigheid die kan laten zien waartoe theater nu precies in staat is. Gehandicapte (of ongeschikte!) acteurs openen nieuwe mogelijkheden, nieuwe vermogens!

MB: Ben je niet bang dat er toeschouwers zullen zijn die denken dat je een freakshow brengt, dat je die acteurs uitbuit, dat je hun handicaps te kijk stelt, dat er voyeurisme in het spektakel zit?

JB: Daar ben ik niet bang van. Voor mij is theater net te kunnen zien wat je doorgaans niet ziet, wat verborgen is, aan de blik onttrokken wordt. Theater dat laat zien wat je kent, wat geen risico inhoudt voor de voorstelling, die de voorstelling niet in vraag stelt, die de grenzen van de voorstelling niet verlegt, interesseert me niet. Als je niet naar theater gaat om als een voyeur te kijken naar wat verboden is om te zien, dan begrijp ik niet waarom je gaat. Ik ga er alleen in die hoop naartoe.

De kwestie van een voorstelling door gehandicapten is complex omdat het vandaag de dag een van de meest ondenkbare dingen is. Je weet niet hoe je op hen moet reageren, hun aanwezigheid veroorzaakt een grote gêne omdat ze niet vertegenwoordigd zijn in de publieke sfeer. Zo lang dat duurt, blijven de gêne en het onbehagen bestaan. Het enige middel is de confrontatie. Je moet contact kunnen hebben met hen. Theater is een middel om tot die ontmoeting aan te zetten, wat niet zonder risico is, dat staat vast, omwille van die toestand van uitsluiting van gehandicapten uit onze samenleving, omwille van ons gebrek aan kennis over hen. Ik ben er volstrekt van overtuigd dat aan die gemeenschap een grotere zichtbaarheid moet worden gegeven. Dat is de enige manier om een ‘vreedzame’ verhouding met hen te hebben. Ik zou zelfs zeggen dat ik liever iets gebrekkigs laat zien dan dat ik helemaal niets laat zien.

Back to top

Jérôme Bel woont in Parijs en werkt wereldwijd. Zijn eerste stuk nom donné par l'auteur (1994) is een choreografie van objecten. Het tweede, Jérôme Bel (1995), is gebaseerd op de volledige naaktheid van de spelers. Het derde, Shirtologie (1997) gaat over een danser die meerdere tientallen T-shirts draagt. Le dernier spectacle (1998) verwijst naar een solo van de choreografe Susanne Linke, maar ook naar Hamlet en André Agassi en tracht een ontologie van het levende spektakel te definiëren. Het stuk Xavier Le Roy (2000) is getekend Jérôme Bel maar volledig gemaakt door de choreograaf Xavier Le Roy. The show must go on (2001) verenigt 20 performers, 19 liedjes en een DJ. In 2004 maakt hij op uitnodiging van het ballet van de Opera van Parijs Véronique Doisneau (2004), over het werk van de danseres van het balletcorps Véronique Doisneau. Isabel Torres (2005) voor het ballet van het Teatro Municipal van Rio de Janeiro is de Braziliaanse versie van de Opera van Parijs productie. Pichet Klunchun and myself (2005) komt tot stand in Bangkok samen met de traditionele Thaïse danser Pichet Klunchun. in 2009 is er de productie Cédric Andrieux (2009), danser bij de Merce Cunningham Dance Company en later bij het Ballet de l’Opéra in Lyon. In 2010 maakt hij samen met Anne-Teresa De Keersmaeker 3Abschied op basis van Het lied van de aarde van Gustav Mahler. De films van zijn stukken worden getoond op biënnales van hedendaagse kunst (Lyon, Porto Alegre, Tirana) en in musea (Centre Georges Pompidou in Parijs en Metz, Hayward Gallery en Tate Modern in Londen, MOMA New York). Jérôme Bel ontving een Bessie Award voor The Show Must Go On in New York in 2005. In 2008 krijgen Jérôme Bel en Pichet Klunchun de Prijs Routes Prinses Margriet voor de culturele diversiteit (Europese Cultuurstichting).

Opgericht in 1993 in Zürich (Zwitserland), promoot en ondersteunt het Theater HORA de artistieke en creatieve ontplooiing van mensen met een mentale handicap. Het laat hen toe hun buitengewoon talent op een professioneel niveau te tonen aan een groot publiek. HORA wil een ruimte zijn waar andersvalide spelers hun artistieke kwaliteiten (theater, muziek, plastische kunst, kostuumontwerp) kunnen ontwikkelen. Dat de kunstenaars hun individualiteit kunnen ontwikkelen, is primordiaal. HORA stelt dat personen met een mentale handicap de talenten en competenties hebben die deelname aan het sociale en culturele leven rechtvaardigen. Hun ongefilterde perceptie onthult ongekende werelden die de toeschouwer intuïtief begrijpt. Daarom is het doel van het Theater HORA deze kostbare zichtwijzen te verankeren in het publieke bewustzijn.

Back to top