de marfim e carne

La Raffinerie

1h 20min

9/05 – 20:30
10/05 – 18:00
11/05 – 20:30
12/05 – 20:30

Choreografe Marlene Monteiro Freitas werd geboren in Kaapverdië en woont en werkt in Lissabon. Ze wordt gezien als een van de grootste talenten van haar generatie. Haar laatste creatie is een totaalspektakel met een verbluffende vindingrijkheid. de marfim e carne (van ivoor en vlees) is een expressionistisch ballet van mechanische marionetten en stenen standbeelden. De muziek klinkt schel en ritmisch. Marlene Monteiro Freitas zet een knotsgekke lichamelijke machine in werking. Bedenkelijke elementen uit de vroeg-20ste-eeuwse modernistische kunst worden blootgesteld aan het schemerlicht van hedendaagse uitdagingen. Referenties razen in een rotvaart voorbij. Met een knipoog naar de Griekse mythe van Pygmalion en de vleeswording van Galatea lijkt de choreografe te willen suggereren dat enkel lust en liefde de slavernij van onze lichamen kunnen tegenhouden. Warm aanbevolen.

Choreografie
Marlene Monteiro Freitas

Met
Marlene Monteiro Freitas, Flora Detraz, Andreas Merk, Betty Tchomanga, Lander Patrick, Cookie (percussie), Tomás Moital (percussie), Miguel Filipe (percussie)

Licht & scenografie
Yannick Fouassier

Muziek
Cookie (percussie), Tiago Cerqueira (klankmontage)

Onderzoek
João Francisco Figueira, Marlene Monteiro Freitas

Spreiding
Key Performance (Stockholm)

Met dank aan
Staresgrime, Dr. Ephraim Nold

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses/La Raffinerie

Productie
P.OR.K (Lissabon)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Bomba Suicida (Lissabon), Festival Montpellier Danse 2014, Alkantara (Lissabon), Centre Pompidou (Parijs), Centre chorégraphique national Rillieux-la-Pape, Musée de la danse, Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, WP Zimmer (Antwerpen), Teatro Maria Matos (Lissabon), ARCADI, Centre de développement chorégraphique de Toulouse Midi-Pyrénées, Théâtre national de Bordeaux en Aquitaine

Met de steun van
O Espaço do Tempo (Montemor-o-Novo), ACCCA – Companhia Clara Andermatt

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

van ivoor en vlees
standbeelden lijden ook

Vier personages-performers dansen de hiëratische immobiliteit van beelden; figuren die zijn gevangen binnen hun eigen grenzen. Groteske en roerloze figuren in beweging, open voor het oneindige van de verbeelding, dat wil zeggen, open voor verlangen – de kern van het project.

Bewegingen, gebaren, stemmingen, gecomponeerd op een bijzonder nauwkeurige, gedetailleerde, obsessieve manier, in gespannen dialoog met de muziek, alsof het figuren zijn die deel uitmaken van een hen al zeer vertrouwd bal, die dansen en gelijke tred houden met alle variaties van de muziek, ongeacht hoe vreemd en onwaarschijnlijk dit ook mag lijken.

Bals zijn mogelijke metaforen voor beweging, standbeelden voor stilte, verstening voor de transformatie van de mens in standbeelden. Dit laatste komt overeen met het zich wortelen op de plaats van het gebeuren, dat wil zeggen, het is de vreemdste metamorfose van beweging en het meest tegenstrijdige idee van een bal. De verstrengeling van ideeën zoals zichtbaarheid, mobiliteit, animatie, verrijzenis, mechanisme, het beeld en zijn dubbel, icoon, verlangen, incarnatie… voert ons naar het terrein van de hybriditeit.

Op het podium bespelen drie muzikanten cimbalen. Ze zijn afwisselend een klassiek of een jazz-ensemble, en ‘mechanische speelgoedsoldaten’, klok-mannen, zaag-ambacht-mannen, vogel-mannen en andere hybriden. Ze kunnen net zo goed aanwezig zijn als eenvoudige geometrische figuren, als achtergrond. Ze zijn zowel de motor die de muziek bepaalt, figuren in beweging en een deel van de ‘setup van de voorstelling’, in dit geval een live gebeuren.

De muzikale directeur is het enige permanente element in het muzikale ensemble; hij zal bovendien afwisselend de rol van dirigent, speler en danser in het bal spelen. De twee muzikanten zullen geen permanente leden van de cast zijn, maar muzikanten, studenten of amateurmuzikanten die bereid zijn om de voorstelling te vervoegen ter gelegenheid van elke nieuwe opvoering.

de marfim e carne – as estátuas também sofrem refereert naar de mythe van Pygmalion, over een man die een beeldje maakte en dat door middel van zijn verlangen, de muziek en zijn offer aan Venus uiteindelijk weet te animeren en, tenslotte, verliefd wordt en met hem/haar trouwt. Uit eindelijk gaat hij beseffen dat ze geen vrouw is, maar een eenvoudig beeldje. Deze mythe is een transgressie, een poëtische transformatie van bot naar vlees, van wit naar rood, van hard naar zacht, van dood naar leven.

Volgens Ovidius ontwikkelt de metamorfose, het verhaal van Pygmalion, zich binnen de mythe van Orpheus, als een lied van hoop op de opstanding. Hij zingt na het verlies van Eurydice, die is versteend door de blik van haar echtgenoot. Het is een verhaal in een verhaal. Orpheus, de man die Hades binnentreedt, die door de Bacchanten wordt belaagd, vertelt ons een verhaal van overstijging dat de dood en de grenzen van de aarde tart.

Hybriden zijn degenen die categorieën overstijgen, die net als standbeelden soorten samenbrengen en leven en dood in hun aard verenigen. Steen, was, hout, metaal of ander materiaal hebben de mens gediend om fysiek en emotioneel vervaardigde, gemodelleerde lichamen, figuren, mechanismen (poppen) te maken... en uiteindelijk ook vormen van de virtuele wereld, verminkt of versierd, vergoddelijkt of vrij gefantaseerd, om het leven na te bootsen en de dood te verschalken.

De ondertitel van dit project refereert ook naar de titel van Les statues meurent aussi van Alain Resnais en Chris Marker van 1953, in opdrachtvan het Parijs tijdschrift Présence Africaine. In het kader van onsproject lijden de lichaam-standbeelden aan herinneringen; het zijnsymptomatische lichamen, dat wil zeggen, gebaren herinneren aan onzichtbare,niet opeenvolgende gebeurtenissen en worden begeleid dooreen sterke emotionele intensiteit.

Ons bal is een lichtgevende-obscure plek, bedacht als een vergaarbak van spoken en als sokkel van ‘een ivoren beeldje, delicaat maar niet fragiel, wiens aard net zo veel het leven als de dood omvat.’

Interview Marlene Monteiro Freitas
‘Het is een bal, dus dansen we’

Wat is het vertrekpunt van je nieuwe creatie, de marfim e carne – as estátuas também sofrem (van ivoor en vlees – standbeelden lijdenook)?
De dode materie – steen, been en ivoor – is vlees geworden, ze is levend en versteend tegelijk. De mythes van Pygmalion en Orpheus resoneren in beide toestanden: gedreven door zijn verlangen overschrijdt een man de grens tussen leven en dood. Uit eenzelfde verlangen naar metamorfose, naar de ander, naar het hybride, ontstond de idee om een bal van versteenden op te voeren.

Je vorige stuk was geïnspireerd op de schilderijen van Lucas Cranach, Jan Van Eyck en Francis Bacon. Wat is je inspiratiebron voor deze nieuwe creatie?
In de eerste plaats is er de documentaire film van Alain Resnais en Chris Marker, Les statues meurent aussi. Vooral de esthetiek van die film vind ik begeesterend: de opeenvolgende maskers, de keuze van de shots, de intensiteit van muziek en licht, de sterke aanwezigheid van de verteller, de breuken… Al die elementen geven de regisseur als het ware een animistische kracht. Hij brengt voorwerpen tot leven die een kracht in zich dragen die tot uitwisselen en delen leidt. De film brengt een aantal aspecten van de ‘Afrikaanse kunst’, maar ook van het kolonialisme en zijn naweeën met elkaar in verband. Verder heb ik me laten inspireren door personages uit de films Vertigo van Alfred Hitchcock en Persona van Ingmar Bergman. Je herkent misschien ook fragmenten uit L’orfeo van Monteverdi en Testament d’Orphée van Jean Cocteau. Het thema van de metamorfose loopt als een rode draad door de voorstelling.

Hoe heb je de performance opgebouwd?
Ik ben vertrokken van de dichotomie tussen het zichtbare en het onzichtbare, het aanwezige en het afwezige. Aan de hand van min of meer precieze toestanden en handelingen heb ik geprobeerd uiting te geven aan gebeurtenissen, ruimtes, nieuwe figuren. Vervolgens zijn al die intense elementen beginnen schuiven, zoals in een droom waar de emoties niet overeenstemmen met de handelingen of gebeurtenissen die je beleeft. Het is een bal, dus dansen we, zingen we, eten we, spelen we muziek en gaan we naar het toilet. Er zijn er die in slaap vallen, die dromen, die een toespraak houden… De liedjes wisselen elkaar af en volgen het humeur van de muzikanten of de dj. De muziek, de beelden, de ideeën en de mythen zijn niet meer dan de sokkel waarop we ons standbeeld laten verrijzen. Op het podium blijft enkel het resultaat over van een transformatie- en condensatieproces. De beelden overleven in onze lichamen, in onze aanwezigheid.

De klankband speelt een belangrijke rol. Hoe heb je de muziek gekozen?
Je hoort zowel opnames als livemuziek. Alle liedjes verwijzen naar de liefde, het intieme, het verlangen, het doorbreken. Ik koos hits van Omar Souleyman, Arcade Fire en Bachar Mar-Khalifé, maar ook van Tsjajkovski en Monteverdi. Met onregelmatige tussenpozen weerklinkt een buzz. De livemuziek wordt gebracht door een groep percussionisten. Op cimbaal spelen ze veelzijdige, gecondenseerde figuren die de dansers regelrecht naar welbepaalde situaties leiden. Bezieling en verrijzenis zijn de twee zijden van de spiegel. Het stuk eindigt met een herneming van Feelings. In de versie van Nina Simone klinkt dat liefdeslied als een versteende kreet, een kreet die een grens doorbreekt.

In deze nieuwe creatie vinden we elementen terug uit de voorstelling paraíso – colecção privada: de tatoeages, de ogen wijd open, de opengesperde mond… wat wil je daarmee uitdrukken?
De ogen zijn het resultaat van de zoektocht naar een toestand van verstening, de opengesperde mond is een gat. Onze kostuums waren oorspronkelijk kledij voor schermers die we in het blauw hebben geverfd. De onderkant van onze benen zijn zwart geverfd, als een knipoog naar de lange kousen die schermers dragen.

Interview door Wilson Le Personnic voor MaCulture.fr

Credits:

Choreografie
Marlene Monteiro Freitas

Met
Marlene Monteiro Freitas, Flora Detraz, Andreas Merk, Betty Tchomanga, Lander Patrick, Cookie (percussie), Tomás Moital (percussie), Miguel Filipe (percussie)

Licht & scenografie
Yannick Fouassier

Muziek
Cookie (percussie), Tiago Cerqueira (klankmontage)

Onderzoek
João Francisco Figueira, Marlene Monteiro Freitas

Spreiding
Key Performance (Stockholm)

Met dank aan
Staresgrime, Dr. Ephraim Nold

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi Danses/La Raffinerie

Productie
P.OR.K (Lissabon)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Bomba Suicida (Lissabon), Festival Montpellier Danse 2014, Alkantara (Lissabon), Centre Pompidou (Parijs), Centre chorégraphique national Rillieux-la-Pape, Musée de la danse, Centre chorégraphique national de Rennes et de Bretagne, WP Zimmer (Antwerpen), Teatro Maria Matos (Lissabon), ARCADI, Centre de développement chorégraphique de Toulouse Midi-Pyrénées, Théâtre national de Bordeaux en Aquitaine

Met de steun van
O Espaço do Tempo (Montemor-o-Novo), ACCCA – Companhia Clara Andermatt

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Marlene Monteiro Freitas (1979) werd geboren in Kaapverdië. Ze was er medeoprichter en lid van de dansgroep Compass en werkte samen met de muzikant Vasco Martins. Na haar dansstudies bij P.A.R.T.S. (Brussel), E.S.D. en de Fundação Calouste Gulbenkian (Lissabon), ontwikkelde ze een dansproject met de inwoners van Cova da Moura (Lissabon), getiteld we will not have dance classes, we will rehearse. Haar creaties omvatten onder andere de marfim e de carne – as estatuas também sofrem (2014); Paradise – private collection (2012-2013);(M)imosa (2011), een project in samenwerking met Trajal Harell, François Chaignaud en Cecilia Bengolea; Guintche (2010); A Seriedade do Animal (2009-2010); Uns e Outros (2008); A Improbabilidade da Certeza (2006); Larvar (2006); Primeira Impressão (2005). De gemeenschappelijke noemer in deze werken is openheid, onzuiverheid en intensiteit. Ze werkte samen met onder andere Emmanuelle Huynn, Loic Touzé, Tânia Carvalho en Boris Charmatz.

Back to top