De Kersentuin

Théâtre Varia

± 2h
NL > FR

14/05 – 20:30
15/05 – 20:30
16/05 – 20:30
17/05 – 15:00

Na 25 jaar op de planken is het Antwerpse toneelspelersgezelschap STAN nog even maatschappijkritisch en ondogmatisch in zijn aanpak. In 2015 gaan ze opnieuw aan de slag met Tsjechov, dit keer met De Kersentuin . Het is Tsjechovs laatste en meest enigmatische stuk, waarmee hij een onuitwisbare stempel op de geschiedenis van het theater heeft gedrukt. De vraag of dit stuk nu een komedie is of een drama, en waarom Tsjechov overtuigd was dat het wel degelijk een komedie was, heeft generaties theatermakers beziggehouden. Negen toneelspelers, waarvan vier pas afgestudeerde jongeren, bijten zich vast in dit stukje wereldliteratuur dat al meer dan een eeuw een fatale aantrekkingskracht uitoefent. Als De Meeuw het perfecte stuk is, dan zou De Kersentuin wel eens het ultieme antistuk kunnen zijn. Het heden bestaat er nauwelijks en wordt versmacht tussen een nostalgische en romantische drang naar het verleden en een breekbaar verlangen naar een onzekere toekomst. Waarom creëert tg STAN in 2015 De Kersentuin ? Daarom.

Tekst
Anton Tsjechov

Van & met
Evelien Bosmans, Evgenia Brendes, Robby Cleiren, Jolente De Keersmaeker, Lukas De Wolf, Bert Haelvoet, Minke Kruyver, Scarlet Tummers, Rosa Van Leeuwen, Stijn Van Opstal, Frank Vercruyssen

Licht
Thomas Walgrave

Kostuums
An d’Huys

Decor in samenwerking met
Damiaan De Schrijver

Technische ploeg
Tom Van Aken, Chris Vanneste & Tim Wouters

Technicus
Gregory Abels

Met dank aan
Cynthia Loemij, Woedy Woet & Kopspel vzw

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Varia

Production
STAN (Antwerpen)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Festival d’Automne à Paris, Théâtre de la Colline (Parijs), Théâtre national de Bordeaux en Aquitaine, Le Bateau Feu (Duinkerke), Théâtre Garonne (Toulouse), Théâtre de Nîmes, STAN

Met de steun van
Vlaamse Overheid

Boventiteling met de steun van
ONDA

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

tg STAN
Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver, Sigrid Janssens, Ann Selhorst, Renild Van Bavel, Veerle Vandamme, Frank Vercruyssen, Thomas Walgrave & Tim Wouters

tg STAN is verbonden aan
Théâtre Garonne (Toulouse)

Back to top

STAN speelt
De Kersentuin
Een komedie

‘Het volgende stuk dat ik zal schrijven wordt ongetwijfeld grappig, heel grappig, tenminste wat de opzet betreft.’ (aan Olga Knipper, 7 maart 1901)

Anton Tsjechov heeft lang aan De Kersentuin gewerkt, moeizaam, twijfelend, van toon veranderend, worstelend met zijn gezondheid – hij lijdt al jarenlang aan chronische tuberculose. Hij is vaak te moe om verder te schrijven en zijn fysieke toestand verplicht hem regelmatig rustpauzes te nemen. Op 28 juli 1903 schrijft hij vanuit zijn landhuis bij Jalta op de Krim aan Konstantin Stanislavski: ‘Mijn toneelstuk is nog niet klaar, het vordert traag, wat verklaard moet worden door mijn luiheid, door het schitterende weer en door de moeilijkheid van het onderwerp.’ In het Kunsttheater in Moskou wacht men ondertussen in ongeduldige en opgewonden spanning op het manuscript, en op 27 september schrijft Tsjechov aan zijn vrouw, Olga Knipper: ‘Mijn lief paardje, ik heb je al getelegrafeerd dat het stuk klaar is, dat alle vier de bedrijven af zijn. Ik ben al aan het overschrijven. Ik heb er levende mensen van weten te maken, dat is zo, maar hoe het stuk op zichzelf is, weet ik niet.’ En op 15 oktober: ‘Stuk opgestuurd. Gezond. Kus. Groeten. Antonio.’ De ontvangst van het manuscript in Moskou is extatisch. Op 19 oktober schrijft Olga: ‘Wat was het gisteren een opwindende dag, mijn schat, mijn geliefde! Ik kon je niet schrijven, mijn hoofd stond op springen. Ik verwachtte het stuk al twee dagen en wond me op dat het niet kwam. Eindelijk, gisterenochtend werd het me gebracht. (…) Toen ik het uit had, ben ik naar het theater gerend. Daar werd gelukkig de repetitie afgelast. (…) Als je de gezichten had kunnen zien van al die mensen die zich over De Kersentuin bogen. Natuurlijk drong iedereen aan: meteen voorlezen. We deden de deur op slot, haalden de sleutel eruit en begonnen.’ De Kersentuin zou uiteindelijk in première gaan op 17 januari 1904. Het zou Tsjechovs laatste stuk worden. Hij stierf een paar maanden later, op 4 juli 1904…

In De Kersentuin zijn alle elementen van een typisch Tsjechov-stuk aanwezig: een continue beweging van personages, het tempo en de intensiteit die voortdurend veranderen, de dialogen die willekeurig lijken en zonder verband, die abrupt worden afgebroken door schijnbaar irrelevante interventies of informatie, belangrijke gegevens of gevoelens die bijna tussen neus en lippen worden gedeeld, de elegantie van de details, de spaarzaamheid van de woorden – Tsjechov blijft de meester van de economische expressie – de open structuur, een dramatisch veld eerder dan een dramatische lijn, geen aangedikte emoties, geen grootspraak, geen belangrijke waarheden. De waarheid in dit stuk is bescheiden, eenvoudig, indirect, ze is geworteld in de herkenbare ritmes van ons leven. Niets is opgeblazen, de proporties zijn vertrouwd, en toch is alles getransformeerd dankzij een verbeelding die ons diep laat doordringen in de vreemdheid van het alledaagse. ‘A True Comedy of High Seriousness’, zoals de Amerikaanse schrijver Richard Gilman het noemde.

Tsjechovs methode wordt vaak vergeleken met die van een componist of van een schilder: een penseelstreek hier, nog een daar, deze lijn verlengen, een plotse vlek, het geleidelijk invullen van een gebied, stipjes, vlekjes, donker en licht, uitvegen, opbouwen, … Op 11 mei 1889 schrijft hij in een brief aan zijn broer Alexander: ‘Drastisch herschrijven moet je niet verontrusten, want hoe meer het resultaat een mozaïek is, hoe beter.’ Een dramatisch veld dus…

En toch, hoeveel pogingen er ook zijn gedaan om het stuk te doorgronden, De Kersentuin blijft een enigma en Tsjechov laat zich niet in een hokje duwen. Sinds het begin van haar opvoeringsgeschiedenis wordt dit stuk heen en weer geslingerd tussen interpretatieve polariteiten: naturalisme of poëzie, realisme of symbolisme, sociale klaagzang of profetie, komedie of tragedie… Niet zelden ingegeven door ideologische kortzichtigheid is het stuk al alles genoemd: een politieke aanklacht, een poëtisch-melancholisch tijdsbeeld, een nostalgische overpeinzing, een ode aan de vooruitgang, een maatschappelijke satire. De personages worden voortdurend, al naargelang het uitkomt, voor een of andere ideologische kar gespannen. Is Lopachin nu een held die staat voor vooruitgang en ondernemingsgezindheid?

Of is hij een omhooggevallen boer zonder manieren, verblind door winstbejag? Is Ljoebov een verwend en egoïstisch nest dat de vergane glorie van de oude landadel vertegenwoordigt en maar beter zo snel mogelijk met haar hele kliek ten onder kan gaan? Of is ze een sensuele en onweerstaanbare ode aan de breekbare menselijkheid en de noodzakelijke nutteloosheid in ons leven? Staat ze symbool voor het recht op dat nutteloze, voor het recht op schoonheid, op alles wat geen economische waarde heeft, op cultuur? Is Trofimov een verlichte geest of een breedsprakerige betweter die zelf ook niets uitvoert? Of zou het misschien kunnen dat morele oordelen niet aan de orde zijn? Geeft Tsjechov via zijn personages zijn eigen mening mee? Of laat hij ze gewoon spreken? Zijn de meningen die zijn personages met ons delen meteen ook ‘thema’s’ van het stuk? Of zijn het gewoon meningen die verkondigd worden in het stuk? Zou het kunnen dat de vele lagen van het menselijk bedrijf gewoon worden weergegeven in al hun complexiteit? Dat het stuk zijn geheimen niet allemaal prijsgeeft, dat de personages ons niet zullen verklaren waarom ze doen wat ze doen...?

Tsjechov ligt zonder twijfel liefdevol te grinniken in zijn graf en fluistert ons zacht in het oor: ‘Dat allemaal, en nog van alles… of niet… Zoek het zelf maar uit.’

Het is in ieder geval duidelijk dat dit stuk ongrijpbaar is als het leven zelf.

De Russische dichter Andrei Bely, die in 1904 een essay over De Kersentuin schreef, “doesn’t identify Chekhov’s method as a technical instrument but speaks of what we ourselves might call his ‘glance’, as it falls, with unparalleled clarity, on the most minute particulars, on the extreme momentariness of our experience. It’s this approach toward the humble, the casual and fragmentary, the scorned – the very basis of the revolution Chekhov brought about in the theater – which sets free the previously unknown, what we might call the music that hasn’t yet been heard. ‘An instant of life taken by itself as it is deeply probed becomes a doorway to infinity,’ Bely writes. ‘The minutiae of life will appear ever more clearly to be the guides to Eternity.’ (…) In The Cherry Orchard Chekhov draws back the folds of life, and what at a distance appeared to be shadowy folds turns out to be an aperture into Eternity.” *

Anton Pavlovitsj Tsjechov heeft een onuitwisbare stempel op de geschiedenis van het theater gezet en zijn proza, brieven en toneelteksten behoren nog steeds tot de mooiste uit de wereldliteratuur. Zijn begrip van de zielenroerselen van de mens is ongezien, zijn inzicht in het menselijk bedrijf ongeëvenaard. Hij was een morele revolutionair, hij heeft ons geleerd naar de mensen te kijken zoals ze zijn, klein en groot, sterk en zwak, goed en slecht, verdorven en verheven… Hij blijft de grootmeester van het drama van het ondramatische en zal voor altijd behoren tot die kleine groep auteurs die essentieel zijn in onze zoektocht als mens, die ons met hun doorzicht kunnen blijven helpen om onze individuele en collectieve geestelijke gezondheid te bewaren, of terug te vinden…

Dus waarom De Kersentuin creëren in 2015? Daarom… of daarom… of daarom… of…

Aan Olga Knipper op 20 april 1904: “Je vraagt: ‘Wat is het leven?’ Je kunt net zo goed vragen: ‘Wat is een wortel?’ Een wortel is een wortel, meer weet niemand ervan…”

(Deze tekst is schatplichtig aan Chekhov’s plays: An Opening Into Eternity van Richard Gilman. * is een direct citaat.)

Back to top

Toneelspelersgezelschap STAN, acroniem voor Stop Thinking About Names, is het theatercollectief rond Jolente De Keersmaeker, DamiaanDe Schrijver, Sara De Roo en Frank Vercruyssen die elkaar eind jarentachtig ontmoeten aan het Conservatorium van Antwerpen. Daar werkenze samen met onder andere Matthias de Koning van MaatschappijDiscordia die hen laat kennis maken met een andere, minder dogmatischevisie op het theater. Het gezelschap opereert vanuit het democratischebeginsel dat iedereen over alles meebeslist, van tekstkeuze, decoren belichting tot kostuums en affiches. STAN stelt de toneelspeler centraalen gelooft sterk in het principe van de soevereine acteur: hij iszowel speler als maker. Er wordt niet gerepeteerd in de conventionelebetekenis van het woord; het grootste deel van het repetitieproces vindtplaats rond de tafel. Zodra de keuze voor een stuk is gemaakt wordt detekst bewerkt en hertaald om zo tot een eigen nieuwe speeltekst tekomen. Pas de laatste dagen voor de première gaan de spelers de vloerop, maar de voorstelling komt pas echt tot stand als de toeschouwers inde zaal zitten. STAN koestert een rotsvast geloof in de ‘levende’ krachtvan theater: de voorstelling is geen reproductie van een aangeleerd iets,maar wordt elke avond opnieuw gecreëerd, samen met het publiek. EenSTAN-voorstelling is daarom geen voltooid product, maar eerder eenuitnodiging tot dialoog.

STAN staat voor teksttheater en kan zich beroepen op een uitgebreid en verscheiden repertoire. Hoog op de repertoirelijst staat het oeuvre van de klassieke toneelauteurs zoals Tsjechov, Gorki, Schnitzler, Ibsen, Bernhard of Pinter. Teksten uit de toneelgeschiedenis ontstoffen en naar het hier en nu trekken door een herlezing, door ze in een hedendaagse context te plaatsen. Naast de grote klassiekers kiest STAN ook vaak voor het werk van hedendaagse auteurs zoals recent nog Yasmina Reza en worden er vaak schrijfopdrachten gegeven aan auteurs zoals o.a. Willem de Wolf, Oscar Van den Boogaard, Gerardjan Rijnders. Maar de keuze kan ook vallen op collages van teksten, waarbij er vertrokken wordt van zowel toneelteksten als kortverhalen, sketches, filmscripts, filosofische traktaten en romans. STAN wil vertrekken van de overtuiging dat toneel geen elitaire kunst is, maar eerder een kritische reflectie over hoe ieder van ons in het leven staat, over onze overtuigingen, onze bekommernissen, onze verontwaardiging. Wereldrepertoire biedt als geen ander inzicht in de condition humaine en reikt sleutels aan om de complexiteit van deze wereld te vatten. STAN zoekt daarbij vaak de paradox van de komedie op: door humor en lichtheid wordt de tragedie vaak tastbaarder en intenser.

Elke speler van STAN maakt deel uit van het collectief, maar tekent ook zijn eigen parcours. Naast het zoeken naar een gezamenlijke affiniteit is er ook ruimte, en noodzaak, voor ontmoeting en wisselwerking met gastspelers en andere gezelschappen. STAN werkte in het verleden al vaak samen met Maatschappij Discordia (NL), Dood Paard (NL), Compagnie De KOE, Olympique Dramatique en Rosas. Voor De Kersentuinengageerde het gezelschap negen gastacteurs. Het gezelschap maakte eerder al voorstellingen met Robbie Cleiren, Bert Haelvoet, Stijn Van Opstal en Minke Kruyver, maar deze keer vervoegen vijf jonge, net afgestudeerde acteurs hen op de scène: Rosa Van Leeuwen, Evelien Bosmans, Evgenia Brendes, Scarlet Tummers en Lukas De Wolf.

STAN neemt niet alleen een heel specifieke plaats in het Nederlandstalige theaterlandschap in, maar is ondertussen ook in het buitenland een veelgevraagde gast: het gezelschap heeft de afgelopen twintig jaar een sterk repertoire opgebouwd van anderstalige voorstellingen en toert uitgebreid binnen Europa (Frankrijk, Spanje, Portugal, Noorwegen), maar ook intercontinentaal (Tokyo, Rio de Janeiro, New York, Québec), zowel met de anderstalige versies van hun Nederlandse creaties als met de Frans- of Engelstalige stukken die ze in het buitenland creëerden. In het najaar van 2015 zal de Franstalige versie van De Kersentuin (La Cerisaie) toeren in Frankrijk en zal de Engelstalige versieThe Cherry Orchard voor het eerst te zien zijn op het Dublin Theatre Festival.

Back to top