Dança Doente

Kaaitheater
  • 05/05 | 20:30
  • 06/05 | 20:30
  • 07/05 | 15:00
  • 08/05 | 20:30

€ 18 / € 14
1h 30min

Ontmoet de artiesten na de voorstelling op 6/05

Wat kan de dans nog betekenen wanneer de lichamen moe, breekbaar en noodlijdend worden? Marcelo Evelin en zijn gezelschap zijn bekend van rauwe, frontale danservaringen die de schaduwkant van het leven tonen en breken met de veilige tradities van de hedendaagse dans. Na meer dan dertig jaar in de dans groeide bij de Braziliaanse choreograaf echter ook een bezorgdheid over het fysieke aftakelen van het lichaam. Dança Doente (‘Zieke dans’) benadert de dans als pathos, als een symptoom van een lichaam dat door de wereld geïnfecteerd is en gedomineerd wordt door externe krachten die het opgebruiken en dumpen. Inspiratie zocht en vond Marcelo Evelin bij Hijikata Tatsumi, een pionier van de Japanse schimmendans butoh in de jaren 60. Het stuk organiseert zichzelf, als een gedanste pathologie, een organisme van lichamen die uit en in zichzelf bewegen. De dans is postapocalyptisch: als een besmettelijk virus, een voorbode van een gewisse dood, maar enkel om het leven in al zijn kracht te bevestigen. Het is kunst over de essentie van ons bestaan.

Een voorstelling van
Marcelo Evelin / Demolition Incorporada

Concept & choreografie
Marcelo Evelin

Creatie & uitvoering
Andrez Lean Ghizze, Bruno Moreno, Carolina Mendonça, Fabien Marcil, Hitomi Nagasu, Luana Gouveia, Marcelo Evelin, Márcio Nonato, Rosângela Sulidade, Sho Takiguchi

Dramaturgie
Carolina Mendonça

Artistieke medewerking
Loes Van der Pligt

Licht
Thomas Walgrave

Geluid
Sho Takiguchi

Advies kostuums
Julio Barga

Technische leiding
Luana Gouveia

Research
Christine Greiner

Training Japanse dans
Heki Atsushi

Fotografie
Maurício Pokemon

Vertelstem
Ohno Yoshito

Productieleiding
Materiais Diversos + Regina Veloso/Demolition Incorporada

Spreiding & distributie
Sofia Matos/Materiais Diversos, Abroad, CAMPO, Brazilië

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Vooruit (Gent), Teatro Municipal do Porto Rivoli – Campo Alegre (Porto), Teatro Municipal Maria Matos (Lissabon), Alkantara Festival (Lissabon), Festival d’Automne à Paris / T2G-Théâtre de Gennevilliers (Parijs), Montpellier Danse, Kyoto Experiment KEX, SPRING Festival (Utrecht), Tanz im August / HAU Hebbel am Ufer (Berlijn), Künstlerhaus Mousonturm (Frankfurt), Göteborgs Dans & Teater Festival (Göteborg), Tanzhaus NRW (Düsseldorf), La Batie – Festival de Genève (Genève), Brazilian Government

Dit project werd onderscheiden met de
Prêmio Funarte Dança Klauss Vianna 2015

Residenties
Teatro Municipal do Porto Rivoli – Campo Alegre, Künstlerhaus Mousonturm, PACT Zolverein, CAMPO – gestão e criação em arte contemporânea, Vooruit, Studios C de la B

Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Back to top

Wanneer het leven zich uitput in beweging

Vanaf de jaren 1980 ontstond er onder kunstenaars in het Westen een grote belangstelling voor de Butoh-dans. Het werk van Kazuo en Yoshito Ohno werd een inspiratiebron en bereidde de weg voor Japanse artiesten zoals Ko Murobushi, Ushio Amagatsu, Anzu Furukawa en Carlotta Ikeda, die in de daaropvolgende decennia in heel Europa en Amerika hun werk konden tonen en dansers opleidden.

De naam Tatsumi Hijikata kwam uit het niets, als een schaduw. Hijikata was nooit buiten Japan geweest. Na zijn dood in 1986 duurde het enkele jaren voor zijn werk en onderzoek aan het licht kwamen. Zijn films, foto’s en programma’s waren breekbaar maar nauwgezet gearchiveerd in de kleine Asbestos kan-studio, waar Hijikata en Akiko Motofuji sinds het begin van de jaren ’60 leefden en werkten. Ander werk lag verspreid bij vroegere leerlingen en vrienden. Daar kwam in 1988 verandering in, met de stichting van het Hijikata Tatsumi-archief aan de Keio-Universiteit in Tokio. Datzelfde jaar werd zijn volledige oeuvre (Hijikata Tatsumi Zenshû) voor het eerst gepubliceerd door de uitgeverij Kawade Shobo Shinsha, in twee volumes. Een groot aantal van de choreografieën en het onderzoeksmateriaal van Hijikata werden via de Keio-Universiteit ontsloten, en later ook via het internet, dankzij de digitalisering van het beeldmateriaal uit het archief.

Van al deze documenten bleken zestien aantekenboekjes van creaties die samen de basis legden voor het notatiesysteem butoh-fu en het boek Yameru Maihime (De Zieke Danseres) bijzonder raadselachtig. De schriftjes bevatten tijdschriftenknipsels met schilderijen en foto’s van kunstenaars als Goya, Klimt, Wolz, Bellmer, Picasso en Bacon, naast aantekeningen en diagrammen. Hoewel ze geïnterpreteerd werden als studies voor de ontwikkeling van een specifieke methodologie van de dans, lijken ze eerder op een persoonlijk dagboek van een onbezorgd kunstenaar, barstensvol waardevol pedagogisch materiaal. De geschriften dienden om gebaren, metaforen, aanwijzingen en bewegingspatronen te systematiseren en te ontcijferen. Ze waren het gevolg van de inspanningen van Hijikata’s beste leerlingen en dansers op zoek naar methodes om butoh te leren, zoals Yukio Waguri, Moe Yamamoto en Kayo Mikami.

Yameru Maihime, Hijikata’s laatste werk, kan worden gedefinieerd als een anti-biografie. Hij beschrijft immers geen verhalen of gebeurtenissen uit het verleden, maar registreert een flux van indrukken uit zijngeboortestreek en reflecties over een uitgeput lichaam. Er zit een verrassend ritme en een onvertaalbare verbinding in tussen de verteller en wat verteld wordt, zonder duidelijke scheiding tussen de auteur en de gebeurtenissen. Een chaotische beweging komt op gang, een vervreemding van gebaren en stemmen. Hijikata blijft altijd in de tekst aanwezig, hij verstoort de grammatica van de woorden en volgt in de tekst dezelfde anti-methode van zijn dans doorheen de bewegingen. Voor zover ik heb kunnen nagaan, werd dit boek nooit integraal in een andere taal gepubliceerd, maar wist het zich toch te verspreiden via onderzoekers en kunstenaars die in Hijikata geïnteresseerd waren en delen van zijn werk vertaalden.

Butoh in Brazilië

In Latijns-Amerika bestond altijd een grote interesse voor butoh, vooral dan in Brazilië, Argentinië en Mexico. De eerste tournee van Kazuo en Yoshito Ohno op het Amerikaanse continent vond plaats in 1986 en prikkelde een reeks ervaringen die in de eerste plaats gekleurd werden door exotisme, fetisjisme en zelfontplooiing. Met het verstrijken van de tijd kwamen ook andere mogelijkheden bovendrijven. Een kantelpunt was de publicatie in het Portugees van een reeks essays van de filosoof Kuniichi Uno (A Gênese de um Corpo Desconhecido – De schepping van een onbekend lichaam, 2012), gebaseerd op ervaringen die als doel hadden om een soort van butoh-denken te identificeren, een filosofische kracht die voortkomt uit een bijzondere manier van waarnemen van lichamen en plaatsen. Het is in deze experimentele setting dat we het werk van de Braziliaanse choreograaf Marcelo Evelin kunnen situeren.

Vanuit een politiek-existentieel oogpunt is Marcelo Evelin nog dieper gaan graven in de ruïnes van Hijikata’s werk, steeds op zoek naar wat voorbij de techniek of de culturele context ligt. Ik geloof dat de geest van Hijikata in het leven van Marcelo Evelin ronddwaalt en er een kans ziet om radicale destabilisaties te verwerken en een levensfilosofie te scheppen die, in een poging om de zieke dans te overleven, tot een extreme blootstelling van het lichaam leidt. Het gaat dus niet om de bewerking of opleiding van een bepaalde lichamelijke training. Er is ook geen enkele relatie met het beeld van de alles overstijgende butoh dat wordt gehanteerd door sommige kunstenaars.

De bewegingen die Marcelo Evelin creëert laten geen plaats voor ready-made identiteiten of vooraf bepaalde esthetische modellen, en nog minder voor de verheerlijking van stereotypen. Zijn onderzoekt legt de klemtoon op vraagstukken rond seksualiteit, ritualisering en de echo’s van stemmen en bewegingen. Het gaat dus niet om een discours, maar wel om de verbrokkeling van lichamen door middel van woorden, beelden en gevoelens. En wat je ziet is geen hybride cultuurmodel, maar een reeks wrijvingen die symbolische voorstellingen, of ze nu uit Japan of Brazilië komen, doorkruisen en afstoten.

Vertrekpunten voor een ‘Dança Doente’ (Zieke Dans)

Een belangrijke kanttekening is dat hoewel Marcelo Evelin uit Brazilië afkomstig is, zijn onderzoek steeds getekend wordt door een intens nomadisch bestaan. Zijn vorming als danser ontstond uit een samenspel met buitenlandse artiesten als John Murphy in New York, met wie hij in 1995 de dansgroep Demolition Incorporada optichtte, en grote namen van de Europese podiumkunsten als Odile Duboc, Pina Bausch, Mark Tomkins, Lila Green en Arthur Rosenfeld, met wie hij danste en werkte tijdens de twintig jaar die hij buiten Brazilië heeft doorgebracht. Met Nederland heeft Marcelo Evelin bovendien altijd een bijzonder hechte band gehad; tot vandaag geeft hij les aan de Mime Opleiding van de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam. Zijn rusteloze, krachtdadige leven leidde niet tot de oprichting van conventionele gezelschappen of dansgroepen. Integendeel, het bracht hem tot het scheppen van gedeelde creatieplatformen, zoals dat het geval was voor het gezelschap Demolition Inc. en voor het collectief Núcleo do Dirceu, dat hij van 2006 tot 2015 samen met jonge artiesten (waarvan de meerderheid afkomstig was uit Teresina) leidde in de wijk Dirceu.

De creatie van het project Dança Doentewerd uitgetekend rond de raakpunten tussen het noordoosten van Brazilië en het noordoosten van Japan, meer specifiek tussen Teresina, de hoofdstad van de deelstaat Piauí waar Marcelo Evelin geboren is, en Akita (Tohoku) waarvan Hijikata afkomstig is. Beide plekken zijn klimatologisch radicaal (met ondraaglijke zomers en ijskoude winters) en allebei dragen ze het stigma van buiten de grote economische centra en ver weg van de toeristische trekpleisters te liggen.

De discussie draait echter niet enkel om hete geopolitieke hangijzers. Je zou kunnen zeggen dat het onderzoek al veel eerder aanving, nog voor het als zodanig werd benoemd, tijdens de creatie van de trilogie Os Sertões van Euclides da Cunha, een klassieker van de Braziliaanse literatuur uit 1902. Bij het choreograferen van Sertão (2003), Bull Dancing (2006) en Matadouro (2010) was Marcelo Evelin al bezig met het aftasten van de raakpunten tussen schrift en lichaam, tussen de aarde en de hardheid van het leven. Mono (2008), dat tussen deze werken in werd gecreëerd, verwees reeds uitdrukkelijk naar Hijikata, die in deze context werd beschouwd als een soort virtuele leermeester om kwesties van seksualiteit en gender aan te raken op basis van een poppenspel. Tegelijk zou het een botsing kunnen suggereren tussen de spanningen van het levendige en het levenloze lichaam, tussen subject en object.

In 2011 werd Marcelo Evelin door curator Yusuke Hashimoto uitgenodigd op het podiumkunstenfestival Kyoto Experiment met Matadouro (2010). De uitnodiging, de eerste van vele, opende nieuwe onderzoekspistes en bood concrete kansen om in contact te komen met belangrijke bronnen van Hijikata’s werk aan de Keio-Universiteit. Het bracht hem uiteindelijk ook zelf tot in het noordoosten van Japan. Maandenlang verzamelde Marcelo Evelin getuigenissen van kunstcritici, onderzoekers en kunstenaars over Hijikata, butoh en de noordoostelijke regio van Japan. Onder hen bevonden zich belangrijke getuigen, zoals de danscriticus Kazuko Kuniyoshi, het hoofd van het Hijikata Tatsumi-archief Takashi Morishita, de dansers Yoshito Ohno en Setsuko Yamada, en Kuniichi Uno in hoogsteigen persoon. Het staat vast dat deze getuigenissen van fundamenteel belang waren, minstens even belangrijk als het beeldonderzoek en de reis naar Akita, waar Marcelo Evelin de brutale kou voelde die door merg en been gaat, en waar hij de troosteloosheid van de streek zelf kon ondervinden. Het voelde als een postuum eerbetoon aan een kunstenaar die lange tijd genegeerd en vervloekt werd, maar die steeds meer naar de oppervlakte komt binnen het hedendaagse kunstencircuit en ook daarbuiten, zoals de oude bewoners van Tohoku die nog regelmatig samenkomen om zijn boek te bestuderen.

Het is belangrijk om te vermelden dat Marcelo Evelin Yameru Maihime in werkelijkheid nooit heeft kunnen lezen, eenvoudigweg omdat hetboek nooit werd vertaald. Maar dit weerhield hem er niet van de ziektevan de dood onder zijn huid te voelen – dezelfde ziekte die zovele anderekunstenaars in haar greep hield, denk maar aan Marguerite Duras,Clarice Lispector, Antonin Artaud en Vaslav Nijinsky.

In deze blootstelling aan de dood leeft een kracht die verder klinkt dan Hijikata, Brazilië en Japan, tot in de territoriale sfeer van lichamen die gebukt gaan onder het risico van een leven zonder toegevingen op de rand van de afgrond. Misschien houdt de vitaliteit van de butoh zich daar schuil, weggerukt van zichzelf en zijn historische context, maar nog steeds in staat om ons te helpen het hoofd te bieden aan de schaarsheid van het radicale neoliberale bestaan.

Christine Greiner is hoogleraar aan de Pontifícia Universidade Católica van São Paulo. Ze schreef onder meer Leituras do Corpo no Japão e suasdiásporas cognitivas (Lezingen over het lichaam in Japan en zijn cognitieve diaspora) (2015), Corpo em crise (Het lichaam in crisis) (2010) en andere werken die gepubliceerd werden in Brazilië en daarbuiten. Ze vertaalde ook de boeken van Kuniichi Uno in het Portugees.

Back to top

Marcelo Evelin (1962) is een Braziliaanse choreograaf, onderzoeker en performer en een van de meest vooraanstaande namen in de hedendaagse dans, performance en politieke actie. Hij woonde en werkte in Amsterdam van 1986 tot 2006, waar hij samen met makers uit verschillende disciplines projecten creëerde voor het toneel, video’s, muziek, installaties en in situ werk met zijn gezelschap Demolition Inc. Momenteel verdeelt hij zijn tijd tussen Europa en zijn geboortestad Teresina in Brazilië, waar hij tot 2013 het kunstenaarscollectief Núcleo do Dirceu leidde. Hij doceert improvisatie en compositie aan de Mime Opleiding van de Amsterdamse Academie voor Theater en Dans, waar hij zijn eigen werk ontwikkelt en studenten begeleid in hun creatieve processen. Hij heeft workshops en samenwerkingsprojecten geleid in Europa, Zuid-Amerika en Afrika, en sinds kort ook in Japan. Twee van zijn recente creaties, Matadouro (2010) en De repente fica tudo preto de gente (2012) werden gepresenteerd op festivals en in theaters over de hele wereld. Batucada (2014) ging in wereldpremière op het Kunstenfestivaldesarts en werd daarna getoond in Frankfurt en in verschillende steden in Brazilië.

Back to top