Claudio Monteverdi, L'Incoronazione di Poppea

Théâtre 140

17, 22/05 > 20:30
19/05 > 18:00
20/05 > 15:00

FR

Het KunstenFESTIVALdesArts werkt zijn Monteverdi-cyclus verder uit. Dit jaar botst het muzikale universum van de eerste operadichter op de anarchistische en surrealistische verbeelding van de Brusselse theatermaker Charlie Degotte: “ L'Incoronazione di Poppea is een meesterwerk, maar van een vreselijk cynisme, heel modern dus." Dat is het gevolg van de spanning tussen het libretto van Busenello over corrupte en gemene machthebbers enerzijds en de sublieme, hemelse muziek van Monteverdi anderzijds. Gedurende het culturele jaar 2000 vergastte Degotte Brussel op een eigenzinnige reeks van revues: Historique, Panique, Arabique en Lyrique. Voor zijn 'opera-enscenering' wordt Degotte bijgestaan door componist en muzikant Baudouin de Jaer. Monteverdi door de ogen van een stripverhalenlezer.

Regie: Charlie Degotte

Muziek: Claudio Monteverdi, L’incoronazione di Poppea

Muzikale leiding: Baudouin de Jaer

Acteurs: NN

Decor: Johan Daenen

Licht ontwerp: Marc Defrise

Kostuums & rekwisieten: Amalgames

Afgevaardigd producent: Xavier Schaffers

Productie: KunstenFESTIVALdesArts

Presentatie: Théâtre 140, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Je zou het een rode draad kunnen noemen, maar ook een passionele liefdesgeschiedenis in verschillende etappes: de Monteverdi-cyclus van het KunstenFESTIVALdesArts.

Tijdens de editie van 1998 ensceneerden choreografe Trisha Brown en theatermaker William Kentridge respectievelijk de opera’s L’Orfeo en Il Ritorno d'Ulisse. Het werden twee onconventionele maar aangrijpende voorstellingen. Het Italiaanse Sociètas Raffaello Sanzio en het Argentijnse El Periférico de Objetos namen tijdens het vorige festival de madrigalen van Monteverdi als uitgangspunt: Il Combattimento en Monteverdi Método Bélico gingen nog een stap verder in de kloof tussen beeld en muziek, tussen traditie en persoonlijke interpretatie. Dit jaar is het de beurt aan twee andere eigenzinnige iconoclasten: in Cena Furiosa ensceneert Ingrid von Wantoch Rekowski Monteverdi's Madrigali amorosi e guerrieri waaronder Il Combattimento di Tancredi e Clorinda en meet Charlie Degotte zich aan de opera L'Incoronazione di Poppea.

L'Incoronazione di Poppea (1642) wordt algemeen beschouwd als de eerste realistische opera in de geschiedenis. Het libretto van Busenello vertelt een verhaal van paleisintriges, interne machtsstrijd, verliefdheden en verleidingen, achterklap en jaloezie... Deugd, moraal en rechtvaardigheid smelten als sneeuw voor de zon wanneer de machtigen hun grillen en begeertes volgen, in een wereld waarin het eigenbelang primeert op het staatsbelang. Alles is aanwezig om van het libretto een satirische en cynische komedie te maken. Maar er ontstaat een soort van kortsluiting tussen het libretto van Busenello en de muziek van Monteverdi. Het is alsof de muziek weigert met het verhaal over macht en wellust mee te gaan: Monteverdi's muzikale intensiteit en zuiverheid vellen geen oordeel over de personages en hun daden. Meer zelfs: de muziek lijkt hen te vergeven. De eerste opera van de geschiedenis toont meteen de complexiteit en de paradoxen van een rusteloze barok.

Het is die interne spanning die Charlie Degotte fascineert: "Ik heb L'Incoronazione di Poppeabij toeval ontdekt en als theatermaker ben ik eerst het script beginnen lezen. De laatste scène waarin de twee gemene moordenaars, Nero en Poppea, in een ontroerend duo hun triomferende liefde uitzingen, vervulde mij met vreugde. Wat een subversie! Daarna heb ik de muziek beluisterd: toen vond ik het nog prachtiger, van een onvoorstelbaar cynisme, heel modern dus." Het is niet voor het eerst dat Degotte zich met deze opera van Monteverdi bezighoudt. In 1998, het jaar waarin het KunstenFESTIVALdesArts zijn Monteverdi-cyclus opstartte, organiseerde de Beursschouwburg voor de festivalgangers een nachtprogramma, een contrapunt voor de avondvullende eigentijdse creaties. Charlie Degotte nam de uitdaging aan een versie van L'Incoronazione di Poppea te maken waaraan slechts twaalf uur gerepeteerd mocht worden. Degotte slaagde erin een groep acteurs, zangers en muzikanten rond zich te verzamelen die het publiek een hilarische 'best of' presenteerden. Het succes vroeg om een vervolg. Dat vervolg komt er in mei. Degotte versus Monteverdi – the remix. Maar nu wordt er behoorlijk wat langer gerepeteerd dan in 1998: één week!

Hoe vreemd het ook mag klinken, Charlie Degotte kan zich op historische feiten beroepen om zijn eigen gang te gaan met het meesterwerk van Monteverdi. De integrale versie zou vier uur duren, maar er bestaan twee verschillende manuscripten, een Venetiaans en een Napolitaans. Lange tijd werd gedacht dat dit authentieke manuscripten waren, maar onderzoek wees uit dat het ging om ‘kopieën’ van een niet meer te achterhalen origineel. Komt daar nog bij dat Monteverdi L'Incoronazione schreef tijdens een compositieatelier waarover hij de supervisie had. Hijzelf legde zich toe op de grote scènes en de algehele samenhang, maar zijn medewerkers werkten de details uit. Iedere interpretatie van de opera is met andere woorden een soort van persoonlijke montage. En Charlie Degotte doet dat op zijn eigenzinnige en radicale manier.

Het muzikale universum van de eerste operadichter botst op de anarchistische en surrealistische verbeelding van de Brusselse theatermaker. Met Yzz slaagde hij erin de volledige Shakespeare – 36 stukken en 1703 personages – te comprimeren in een voorstelling van nog geen anderhalf uur. Il n'y a aucun mérite à être quoi que ce soit is een hommage aan zijn mentor, de Belgische surrealistische dichter Marcel Mariën. Gedurende het culturele jaar 2000 vergastte Degotte Brussel op een eigenzinnige reeks van revues, waarin hij niet minder dan tweehonderd acteurs, dansers, auteurs, mimespelers en muzikanten wist samen te brengen: Historique in het Théâtre National, Panique in het Théâtre de la Poche, Arabique in de Hallen van Schaarbeek en Lyrique in de Brigitinnenkapel. Voor zijn 'opera-enscenering' wordt Degotte bijgestaan door componist en muzikant Baudouin de Jaer: "Tijdens onze eerste enscenering in 1998 gaf ik me rekenschap van iets dat me veel plezier deed: onze humor haalde het lyrisme van de muziek niet naar beneden, maar het was de muziek die de humor op een boosaardige manier boven zichzelf deed uitstijgen: de laagheid van de schofterige personages wordt versierd met raffinement en zielenroerselen." Charlie Degotte houdt niet van lange repetities en van lang op voorhand genomen beslissingen over kostuums en decors. Ieder van de acteurs komt tijdens de eerste dag van de repetities met zijn voorstellen en een week later is er een voorstelling. Zo elementair kan theater zijn. Monteverdi door de ogen van een stripverhalenlezer.

Back to top