Claude Régy

Cinema Galeries
  • 17/05 | 19:00

FR

Gratis toegang

Naar aanleiding van Claude Régy’s nieuwste voorstelling nodigen we hem uit in gesprek te gaan met jonge theatermakers uit Brussel. De avond begint met een gesprek tussen Claude Régy en kunstenares Léa Drouet en wordt gevolgd door een ontmoeting met jonge kunstenaars van theaterscholen RITCS en INSAS. Daarop volgt een vertoning van Alexandre Barry’s Du régal pour les vautours, een filmische tocht naar het hart van Régy’s werk. De kunstenaar deelt met het publiek de indrukken die hij opdeed tijdens reizen naar Parijs, Japan, Korea en Noorwegen – een (theater)reis die meer dan 60 jaar geleden begon.

  • 19:00 Gesprek Claude Régy, Léa Drouet & studenten regie van INSAS en RITCS
  • 20:30 Filmvertoning Du régal pour les vautours, Alexandre Barry (67 min, FR > EN)

Deelnemers
Claude Régy, Léa Drouet, Emma De Poot, Yanu Schepens, Gilles Van Hecke, Jean Coërs, Anne Declercq, Atta Nasser, Augusto Pedraza, Oxana Sankova, Ali Can Unal, Ruben De Roo, Medea Anselin, Marie Burki, Inès Isimbi, Bogdan Kikena, Laure Lapel, Lucie Lefauconnier, Olmo Missaglia, Santiago Ureel Heine, Pauline Wettler & Flore Herman

In samenwerking met
Les Ateliers Contemporains, INSAS, RITCS, Cinéma Galeries

Met dank aan
Claude Régy, Léa Drouet, Betrand Krill, Fréderic Cornet, Manon Ledune, Michel Boermans, Ruben De Roo, Katrien Van Langenhove

Back to top

Claude Régy in dialoog met jonge theatermakers

“Licht en stilte zijn materialen waar je nooit genoeg van krijgt. Zelf krijg ik er in elk geval nooit genoeg van. Ik zou kunnen blijven luisteren naar de stilte of kijken naar de schakeringen van het licht. Werken is soms niets doen. Naar het daglicht kijken, ernaar kijken wanneer de avond valt of de dag aanbreekt, of ernaar kijken op een van die onbeweeglijke momenten in de voor- of namiddag. Alles wat een spoor in je nalaat laten gebeuren. Je denkt dat je niet werkt maar ‘het’ werkt de hele tijd, het werkt in je. De elementen spelen op elkaar in, ze gebeuren. Samen vormen ze een wereld die vraagt om te mogen leven, om gecreëerd te worden. Ik houd ervan mijn geest te laten ronddwalen in die onbestemde massa van dat wat niet gecreëerd is.”
Claude Régy, Du régal pour les vautours, Les Solitaires Intempestifs (2016)

Als geen ander heeft Claude Régy gekeken en geluisterd naar wat er zich op de scène afspeelt. Hij is een ontdekker van nieuwe hedendaagse teksten en een ‘meester die geen meester wil zijn’. Voor hem maakt theater de overgang mogelijk naar ‘onbeschrijfelijke gebieden’ die de sfeer van het begrip en de evidentie overstijgen. Wanneer ze op de drempel staan van stilte, licht en duisternis, vormen auteur, acteur en toeschouwer één enkel levend lichaam dat ernaar streeft de poëtische tekst te herschrijven. De theatrale beleving, die bij Régy een extreme aandacht vergt, is het moment waarop je mogelijk in contact komt met de oneindigheid van de verbeelding en het onbevattelijke.

Over die onophoudelijke, radicale zoektocht die zich nu al meer dan 60 jaar voltrekt, gaat Claude Régy in gesprek met een groep Brusselse theaterregisseurs in wording. Samen met Léa Drouet, kunstenares en toeschouwer van Claude Régy, gaan studenten van het INSAS en het RITCS op zoek naar de manier waarop Régy’s werk met hun eigen ideeën en vragen resoneert. Sommige studenten – vooral die van de Franse Gemeenschap – kennen het werk van Claude Régy. Anderen proeven het voor het eerst met Rêve et Folie, de voorstelling die tot 25 mei in de KVS te zien is in het kader van het Kunstenfestivaldesarts. Ieder vertrekt uit zijn eigen ervaring – of hij nu toeschouwer, lezer of regisseur is – en legt Régy zijn vragen voor. Hoe ga je om met de verschillende scenische elementen? Wat toon je en wat toon je niet? Hoe creëer je een kader dat bij de toeschouwer een veelheid en diversiteit aan ervaringen oproept? Wat doe je opdat je werk zijn radicaliteit behoudt? Hoe kan je je geest leren openstellen voor wat je niet begrijpt, hoe kan je ‘werken aan dat wat nog niet bestaat’? Met die waaier aan vragen betreden de studenten het universum van Claude Régy en gaan ze in gesprek over de belangrijkste aspecten van de regisseurskunst.

Het wordt geen eerbetoon aan een gevierd kunstenaar of een bijeenkomst rond een gemeenschappelijke artistieke erfenis, maar een dialoog tussen Régy en jonge theatermakers. Wanneer ze voor ‘de oneindige massa van dat wat niet gecreëerd is’ worden geplaatst, krijgen ze dankzij de ervaring en het denken van Claude Régy misschien voeling met een kostbaar potentieel dat ze voor hun toekomstige creaties kunnen aanboren.

Back to top

Claude Régy wordt in 1923 geboren. Wanneer hij in zijn tienerjaren het werk van Dostojevski ontdekt, voelt dat aan ‘als een hakbijl die een bevroren zee doorklieft’. Na een opleiding in de politieke wetenschappen legt hij zich toe op het theater, eerst bij Charles Dullin en vervolgens bij Tania Balachova. In 1952 regisseert hij zijn eerste theatervoorstelling in Frankrijk, Doña Rosita van Federico García Lorca. Al snel neemt hij afstand van het psychologisch realisme en naturalisme en van het zogenaamde ‘politieke’ theater – verstrooiing is niet zijn doel. Régy gaat op zoek naar nieuwe ruimten voor het theater en voor het leven: verloren ruimten. Een reeks hedendaagse theaterteksten – die hij vaak als eerste aan het publiek toont – leiden tot extreme ervaringen die alle zekerheden over de werkelijkheid in het niets doen verdwijnen. In Frankrijk regisseert Régy werk van Harold Pinter, Marguerite Duras, Nathalie Sarraute, Edward Bond, Peter Handke, Botho Strauss, Maurice Maeterlinck, Gregory Motton, David Harrower, Jon Fosse en Sarah Kane. Hij werkt met acteurs als Philippe Noiret, Michel Piccoli, Delphine Seyrig, Michel Bouquet, Jean Rochefort, Madeleine. Renaud, Pierre Dux, Maria Casarès, Alain Cuny, Pierre Brasseur, Michael Lonsdale, Jeanne Moreau, Gérard Depardieu, Bulle Ogier, Emmanuelle Riva, Christine Boisson, Valérie Dréville, Isabelle Huppert en Jean-Quentin Châtelain.

Regisseur en performancekunstenaar Léa Drouet (1982) is sinds 2010 werkzaam in Brussel. Haar werk bevindt zich op de kruising van installatie, theater en performance. In 2014 richt ze VAISSEAU op, een productiestructuur die zich voegt naar haar eigen artistieke projecten en formats. Een aantal vragen komen in het werk van Léa Drouet steeds weer terug. Wat is een groep? Hoe kan je esthetische ervaringen delen en de onderlinge verhoudingen en organisatiestructuur van een groep begrijpelijk voorstellen? Hoe kan je die kwestie tot uiting brengen via gevoelige media als klank, lichaam en materie? Uit Drouets onderzoek naar ruimtelijke meerkorigheid resulteren werken als 0& (Festival XS, Theâtre National, 2012), Derailment (Kunstenfestivaldesarts 2015) en Tape ensemble (Indiscipline, 2016). Die laatste voorstelling is een samenwerking met Clément Vercelletto en is eigenlijk een concert voor cassetterecorder, gebracht door 20 vertolkers. Léa Drouet presenteert de installatie Mais dans les lieux du peril croît aussi ce qui sauve in het skatepark aan de Kapellekerk (Kunstenfestivaldesarts 2016). Voor dat werk inspireert ze zich op gesprekken met drie jonge skaters over de manier waarop ze omgaan met risico’s en valpartijen. De installatie bestaat erin dat de skaters in een cirkel van vuur gevaarlijke figuren uitvoeren. Op uitnodiging van Camille Louis van het collectief kom.post zal Léa Drouet deelnemen aan de installatie-performance Gribouillage, een soort verbale en sculpturale gesprekken in de openbare ruimte (Nuit de l’Esthetique, Athene, mei 2017). Voor het Kunstenfestivaldesarts 2018 werkt Léa Drouet aan Boundary Games, een voorstelling die het publiek een gevoelige, visuele en klankervaring aanreikt, waar groepen gevormd worden en weer uit elkaar vallen, en waar de groepsdynamiek in de meest gevarieerde situaties en organisatiemodi in beeld gebracht wordt.

Back to top