Chantier Musil

Halles de Schaerbeek

22.24/05 > 20:00
23/05 > 22:00
Duration: 60’

Na een jaartje uitstel nu dan toch: Chantier Musil. ‘Chantier’ als ‘werf’: een opslagruimte, een werkplaats. ‘Musil’ omdat gewerkt wordt rond De man zonder eigenschappen (1910-1942), de magistrale roman van Robert Musil.

Op zijn bouwterrein brengt choreograaf François Verret verschillende vakmensen bijeen, die elk met hun verbeelding aan de slag gaan.

Hoofdpersonage in Chantier Musil is Ulrich, net als Kaspar Hauser (Kaspar Konzert) en Bartleby een buitenbeentje, bewust ‘man zonder eigenschappen’ tussen mensen ‘met eigenschappen’. Op de werf één vraag: welk licht, welke geluiden, welke beelden, welke gebaren, houdingen en daden kunnen vertalen wat Musil ons te lezen geeft?

op basis van de lectuur van:

Robert Musil, Der Mann ohne Eigenschaften

Regie:

François Verret

Met:

Mathurin Bolze, Dimitri Jourde, Irma Omerzo, Vincent Fortemps, Christian Dubet, Jean-Pierre Drouet, Alain Mahé, Gaëtan Besnard, François Verret

Toneelbeeld:

Claudine Brahem

Scenografische elementen:

Zouzou Leyens

Muziek:

Jean Pierre Drouet, Fred Frith

Klankpartituur:

Alain Mahé

Beeldend kunstenaar:

Vincent Fortemps

Artistieke medewerker:

Sylvie Blum

Videomontage:

Françoise Arnaud

Videoregie:

Gaëtan Besnard

Licht:

Christian Dubet avec/met/with Gwendal Malard

Technisch directeur:

Jean-Noël Launay

Decoropbouw:

Vincent Gadras, Stéphane Potiron

Met dank aan:

Atelier Proscenium - Rennes
et pour les voix/en voor de stemmen/and for the voices: Paulette Beffar, Sylvie Blum, Gaëlle Héraut

Coproductie:

Théâtre National de Bretagne/TNB (Rennes), Compagnie F.V. (Paris), Théâtre de la Ville (Paris), Festival d'Avignon 2003, Le Cargo-Maison de la Culture (Grenoble),Théâtre des Salins - Scène Nationale de Martigues

Met de steun van:

Parc de la Villette dans le cadre des Résidences 2002 et de la résidence de La Fonderie / Théâtre du Radeau - Le Mans
avec le concours du Ministère de la Culture et de la Communication dans le cadre du dispositif DICREAM et du Conseil Régional d'Ile de France, l'Association Française d'Action Artistique (AFAA) et le service de coopération et d'action culturelle de l'ambassade de France à Bruxelles, KunstenFESTIVALdesArts

Presentatie:

Halles de Schaerbeek, KunstenFESTIVALdesArt

La Compagnie FV wordt gesteund door:

la DRAC Ile de France, Ministère de la Culture et de la Communication & le Conseil Général de Seine Saint-Denis

Back to top

INTENTIENOTA

Ons werk begint met het lezen van De man zonder eigenschappen. Deze roman van Musil is een fictief verhaal opgebouwd rond de centrale figuur Ulrich.

Musil wil de steeds veranderende realiteit bekijken door de ogen van deze spilfiguur– een realiteit zonder midden of einde. Hij benadrukt het veelzijdige en variërende aspect van de realiteit en ontkent het bestaan van een gegeven werkelijkheid of waarheid. In zijn ogen bestaat alleen het spel van de goden met de teerlingen, de eindeloze mallemolen van alle mogelijke interpretaties. Mogelijkheden die voortdurend een andere kleur aannemen…

De realiteit is een eindeloze reeks van ruimten sterk gelijkend op de complexe, anonieme en veelzijdige stad die wordt beschreven in het begin van De man zonder eigenschappen.

Zoals alle grote steden bestond ze uit onregelmatigheid, afwisseling, voortglijden, niet in de pas blijven, het botsen van dingen en zaken, bodemloze punten van stilte daartussen, uit gebaande en ongebaande wegen, uit één grote ritmische slag en uit de eeuwige ontstemdheid en het verschuiven van alle ritmes tegen elkaar in,…

Een immense, veranderlijke wereld waarbinnen de relaties worden gestuurd door het principe van besluiteloosheid. Een wereld die continu wordt gewijzigd door de toeschouwer die er vat wil op krijgen. Of door de verteller die geconfronteerd wordt met een eindeloze open versnippering in plaats van één organisch geheel.

We bevinden ons in Kakanië… een grote stad. Een stad vol mensen van alle slag, mannen en vrouwen met eigenschappen, mensen met een beroep, een identiteit, status, eigendommen, zekerheden, zaken die ze moeten doen,… ze lopen kriskras door de ruimte en vullen die met koortsachtige handelingen om de leegte rondom hen te verbergen.

En dan zijn er mannen en vrouwen die deze manier van ‘zijn’ in vraag stellen, zoals Ulrich, ‘de man zonder eigenschappen’, Agatha, zijn zus… Moosbrügger de moordenaar (of is dit een identiteit?), Clarisse van wie zal worden verteld dat ze gek is.

Meerdere motieven dus, een opstelling van personages, verschillende op zichzelf bestaande verhalen, elk met een eigen tempo, die met elkaar vervlochten geraken.

Musil vertelt het verhaal (voor zover er een verhaal is…) van Ulrich, de man zonder eigenschappen, zijn parcours (en zijn kritische gedachtegang) dat onlosmakelijk verbonden is met zijn omgeving. Hoe deze man de realiteit beleeft, hoe hij die waarneemt en ermee omgaat, wat hij ziet, wat hij hoort, wie hij ontmoet, wat rondom hem gebeurt, wat hem omringt, wat hij doet…

Het verhaal wordt uiteraard doorspekt met gebeurtenissen. Paradoxaal genoeg gebeurt er desondanks niets. En er gebeurt niets omdat het ‘steeds hetzelfde liedje is’ en omdat, vanuit het oogpunt van Ulrich, de zaken die zich op zijn weg voordoen niet echt een gebeurtenis kunnen worden genoemd.

Het is geen logische structuur van objectieve gebeurtenissen. De gedachten en herinneringen van Ulrich worden op een onvoorspelbare manier aaneengeschakeld. Ulrich vertelt ons geen verhaal 1 maar beschouwt zichzelf als een plaats waarlangs een veelheid aan indrukken en emoties stroomt.

Wat Musil toepast op de realiteit is het ‘principe van de Onzekerheid’ van de fysicus Heisenberg: hij stelt een optisch proces op punt dat continu in beweging is en dat hem toelaat om zijn blik te verplaatsen, om de realiteit op diverse manieren te benaderen en tot in het oneindige te bevragen. Terwijl hij schrijft, verandert Musil onophoudelijk van richting. Een constructie die in fragmenten verloopt, niet lineair maar complex.

Ulrich kan van de realiteit alleen maar onafgebroken of onvolledige beelden geven terwijl het verhaal voortdurend onderbroken wordt. De aandacht springt van het ene onderwerp naar het andere.

Het verhaal, als dat er al is, kan niet meer worden verteld vanuit één enkel gezichtspunt, maar vanuit verschillende perspectieven die elkaar wederzijds relativeren.

Het scenario dat wij uitvinden vertrekt van dit uitgangspunt, deze gedachte van Musil-Ulrich.

We willen geen eenheidsstijl creëren die de globaliserende visie weergeeft van een ‘bewust persoon’ ten opzichte van de wereld waarin hij leeft. Die persoon ontdekt echter dat hij niet langer het centrum is waar synthese en hiërarchie centraal staan. Er heerst chaos, tegenstrijdigheden ontmoeten elkaar, overlappen en raken verstrengeld met elkaar. Wij kiezen dan ook voor een scenario dat, door zijn eigen ontwrichting, zijn ordeloze veelheid, zijn diversiteit aan stijlen inderdaad de weergave kan zijn van een eindeloos open versnippering, een definitieve verbrokkeling van de realiteit.

Daartoe bedenken wij de objecten en technieken – mechanische cinema 2, een ruimte vol koorden, een tafel met rollen 3, mannequinfiguren… – die onze visie op het universum van Musil konden vertalen.

Op het podium wordt een taal gesproken die vele standpunten en stijlen uitdrukt, de taal van de verschillende persoonlijke visies van de artiesten zonder deze verscheidenheid te willen laten samensmelten tot één harmonieus stilistisch geheel.

François Verret

1 Musil vertelt

(hoofdstuk 122, deel 1) over de onmogelijkheid voor Ulrich om zich te richten naar de regels van een klassiek verhaal.

En als een van die schijnbaar buitenissige en abstracte gedachten dien in zijn leven vaak van zo directe betekenis werden, viel hem in dar de wet van dit leven, waarnaar je, overbelast en dromend van eenvoud, hevig verlangt, geen andere was dan die van de vertelorde! Die eenvoudige orde die daaruit bestaat dat je kunt zeggen: ‘Toen dit gebeurd was, geschiedde er dat!’ Het is de eenvoudigste volgorde, de afbeelding van de overweldigende veelvuldigheid van het leven in een eendimensionale veelvuldigheid, zoals de wiskundige zou zeggen, wat ons rust geeft; het aan één draad rijgen van alles wat in tijd en ruimte heeft plaatsgevonden, die beroemde ‘draad van het verhaal’, waaruit dan dus ook de levensdraad bestaat. Gelukkig degene die zeggen kan: ‘toen’, ‘alvorens’ en ‘nadat’! Of het hem slecht is vergaan of dat hij heeft liggen kronkelen van pijn: zodra hij in staat is de gebeurtenissen volgens hun verloop in de tijd weer te geven, gaat hij zich zo goed voelen alsof het zonnetje op zijn buik schijnt. Dat is waarvan de roman kunstig profijt heeft getrokken: of de reiziger nu in de stromende regen op zijn paard over de landweg rijdt of bij twintig graden vorst met zijn voeten door de sneeuw knerpt, de lezer voelt er zich behaaglijk bij, en dat zou moeilijk te begrijpen zijn als die eeuwige kunstgreep op de epiek, waarmee de kindermeisjes hun kleintjes zoet houden, deze veel beproefde ‘perspectivistische beperking van het verstand’ niet al tot het leven zelf behoorde. De meeste mensen zijn in hun verhouding tot zichzelf in feite vertellers. Ze houden niet van lyriek, of alleen voor korte momenten, en ook al wordt er in de draad van het leven een klein beetje ‘omdat’ en ‘opdat’ meegesponnen, ze verafschuwen toch ieder doordenken dat verder gaat dan dat: ze houden van de ordelijke opeenvolging van feiten, omdat die op een noodzakelijkheid lijkt, en ze voelen zich door de indruk dat hun leven een ‘loop’ heeft op de een of andere manier in de chaos geborgen. En Ulrich merkte nu dat hij het gevoel voor dit primitief epische was kwijtgeraakt, waar het privé-leven nog aan vasthoudt ofschoon in het openbare leven alles niet-vertellend is geworden en geen ‘draad’ meer volgt, maar zich verbreidt over een eindeloos verweven vlak.

2 De mechanische cinema
Het is een soort van constructie op z’n Georges Méliès om mentale landschappen en mijmeringen in beweging te zetten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van objecten die een combinatie zijn van de doorzichtige rhodoïd waarop Vincent Fortemps tekent met vetkrijt en een glasplaat waardoor een camera filmt wat in real time wordt getekend.
In deze ruimte die in opbouw, afbraak, heropbouw is, maakt Christian Dubet met verschillende lichtbronnen wat leeft binnen in de getekende landschappen, ruimten en associaties, zichtbaar, onzichtbaar of brengt hij nuances aan.
Het is de kunst van het vertellen… met beeld in beweging. De gevoeligheid van de lichtbeweging doet zaken verschijnen, dan weer verdwijnen, er wordt gespeeld met intensiteit, tegenwoordigheid, geladenheid.
Als een oneindig kwetsbare mijmering over de tijd die nooit stilstaat. Het tastbaar in beweging brengen van wat het betekent om ‘zonder kwaliteiten’ te zijn.
Er wordt geen stabiel, vast, goed omkaderd beeld gemaakt met perfecte scherpte en kleuren. Integendeel, het beeld, zijn broosheid, zijn kwaliteit worden in vraag gesteld.
Het beeld creëren en tegelijkertijd in vraag stellen, de betrekkelijkheid ervan aantonen. Op elk moment een test, nooit stabiel, zoeken naar het beeld dat verschijnt, dan weer verdwijnt, een ander beeld verschijnt, en ga zo maar door.
Mechanische cinema is een kunstvorm die nauw aansluit bij de innerlijke mens van Ulrich, de man zonder eigenschappen. Bij het zien van al die ‘reële mannen en vrouwen’ mét eigenschappen denkt hij soms: ‘kon ik maar van de trein springen, eruit stappen en de tijd anders gaan beleven, een nieuwe waarnemingsruimte creëren, een ruimte van gewaarwordingen. Niet langer een bewust persoon met een ‘ik’ maar een stroom van continu veranderende gewaarwordingen in een realiteit die nooit stilstaat.’

3 De tafels met rollen
Om de blik van Ulrich op deze stad voor te stellen maakt Zouzou Leyens gebruik van tafels met rollen.
Deze rollen zijn als voorbijglijdende landschappen, landschappen in landschappen, eindeloos veel landschappen …
Het is ‘altijd hetzelfde’ en de blik van de camera doorboort deze film van aaneengeschakelde beelden om het mysterie van de realiteit te doorprikken. Een bewegende kijk op de realiteit die haar onvermoeibaar bevraagt. De tafel met rollen concretiseert het eeuwige optische proces van Musil-Ulrich om hun blik op de omgeving en de wereld scherp te stellen. De tafel met rollen toont overigens ook de mentale toestand van andere personages. Van de politicus Leinsdorf bijvoorbeeld: Op een onafgebroken voorstelling van een wandtapijt met steeds dezelfde barokke motieven verschijnt eensklaps een vlek die verscholen gaat in het terugkerende motief. Het is de foto van een ineengezakte man (verongelukt, vermoord…). Een beeld dat even snel weer vervaagt. Een verwijzing naar de real-politiek die de realiteit constant ontkent, waar alles wat niet hoort wordt verdrongen en uitgewist.

Back to top