Britannicus

Théâtre Varia

4.6.7/05 > 20:30
5/05 > 15:00
8/05 > 19:30
NL - Subtitles: FR

"Bloed en moord zijn geenszins nodig in een tragedie", schrijft Racine, maar voor zijn Britannicus gaat dat niet op. Britannicus, zoon van de Romeinse keizer Claudius, is rechtmatig troonopvolger. Maar Claudius’ tweede vrouw, Agrippina, manoeuvreert haar eigen zoon Nero op de troon. In Britannicus, wellicht één van Racines meest politieke stukken, wordt het monster Nero wakker: hij ontvoert Junia, het liefje van Britannicus, snoert de macht van zijn moeder in en stelt paal en perk aan de dreiging van zijn rivaal Britannicus. De vermenging van politieke intriges, psychologische spelletjes en heftige emoties is wat Koen De Sutter aantrok in Racines tragedie. Met de ploeg Vlaamse theatermakers van Theater Zuidpool maakt hij een hedendaagse versie van deze Franse klassieker.

Tekst: Jean Racine

Regie: Koen De Sutter

Met: Griet Debacker, Johan Heldenbergh, Marijke Pinoy, Jobst Schnibbe, Eva Schram, Bob Snijers, Jan Steen

Muziek: Pieter Jan De Smet, Geoffrey Burton

Toneelbeeld: Frans De Meyer

Kostuumontwerp: Sabina Kumeling

Lichtontwerp: Jan Van Hove

Productieleiding: Jan Van Hove

Productie: Theater Zuidpool (Antwerpen)

Met de steun van: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Provinciebestuur Antwerpen, Nationale Loterij

Presentatie: KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Nero had het stuk kunnen heten, of Agrippina, naar de twee centrale personages. Maar na de Annalen van Tacitus gelezen te hebben – over Rome’s leiders Tiberius, Caligula, Claudius en Nero –, distilleerde Racine er de tragedie Britannicus uit.

Britannicus is de eerste zoon van Claudius, en daardoor de legitieme troonsopvolger. Maar Claudius hertrouwt met Agrippina, die haar zoon Nero op de troon manoeuvreert, en vervolgens haar man vergiftigt. Britannicus begint op het moment dat Nero zich langzaam maar zeker ontdoet van de voogdij van zijn moeder en zich onder invloed van zijn twee raadgevers Narcissus en Burrhus overgeeft aan intriges en gevaarlijke machtsspelletjes. Le monstre naissant, zoals Racine zijn Nero noemde, zal Junia, het liefje van Britannicus, ontvoeren, de macht van zijn moeder Agrippina insnoeren en zijn rivaal Britannicus ombrengen. Het is maar een voorproefje van de gruwelijkheden die de keizer in zijn latere leven zal begaan.

“Dat woelen van passies heeft mij verleid om Britannicus te brengen”, vertelt regisseur Koen De Sutter. “Het stuk heeft alles in zich: woede, psychologische manipulatie, zware emoties en politieke trucs. Daartegenover staat die strenge symmetrie van de taal: de Franse tekst is in alexandrijnen geschreven, maar de taal is heel verstaanbaar, zo zuiver dat het bijna ascetisch wordt. Je moet de krullen van de pruiken er niet in gaan zoeken. In het Nederlands is het moeilijk om dat rijmpatroon te behouden, dat gaat al snel gekunsteld klinken. Het zwaartepunt zal dus niet op de taal liggen, maar ik wil het contrast tussen passie en strakheid wel behouden.”

Racine schrijft zijn Britannicus onder het regime van Roi Soleil Lodewijk XIV, wiens hang naar absolute controle zich ook op literair vlak laat voelen. Schrijvers en theoretici leggen strikte regels op voor het taalgebruik en de literaire genres. Het is de periode van het classicistische streven naar orde en rust, van de suprematie van de rede over het gevoel en van Descartes’ rationalistische Je pense donc je suis. “Ik heb zin om met die strakheid van Racine aan de slag te gaan. Omdat ik zoiets nog nooit gedaan heb. Mijn eerste regie, Onder het melkwoud van Dylan Thomas, had enorm veel lichtstanden en micro’s, en allerlei effecten. Mijn tweede productie bestond uit twee acteurs op een stoel met één lichtstand. Een nieuwe productie staat bij mij altijd ver af van de vorige.”

“De gebeurtenissen die in Britannicus verhaald worden zijn gruwelijk. Behalve twee personages is iedereen in wezen slecht.” Een weerspiegeling van Racine’s voorliefde voor het Jansenisme, een stroming in de katholieke leer die ervan uitging dat de mens niet aan de erfzonde kan ontsnappen en dat zijn welzijn niet in eigen handen, maar in Gods gratie ligt. Koen De Sutter is eind december volop aan het lezen over het Franse hof in de 17e eeuw, de carrière van Racine, zijn gekibbel met Molière, zijn voorkeuren en opvattingen. Hij wil op de hoogte zijn van de cultuurhistorische context rond Racines stuk, maar wil geen getrouwe weergave maken van de politieke situatie ten tijde van Racine. “Ik ben benieuwd om te zien hoe Vlaamse acteurs omgaan met een traditioneel Franse tekst. Het zijn organische acteurs die minder cerebraal met dingen omgaan. Laat hen improviseren met een bierflesje: ze zullen het niet leegdrinken, maar het over iemands hoofd uitgieten of het kapot slaan. Dat kan een boeiende confrontatie opleveren.”

Voor Britannicus repeteert de groep iets langer dan normaal, zo’n elf weken. Een classicus en een romanist gespecialiseerd in 17e-eeuwse Franse literatuur komen hun kennis met de ploeg delen. “Ik vind het belangrijk om zulke dingen te weten. Ik wil niet de cultuurpessimist uithangen, maar er wordt zo weinig kennis doorgegeven. Vraag aan een veertienjarige: ‘Wie is Nero?’ en hij antwoordt je waarschijnlijk dat het een stripfiguur is. Ik vind geschiedenis heel boeiend en leerrijk. De Romeinse cultuur heeft ons nooit verlaten. Onze parlementaire monarchie heeft nog dezelfde apparaten als ten tijde van Augustus. Neem de architectuur, het Justitiepaleis in Brussel bijvoorbeeld: al die neorenaissance en neoclassicistische gebouwen grijpen terug naar de grootsheid van het Romeinse Rijk.” Koen De Sutter heeft al een heleboel beelden in zijn hoofd voor de enscenering. “Maar”, voegt hij er lachend aan toe, “het verandert misschien allemaal nog. Ik wil zoeken in welke mate Racines schriftuur gedrevenheid en heftigheid verdraagt. Wat Racine met bezwete lijven oplevert. Wat de link is tussen Nero, Louis XIV en de huidige wereldleiders.”

Britannicus is voor mij een zuiver politiek stuk. Het gekonkelfoes van Burrhus en Narcissus, de ‘kabinetschefs’ noem ik ze, doet heel erg denken aan al het geschuif in de Belgische politiek, het gehakketak in de wandelgangen. Er is niets veranderd. De affaire Clinton-Lewinsky is pure Britannicus: een wereldleider gaat ten onder omdat zijn passie de overhand krijgt op zijn ratio. Clinton volgt zijn hormonen en moet daardoor een stap terug zetten; Nero is zo jaloers omwille van Junia dat hij ten onder gaat aan moord en intriges. Agrippina zie ik een beetje als de Queen Mother die het niet kan verkroppen dat ze haar macht moet afstaan. En dan die dialogen! Dat is pure debatcultuur, zoals je die in de Kamer in Nederland hebt: twee microotjes tegenover elkaar en maar debatteren. Het is net als de afwisseling van aria’s in een opera. Nero wordt heen en weer geslingerd tussen zijn moeder en Narcissus, tussen Britannicus doden of laten leven. Er zit dus behoorlijk wat suspens in. Misschien hermonteer ik het einde wat, om die spanning op te drijven.”

Koen De Sutter is sinds juli 2001 artistiek leider van het Antwerpse Theater Zuidpool. Hij verzamelde een schare vaste medewerkers-acteurs rond zich die van project tot project meegroeien. Als acteur, maar ook af en toe als regisseur, dramaturg, scenograaf of, waarom niet, om de kostuums te ontwerpen. “Mijn functie van regisseur in het maakproces is die van een amplifier: een versterker waar alles doorstroomt en die alles kanaliseert naar speakers van 2000 watt.” De tijd van het als oubollig bestempelde Reizend Volkstheater, dat Peter Benoy begin jaren negentig tot Theater Zuidpool omvormde, hebben ze definitief achter zich gelaten. Sinds enkele jaren is Theater Zuidpool uitgegroeid tot ‘een kennerstip’ binnen het Vlaamse theater. In 2000 werd Zuidpool geselecteerd voor de Océ-podiumprijs.

Bij Theater Zuidpool gaat veel aandacht uit naar nieuwe teksten en dramaturgie. Ze spelen regelmatig hedendaagse Vlaamse teksten: De Invreter van Jeroen Olyslaegers, De Drumleraar en onlangs Colette (Mouchette) van Arne Sierens. Bij elke productie wordt een tijdschrift uitgegeven dat ook dienst doet als programma. “We lezen veel, zijn eigenlijk allemaal een stukje dramaturg. Zo’n tijdschrift kan dat bundelen. Maar het is geen noodzaak. Uiteindelijk moet de voorstelling op zich kunnen staan.” Maandelijks zit de ploeg samen aan tafel om nieuwe stukken te lezen. Ze bespreken de teksten en kijken wie er affiniteiten mee heeft. Zo wordt het programma vastgelegd. “Betrokkenheid van de mensen waarmee je werkt is cruciaal voor mij: van de toiletmadam tot de boekhouder. En goed materiaal natuurlijk. Dat wil zeggen dat je na de zeventigste voorstelling beseft: ‘Dat aspect heb ik nog niet aangeraakt’. Of dat je een paar dagen na de première denkt: ‘Verdorie, ik had het helemaal anders moeten doen’.”

Back to top