Boumkœur/Cuisine et dépendances, Gezegd en Gezwegen

Verschillende locaties in de stad

Dutch version:
7.8.9.10.11/05 > 20:00
12/05 > 18:00
de bottelarij
Dutch version: NL & FR - Subtitles: NL

French version:
20.21.22.23.24.25/05 > 21:00
Théâtre de la Balsamine
French version: FR

105'

Successchrijver Rachid Djaïdani vertelt in zijn roman Boumkœur het verhaal van een jongeman uit de Parijse banlieue : het isolement en de grote leegte van de periferie. Tegelijk wordt een doorsnee burgergezin opgevoerd in Cuisine et dépendances van Agnès Jaoui en Jean-Pierre Bacri. Enkele veertigers zien mekaar na jaren terug, maar ze hebben elkaar niets te vertellen. Twee ogenschijnlijk verschillende werelden, die echter allebei om adem en frisse lucht schreeuwen. Boumkœur wordt als een nietsontziende orkaan de keuken van Bacri en Jaoui ingestuurd. Een kortsluiting waarmee het Brusselse gezelschap Dito’Dito – op een humoristische manier – mechanismen van de wereld van vandaag blootlegt. Een voorstelling die er kwam dankzij de samenwerking tussen een Vlaams theater, een Franstalig theater en een tweetalig festival.

Teksten:

Rachid Djaïdani (Boumkoeur), Agnès Jaoui & Jean-Pierre Bacri (Cuisine et dépendances)

Een voorstelling van en met:

Mohamed Ouachen, Abdelmalek Kadi, Guy Dermul, Nedjma Hadj, Willy Thomas, Mieke Verdin

Vertaling:

Jan Simoen (Boumkoeur), Dito'Dito (Cuisine et dépendances)

Coproductie:

Dito'Dito (Brussel/Bruxelles), KVS/de bottelarij (Brussel/Bruxelles), Théâtre de la Balsamine (Brussel/Bruxelles), KunstenFESTIVALdesArts

Met de steun van:

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie, SIF

Presentatie:

KVS/de bottelarij,

Théâtre de la Balsamine,

KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Dito'Dito is een Brussels theatergezelschap dat zich sinds 1994 toelegt op de Brusselse realiteit: de stad als dramaturgisch materiaal. Het Nederlandstalige collectief richt zich tot een zo breed mogelijk publiek, wat concreet betekent dat ze hun voorstellingen systematisch in twee van de drie officiële landstalen presenteren. Tegelijkertijd gaan ze werkrelaties aan met jongeren en kunstenaars met andere culturele achtergronden. Daardoor krijgen ze niet alleen een groter maar ook een steeds breder publiek. Gevoed en gedreven door nieuwsgierigheid nodigen zij alle inwoners van de stad en ook die van ver daarbuiten uit om onbevangen mee over de muurtjes te kijken.

Tijdens de eerste editie van October-Oktobre 1999 - een project waar de spelers van Dito'Dito gedurende vier weken in de Beursschouwburg en het Franstalige Théâtre de la Balsamine te gast zijn met kleine nieuwe werkstukken, telkens in combinatie met andere spelers of kunstenaars uit verschillende disciplines - bracht Kadi Abdelmalek, samen met Mohammed Ouachen, een eerste versie van Boumkœur.

De jonge succesvolle Frans-Algerijns-Soedanese schrijver Rachid Djaïdani vertelt in zijn roman Boumkœur het verhaal van een jongeman uit de Parijse banlieue met zijn kleine en grote problemen: het isolement van de periferie en de moeilijkheid om te ontkomen aan de grote leegte. Een realiteit die nog maar weinig weerklank kreeg op het toneel.

Als tegenhanger wordt een doorsnee burgergezin opgevoerd in Cuisine et dépendances van Agnès Jaoui en Jean-Pierre Bacri. Dito'Dito raakte onder de indruk van dit Franse auteursduo, toen ze in de zomer van 2000 in samenwerking met het jonge Brusselse gezelschap Tristero Un air de famille speelden in een Brussels volkscafé.

In Boumkœur probeert een jongeman te overleven in een Parijse voorstad. Hij praat en hij praat, in een poging om niet te verzuipen. Spreken om te bestaan. Hij heeft veel te veel te zeggen. Er gebeurt te veel. Geen tijd, geen plaats om zich te vervelen. Hij kan zich die luxe niet permitteren. Hij moet overleven. Nochtans doet hij zich niet als een slachtoffer voor. Integendeel. Hij gaat in de aanval. Met een bijtende zin voor humor en poëzie. Hij eist recht op spreken. Hij dwingt ons om te luisteren.

"Moi aussi j'ai de la haine.

Ma cité va craquer

et ce n'est pas sur un air de raï

que je ferai mon état des lieux"

(uit Boumkœur)

In Cuisine et dépendances zien enkele kleinburgerlijke veertigers mekaar na jaren terug op iets wat een feestje had moeten worden. Ze hebben echter niets te zeggen. Ze verwachten niets meer van het leven. Ze sleuren hun verveling van de salon naar de keuken en van de keuken naar de salon. Ze spreken, maar zeggen niets. Ze praten de leegte vol met banaliteiten. Een biertje gaan halen is al een hele gebeurtenis.

Martine: Mag ik u iets vragen?

Charlotte: Ja.

Martine: Ge moet wel een eerlijk antwoord geven.

Charlotte: Ja, ja, doe maar.

Martine: Beloofd?

Charlotte: Ja, ja, beloofd, eerlijk.

Martine: Was er echt teveel zout in?

(uit Cuisine et Dépendances)

De voorstelling wordt gespeeld door de vaste spelerskern van Dito'Dito (Nedjma Hadj, Mieke Verdin, Guy Dermul en Willy Thomas) uitgebreid met een vroeger lid van het gezelschap, Kadi Abdelmalek, en Mohamed Ouachen, die reeds in meerdere projecten bij Dito'Dito te gast was. Ouachen is niet alleen de kleinste maar ook veruit de jongste van het zeskoppige gezelschap; hij staat letterlijk en figuurlijk het dichtst bij de wereld van Djaïdani. Boumkœur zal dan ook door hem worden vertolkt. De andere acteurs schommelen rond de veertig en weten ondertussen alles van het soort foute feestjes als dat van Cuisine et dépendances.

Boumkœur wordt zowel in de Nederlandstalige als de Franstalige versie in het Frans gespeeld. In de bottelarij met zijn voornamelijk Nederlandstalig publiek zullen er vanzelfsprekend boventitels in het Nederlands zijn. Er wordt gekozen om geen afbreuk te doen aan de spontaneïteit waarmee Ouachen zich in de oorspronkelijke taal (die ook de zijne is) beweegt. Dat ligt anders bij Cuisine et dépendances, waar de leden van de cast onderling al van moedertaal en voertaal verschillen. De wederzijdse 'taal-onmacht' past hier perfect in de scheefgetrokken verhoudingen die de personages met elkaar hebben.

Cuisine et dépendances speelt met veel humor en ironie met de geijkte codes en conventies van het goedgeschreven burgerlijke theater van vandaag. Boumkœur lapt deze regels ronduit aan zijn laars. Spreken is noodzakelijk en er is geen tijd om zich met bijkomstigheden bezig te houden. In een krachtige, zichzelf uitvindende taal wordt komaf gemaakt met de gangbare clichés over de 'kansarme probleemjongeren uit de achtergestelde buurten' die vooral door de media zo gretig worden gehanteerd.

Twee ogenschijnlijk extreem verschillende werelden, die echter allebei om adem en frisse lucht schreeuwen. Boumkœur wordt als een nietsontziende orkaan de keuken van Bacri en Jaoui ingestuurd. Een kortsluiting die zonder pardon mechanismen van de wereld van vandaag blootlegt. Beide teksten maken dankbaar gebruik van humoristische mechanismen om de soms harde realiteit verteerbaar te maken.

Het isolement van de jongeman in de periferie wordt gespiegeld aan het doorsnee burgergezin in de grootstad, dat er doorheen de luxe maar niet in slaagt gelukkig samen te leven, noch met hun partner, noch met de zogenaamde vrienden. Het feestje in Cuisines et dépendances lijkt wel op een regelrechte catastrofe af te stevenen, ware het niet dat de protagonisten met zoveel humor en ontroering beschreven worden. Ook hier, midden in een feest, vinden we eenzame, geïsoleerde mensen terug die zich door schijnprobleempjes heen ploeteren. De complexe wereld rondom lijkt voor hen amper te bestaan. Tijdens de repetitieperiode zullen we onderzoeken in hoeverre het schrijnende tafereel uit de banlieue het miezerige feestje in de binnenstad zal verstoren.

Dito'Dito, januari 2001

Back to top