BAR-Q-UES

Beursschouwburg

6. 7/05 > 00:00
9. 10/05 > 20:30
40'

Een tekenaar, een lichtontwerper, een videast en een muzikant... Samen heten ze La Cinémécanique. Hun 'mechanische cinema' creëren ze aan de hand van licht, geluid en snelheid. Het resultaat is een nieuwe vorm van artisanale animatiefilm, die in real time weergegeven wordt: beelden worden stapsgewijs in een summiere tekentaal geschetst, mentale landschappen tekenen zich af, afbeeldingen worden gemanipuleerd, vervloeien en vervagen, als het woelen en schuimen van de zee...

Tekening:

Vincent Fortemps

Licht:

Christian Dubet

Video:

Gaëtan Besnard

Geluid:

lain Mahé

Gastmuzikant:

Jean François Pauvros

Met de steun van:

Les Nouvelles Subsistances à Lyon, Théâtre National de Bretagne, Compagnie FV

Presentatie:

Beursschouwburg, KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

Met La Cinémécanique scharen Vincent Fortemps (tekeningen), Gaétan Besnard (video), Christian Dubet (licht) en Alain Mahé (geluid) zich rond een techniek die ontstond uit het samenbrengen van heel verschillende kunstvormen. Het is een soort knutselwerk dat mentale landschappen en droombeelden tot leven brengt, aan de hand van een transparante rhodoïd waarop Vincent Fortemps met een zacht lithografisch potlood tekeningen maakt en een glasplaat waardoorheen een camera de illustraties in real time filmt.

In deze zich opbouwende, uiteenvallende en zich reconstruerende ruimte, intervenieert Christian Dubet met een gevarieerd lichtspel dat de tekeningen van Vincent Fortemps doet verschijnen, verdwijnen en veranderen.

Het is vertelkunst... vertellen met een beeld in beweging, altijd fragiel (het beeld is niet stabiel, de korrel en de kleuren liggen niet vast). Door de gevoeligheid van het licht ontstaan variaties van intensiteit en uitstraling en wordt een bepaalde soort sfeer gecreëerd.

BAR-Q-UES, het eerste werk van La Cinémécanique, is een live gecreëerde animatiefilm, waarbij het beeld artisanaal bewerkt wordt. Hoe is de ploeg van 'cinemechaniciens' tot stand gekomen?

De Cinémécanique werd uitgevonden in 2001 door Christian Dubet en Vincent Fortemps, toen ze samen werkten aan François Verrets creatie Chantier Musil (KunstenFESTIVALdesArts 2002). Ze brachten elk hun eigen en heel verschillende artistieke ervaring mee: een ontmoeting die leidde tot deze installatie. Die werd dus voor het eerst gebruikt in Verrets voorstelling, waar ook Gaétan Besnard en Alain Mahé aan meewerkten. Uit deze eerste samenwerking groeide het verlangen om de Cinémecanique samen verder te ontwikkelen.

De beelden transformeren zich, evolueren voor de ogen van de toeschouwer. Kunnen we stellen dat de Cinémécanique voor elk van jullie een nieuw onderzoeksterrein is?

Vincent: Van bij het begin van de creatie van deze installatie, zag ik een enorm potentieel. Dit soort ontmoetingen komt niet vaak voor! Een echt onderzoeksterrein.

Wat interessant is, is het blootleggen van het opbouwproces van een verhaal dat zich in real time afspeelt voor een publiek. De projectie van deze film is voor mij een slagveld, een gevecht tussen mijn tekeningen, de videobeelden, het licht en de geluidspartituur. Ik wil geen verhaal opbouwen, maar eerder een narratieve structuur, waarbij de vertelling een vloeibare poëtische vorm is. Deze werkwijze is vóór alles een bevraging van de tekenbeweging, iets wat me richting cinema duwt, richting animatiefilm op nulwaarde.

Gaétan: Het gaat echt om iets nieuws. Video is een erg actuele kunstvorm, die in de podiumkunsten door de choreograaf, de regisseur of de artiest vaak wordt gebruikt als voorwendsel. Hier is dat niet het geval. Het potentieel waar we tijdens de voorbereidingen op Chantier Musil mee experimenteerden, heeft enkele sterke, gemeenschappelijke punten aan het licht gebracht. Dat zie je al meteen heel duidelijk in de eerste scène van BAR-Q-UES, lijkt me. De Cinémécanique op zich is een 'productie'- instrument: een hedendaagse machine van 'licht- en klankpantomime'. Het is geen vast object dat na een werk of een creatie weggegooid kan worden. Het is niets meer dan een eeuwige werf waar voortdurend dingen in vraag worden gesteld (technologie, schriftuur, de basis van een al dan niet geanimeerd beeld, de relatie geluid / beeld...), en waar vormen gecreëerd worden op basis van echte initiatieven. Het is mijn atelier.

Christian: Technisch gezien heeft het werken met de 'cinemechanische kunst' absoluut niets van doen met podiumverlichting. Dit systeem biedt me dus nieuw onderzoeksterrein, de Cinéméchanique brengt al je reflexen aan het wankelen, destabiliseert de manier waarop je licht waarneemt en begrijpt. Dit alles dwingt je om een bekende materie (licht) te herbegrijpen, in dienst van een heel nieuwe kunstvorm.

Alain: De verhouding tot het beeld is buitengewoon speciaal, de waargenomen beweging is niet van filmische, fotografische of choreografische aard. Het is eerder de muzikale mogelijkheid om buiten de beeldvelden te blijven, om de tekeningen met zich, met ons mee te nemen en ze te beleven.

Hoe benadert elk van jullie de ontwikkeling van de oorspronkelijke installatie?

Vincent: Voor mij, auteur van stripverhalen, gaat het om tekeningen en verhalen.

Veel tekenen, voorstellen, zoeken, discussiëren op een cinemechanische manier.

De Cinémécanique is een haast kinderlijk artisanaal procédé, het is een ontmoetingsplek tussen de vier 'cinemechaniciens' en moet een experimentele ruimte blijven, waar het verhaal in beeld en beweging verder onderzocht en bevraagd kan worden.

Gaétan: Het belangrijkste voor mij was loskomen van de kracht van Vincent Fortemps beelden en een sequentiële montage van zijn tekeningen vermijden. Ik koos ervoor te filmen in Super 8 en te werken rond de korrel, de vaagheid, het ritme en de dichtheid van het zwarte. Het alom tegenwoordige zwart doet ook vragen rijzen over de projectie (welke densiteit van zwart en wit, beide heel puur of grijs en romig wit? Wat wakkert aan, wat doet zweven?) Het geheel is zo opgebouwd dat alle toeschouwers iets anders zien.

Christian: Deze techniek is verbonden met de tekenstijl van Vincent Fortemps en biedt een enorm artistiek en poëtisch potentieel. Maar het is ook ongerept terrein, quasi onontgonnen. Er blijft nog veel te ontdekken en uit te vinden, ook de methode, de toepassing ervan...

Puur technisch gezien is de machine een echt onderzoekswerk dat verder gezet moet worden, in wetenschappelijke zin. Het systeem verdient het om geperfectioneerd te worden. Op het domein van nieuwe technologieën bijvoorbeeld liggen nog veel pistes open.

Meer algemeen artistiek gezien kan de installatie in nog heel wat andere contexten aan bod te komen, zoals in de podiumkunsten (theater, dans, muziek...).

Alain: Ik denk dat het een bewegend, onvast geheel is en het lijkt me moeilijk dit persoonlijk te benaderen. Op dit moment hangen de artistieke, technische en strategische beslissingen niet af van één standpunt, maar van het standpunt van alle 'cinemechaniciens'. De ontwikkeling van de Cinémécanique, een instrument dat oorspronkelijk werd gecreëerd voor een gespecialiseerde toepassing, blijft erg open. Je kan je makkelijk een samenwerking inbeelden met muzikanten of mensen die een bijdrage willen leveren op vlak van licht, optiek, beeld, geluid, via informatica, captatie, enz... Maar het is ook tijd verdrijven, dronken worden met de lijsters die rond de vuurtoren van Créac'h cirkelen, op de duinen van de Panne klauteren, luisteren naar de grote Ferré, wandelen op de dijk van Nieuwpoort en rondjes draaien rond een hoopje keien.

Interview door Les Subsistances.

Vertaald uit het Frans door Taal-Ad-Visie.

Back to top