Bacchanten

Kaaitheater

4/05 > 18:00
5.6.7/05 > 20:30
NL - Subtitles : FR

Thebe is in verwarring. Een vreemdeling, Dionysos, komt met zijn cultus van de extase een zelfgenoegzame maatschappij verstoren. De nieuwe god gaat met vorst Pentheus een bikkelharde machtsstrijd aan - met Thebes vrouwen als inzet. Met Bacchanten kaart ZT Hollandia opnieuw thema's als macht en politiek aan, in de traditie van de vroegere Hollandia-stukken. In de tekst botsen oude en nieuwe culturele waarden, maar de muziek zal geen positie innemen: zij komt naar voor als symbool van troost en schoonheid. Om zo nauw mogelijk bij de Grieks-klassieke tijd van Euripides aan te sluiten, vroeg men componist Nuri Iskandar muziek te componeren volgens de traditie van de Syrisch Orthodoxe kerk. Een trio Westerse muzikanten zal zijn composities elektronisch bewerken, en zo de muzikanten en zangers van Iskandars Syrisch ensemble begeleiden.

Tekst:

Euripides

Regie:

Paul Koek, Johan Simons

Vertaling:

Herman Altena

Muziek:

Nuri Iskandar, Paul Koek (Veenstudio), Johan van Kreij, Ton van der Meer (Veenstudio)

Acteurs:

Walter Bart, Elsie de Brauw, Aus Greidanus jr., Gonny Gakeer, Fedja van Huêt, Frieda Pittoors, Maartje Remmers, Marleen Scholten, Yonina Spijker

Muzikanten:

The Syrian Choir and Ensemble (onder leiding van Nuri Iskandar), Paul Koek, Johan van Kreij, Ton van der Meer, Yvin Hei

Dramaturgie:

Paul Slangen

Duitse bewerking:

Paul Slangen, Anne Schöfer

Taalcoach:

Anne Schöfer

Toneelbeeld:

Leo de Nijs

Kostuums:

Jesse Boeyen, Greta Goiris, Joke Sommen

Lichtontwerp:

Uri Rapaport

Geluidsontwerp:

Will Jan Pielage

Regie-assistant:

Ilse van Essche

Assistent Ensemble:

Naurez Atto

Productieleiding:

Marijn van Raak, Remko Romers, Marc Swaenen

Techniek:

Jean Luc van Engelen, Maarten Halmans, Luc van Heyst, Ate Jan van Kampen, Jules Kerssemakers, Jurgen Kuif, André Lasance, Maarten van Otterdijk, Ronald Roffel, Jannie Slagman

Productie:

ZT Hollandia, Ruhr-Triennale

Coproductie:

Wiener Festwochen, Holland Festival (Amsterdam), Theater Der Welt (Bonn-Keulen), Cultural Olympiad (Athene) KunstenFESTIVALdesArts

Sponsors :

HGIS Cultuurfonds, Syrische Minister van Cultuur Mw. Dr. Najwa Qassab Hassan, Nederlandse Ambassade Damascus, NCDO

Presentatie:

Kaaitheater,

KunstenFESTIVALdesArts

Back to top

"Wat mij ontzettend bevreemdt in dit stuk is de vraag hoe een moeder in staat is haar eigen kind te vermoorden. En dat is maar één van de vele vragen die dit stuk bij mij oproept. Dit stuk dat zo duidelijk verwijst naar het einde van de geschiedenis."

(Johan Simons, regisseur)

De muziek

De Griekse tragedies vormen een onuitputtelijke inspiratiebron voor het muziektheater van ZT Hollandia. Omdat niemand weet hoe de oorspronkelijke opvoeringen hebben geklonken, biedt de vertaling van de Griekse metrische verzen een unieke gelegenheid om ritmisch en melodisch te experimenteren. Veenstudio, het muziektheaterlaboratorium binnen ZT Hollandia, werkt voor Bacchanten samen met de beroemde Syrische componist Nuri Iskandar, die speciaal voor deze enscenering muziek schrijft. We kozen voor Iskandar omdat de muziekcultuur binnen de Syrisch Orthodoxe kerk de muziek van de Grieks-klassieke tijd dicht benadert.

The Syrian Choir and Ensemble, een groep instrumentalisten en zangers samengesteld door Iskandar zelf, voert de muziek live uit. Een trio van Westerse muzikanten maakt een elektronische bewerking van elementen uit Iskandars composities en speelt die ook live tijdens de voorstelling. Toch stelt het trio zich in muzikaal opzicht niet tegenover het Arabische ensemble op, maar maakt er eerder een modern onderdeel van uit. Is er in de tekst een confrontatie tussen oude en nieuwe culturele waarden, dan zullen de muzikanten deze gewelddadige tegenstelling gezamenlijk met hun muziek beantwoorden. Oude stemming, zoals die in de Arabische wereld nog altijd klinkt, wordt begeleid door muzikale mogelijkheden van nu: elektronisch gemanipuleerd en uitvergroot. De muziek geeft gestalte aan de achtergrond van Bacchanten, én levert muzikaal commentaar op de gebeurtenissen. Niet om voor de één, dan wel voor de ander te kiezen, maar om het leed van de bacchanten te verzachten en troost te brengen. Daar waar onderdrukking, manipulatie en uitbuiting de kop opsteken, blijft muziek in schoonheid klinken, om zo op te roepen tot medemenselijkheid, verdraagzaamheid, liefde en respect.

De tekst

Thebe is in verwarring. Vanuit het verre Lydië is een man, Dionysos, aangekomen met een groep vrouwelijke volgelingen die dansen, zingen en wijn drinken. Deze vreemdeling verkondigt een nieuwe godsdienst, die van Bacchos, met nieuwe, geheime riten. Een vreemde cultuur en een vreemde religie. In feite ís Dionysos Bacchos. Hij komt in zijn moederstad zijn plaats opeisen en zijn cultus van de bevrijdende extase installeren. Maar zijn claim een nieuwe god te zijn wordt in Thebe afgewezen. Uit wraak brengt hij de vrouwen van Thebe in een roes waardoor zij beroofd worden van hun herinnering, de stad verlaten en zingend, dansend en drinkend door de bergen zwerven. Hun roes lijkt idyllisch, maar bij de geringste verstoring veranderen ze in beesten: als dorpelingen hen te na komen, scheuren ze met blote handen hun vee aan stukken en plunderen en verwoesten ze hun dorpen.

Pentheus, de vorst, ziet Dionysos als een bedreiging voor de verworvenheden van de Thebaanse cultuur: zowel het leven in de stad als op het platteland raakt grondig ontwricht. Hij zet al zijn machtsmiddelen in om Dionysos en de zijnen te weren. De listige Dionysos nodigt Pentheus uit om - gekleed als bacchante - zelf naar de vrouwen in de bergen te gaan kijken. De bevrijdende god Bacchos blijkt ook een allesvernietigende god te kunnen zijn: het idyllische tafereel in de bergen ontaardt opnieuw in een woeste slachtpartij, waarvan dit keer Pentheus het slachtoffer wordt. De vrouwen keren terug naar de stad en komen bij zinnen. Zij beseffen dat ze opnieuw moeten beginnen.

De voorstelling

Zoals in veel van zijn tragedies weet Euripides ook in Bacchanten een politiek-cultureel dilemma op het scherpst van de snede aan de orde te stellen. In het Athene waar hij leeft, heerste lange tijd stabiliteit en welvaart. Economisch en cultureel is de stad echter over haar grote bloeiperiode heen. De democratie is bovendien uitgehold door demagogie en het beleid is verworden tot onderbuikpolitiek, ingegeven door massahysterie. Met het oog op die voortschrijdende aftakeling schrijft Euripides Bacchanten, waarmee hij de Atheners wil waarschuwen voor de dreigende ondergang.

In Thebe, ook een stad met een hoogwaardige cultuur die onvruchtbaar is geworden, lijkt vooral het volk de dupe te worden van een tweestrijd tussen politiek en religie. Koning Pentheus gedraagt zich als een dictator en Dionysos, de god van de wederopstanding en vruchtbaarheid, wil alles ondergeschikt maken aan zijn cultus. Wanneer de vrouwen in een religieuze roes de ijdele, zichzelf met een god vergelijkende Pentheus vermoorden, is de godenzoon Dionysos op zijn zachtst gezegd medeverantwoordelijk.

Het gezelschap en de Grieken

De eerste Griekse tragedie die Hollandia, in 1989, opvoert is Prometheus. In een reeks stukken over buitenstaanders die zand in de raderen van een doldraaiende maatschappij gooien, past het drama van een God die zich tegen oppergod Zeus keert om de mensen het bewustzijn, het verstand en de beschaving te geven. Na Prometheus wordt als scholierenproject Grieken ontwikkeld (1991), de combinatie van twee ingekorte stukken van Euripides over kindermoord, Herakles en Medea. In 1994 speelt Hollandia de oudste, uit 472 voor Christus stammende tragedie Perzen, die laat zien wat voor uitwerking de nederlaag van een agressieve wereldmacht tegen een superieure ministaat op de thuisblijvers heeft. Het is de eerste keer dat Hollandia samenwerkt met vertaler Herman Altena. Jeroen Willems vertolkt hierin, zoals in de Oudheid gebruikelijk is, drie rollen. Op muzikaal gebied wordt in Perzen toonschaal op toonschaal gestapeld waarbij de stemming doel op zich wordt en de lengte van de versmaten een gevoel van oneindigheid oproept.

In 1995 volgen in de Grote Kerk van Veere de Oresteia-fragmenten van componist Iannis Xenakis, aangevuld met fragmenten van de tekst van Aischylos. De voorstelling wordt live uitgezonden op de televisie. In 1996 gaat Euripides' Fenicische vrouwen in première. In dit stuk leidt de persoonlijke machtsstrijd van twee jonge politici tot een burgeroorlog, één van hun potentiële opvolgers - bijna nog een kind - offert zijn leven om vrede te brengen. De koorzangen worden als concertanten behandeld, ze vormen zelfstandige toonbeelden die haast los staan van het tragische verloop van de gebeurtenissen. Er wordt geëxperimenteerd met het elektronisch bewerken van stemmen: bandopnames lopen met het spel mee en met computers worden de stemmen van de acteurs tijdens het spreken in de klank van een muziekinstrument omgezet. Prometheus, Perzen en Fenicische vrouwen worden alledrie in een autosloperij opgevoerd: een industrieel kerkhof waar de restanten van onze automobiele samenleving liggen opgeslagen en als tribune dienen.

Trojaanse vrouwen is een gastregie van Johan Simons bij het voormalige Zuidelijk Toneel en gaat in 1997 op tournee in grote schouwburgen in Nederland en Vlaanderen. Opnieuw lijdt een agressieve wereldmacht een verpletterende nederlaag; getoond wordt wat dat voor de vrouwen van de verliezers betekent. In 1998 wordt weer gekozen voor een betekenisvolle locatie: in het atrium van het Haagse stadhuis wordt op de dag van de parlementsverkiezingen Ifigeneia in Aulis voor het eerst opgevoerd, over verkiezingsgekonkel en de moordende macht van massa. Cornelius de Bondt wordt aangetrokken als componist en er wordt opnieuw geëxperimenteerd met het elektronisch versterken en bewerken van stemmen.

Back to top