Archive

Théâtre Les Tanneurs

± 1h

13/05 – 20:30
14/05 – 20:30
16/05 – 20:30
17/05 – 20:30

Archive ontstond uit de videoarchieven van B’Tselem, een mensenrechtenorganisatie die camera’s geeft aan Palestijnen in de bezette gebieden. Op het podium flitsen beelden van het leven in Israël en Palestina voorbij. De danser tracht het hoofd te bieden aan de beelden, zoekt positie, reproduceert de houdingen op het scherm. Hij beweegt voortdurend. Hij verandert van een jonge stenengooier in een soldaat die een traangasgranaat afvuurt in een slachtoffer dat gewond wordt afgevoerd. Als een bezetene probeert Arkadi Zaides het conflict te belichamen. Hij laat ons alle kanten van het conflict zien zonder kant te kiezen. Hij stelt scherp, filtert, kadert of verduistert de beelden keer op keer en zet zo onze eigen blik in beweging. Zaides geeft vorm aan een levend archief dat een breder perspectief opent op een eeuwenoud conflict. Intens, moedig en simpelweg aangrijpend.

Archiefmateriaal
Vrijwilligers van het Camera Project of B’Tselem – The Israeli Center for Human Rights in the Occupied Territories: Iman Sufan, Mu’az Sufan, Bilal Tamimi, Udai‘Aqel, Awani D’ana, Bassam J’abri, Abu‘Ayesha, Qassem Saleh, Mustafa Elkam, Raed Abu Ermeileh, Abd al-Karim J’abri, Issa‘Amro, Ahmad Jundiyeh, Nasser Harizat, Abu Sa’ifan, Oren Yakobovich, Nayel Najar

Concept & choreografie
Arkadi Zaides

Advies video
Effi Weiss & Amir Borenstein

Geluid & stemmen
Tom Tlalim

Artistiek advies
Katerina Bakatsaki

Choreografie-assistent
Ofir Yudilevitch

Belichting
Thalie Lurault

Lichttechnicus
Yoav Barel

Technische leiding
Pierre-Olivier Boulant

Productie
Yael Bechor

Spreiding
Julia Asperska & Koen Vanhove (Key Performance)

Met dank aan
Myriam Van Imschoot

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Les Tanneurs

Productie
Arkadi Zaides

Internationale spreiding
Key Performance (Stockholm)

Coproductie
Festival d’Avignon, Centre de développement chorégraphique Toulouse/Midi-Pyrénées, Théâtre National de Chaillot (Parijs), Centre national de danse contemporaine (Angers)

Residenties
Centre de développement chorégraphique Toulouse/Midi-Pyrénées, Centre national de danse contemporaine (Angers), Théâtre National de Chaillot (Paris), STUK Kunstencentrum (Leuven), WP Zimmer (Antwerpen)

Arkadi Zaides heeft voor dit project een prijs ontvangen van The Emile Zola Chair for Human Rights (IL)

Back to top

Gesprek met Arkadi Zaides

Voor je nieuwe creatie haalde je je materiaal bij het project van een Israëlische vereniging voor de mensenrechten, B’Tselem. Kan je iets meer zeggen over die organisatie en over het project waarop je je voorstelling hebt gebaseerd?
B’Tselem is een Israëlische organisatie die wijst op schendingen van de rechten van de Palestijnen door het Israëlische leger, de kolonisten, het rechtssysteem en de regering. In 2007 ontwikkelde B’Tselem een nieuw actiemiddel door cameratoestellen toe te vertrouwen aan Palestijnen die in de bezette gebieden wonen, zodat die konden getuigen over de provocaties en de onderdrukking waarvan ze het slachtoffer zijn. Die getuigenissen tonen, is een belangrijke daad van verzet. Op de sociale media stootte ik op de beelden die het uitgangspunt en de materie van mijn voorstelling zijn geworden. Toen ik de beelden voor het eerst zag, was ik geschokt door hun brute kracht. Vanuit die eerste reactie ben ik beginnen selecteren, documenteren en nadenken.

Waarom vond je het pertinent om rond dit specifieke beeldmateriaal een choreografie uit te werken?
De beelden van B’Tselem stellen me in staat de artistieke weg die ik nu al vijf jaar bewandel, verder uit te diepen: hoe kan mijn lichaam een medium worden dat me in staat stelt een politieke situatie te bevatten en te bevragen? In deze nieuwe voorstelling wou ik nog dieper graven naar de wortels van het geweld in de regio. De videobeelden van The B’Tselem Camera Project zijn erg bijzonder. Hun eerste functie is om bewijsmateriaal aan te voeren. Hun bestaansreden is om getuigenis af te leggen. Door ze te bekijken en helemaal in me op te nemen, tracht ik die archiefbeelden in een ander soort materiaal om te zetten. Hoe kan mijn blik, die door mijn persoonlijke ervaring wordt gekleurd en onlosmakelijk met mijn lichaam is verbonden, uit een reeks archiefbeelden een soort veellagig testament distilleren, ze uitvergroten of laten verschuiven?

Je beweegt tussen het publiek en het grote scherm waarop de beelden worden geprojecteerd. Hoe zou je je plaats definiëren, je relatie tot het videomateriaal?
Dramaturgisch gezien vertrekt het stuk van een observerend standpunt. De observator is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid en partijdigheid. Stap voor stap absorbeert zijn lichaam de informatie die hij op het scherm ziet of zal zien. A priori gaat het om een eenduidig systeem maar uiteindelijk wordt het voortdurend ontregeld en bekritiseerd. De ene keer herhaal ik een beweging die ik op het scherm heb gezien, de andere keer anticipeer ik op de bewegingen die gaan komen en kondig ik ze als het ware aan. Zodra die relatie tot stand is gekomen, tracht ik mijn positie tegenover de beelden te wijzigen. Het podium is in drie ruimten opgedeeld: het scherm waarop de videobeelden worden geprojecteerd, het publiek daartegenover, en ikzelf tussen beide in. Soms ben ik een toeschouwer die de beelden observeert, soms ben ik de persoon die filmt, soms ben ik diegene die gefilmd wordt, en nog andere keren ben ik gewoon mezelf, te midden van dat alles. Wat kan mijn lichaam aan de beelden toevoegen? Ik probeer een bemiddelaar te zijn, soms ben ik een filter maar soms ook een hindernis voor de toeschouwer. Mijn lichaam brengt verandering in de manier waarop de beelden waargenomen worden. Mijn lichaam is er om een focus te leggen, om de dingen vanuit een ander perspectief te bekijken.

Is jouw imitatie van de bewegende lichamen op de videobeelden een manier om op zoek te gaan naar je eigen plek in het gegeven?
Ik ben voortdurend kritisch op zoek naar een positie in dit conflict, als burger maar ook als kunstenaar. Ook al bouw ik een voorstelling op rond getuigenissen die gefilmd zijn door de vrijwilligers van B’Tselem, en ook al zijn hun bewegingen, stem en standpunt erg present, toch blijven die Palestijnen achter de camera verborgen. In de voorstelling ligt de focus op de lichamen van de Israëliërs. Op die manier probeer ik na te denken over de maatschappij waarvan ik deel uitmaak en dus over mijn eigen positie. De dreiging die op de aarde weegt, heeft altijd een impact op ons wezen en op het menselijk lichaam. Mijn reflectie reikt verder dan het Israëlisch-Palestijns conflict, ze reikt tot het geweld in zijn meest universele betekenis.

Op de beelden zijn kinderen te zien die Palestijnen met stenen bekogelen of hen bedreigen. Waarom vind je die beelden zo belangrijk?
Een kind is als een vergaarbak, een medium dat je in staat stelt meer inzicht te krijgen in de wereld van de volwassenen en zelfs de grote maatschappelijke ontwikkelingen. Als je ziet hoe kinderen, die je a priori als onschuldig beschouwt, zich zo gewelddadig en ongecontroleerd gedragen, dan is dat uiteraard schokkend. Belangrijk is echter dat het absurde van de situatie erdoor onderstreept wordt. Dat een gewelddadig conflict mensen van jongs af bepaalt, op lichamelijk en geestelijk vlak, dat krijg je op de traditionele media niet te zien. Nochtans zijn het net dergelijke beelden die een reactie kunnen teweegbrengen, omdat ze de maatschappij voor belangrijke vragen plaatsen.

De personen die in de conflictsituaties te zien zijn, spreken Hebreeuws of Arabisch. Waarom kies je ervoor hun woorden niet te vertalen?
Elke toeschouwer ervaart de beelden vanuit zijn eigen verhaal en standpunt. Ik wil vermijden dat, door een vertaling, de waarneming eenvormig wordt en iedereen de beelden op dezelfde manier begrijpt. Volgens mij is het niet zo interessant te weten wat een kind juist roept, maar wel de hevigheid van zijn kreet te voelen, het geweld dat in zijn stem tot uiting komt en de agressie van het moment zelf. Bovendien is het boeiend wanneer er, binnen een groep toeschouwers, een afstand ontstaat tussen wie het Hebreeuws van de kolonisten begrijpt, wie het Arabisch van de Palestijnen achter de camera begrijpt, en wie geen van beide talen begrijpt en dus een volkomen buitenstaander is. Elk van die drie groepen zal zich heel anders tot de geprojecteerde beelden opstellen. Ik hoop dat die diversiteit op het vlak van de receptie leidt tot een uitwisseling tussen de toeschouwers over hoe ze de dingen aanvoelen, of eenvoudigweg tot een wederzijdse kennismaking.

Voor het klankdecor werk je met een live-bewerking van je eigen stem tijdens de voorstelling. Vanwaar die keuze? Op de filmbeelden is immers al klank te horen.
Ik wil het geweld dat de stemmen tot uiting brengen in mijn eigen lichaam opvangen, en het vervolgens opnieuw tot uitdrukking brengen. Ik probeer een levend archief te zijn, de visuele en klankinformatie te registreren. Ik neem mezelf op tijdens de voorstelling en maak met die klankopname loops. Door opeenstapeling en vermeerdering creëer ik een mix van stemmen en echo’s, die ik aan mijn lichaamsbewegingen toevoeg. Door elementen uit de werkelijkheid met elkaar te kruisen, komt een abstracte vorm tot stand, een taal van de menigte.

Interview gerealiseerd door Renan Benyamina voor de 68ste editie van het Festival van Avignon in 2014
Vertaald door Veerle Lindemans

Back to top

Arkadi Zaides (1979) is choreograaf. Hij werd geboren in Wit-Rusland, emigreerde naar Israël in 1990 en woont en werkt momenteel in Tel Aviv. Zaides behaalde een Master of Choreography diploma aan de Amsterdamse Theaterschool. Hij danste onder meer bij de Batsheva Dance Company en de Yasmeen Godder Dance Group tot hij zijn eigen parcours ging volgen in 2004. In de afgelopen 7 jaar heeft Zaides’ werk zich vooral gericht op de politieke en sociale situatie in Israël/Palestina. Hij is een van de weinige Israëlische choreografen die de lokale politieke realiteit in zijn artistieke praktijk incorporeert en voortdurend werkt aan het op gang brengen van kritische discussie. Zijn lopende onderzoek is verweven met het verschuiven van de persoonlijke en politieke realiteit in zijn samenleving. Hij observeert de fysieke perspectieven van het bewegende lichaam vanuit verschillende posities die gaan van contextuele onderdompeling tot afstandelijkheid. Zaides’ werk vertrekt vanuit de overtuiging dat het de rol van de kunst is om toeschouwers uit te dagen en te inspireren, terwijl het simultaan ook een grotere universele rol te spelen heeft, namelijk het bereiken en samenbrengen van verschillende gemeenschappen en verschillende groepen binnen de samenleving. Zaides werkt steeds meer in diverse gemeenschappen en wijdt zich aan het ontwikkelen van verschillende platformen van waaruit het hedendaagse discours en het performance maken in Israël kan worden aangemoedigd. Voor zijn werk ontving Zaides talloze onderscheidingen, waaronder de Emile Zola Chair Award for Arts Dealing with Human Rights (2013), de Landau Award van de Israel National Lottery Foundation (2012), de Israëlische Ministerie van Cultuur en Sportprijs voor jonge kunstenaar in het domein van de dans (2011, 2009 en 2008), de Rosenblum Award, jaarlijks uitgereikt door de stad Tel Aviv (2010) en de Kurt Jooss award voor zijn choreografie Solo Colores (2010).

Back to top