Agora

Parc de Bruxelles / Park van Brussel

20. 21. 23. 24. 25/05 > 20:30
FR

Simon Siegmann nodigt het publiek uit in zijn Agora, tegelijk installatie, voorstellingsruimte en stedelijk meubilair. Het is een architecturaal geheel, bestaande uit een trap en een verhoogd plateau, dat opzettelijk onafgewerkt gelaten is, alsof het wacht op een menselijke aanwezigheid die de ruimte kan invullen.

Drie kunstenaars, choreograaf Pierre Droulers, componist George van Dam en schrijver Jean-Michel Espitallier, worden door Siegmann uitgenodigd om deze publieke ruimte met dans, muziek en woord om te bouwen tot een performance space.

Installatie & concept:

Simon Siegmann

Choreografie:

Pierre Droulers

Tekst:

Jean-Michel Espitallier

Muziek:

George van Dam

Muzikanten:

Angélique Wilquie, Jan Kuiken, Géry Cambier, Tom Pauwels

Dansers:

Shila Anaraki, Olivier Balzarini, Amit Hadari, Naîma Fahim Lamarti, Harold Henning, Sofie Kokaj, Arnaud Meulman, Vincent Minne, Saori Miyazawa, Katrien Vandergooten, Marielle Morales,Ludovic Pré, Yuki Sakaï, Uiko Watanabe, Michel Yang

Decorbouw:

François Marechal

Productie:

Margarita Production

Coproductie:

Charleroi/Danses, Centre chorégraphique de la Communauté française, KunstenFESTIVALdesArts

Met de steun van:

Vlaamse Gemeenschap (Muziek-Compositieopdracht), cie Michèle Anne De Mey, KVS, Ville de Bruxelles/Stad Brussel, CGRI, Ambassade de France

Dank aan:

KVS, Théâtre Royal du Parc

Back to top

Agora is een project dat beeldende kunst met podiumkunst vermengt en is volledig opgebouwd rond de noties 'ruimte', 'circulatie' en 'publiek'. Het gaat om een scenografische installatie in de vorm van een architecturale structuur met een trap en een verhoogd plateau. Agora is tegelijk ook een voorstelling waarbij verschillende performance artists uitgenodigd worden om te werken binnen de gegeven ruimtelijke structuur. Zo geven zij een interpretatie van de installatie, telkens vanuit een specifieke invalshoek. Globaal gezien bestaat het project dus uit een plastische installatie waarin op drie verschillende manieren een samenwerking wordt aangegaan: beeldende kunst en dans; beeldende kunst en muziek; beeldende kunst en woord.

De installatie

Wanneer het publiek toekomt, bevindt het zich in een grote ruimte, zonder tribune. De ruimte en de installatie staan volledig ter beschikking van het publiek. Iedereen is vrij om er te doen wat hij wil. Het geheel is ingericht als een rondgang waarin het traditionele scenische kader doelbewust is weggewist.

De volledig uit hout opgetrokken installatie bestaat uit twee architecturale elementen: een trap en een planken vloer. Beide vormen refereren aan de meest basale architecturale componenten van een theater: de tribune en de podiumplanken. De twee elementen zijn met elkaar vervlochten en staan rug aan rug opgesteld. Daardoor krijgen ze allebei heel nieuwe functies. De tribune is bijvoorbeeld ook een trap, een circulatieruimte, een voorstellingsruimte of een podium van een music hall. Rondom de installatie nodigt een opstapje uit om op de planken vloer te stappen. Daardoor is dit platform tegelijkertijd publieke ruimte en scène.

Zo komt het publiek tegenover een object te staan zonder duidelijk begin- of eindpunt, zonder vooraanzicht of achtergrond en kan het erin rondlopen, gaan zitten, kijken of er gewoonweg aan voorbij gaan.

Als beeld speelt deze installatie met de idee van 'een publiek dat met de rug naar de scène toe zit'. Licht is ook belangrijk in dit geheel. Als wezenlijk element van de installatie doet het meer dan louter verlichten: het neemt ook actief deel aan de installatie. Het lichtplan is gebaseerd op een eenvoudige en sobere opstelling, het verlengt en accentueert de ruimte door referenties aan de verlichting van een openbare ruimte en podiumverlichting (voetlichten). De performers worden niet apart verlicht, maar het licht toont wel de spanning tussen de tribune en het podium, die rug aan rug opgesteld staan. Hierdoor worden tegelijk het veld, het contra-veld en het buiten-veld zichtbaar.

De gastperformances

Het tweede luik van het project draait om artiesten die gevraagd werden iets met deze installatie te doen: genode gasten die komen 'binnenvallen' op vreemd terrein. 'Binnenvallen' en niet 'tussenkomen', omdat 'binnenvallen' doet denken aan 'zich verplaatsen', 'een ruimte innemen', 'een heen en terug beweging'.

Het aanbod is afgelijnd maar tegelijk ook heel vrij: afgelijnd door de verhoudingen binnen de ruimte en de dramaturgie die eruit voortvloeit en vrij omdat de artiesten een volledig eigen visie kunnen geven op het geheel. Het gaat hierbij niet om een bestelling in de beperkende zin, maar veeleer om een samenwerking. De rol die de ruimte speelt is dominant en draagt in zich vragen over mobiliteit, nabijheid, de veelheid van gezichtspunten en de zichtbaarheid. Al deze vragen houden rechtstreeks verband met publiek, representatie en bij uitbreiding ook met de impact van de omgeving op de voorstellingscondities. Hoe dan ook moeten de kunstenaars positie innemen ten opzichte van deze kwesties, maar ze kunnen helemaal kiezen op welke manier ze dat doen;

Pierre Droulers

Voor zijn project binnen Agora speelt hij met de idee om een groot aantal figuranten/acteurs te gebruiken. Zo'n 30 à 40 personen, waarbij de relatie tussen massa en publiek, groep versus groep, centraal staat.

Daarom werft Pierre Droulers 40 performers aan - m/v dansers en niet-dansers (acteurs, atleten, circusartiesten, ... of anderen met een goede conditie) - met wie hij gedurende 1 week gaat werken.

George van Dam.

In deze gastperformance brengen vijf muzikanten een nieuwe compositie van George van Dam: Géry Cambier (basgitaar), Jan Kuijken (cello), Tom Pauwels (gitaar), George van Dam (viool/ toetsenbord) en zangeres Angelique Willkie, (geluidsinstallatie door Bastien Gilson). Als antwoord op de idee van Agora als publieke plek, manifesteert de muziek zich in een tijd en ruimte waar de verschillende lagen van ons persoonlijk en collectief geheugen, ons leefmilieu en de wereldsituatie stuk voor stuk hun stempel op drukken.

Jean-Michel Espitallier

In deze gastperformance draagt Jean-Michel Espitallier op zijn eentje een speciaal voor Agora geschreven tekst voor. Een performatieve tekst die je doet reizen in tijd en ruimte, boordevol waanzinnige stellingen en spitsvondigheden, in zichzelf gekeerde woordmeanders, middelpuntvliedende mathematische mantras van een taal die zich oprolt en ontrolt en gaat wroeten tussen de kille mirakels, de dode hoeken en de 'absurditeitsmachines' van de taal.

Bij de keuze van de gastkunstenaars is er bijzondere aandacht besteed aan de manier waarop hun werk banden heeft met beeldende kunst enerzijds, en anderzijds met de mogelijkheid een maximaal contrast te bereiken tussen elke interventie. Daarvoor is de pluridisciplinariteit uiteraard cruciaal, maar tijdens de voorbereidende fase wordt er ook rekening gehouden met het aantal spelers, de duur van de performance en de bezetting van de ruimte.

Deze drie antwoorden op de gegeven installatie zullen zo eenvoudig mogelijk worden georganiseerd. Het precieze ritme van de voorstelling ligt nog niet vast, maar alle interventies zullen na elkaar worden opgevoerd, elk met een variabele duur (tussen de 10 en 30 minuten). Na elk stuk is een pauze voorzien waarin het publiek wordt uitgenodigd zich te verplaatsen rondom of binnen in de installatie om de volgende interventie te kunnen bekijken.

« La sculpture s'installe dans le même milieu que celui qui la contemple. Chaque pas de l'observateur, chaque heure du jour, chaque lampe qui s'allume, engendre à une sculpture une certaine apparence, toute différente des autres. »

Paul Valéry.

Conclusie

De installatie draagt de naam Agora omdat ze gemaakt is voor het publiek dat tegelijk het individu en de groep representeert. Als object is het met opzet onvolledig gelaten; er ontbreekt duidelijk iets aan. De menselijke aanwezigheid wordt er aangesproken, in beslag genomen en gebruikt. Het publiek moet zich de ruimte eigen maken en wordt daarbij gegidst door de gastkunstenaars, de 'verlichters'. De installatie wordt levend dankzij het antwoord dat erop gegeven wordt door de performers. Het is een manier om het publiek de sleutels te geven om het object te doen werken, en dat kan alleen als er een uitwisseling of een vorm van samenwerking tot stand komt.

Toch is Agora geen sociaal maar veeleer een esthetisch project met als ambitie het publiek een kunstobject aan te reiken waarmee het een kan worden.

agora (v.(m.);-'s) [Gr.], centraal openbaar plein in oudgriekse steden; - volksvergadering.

publiek (bn.;-er,-st) [<Fr. public <Lat. publicus (van het volk)],

  1. openbaar; - openlijk, in het openbaar;
  2. voor iedereen (toegankelijk, bestemd enz.);- ten aanschouwen of ten aanhoren van iedereen;
  3. van algemeen belang;
  4. van de overheid uitgaande of tot haar taak, dienst enz. behorende.
Back to top