Abecedarium Bestiarium

Portraits of affinities in animal metaphors

Beursschouwburg

3/05 – 19:30 + 22:00
4/05 – 20:00 + 22:00
5/05 – 19:00 + 21:00
6/05 – 19:00 + 21:00
EN / FR / DE > FR / NL
1h 30min

Het oeuvre van Antonia Baehr brengt krachten in kaart die ons leven beheersen, in de vorm van normen of tradities. In de eigenzinnige voorstelling Rire(Kunstenfestivaldesarts 2009) probeerde ze zichzelf heruit te vinden door de opvoering van geschreven 'lachpartituren'. Voor haar nieuwste creatie nodigde Baehr opnieuw vrienden, familieleden en collega-kunstenaars uit om solo's voor haar te schrijven. Het vertrekpunt is deze keer een ABC van uitgestorven diersoorten: de B van buidelwolf, de D van dodo, ... Ieder mocht op zoek gaan naar zijn of haar animale alter ego. De menselijke omgang met dieren en de dierlijkheid kent een lange geschiedenis: van de fabels van La Fontaine tot de wetenschap van de fysiognomie en het fenomeen van de animal drag. Met Abecedarium Bestiarium ontsluitert de Berlijnse Antonia Baehr (spreek uit: beer) ontstellende overeenkomsten - tussen mens en dier, man en vrouw, leven en dood. Baehr doet de deur open voor waanzinnige verwantschappen!

Concept, regie & performance
Antonia Baehr

Met composities van
Fred Bigot (electronicat), Pauline Boudry, Valérie Castan, Lucile Desamory, Vinciane Despret, Sabine Ercklentz, Dodo Heidenreich, Christian Kesten, Keren Ida Nathan (Ida Wilde), Andrea Neumann, Stefan Pente, Isabell Spengler, Steffi Weismann,William Wheeler, e.a.

Artistieke medewerking
Valérie Castan

Belichting
Sylvie Garot

Geluid
Manuel Coursin, Eric Yvelin


Productie
Alexandra Wellensiek

Productieassistenten
Silke Bake, Sarah Blumenfeld, Barbara Greiner

Vertalingen
Guillaume Cailleau, Sabine Macher, William Wheeler

Ondertitels & kleurcorrectie
Guillaume Cailleau

Met dank aan
Angela Anderson, Lindy Annis, Bettina von Arnim, ausland, Ulrich Baehr, Sarah Bahr, Frédéric Borrotzu, Carola Caggiano, Uli Ertl, Walton Ford, Elisabeth Freeman, Andreas Harder, Nanna Heidenreich, Elisabeth Leopold, Ulrike Melzwig, Wolfgang Müller, Conrad Noack, François Noudelman, Alain Roux, Pauline Schroeder-Baehr, Marlène Shaw, Christiane & Arnulf Spengler, Gertrude Stein

Met bijzondere dank aan
Beursschouwburg (Brussel)

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Beursschouwburg

Productie
make up productions (Berlijn)

Coproductie
Kunstenfestivaldesarts, Hebbel am Ufer/HAU (Berlijn), steirischer herbst (Graz), Les Subsistances (Lyon), PACT Zollverein (Essen), Centre chorégraphique national de Montpellier Languedoc Roussillon – in het kader van het project Jardin d’Europe, met de steun van de Europese Commissie en ]domaines[ (Montpellier), Tanzquartier (Wenen)


Coproductie, creatie & residentie
Les Subsistances 2012 in het kader van A Space for Live Arts, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie


Performance in Brussel met de steun van
Goethe-Institut Brüssel



Project gecoproduceerd door
NXTSTP, met de steun van het Cultuurprogramma van de Europese Unie

Make Up, een tentoonstelling van het werk van Antonia Baehr en andere kunstenaars is tijdens het festival te bekijken in de Beursschouwburg (woe-zat 11:00u-18:00u).
Telepathy Experiment (32 min), een film door Isabell Spengler met Antonia Baehr wordt getoond in de Beursschouwburg na elke voorstelling.

Back to top

Abecedarium Bestiarium: Portraits of affinities in animal metaphors

"Knut the polar bear died. My name is Antonia Baehr (pronounced bear), and like Knut the bear, I was born in Berlin (pronounced bear-lean). The symbol of the city of Berlin is the bear, the brown bear, however, not the white bear. Many people say that I look like a bear, and that my father and my cousin look like bears - big, stocky, a bit fat, obstinate, big-boned and robust. When I was born my mother designed a birth announcement that, instead of depicting humans, pictured Papa Bear, Mama Bear and Baby Bear wearing human clothes. As children we had teddy bears, not dolls, and we mostly read bear stories. Now, how is Knut related to Baehr? And how does Baehr relate to the Berlin bear? B as in bear, to be precise, and Baehr as in bear. And Knut as in bear as in Berlin. But what does this "as in" signify? What relation between A and B does it suggest? Have I become bear-like because my name is Baehr? Is the number of people who mourn Knut so infinite because he was a Ber-liner, just as they are Berliners, just as Kennedy is a Berliner? Or are facets of bear-ness applicable to me because I was, in fact, associated with this furry animal from birth onward, long before I had mastered language and the letter b?"
Antonia Baehr

Net als bij haar solo LAUGH (LACHEN) heeft Antonia Baehr, voor de tweede en laatste keer, haar vrienden uitgenodigd composities voor haar te schrijven. Ditmaal stelde ze hen voor partituren te schrijven voor een ABC van uitgestorven dieren: D voor dodo, T voor Tasmaanse tijger... Elke auteur werd gevraagd zijn of haar affiniteit met een uitgestorven dier naar keuze uit te drukken. Hun partituren zouden hun relatie met de choreografe op een metaforische manier weerspiegelen. Op 29 maart sprak Lars Kwakkenbos met Antonia Baehr over Abecedarium Bestiarium. Portraits of affinities in animal metaphors, een stuk waarin ze een selectie van deze partituren zal uitvoeren.

In 2009 vertolkte je LAUGH in het Kunstenfestivaldesarts. Je omschreef dat stuk, dat bestaat uit lachpartituren die vrienden en familie voor jou schreven, als een zelfportret door de ogen van degenen die jou zien. Vier jaar later heb je bevriende kunstenaars opnieuw gevraagd partituren voor jou te schrijven. Wordt Abecedarium Bestiarium een nieuw zelfportret?

Niet op dezelfde manier. De composities die ik vertolk in LAUGH zijn verjaardagscadeaus waar ik, Antonia Baehr, om gevraagd had. Deze keer heb ik de auteurs uitgenodigd middels een opdracht die in een brief was omschreven. Ze kregen een kleine vergoeding voor hun werk, waardoor het geen geschenken zijn. Veeleer dan een zelfportret is Abecedarium Bestiarium de weerspiegeling van relaties tussen mijn entourage en mezelf, waarbij een uitgestorven dier als metafoor dient.

In een korte tekst waarin ze Abecedarium Bestiarium introduceert, wijst Gertrude Ferrant op overeenkomsten met een lange geschiedenis van dierenvoorstellingen, gaande van "de dubbelportretten van zoölogische fysionomie door Giambattista della Porta tot de zoömorfische karikaturen van Grandville, van de bestiara van de middeleeuwen tot 'animal drag', van lesboekjes met dierenalfabetten tot de naturalistische aquarellen van Walton Ford". Ze noemt de overeenkomsten verontrustend, omdat ze de deur openen naar "krankzinnige affiniteiten en disaffiniteiten". Hoe zou je dergelijke overeenkomsten definiëren?

Wat doet het hebben van een naam van een dier met je, bijvoorbeeld? Een vriendin van mij heet Dodo, en ik wou weten wat het met haar doet om dezelfde naam te hebben als een uitgestorven vogel. Daarom ben ik met dit project begonnen. De eerste Westerse alfabetboeken die we kennen - in het Latijn worden ze abecedariagenoemd - zijn opgevat en geïllustreerd met dieren. Naar verluidt is het eerste alfabetboek ons bekend dat van de Tsjechische pedagoog Comenius uit 1658. Het is opgebouwd rond de geluiden van dieren. A is áá, het krassende geluid van een kraai, B is bééé, het geblaat van een schaap, C is als ci ci, het getsjirp van een sprinkhaan. Het is verbazingwekkend hoe we geschreven taal - iets dat zo abstract is - aanleren door de letters van ons alfabet te koppelen aan de geluiden die niet-menselijke dieren voortbrengen. Niet alleen lijkt het menselijke dier te weten wie hij of zij is omdat hij of zij zich al sinds eeuwen op een symbolische manier verhoudt tot andere dieren - de niet-menselijke. Maar ook houden de taal en de tekens die de menselijke soort gebruikt, symbolisch verband met andere soorten. Ik herinner me dat als kind de letters van het alfabet levend waren voor mij. Ze waren niet bevroren en onveranderlijk. Ze waren in beweging, veranderden de hele tijd. Ze hadden een animistische kracht. Walter Benjamin schrijft hierover in 'Der Lesekasten', een hoofdstuk uit Berliner Kindheit um Neunzehnhundert. Het gaat over zijn herinnering aan het leren van taal en het alfabet met behulp van een Lesekasten (letterkast), waarin de letters hem deden denken aan nonnen in een klooster.

Waarom heb je de auteurs van de partituren gevraagd dieren te kiezen die verdwenen zijn?

Het is een keuze, een kader, een systeem, een spel. Het past bij het soort boek dat een abecedarium is, en daarom mochten de auteurs niet kiezen uit alle mogelijke dieren die je je maar kan indenken, maar alleen uit diersoorten die na het jaar 1500 zijn uitgestorven, en alleen zoogdieren of vogels. De keuze van het jaar is gelinkt aan de geschiedenis van de kolonisatie, omdat het uitsterven van diersoorten daarmee nauw samenhangt. Twee zomers geleden ging ik naar de bovenste verdieping van het Muséum national d'Histoire naturelle in Parijs, de verdieping van de uitgestorven dieren. Terwijl ik de trap opging werd het stiller en stiller. Toen ik boven arriveerde, was het helemaal stil. Daarboven was de presentatie van de dode dieren niet interactief meer zoals op de lagere verdiepingen. Alles stamde uit vroegere tijden, zelfs de klok - van Marie-Antoinette werd gezegd. Opgezette dieren staarden me vanuit glazen kooien aan met hun glazen ogen. Ze waren allemaal gelabeld met een kruis gevolgd door het vermoedelijke jaar van uitsterven. Zoals Stefan Pente en William Wheeler, beiden auteurs van partituren die ik vertolk in Abecedarium Bestiarium, schrijven in de inleiding van hun ongelooflijke performance Drawing for Witnesses, vraag ik mezelf af: "Zijn ze dood? Nee, ze zijn alleen maar bevroren..." In Abecedarium Bestiarium is de vloer in het midden leeg en wit, de auteurs zijn afwezig en de diersoorten zijn dood. We weten niet hoe ze klonken, en van sommige weten we ook niet hoe ze er precies uitzagen. We kunnen ons hun aanwezigheid alleen maar inbeelden of oproepen. De reden waarom ik de auteurs vroeg diersoorten te kiezen die verdwenen zijn veeleer dan honden en katten is omdat je dan het rijk van de verbeelding en de evocatie betreedt. We zouden geesten moeten aanroepen, ons de manier verbeelden waarop ze verband houden met relaties tussen levende mensen. Dit alles hangt samen met het feit dat het leven vloeit, en dat vriendschappen en relaties voortbewegen in de tijd. In die zin staat dit project dicht bij For Faces, een stuk uit 2010, dat bestaat uit micro-choreografieën voor vier gezichten op het podium, terwijl de toeschouwers in een cirkel rond de performers zitten. Zowel Abecedarium Bestiarium als For Faces kijken naar de manier waarop de fictie van de identiteit vorm krijgt in de ogen van de anderen - waarbij de anderen de entourage van het subject zijn en de dieren symbolen. I am because my little dog knows me, zei Gertrude Stein. Wie ben ik? Ik ben ik omdat Dodo en de dodo-vogel mij kennen. Identiteit is een fabel, o hemeltje! Hemeltje!

Wie zal op het podium staan in Abecedarium Bestiarium? Antonia Baehr, Werner Hirsch, Henri Fleur, Henry Wilde?

Abecedarium Bestiarium is mijn tweede solo - LAUGH was de eerste. My Dog is My Piano, het stuk dat aan Abecedarium Bestiarium voorafgaat en ermee samenhangt omdat het eveneens over intersoortelijke relaties gaat, is een sonische lezing-performance, dus dat beschouw ik niet als een 'solo'. Deze keer moest ik mezelf opnieuw de vraag stellen: wie staat er op het podium? Wat stelt die ene persoon en gastvrouw van het project op het podium voor? In plaats van mij over te geven aan zelfexpressie en mijn guts te tonen als soliste en auteur, blijf ik aan de oppervlakte verwijlen, daar waar de dingen voor de hand liggen, en vraag: wat is de naam van deze soliste? Wat is de naam van de kunstenares en hoe beïnvloedt die naam de fabel van haar identiteit? En natuurlijk: Without You I am Nothing, om William Wheeler opnieuw te citeren, dus ik moest dit project met u maken, mijn entourage, de auteurs van de composities die ik zal vertolken. En voor u, het publiek dat ik mee op het podium zal vragen, om me te volgen als ik van halte naar halte wandel. 'Antonia Baehr' zal een inleiding geven, maar de composities verwijzen niet allemaal naar 'Antonia Baehr' omdat niet alle auteurs de link leggen naar die drag name: 'Antonia Baehr'. Andere auteurs verwijzen naar andere drag names: 'Werner Hirsch' of 'Henry Wilde' bijvoorbeeld - en zo leggen ze de link naar mij. Ida schreef een partituur voor haar echtgenoot Henry Wilde, bijvoorbeeld. Ze geeft niks om Antonia (lacht). Ik geef mezelf grootmoedig over aan de verschillende manieren van expressie van de auteurs, en breng een selectie miniaturen in heterogene stijlen en stemmingen. Het is fijn dat verschillende artistieke genres en smaken samengaan in het stuk, en dat je ze niet noodzakelijkerwijs hoeft te benoemen. Aangezien veel van mijn vrienden muzikanten zijn, zitten er verscheidene muzikale stukken in. Sommige ervan zijn sober en abstract en sommige narratief, terwijl andere bestaan uit elektronische muziek die je zou kunnen horen in een nachtclub. Je hebt acteerwerk, kostuums, maar soms zie je helemaal geen acteerwerk en ervaar je complete abstractie... het hele scala van verwezenlijkingen en taboes van het post-dramatische theater is present. (...) Ik ben naïef, in de betekenis van nieuwsgierig zijn. Ik hou van de dubbele betekenis van het Engelse werkwoord to wonder - denk maar aan Alice in Wonderland. In het Frans wordt dat s'émerveiller, maar ik verkies de Engelse betekenis omdat je kan zeggen: I wonder how this works. Het betekent: vragen hoe iets functioneert. Een staat van verwondering en bevraging is de motor om het werkstuk te maken en het te delen met een publiek.

Hoezeer het ook de moeite mag zijn nieuwsgierig te zijn naar iemands dagelijkse leven, jouw werk is altijd gekenmerkt geweest door een opmerkelijke zin voor precisie bij het distilleren ervan. Kan je iets vertellen over de verschillende fases van het creëren van Abecedarium Bestiarium?

Er was een reeks salons in Ausland in Berlijn waar ik de stukken bracht voor de auteurs. Aangezien dit project een imaginair boek is dat in een performance is getransformeerd, was er een fysiek boek in eerdere versies van het stuk. Na de eerste performances zal het project opnieuw de vorm aannemen van een boek. (...) Ik denk dat de verplaatsing van wat in het dagelijkse leven gebeurt, zoals gelach of het reageren op een ander gezicht, of op een naam, en het in een theatercontext stoppen volstaat. Ik hoef er geen commentaar op te geven door te zeggen Oh, het is geweldig, Oh, het is slecht of Dit is grappig... Dan zou mijn werk grotesk worden. Het alledaagse overdrijven zou betekenen dat je er karikaturen van maakt, dat je het publiek je eigen interpretatie influistert. Ik vind het subtieler om het alledaagse te nemen, er dingen uit te distilleren en ze in het theater te stoppen zonder er al te veel aan te veranderen. Daar is die precisie aan de orde. Nu, ik vermoed dat ik al eens dingen overdrijf. Wat verboden is (lacht). Sinds ik naar China ben gegaan met LAUGH, ver weg van mijn eigen dagelijks leven en routines, ben ik iets gekker geworden en doe ik al eens dingen die ik mezelf vroeger niet zou hebben toegestaan.

In je werk herken ik moderne taboes, zoals dragcultuur. Je ziet het ook opduiken in cabaret, of in de performance-aspecten van muzikale subculturen, zoals clubbing.

Wat mij het meest bevalt aan dragcultuur is dat het over verlangen gaat, en dat het publiek van een dragact er is om het verlangen van de performer aan te moedigen. Het is daar om te zeggen: Ja, beleef je ding. Wij als een collectief, we steunen je in het beleven van deze subversieve identiteit, en het podium is de plek waar je die kan brengen, ze uitproberen of ten volle beleven, op een veilige manier. Het podium functioneert hier als een plek om weerstand te bieden en kracht te verzamelen, waarna je op straat kunt overleven als iemand die zich niet aanpast aan de normen.

Wat wellicht ook waar is voor Abecedarium Bestiarium. Iedereen droomt er wel eens van een dier te imiteren, en op het podium staat het je vrij dat te doen.

O ja! We imiteren allemaal dieren. Kinderen doen het, volwassenen doen het, als je een kat hebt doe je het... en de kat imiteert jou ook. Maar Abecedarium Bestiarium gaat wellicht minder over dieren imiteren dan ander werk dat ik sinds 1998 heb gemaakt rond hetzelfde onderwerp. En ook: het gaat niet over dieren imiteren omdat het gaat over het dier als metafoor en niet het dier zelf, het echte dier, laten we zeggen. Dieren hebben nooit het recht gehad gewoon maar dieren te zijn. Ze waren altijd symbolen, metaforen voor ons. In dit bepaalde project is het idee dus om dat wat verder door te trekken. Abecedarium Bestiarium toont geen uitgestorven dieren noch levende auteur-kunstenaars maar legt relaties bloot. Ik heb die composities aangeboden gekregen en geef er mij zo goed als ik kan aan over. Als je een compositie vertolkt die voor jou geschreven is, die draait rond de relatie die je hebt met de auteur ervan, en daarbij die metafoor in gedachten hebt van een uitgestorven dier, dan creëert zo'n compositie een heel warme plek om in te werken. Het bevrijdt je van jezelf. Jezelf overgeven aan verschillende stijlen van andere auteurs en de deur openzetten voor krankzinnige affiniteiten en disaffiniteiten, van jezelf naar de ander, van menselijk naar dierlijk, van dood naar levend, helpt om identitaire krampen eens goed los te schudden.

Wees wat je wilt lijken - of, als je het eenvoudiger wil formuleren - stel je nooit voor dat je niet anders bent dan het anderen zou kunnen lijken dat wat je was of had kunnen zijn niet anders was dan wat je geweest was hun anders zou hebben geleken.
De Hertogin in Lewis Carrolls Alice in Wonderland

Back to top

Antonia Baehr 1970) is choreografe. Wat haar kenmerkt, is werk dat zich niet beperkt tot vaste disciplines. Tevens gebruikt ze een methode om samen te werken met verschillende soorten mensen, waarbij ze gebruik maakt van een spelstructuur met wisselende rollen: elk is afwisselend regisseur, schrijver, gastheer en performer, gast voor de ander. In 1994 was ze medeoprichtster van de in Berlijn gevestigde performancegroep ex machinis. Ze studeerde af in film- en mediakunst aan de Hochschule der Künste Berlin, bij Valie Export (1996), en behaalde een DAAD-beurs en een Merit Scholarship aan de School of The Art Institute of Chicago. Daar voltooide ze haar Master in Performance bij Lin Hixson van de performancegroep Goat Island en begon ze samen te werken met William Wheeler. Sinds 2000 is ze in Berlijn gevestigd. Van 2001 tot 2003 was ze medeorganisator van labor sonor, een reeks rond experimentele muziek en performance in het KuLe Theater en in december 2003 van het festival Radioriff dat plaatsvond in ausland – Territory for experimental music, performance and art (beide locaties in Berlijn). Van 2006 tot 2008 had ze een kunstenaarsresidentie bij Les Laboratoires d’Aubervilliers in Frankrijk. In 2008 publiceerde ze haar boek Rire/Laugh/Lachen. Enkele producties: Holding hands (2000), Un après-midi (2003), Cat Calendar, samen met Antonija Livingstone (2004), Larry Peacock, in coproductie met Sabine Ercklentz en Andrea Neumann (2005), Merci (2006), Rire (2008), For Faces (2010) en My Dog is My Piano (2012). Antonia Baehr werkt o.a. samen met Lindy Annis, Valérie Castan, Sabine Ercklentz, Antonija Livingstone, Arantxa Martinez, Andrea Neumann en William Wheeler. Ze is de producer van paardenfluisteraar en danser Werner Hirsch, muzikant en choreograaf Henri Fleur, en componist Henry Wilt.

Back to top