A Possibility of an Abstraction

Kaaitheater
  • 14/05 | 20:30
  • 15/05 | 15:00
  • 15/05 | 20:30

€ 16 / € 13
55 min

De Nederlandse kunstenares Germaine Kruip is scenografe van opleiding en werkt al zo’n vijftien jaar aan een oeuvre dat beweegt tussen sculptuur, performance en architectuur. Haar werk leunt aan bij de kinetische kunst: door te spelen met licht, beweging en geometrische motieven onderzoekt ze de betekenis van de vorm. Met A Possibility of an Abstraction tovert Kruip de theaterzaal om tot een atmosferische ruimte. Het is een groot spel van perceptie: schaduwen, reflecties, architectuur en de scène spelen de hoofdrol in een cinematografische ervaring die in realtime gecreëerd wordt. In haar zoektocht naar abstractie esthetiseert Kruip de theaterzaal. Ze trekt de traditie van het schaduwtheater en de experimentele ‘paracinema’ van de Amerikaanse filmmaker Ken Jacobs door en zet een filmisch effect in werking zonder dat er film aan te pas komt, enkel en alleen door de manipulatie van het licht. A Possibility of an Abstraction opent de deuren van een meditatieve ruimte aan de rand van onze waarneming. Indrukwekkend.

Zie ook
Lezing Arjen Mulder
‘The aesthetics of disappearance’
15/05 – 16:30

Concept & regie
Germaine Kruip


Muziek
Hahn Rowe


Dramaturgie
Bart Van Den Eynde


Lichtontwerp
Germaine Kruip & Marc Dewit


Technische leiding
Marc Dewit


Assistentie licht & decor
Chris Vanneste, Pierre Willems


Decorbouw
Simon Callens


Studioassistent
Maxime Fauconnier


Producent
Ash Bulayev

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater


Productie
Stichting Rehearsal/Germaine Kruip

Co-productie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater


Met de vrijgevige steun van
Ammodo, Mondriaan Fund

De première van dit project werd gemaakt in opdracht van en getoond in het EMPAC / Experimental Media and Performing Arts Center, Rensselaer Polytechnic Institute, Troy, NY. Curator: Victoria Brooks. Lichtontwerp: Laura Mroczkowski. De voorstelling bij EMPAC kreeg de steun van het Mondriaanfonds & Fonds Kwadraat

Back to top

A Possibility of an Abstraction

In zijn mooie essay Over theatraliteit uit de bundel Figuren / Essays (1995) koppelt Bart Verschaffel ‘het theatrale’ los van de 19de-eeuwseburgerlijke definitie van theater als de kunst van de fictie (gebouwd opde toneeltekst). Verschaffel keert verder terug in de tijd, naar de Italiaanserenaissance- en barokcultuur, en vindt er een veel ruimere bepaling.Het vastleggen van een perspectief is de essentie van hettheatrale: “Theater-maken is niet iets opvoeren, maar het punt bepalenvan waaruit iets gezien moet worden en van een spektakel een schouwspelmaken dat op een perfecte wijze gezien kan worden. Het theatertransformeert én het zien én het spektakel. Het verstrooide, gebrekkige,vluchtige, toevallige kijken wordt naar één punt gebracht, engeïdealiseerd. De gebeurtenis, die uitwaaiert naar alle kanten en onduidelijkecontouren heeft, de veelzijdige dingen, de onbepaalde, veelzinnigeruimte, worden samengenomen en naar één punt, naar ééngezichtspunt gekeerd.”

Germaine Kruip is werkzaam binnen uiteenlopende media. Haar eerste stappen in de kunstwereld heeft ze gezet als scenograaf voor het Nederlandse theatergezelschap Mugmetdegoudentand. Ze is snel haar eigen koers gaan varen en heeft ondertussen een oeuvre opgebouwd van installaties, architecturale ingrepen, beeldende kunstperformances, collages, mobielen, foto’s, sculpturen en teksten. A Possibility of an Abstraction is haar terugkeer naar de theaterzaal.

Elk medium heeft zijn eigen conventies en materiële logica en creëert een ander perspectief. Misschien net door haar gebruik van zeer verschillende formele perspectieven wordt een grote consistentie voelbaar in het werk van Kruip, al valt die moeilijk analytisch of eenduidig te vatten. De veelvormigheid van tijd is belangrijk, de aanwezigheid door afwezigheid, de haptische ervaring van architectuur, de leegte die zichtbaar maakt, de werking van ordeningsprincipes. Een gevoeligheid die in de eerste plaats gericht is op het creëren van ervaringen.

In een recente solotentoonstelling in de Oude Kerk in Amsterdam vormde de verwijdering van alle kunstlicht misschien wel de meest ingrijpende en betekenisvolle ingreep van de kunstenares. Vooral bij valavond creëerde dat een spectaculair effect. De voortkruipende schaduwen maakten de tijd zichtbaar. De afwezigheid van tentoonstellingslicht materialiseerde het historische monument weer tot steen en hout, hoogte en diepte, tot ver en dichtbij, tot scherp en nog nauwelijks zichtbaar. Het gebouw werd niet langer geopenbaard aan de toeschouwer, deze was overgeleverd aan het gebouw.

In Over theatraliteit beschrijft Verschaffel de vorstelijke blik als het ordenende, verhelderende principe in het baroktheater. De vorst had het ideale perspectief op het toneel. Het publiek keek naar zijn blik en keek naar wat hij zag. Zijn blik ordende niet alleen het perspectief op het toneel maar ook de publieke ruimte van het theater, met nabijheid bij de vorst als centripetaal, ordenend principe. De modernistische black box heeft deze hiërarchische organisatie, samen met andere wereldse referenties, gebannen. Een evolutie parallel aan die in beeldende kunst waar de white cube de referentiele tentoonstellingsruimte van de 20ste eeuw is geworden. De black box en de white cube willen neutraal zijn, vrij van elke afleiding uit de buitenwereld, en zo het ontvoogde gebaar van de kunstenaar alle ruimte geven. Het licht is een van de belangrijkste constituenten van deze nieuwe, omgekeerde hiërarchie in het theater. Het kunstwerk op het podium is het ijkpunt, wordt uitgelicht en wordt de enige geldige, zichtbare realiteit. De ruimte daarrond (de ruimte van het publiek en de coulissen) verdwijnen in de duisternis. In A Possibility of an Abstraction negeert het licht deze hiërarchie en tast onderzoekend de volledige architecturale en culturele ruimte die het theater is, af. A Possibility of an Abstraction is een locatievoorstelling.

De tijdloze neutraliteit van de modernistische black box was natuurlijk een utopie. Ook al zijn de theaterdeuren gesloten en is het zaallicht gedoofd, de wereld laat zich niet buitensluiten. Via onze hoofden sluipt zij het theater weer binnen. Referentieloosheid is een utopie, de mogelijkheid van een abstractie is de onmogelijkheid van de abstractie. Het Kaaitheater is een art-décogebouw dat dienst heeft gedaan als variététheater en tapijthandel. Het toneel is zeer breed en in verhouding erg ondiep. De kabels en de trekkenwand verraden de techniek, de afbladderende verf op de achterwand de tijd, de verlichte pijlen die ons bij rampspoed de exit moeten tonen en nooit mogen worden gedoofd, de materialiteit van onze lichamen. De wereld is niet alleen aanwezig in het theater in de pragmatische tekens en de sporen van het verleden. Wij, het publiek, importeren de culturele geschiedenis van het kijken. De stemmen in het publiek die verstommen als het zaallicht dooft. De onbewuste (h)erkenning dat de protagonist van links (cour) komt, en dat wie van rechts (jardin) komt, een tegenkracht vormt, d.w.z. voor de westerse toeschouwer die van links naar rechts leest. Een uitgerekte rechthoek belicht op de achterwand moet wel de associatie van een filmprojectie oproepen, enzovoort enzovoort.

In het baroktheater bepaalde het vorstelijk perspectief de organisatie op het toneel én in de publieksruimte, stelt Bart Verschaffel. Het publiek keek naar de blik van de vorst en keek naar wat hij zag: het toneel én de publieksopstelling. In de duisternis van de black box worden deze spiegelende en overlappende driehoeken van kijken en bekeken worden uitgegomd door de duisternis in de publieksruimte (en door haar non-hiërarchische organisatie). Wanneer die duisternis verdwijnt, wanneer we tijdens een voorstelling worden geconfronteerd met onze actie van kijken, veroorzaakt dat een schok. Meer nog dan de verleidelijke controle over het perspectief die het toneel biedt in vergelijking met de uitwaaierende blik in de tentoonstellingsruimte, heeft de kracht van deze collectiviteit Germaine Kruip weer het theater ingelokt. Wij, het publiek, gebruiken ons hoofd als een camera, onze oogleden als sluiter, onze pupillen als focus. We denken wat we zien. We zien wat we voelen. Samen proberen we te zien wat we zien.

Bart Van den Eynde,
mei 2016

Back to top

De kunstwerken van Germaine Kruip (1970) nemen vaak de vorm aan van ‘architectonische interventies’. Deze interventies manipuleren het daglicht via geometrische, kinetische sculpturen, en transformeren elke site in een podium, met de toeschouwers als acteurs in een toneelstuk van inhoudelijke afwezigheid. Het werk van Kruip werd recent tentoongesteld in onder meer het List Visual Arts Center, in het MIT in Boston, het Stedelijk Museum Amsterdam en op Art Basel 41 in Zwitserland.

Back to top