A papnő

The Priestess

Kaaitheater

14, 15, 16/05 – 20:30
HUN > NL / FR
1h 30min

Met de Krízis-trilógia stapt de befaamde Hongaarse regisseur Árpád Schilling terug in de schijnwerpers. Zijn bewerking van De Meeuw gooide hoge ogen op het festival in 2006. Kort daarna zei hij de internationale theaterwereld vaarwel. Hij ging in minder stedelijke gebieden de impact en de sociaal-politieke dimensie van kunst toetsen aan het dagelijkse leven. In de Krízis-trilógia doet hij met een familieportret verslag van wat hij daar heeft ervaren. In elk deel wordt een poging ondernomen om een ‘gemeenschap’ te vormen. Het laatste, sterk autobiografische deel, A papnő ( The Priestess ), focust op de moeder, Lilla Gát. Als gevierde actrice besluit ze uit Budapest weg te trekken en op het platteland theaterlessen te geven aan Romakinderen. Haar pedagogische aanpak – onconventioneel, speels en uitdagend – valt niet in goede aarde bij de dorpsbewoners. A papnő combineert pure documentaire met nieuwe pedagogische speltechnieken bij zestienjarigen. Een confronterende theaterervaring.

Tekst & regie
Árpád Schilling

Producent
Márton Gulyás

Assistent regie
Juhász Bálint

Partners
Színházműhely Osonó/Bernadett Daragics, Mihály Fazakas

Technische leiding
András Éltető

Licht
Mihály Nemes

Video
Péter Fancsikai, Máté Tóth Ridovics, Krisztián Pamuki

Met
Lilla Sárosdi, Sándor Terhes, Lóránt Bartha, Kálmán Bíró, Márta Bajka, Sándor Bartha Levente, Emese Boldizsár, Annamária Daró, Jolán Dobondi, Kati Gábor Kinga, Kata Imre–Muntean Kikerics, Eszter Incze, Attila Komán, Janka Korodi, Erika Lukács, Erzsébet Maksai, Ágnes Márton, Mónika Tankó Tímea

Met de steun van
Trafo Kortárs Művészetek Háza/House of Contemporary Arts, Polgár András, Bojár Gábor, Magyarország Főkonzulátusa – Csíkszereda, NKA, NEFMI, Bethlen Gábor Alap

Presentatie
Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater

Productie
Krétakör (Boedapest)

Met dank aan
Culturele Dienst van de Ambassade van Hongarije

Back to top

Krízis-trilógia

De Krízis-trilógia wijst eerst en vooral op het feit dat Krétakör nu, drie jaar na de ontbinding van het legendarische Krétakör Theatre, met een nieuwe aanpak en een nieuw team, een werkplaats voor performance, kunst en media van betekenis geworden is. Ten tweede is de Krízis-trilógia een structureel model waarin verschillende artistieke en bestuurlijke doelstellingen precies overeenstemmen met de intenties van de leden van de werkplaats en de projectploeg. Ten derde is de Krízis-trilógia een talentontwikkelingsprogramma dat jonge mensen uit verschillende leeftijdsgroepen samenbrengt om ze aan hun trekken te laten komen als creatieve medewerkers. Ten vierde is de Krízis-trilógia een publiek forum dat via kunst verschillende vragen stelt die een invloed hebben op de volgende generatie. Last but not least is de Krízis-trilógia een zelfbiecht die onze persoonlijke angsten, ervaringen, wensen en overtuigingen ventileert.

Het hele trilogieverhaal begon toen Sodja Lotker, curator van de Prague Quadrennial (PQ) die vooral als scenografietentoonstelling bekend is, in augustus 2008 contact met me opnam en Krétakör verzocht om een kunstproject te realiseren als deel van de "Intersection"-reeks op PQ 2011. Ondoordacht zei ik dat de titel "Jesus Project" zou zijn. Het tweede duwtje naar de trilogie kwam van Nikolaus Bachler, de in München wonende intendant van de Bayerische Staatsoper in 2010, toen hij me via de dramaturg Miron Hakenbeck de opdracht gaf om een musicalproject naar keuze te leiden als deel van het Operafestival in München in juli 2011. De creatie van de trilogie werd onomkeerbaar toen György Szabó, directeur van het Trafó House of Contemporary Arts instemde om de trilogie naar Hongarije te halen.

Hoewel die tijdslijn zou kunnen suggereren dat het scenario van de film jp.co.de de eerst gerealiseerde aflevering was, is het in werkelijkheid het scenario van The Priestess dat het eerst af was. De odyssee van een ex-actrice die dramalerares werd en van het platteland naar Boedapest verhuisde, leek een heel interessant thema voor een hedendaagse parabel. Ik voelde dat de dualiteit veroorzaakt door sociale spanningen die Hongarije en de rest van Europa in zijn greep heeft, gevat en verwoord kan worden door middel van een lotsvertelling. De spanning is die tussen ongetwijfeld goedaardige verdraagzaamheid die tot niets leidt enerzijds, en reglementering die zeer efficiënt is maar enigszins tekortschiet op menselijk vlak. De spanning tussen de naïviteit van het onvoorwaardelijke vertrouwen en dat van het vooroordeel dat uit ervaring ontstaat.

Toen die priestervrouw verscheen, begonnen we met het idee te spelen om haar een familie te geven. Een professioneel compromisloze en ijverige psycholoog-echtgenoot, en een zoon die zijn plaats zoekt in het leven en om zich heen een gemeenschap tracht op te bouwen. We wilden de familie voorstellen als een veelzijdig probleem: een kunstmatige groepering waarin alles en iedereen vaststaat, tot de noden en intenties van haar leden toe. We wilden de familie laten zien na haar ineenstorting en vroegen de toeschouwers om de elementen van de kunstmatige constructie voor zichzelf opnieuw te combineren; om een gedetailleerd verslag te maken van hoe zij die microscopische samenleving zien. Onze creatieve samenwerking was het erover eens dat het gezin het kleinste maar belangrijkste element is van de samenleving. Dat was precies waarom we allen hoopten dat uit de bestudering van dat element enkele details naar boven zouden komen die het disfunctioneren van het grotere geheel benadrukken. Een van de meest verontrustende ontdekkingen was dat het gezin, ook al is het een kunstmatige gemeenschap, elke puur methodologische beschrijving tart. Er is iets in de kern van elke gemeenschap dat zich onttrekt aan de pure rede. We beslisten om dat heel eenvoudig de ‘ziel' te noemen, en we concludeerden dat het ook op het macroniveau van onze samenleving betrekking heeft.

Árpád Schilling, artistiek directeur Krétakör & regisseur van de Krízis-trilógia

***

The Priestess is het product van een heel verscheiden, ideologisch heel heterogene creatieve ploeg. De betekenis ervan is dat de spelers in deze performance ook antwoorden zoeken op de vragen die hen vanuit een veelheid aan ideologische gezindheden achtervolgen. Een van de hoofddoelen tijdens het repetitieproces was precies om te vermijden dat de verschillende overtuigingen van de ploeg en de spelers elkaar zouden opheffen en ze te integreren in een coherent geheel. We probeerden een systeem te ontwikkelen voor de performance waarin we enerzijds een gemeenschappelijke grond hadden terwijl het toneel open bleef voor de individuele meningen van ieder van ons. Ons doel was, met andere woorden, om een polyfone performance te creëren, een waarin de harmonie groeit uit de parallelle stemmen van verschillende wereldbeelden.

De performance werd gemaakt tijdens drie kampen, gedurende dewelke we dagen en weken zij aan zij leefden. Volwassenen en kinderen; vrome en religieus niet-gebonden mensen; mensen die een gezin hadden en mensen uit tehuizen; etnische Hongaren uit Transsylvanië, etnische Roma die in Transsylvanië wonen, en etnische Hongaren uit Hongarije; van persoonlijke vrijheid overtuigde en autoritaire opvoeders; jonge volwassenen en tieners die hun grenzen aftasten, allen deel van dezelfde creatieve samenleving. We maakten er een bijzonder punt van om onbevooroordeeld en geduldig te zijn tijdens de voorbereidingsfase wanneer onze verschillende wereldbeelden in de meest banale situaties op de voorgrond traden. Het mooie van onze samenwerking was dat elk lid van de ploeg ook zijn of haar gepersonaliseerde job kreeg in het creatieve proces. Die functies beperkten enerzijds ieders gebied van verantwoordelijkheid terwijl ze ieder van ons de toestemming gaven om naar eigen goeddunken op de ander in te werken binnen die grenzen. Zo pasten de verschillende attitudes en benaderingen alle samen in een constructief systeem. Compromissen tussen verschillende overtuigingen over het leven werden doorgaans ontmoedigd, voornamelijk omwille van de claim van absolute rechtschapenheid die ieder voor zich opeist. Theater laat echter onze geest spreken over onze conflicten, zelfs wanneer we ze op afstand houden, en maken elke onderhandeling tot een onderwerp van het gemeenschappelijke doel dat we nastreven.

We beschouwen de makers van deze performance als de vertegenwoordigers van hun eigen gemeenschappen die zich tot de toeschouwers richten en spreken voor iedereen die dezelfde sociale status heeft. Acteurs en theaterprofessionals kunnen alleen persoonlijkheden tevoorschijn toveren door middel van hun verbeelding; een persoon uit een levensecht sociaal milieu belichaamt zijn of haar lot met zijn of haar zijn en vertegenwoordigt op een authentieke manier de hele gemeenschap waaruit hij of zij komt. Voor de kinderen-performers ging het repetitieproces niet zozeer over het leren van een specifieke rol als wel over het vrijlaten van energieën die hen helpen om van realiteit naar fictie te gaan, en instemmen met een bewust maar speels gemak om iets te brengen wat hen onmiddellijk aanbelangt. Die vorm van expressie laat toe om openbare aangelegenheden te behandelen vanuit de persoonlijke beleving maar die hopelijk een pedagogisch effect op de performers zal hebben. De ervaring dat wat mij en mijn gemeenschap ook overkomt publiekelijk verwoord kan worden en mijn burgerlijk bewustzijn ontwikkelt.

Bálint Juhász, regieassistent & hoofd van de Krétakör-mediabibliotheek

***

Aan dit project werken voelde heel anders dan wat ik gewend ben in het theater. Er was planning nodig, op voorhand weten waar het over ging, waarom ik erbij betrokken was, en wat ik wilde bereiken met de kinderen. Ik wilde onze relatie versterken zodat we er niet onecht zouden uitzien op het toneel. De hele reis gaat natuurlijk over heel veel dingen buiten het theater -over het feit dat ik zelf een kind heb, bij voorbeeld. Hoe wilde ik haar opvoeden? Mijn dochter is tweeënhalf jaar oud en ik denk niet dat ik onze tijd samen goed heb besteed. Ik weet dat dat dweperig klinkt, maar hoe het ook zij, je voelt altijd dat je achterstand in te halen hebt. Tijd die je nooit meer kunt goedmaken is verloren gegaan. Dat is wat al mijn vrienden me de hele tijd zeggen: over of ik haar in de kinderopvang moet onderbrengen, of ik werk kan aannemen nu ze zo klein is, al de gebruikelijke beslissingen.

Ik vond het fascinerend om te zien dat dezelfde beslissing over mijn doeleinden veel makkelijker was wanneer het over de andere kinderen ging: ik wilde dat ze onafhankelijker werden en wilde ze bewust maken van hun eigen creativiteit en hun kracht. Ik wilde dat ze op hun eigen benen konden staan en niet afhankelijk te zijn. Ik mis ze erg.

Ik hoop echt dat wat ze gerealiseerd hebben gedurende het project zouden kunnen gebruiken in hun leven van alledag. The Priestess gaat voor mij over het beleven van nederigheid. Drama in de opvoeding is een middel om ons dichter bij kinderen te brengen. Het geeft hen veilige grenzen waarbinnen ze hun eigen persoonlijkheden kunnen aanvaarden en weergeven. Wat het ‘drama' maakt, is dat het het kind een kans geeft om zich uit te drukken. Het feit dat ik actrice ben, maakte een wereld van verschil toen ik probeerde om ze aan te moedigen tijdens het spel. Zelfexpressie is een soort van continue aanwezigheid in het moment, en het is een deel van mijn dagelijks leven geworden. Jammer genoeg hebben mensen in mijn persoonlijke omgeving het er af en toe moeilijk mee om het effect daarvan te verdragen, en dat is waarom het, na meer dan een decennium acteren, een bevrijdende ervaring was om naar iemand te luisteren via het medium theater. Ik wens dat de acteerroeping op een of andere manier verantwoord was; ik wens dat mijn talent niet alleen voor mijn intens genot was. Het zou kunnen worden gebruikt om ideeën over te brengen, en veel, veel meer. Acteurs worden doorgaans niet gevraagd om hun eigen gedachten en ideeën over te brengen, maar er is geen reden waarom dat niet zo zou kunnen zijn. Als ze tenminste iets over te brengen hebben. Zo heb ik op dit moment bij voorbeeld een idee dat ik als actrice zou moeten uitdrukken.

Lilla Sárosdi, actrice in de hoofdrol

Back to top

Árpád Schilling (°1974) is regisseur en artistiek directeur van Krétakör. Hij begon zijn carrière op zijn negentiende. Hij stichtte het Krétakör Theater in 1995. Datzelfde jaar begint hij zijn studie aan de Universiteit voor Theater en Film van Budapest, in de afdeling regie. Parellel met deze studie bestuurt hij Krétakör, maar tussen 1998 en 2000 werkt hij op uitnodiging van directeur Gábor Zsámbéki ook als regisseur aan het wereldberoemde József Katona theater. In 1999 brengt hij voor het Festival van de Europese Theater Unie Platonov van Tsjechov op de planken met de studenten van het Théâtre National van Straatsburg. Datzelfde jaar ontvangt hij de Prijs van de Hongaarse Theatercritici in de categorie “jonge beloftevolle professionals” onder andere voor de regie van Public Enemy van István Tasnádi in het József Katona Theater. Na het weigeren van verschillende aanbiedingen van institutionele theaters, vormt hij samen met cultureel manager Máté Gáspár, het Krétakör Theater om in een permanent gezelschap. Hun meest emblematische stuk is De Meeuw van Tsjechov uit 2003.

In 2008 hervormt Árpád Schilling zijn creatieploeg. Geen repertoiretheater meer maar een werking op projectbasis. Hij schrapt het woord Theater en houdt enkel Krétakör over. Schilling begint een groots opgezet artistiek experiment rond pedagogie, sociale ontwikkeling en de begeleiding van talent. Tussen 2008 en 2011 is hij artistiek directeur van meerdere cultuur- en onderwijsprogramma’s in Hongarije en daarbuiten. Hij werkt in scholen, kleine gemeenschappen en bij perifere collectieven in moeilijkheden. In 2006 is hij gastdocent aan het Conservatoire National Supérieur d’Art Dramatique (CNSAD) in Parijs, in 2009 aan het Centre National des arts du cirque (CNAC) in Chalons in het departement Champagne, in 2011 aan de Ecole Nationale Supérieure des Arts et Techniques du Théâtre (ENSATT) in Lyon. In oktober presenteert hij zijn eigen creatie in het Théâtre National de Chaillot in Parijs. En in december van hetzelfde jaar regisseert hij de opera Rigoletto van Verdi in de Bayerische Staatsoper van München. En 2011, is hij vice-voorzitter van de Alliantie van het Levende Spektakel in Hongarije. De drie belangrijkste van vele onderscheidingen zijn de Stanislavski Prijs van Moskou in 2005, de Légion d’honneur van de Franse minister van cultuur in 2008 en de Katalisatorprijs van transit.hu, binnen het kader van de Europese Theatrale Prijs van de Europese gemeenschap in de categorie Nieuwe Theatrale Realiteit voor Krétakör tussen 2009 et 2011.

Back to top