Shadows of Tomorrow

    23/05  | 22:00
    24/05  | 22:00
    25/05  | 22:00
    26/05  | 22:00

€ 16 / € 13
40 min

Psychedelische hiphop wordt gekenmerkt door complexe beats op basis van samples en abstracte teksten, die vaak vol onconventionele verwijzingen zitten. Vertrekkend van haar fascinatie voor dit muziekgenre, creëert de in Oslo gevestigde kunstenares Ingri Midgard Fiksdal het choreografische project Shadows of Tomorrow. Er is geen muziek te horen, en toch worden we in stilte meegesleept door de overrompelende ervaring van een psychedelisch concert, via de bewegingen van twintig performers. De beats bewegen door hen heen, creëren tal van ritmische lagen en transformeren hen tot één enkel lichaam, dat in balans is tussen de bevrijdende anonimiteit van de dansvloer en de bevestiging van ieders individualiteit. Het stuk ontleent zijn titel aan een muziektrack van Madlib en MF Doom, twee sleutelfiguren binnen het genre van de psychedelische hiphop. De song was een eerbetoon aan het gedicht The Shadow of Tomorrow van Sun Ra, en bevat een sample van het geluid van de kosmische reis uit zijn film uit 1974 Space is the Place. Deze dynamiek van sampling en vragen over transmissie komen wel meer terug in het werk van Fiksdal, dat reflecteert over de transmissie van beweging en de wisselwerking tussen performers en publiek.

Choreografie: Ingri Midgard Fiksdal
Lichtontwerp: Ingeborg Staxrud Olerud
Belichting: Tobias Leira
Kostuums: Elena Becker, Ingri Fiksdal, Mia Melinder en Signe Vasshus
Oorspronkelijke uitvoerders: Rosalind Goldberg, Pernille Holden, Sigrid Hirsch Kopperdal, Marianne Skjeldal en Venke Sortland
Performers in Brussel: Rosalind Goldberg en students of ISAC (Institut Supérieur des Arts et Chorégraphies): Laura Battistella, Joséphine Bonnaire, Raoul Carrer, Estelle Czernichowski, Laura Elias, Sophie Farza, Marion Gassin, Lydia Guez, Helio Hoarau, Lucas Katangila, Jean Lesca, Shankar Lestrehan, Camille Meyer, Kiko Nickel, Juliette Otter, Clémence Péguy, Aela Royer, Lotte Van Gelder, Milo Van Praet, Ilana Winderickx, Castelie Yalombo
Productie en administratie: Eva Grainger
Producent en spreiding: Nicole Schuchardt

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, Le Lac
Met de steun van: Arts Council Norway, The Norwegian Artistic Research Program, Oslo National Academy of the Arts and ISAC (Institut Supérieur des Arts et Chorégraphies)

Back to top

Een anonieme, maar diep menselijke dans

Choreografie als landschap

Net als de meeste van Ingri Midgard Fiksdals creaties is Shadows of Tomorrow een choreografie die zich langzaam ontplooit als een landschap van bewegende lichamen, kostuums, licht en geluid. En zoals het met landschappen gaat, worden we erin opgenomen, worden we er één mee. Gedurende de hele performance versmelten een veelheid aan patronen met elkaar. Partituren, bewegingen, kostuums, licht en soundscapes dragen bij tot het componeren van een bewegend landschap dat zich in de loop van de tijd ontvouwt. 

Het vetrek- en eindpunt van het werk is veel radicaler van opzet dan ander performatieve voorstellingen want hier staat de ervaring van publiek centraal. Fiksdal choreografeert met en binnen deze ervaring. Ze richt zich op iets dat ze niet kan kennen en controleren: het ondoorzichtige anders-zijn van lichamen, blikken en subjectiviteiten van degene die het werk zien en ervaren. De titel van het stuk komt van een psychedelische hip-hop track van Madlib en MF Doom, dat op zich een hommage was aan het gedicht The Shadow of Tomorrow van Sun Ra, een van de sleutelfiguren van het Afrofuturisme. Deze referentie suggereert al enkele lagen van de composities (dynamiek van samplings, productie van de toekomst, onderdompeling in de concertervaring…). Fiksdals choreografie en visuele compositie van het stuk en de bewegingspatronen van de dansers voegen veel lagen toe aan de initiële suggesties, waardoor een uiterst complex bewegend organisme ontstaat.

De twintig dansers zijn gemaskerd, hun gezichten bedekt met verschillende lagen kleurijke stoffen met diverse patronen. Hun hele lichaam is bedekt met doeken die ze dragen als gelaagde kledingstukken. Enkel hun handen zijn onbedekt terwijl de vorm van hun lichaam verdwijnt onder het textiel. Ze zijn onherkenbaar en geslachts-loos maar onmiskenbaar menselijk. Ze voeren traag repetitieve dagdagelijkse bewegingen uit die door hun niet-alledaags tempo en doordat de expressie van degenen die ze uitvoeren onzichtbaar zijn een bijzondere kwaliteit krijgen. Hier ontvouwt zich zacht iets dat doet denken aan onze verstrengeling met het niet menselijke, met het niet levende. We worden geconfronteerd met in clusters geplaatste lampen op het podium, de minimale geluiden van de bewegende lichamen en de stoffen die ze dragen, de schaduwen die ze werpen op het publiek en op de vier wanden die de performatieve ruimte omsluiten.

Alles gebeurt heel zacht. Het langzame tempo raakt ons fysiek, doet ons hart trager kloppen en onze verwachtingen voor het spectaculaire verdwijnen. We realiseren ons dat het hier niet over snelle veranderingen en verrassingen gaat. Er is hier niet veel te zien. Het gaat eerder over dieper in de kijkervaring duiken, over meer zien. Er zijn verschillende gradaties van intensiteit tussen de performers en het publiek, maar ze delen een bijzondere staat binnen Shadows of Tomorrow, terwijl tijd en ruimte voortdurend gevormd worden door het ontplooien van de choreografische compositie.

Collectieve constellaties

Binnen de ruimtelijke setting onderzoekt de performancedramaturgie verschillende vormen van collectieve constellaties. Menigte, massa, groep, gemeenschap en individuele entiteiten worden voortdurend uitgedaagd, gaan in elkaar over en dragen bij tot de ruimtelijke ervaring van het publiek, van het werk en van zichzelf als een tijdelijke collectieve entiteit.

Zoals zo vaak in Fiksdals werk dragen de performers maskers en zijn hun eigenheden verborgen. De verhouding tussen anonimiteit en collectiviteit staat hier op het spel. Mensen staan op het podium als individuele objecten binnen een steeds veranderende en gelaagde configuratie. Ze zijn geen geïndividualiseerde entiteiten, of toch wel, maar ze dragen geen vorm van subjectiviteit in zich. Hun individuele persoonlijkheidskenmerken worden ondermijnd. Ze worden singulariteiten, een uitwisselbaar wezen of quodlibet ens (Agamben) dat een latente potentie voor verandering en transformatie in zich draagt omdat het zijn eigen bestaan articuleert door dat van de ander. De leden van het publiek maken ook deel uit van deze voortdurend wijzigende collectieve constellatie. We bestaan samen met de dansers en de dans, als mens en niet-mens. Levende en niet levende vormen delen dezelfde planeet en het lot van samen leven en sterven.

Dans als een autonome vorm van expressie

De rigoureuze choreografische principes en partituren van de performance lijken te wijzen op of zelfs in te gaan tegen de bewegingspraktijk als een autonome vorm van expressie.

Binnen dit werk opereren choreografie en dans als twee mogelijk onafhankelijke krachten. De eerste is een ordenend principe dat de voorwaarden schept voor het ontstaan van potentie. Het tweede krijgt de status van een autonome instantie die optreedt binnen de principes die het proberen te organiseren. Binnen het geheel van de choreografische principes die Fiksdal het afgelopen jaar in haar artistiek onderzoek ontwikkelde, focust Shadows of Tomorrow in het bijzonder op dat van de ‘minimale compositie’. Deze wordt toegepast als een strategie die de verwachting van het publiek voor radicale verandering of verandering ontkracht. ‘Minimale compositie’ creëert een nieuwe reeks conventies waar dramaturgie niet draait rond constante innovatie maar over de stille omstandigheden die een nieuwe vorm van perceptie en existentie kunnen teweegbrengen. Deze ‘nieuwheid’ is (zijn) de veranderde toestand(en) uitgelokt door de manier waarop beweging de dansers en het publiek beïnvloedt.

States of sensitivity

De toestand van het publiek wordt ook beïnvloed door de keuze van een zeer intieme ruimte en het subtiele gebruik van licht en geluid. Dit draagt bij tot een staat van gevoeligheid die geïntensifieerd wordt door de circulariteit van de choreografische structuur waar stilte en beweging in verschillende gradaties elkaar opvolgen en een oneindige golfbeweging veroorzaken. Dit activeert de ruimte op een manier die ongewoon is bij hedendaagse dans, alsof de dansers de ruimte zelf zouden kunnen doen bewegen, een ruimte waar het publiek deel van uitmaakt. Een vorm van ‘kinesthetische overdracht’ – een ander choreografisch principe van Fiksdals werk – lijkt dus niet alleen te functioneren tussen de performers en het publiek maar ook tussen de dans en de ruimte, alsof ze in beweging gebracht zou kunnen worden door de bewegingen van de dansers en deel uitmaken van de danservaring.

Bewegen en bewogen worden

Uiteindelijk is Fiksdal’s werk altijd een onderzoek naar wie/wat beweegt en wie/wat bewogen wordt. Wie – ervan uitgaand dat alles een subject is – heeft invloed op wie. Als een van de basisconcepten in haar artistiek onderzoek (zie haar boek Affective Choreographies, 2018) is ‘kinesthetische overdracht’ een potentieel effect van beweging zelf, ongeacht wie of wat er daadwerkelijk beweegt. Recente neurologische studies hebben bewezen dat spiegelneuronen in het menselijk brein geactiveerd worden zowel bij het uitvoeren als bij het zien van een actie uitgevoerd door iemand anders. Iets of iemand zien bewegen beïnvloedt ons neurologisch en lokt een vorm van transferentie uit die verder gaat dan onze keuze om ons met die beweging bezig te houden. Fiksdal gaat een stap verder en focust op het affectieve potentieel dat inherent is aan de kinesthetische transferentie van gechoreografeerde beweging.

Dit voert ons terug naar het perspectief van het publiek in het werk. Als dit niet het perspectief van het publiek is, omdat er geen ‘spektakel’ is, dan is het ook niet die van de getuige. Als publiek maken we deel uit van de ‘choreografische assemblage’, we hebben een ander statuut dan de performers maar we maken deel uit van wat er gebeurt en delen dezelfde ruimte. In tegenstelling tot getuigen van een ritueel bijvoorbeeld, is de rituele ervaring van Shadows of Tomorrow een die geen verandering in de werkelijkheid beoogt, die ons niet anders maakt dan toen we de ruimte betraden. Fiksdals choreografie is in dit opzicht niet performatief, streeft er niet naar om buiten zichzelf een verandering teweeg te brengen. In plaats daarvan gaat het over het domein van de kunst als nutteloze praktijk, een ‘middel zonder doel’ (Agamben) dat een ervaringsveld creëert dat eerder affectief dan effectief is. Wat op het publiek overgedragen wordt is de beweging an sich, en niet het effect dat ze zou moeten teweegbrengen. Deze overdracht werkt als een vorm van ‘affectieve afstemming’ (Massumi), en als een versterker van aanwezigheid en aandacht.

Door alle verwachtingen van verandering en dramaturgische ontwikkeling te ontmantelen, onthult Shadows of Tomorrow de relatie met de toeschouwers als een open en subjectieve staat binnen hen zelf. Wat dat teweeg kan brengen, hoe we binnen deze staat kunnen handelen eens we de ruimte verlaten hebben, is niet de zaak van deze performance. We keren terug in de wereld als dezelfde individuele wezens die we waren voor we binnenkwamen. Dezelfde, maar net iets anders, zachtjes beïnvloed door een anonieme maar diepmenselijke dans.

Silvia Bottiroli

Back to top

Ingri Midgard Fiksdal werkt als choreografe met Oslo als uitvalsbasis. Onlangs beeindigde ze haar artistiek onderzoek getiteld Affective Choreographies aan de Oslo National Academy of the Arts. Recente werken zijn onder meer Deep Field (2018), Diorama (2017) en STATE (2016), waarmee ze uitgebreid toerde in Noorwegen en Europa, maar ook in Noord-Amerika en China.

Back to top