De Living

    22/05  | 20:30
    23/05  | 20:30
    24/05  | 20:30
    25/05  | 15:00

€ 18 / € 15
1h20
Language no issue

Met De Living toont het festival voor het eerst werk van Ersan Mondtag, een van de meest gevierde Duitse regisseurs van de jonge generatie. Zijn nieuwste creatie, De Living, begint wanneer een vrouw thuiskomt in haar woonkamer en eindigt met haar zelfdoding. Of is het andersom? Kan haar laatste levensuur ook achterstevoren verteld worden? Wat doet ze zo vlak voor haar einde? Kunnen we haar daad begrijpen, haar beslissing aanvaarden? Is er een manier om te verhinderen dat zij zichzelf doodt, of is dit een onvermijdelijke daad, zelfs een bevrijding? De theatergeschiedenis staat bol van de personages die sterven of zichzelf doden. Antonius en Cleopatra, Romeo en Julia – nog voor aanvang weet het publiek dat ze uiteindelijk zullen sterven, maar toch blijven we gefascineerd naar deze voorstellingen kijken. Alsof we genieten van het gevoel van onafwendbaarheid en fatalisme. Of zoeken we eerder naar een sleutel die het gevoel van machteloosheid kan doorbreken en ons opnieuw bij zinnen kan brengen?

Regie: Ersan Mondtag
Door en met: Doris en Nathalie Bokongo Nkumu (Les Mybalés) 

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, Théâtre National Wallonie-Bruxelles
Productie: NTGent
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts, La Villette (Parijs), HAU (Berlijn), Boulevardfestival (Den Bosch)
Met de steun van: Duits Ministerie van Buitenlandse Zaken, Goethe Institut en de Tax Shelter van het Belgische federale regering

Back to top

Het laatste levensuur van een gewone mens. De voorstelling begint wanneer een vrouw thuiskomt in haar woonkamer en eindigt met haar zelfdoding. Of is het andersom? Kan dit uur ook achterstevoren worden verteld, waarbij ze terug tot leven wordt gewekt?

Antigone, Ophelia, Hedda Gabbler, in de theatergeschiedenis wordt een vrouw die zelfmoord pleegt, weggezet als rebels en gekweld. Die houding kan enkel bewonderd worden in de perfectie van hun dode lichamen. Van bij het begin weet je dat ze in de laatste act zullen sterven, maar toch kom je kijken. Gewend aan het gevoel van onafwendbaarheid, kijken we toe terwijl de dood dichterbij komt. Die opnieuw en opnieuw zien, lijkt op onze ervaring van politieke en existentiële devotie en machteloosheid. Is er een manier om daar uit te breken?

De Living verbeeldt de laatste scène voor een vrouw zich van haar eigen leven berooft. We zien haar laatste gebaren, de poging om de normaliteit te behouden, een moment van besluitvaardigheid, dan aarzeling, een wil om te leven die tot zwijgen moet worden gebracht, en de plotselinge paniek tegenover een ongecontroleerde dood. In tegenstelling tot de klassieke tragedies weet het publiek dat getuige is van de laatste scène niet wat de vrouw tot zelfmoord drijft. Je kan alleen maar speculeren over haar verleden. Een ongelukkige liefdesrelatie zou je kunnen verwachten. Is ze misschien niet bestand tegen de voortdurende druk van de samenleving? Of vertelt de laatste scène in het leven van een vrouw minder over het individuele lot dan over de tragische ervaring van de mensheid in een dystopische maar nabije toekomst?

Haar dood zou dan een manifestatie zijn van een algemene vermoeidheid, een massale ziekte, zoals aan het begin van het nieuwe millennium gediagnosticeerd door de Franse socioloog Alain Ehrenberg. Maar misschien liggen de oorzaken van haar depressie veel verder terug – in een geschiedenis die even pijnlijk is als genegeerd, zoals beschreven door de Kameroense politicoloog Achille Mbembe: aan het begin van de transnationale slavenhandel, toen mensen andere mensen als handelswaar begonnen te behandelen en muren gingen bouwen om te voorkomen dat een deel van de mensheid een aandeel in de rijkdom van de wereld zou hebben. In de nabije toekomst zal de meerderheid van de mensen zelfs niet meer nodig zijn als slaven. In de laatste scène voor de dood worstelen we nog steeds met een impulsieve angst voor een externe bedreiging, maar tegelijkertijd weten we dat we ons met alles wat we doen voorbereiden op een collectieve zelfmoord door het klimaat neer te laten storten.

Maar wat we in het theater leren over de wereld van vandaag, terwijl we deze laatste scène keer op keer bekijken, is veel dubbelzinniger. Misschien zijn de verschillende nachtmerrieachtige diagnoses van onze tijd slechts gebaseerd op de waanideeën van een paar profeten die een effectieve apocalyptische mediacampagne verspreiden. En zelfs als we de tijd zouden kunnen terugdraaien, zouden we waarschijnlijk niet weten wat we anders hadden kunnen doen. Of was er dat ene moment in de tijd dat we de zelfmoord hadden kunnen afwenden? Hoe kunnen we de kracht terugwinnen om dit gevoel van machteloosheid en verlamming, dat onze samenleving steeds meer domineert, te overwinnen?

De meester van het lugubere

In het Duitse theater is er niemand meer te vinden die nog niets van dit enfant terrible heeft gezien of in ieder geval van hem heeft gehoord. Het werk van regisseur en vormgever Ersan Mondtag houdt het midden tussen theater, beeldende kunst en performance. Vanuit zijn diepgewortelde fascinatie voor horror bespeelt hij de angsten van de toeschouwer meesterlijk met zijn extreem visuele stijl. Mondtag toont zich dit seizoen voor het eerst met twee producties aan het Belgische publiek.

Ersan Mondtag werd geboren als Ersan Aygün, maar tijdens een identiteitscrisis als tiener vertaalde hij zijn Turkse familienaam gewoon lettergreep per lettergreep naar het Duits. Aygün = dag van de maand = ‘maanddag’ (Mondtag). Zo luidt de bekoorlijke artiestennaam van iemand die zichzelf als kunstenaar in de brede zin van het woord beschouwt, en niet alleen als theatermaker. Zijn doorbraak beleefde hij bij het Berliner Theatertreffen in 2016, waar hij uitgenodigd was met zijn werk Tyrannis (2015), gecreëerd in het Staatstheater Kassel. De productie werd vervolgens uitgenodigd op het festival Radikal jung in München.

Tyrannis tast zoals veel werk van Mondtag enthousiast de grijze zone af tussen theater en beeldende kunsten. Op het toneel leeft een gezin zijn dagelijkse leventje alsof het bandwerk is. Vijf personen ontmoeten elkaar aan een eettafel, trekken zich terug in hun kamers, ruimen op, kijken tv, doen allerhande dingen zonder ook maar een woord te zeggen. Het is een stille theateravond, die zijn fascinatie ook dankt aan hoe het met lugubere zaken speelt. Opeens staat er een zwarte vrouw voor de deur die het gezin uit zijn routine brengt. Tyrannis biedt een twee uur durende reflectie op de angst voor het vreemde.

Mondtag bedacht niet alleen het verhaal, maar ook de spectaculaire vormgeving: schreeuwerige kleuren, de waanzinnigste kapsels en weelderige decors. Een psychedelische trip. Daarbij bewegen de figuren zich merkwaardig, vertraagd, hortend, eerder als robots dan als mensen. Pas aan het einde, bij het applaus, wordt duidelijk dat de acteurs het stuk bovendien blind hebben gespeeld: hun ogen zijn ge-sloten, er zijn grote nepogen op hun gezicht geschilderd. Mondtag staat sowieso bekend als een regisseur die veel vraagt van iedereen met wie hij samenwerkt. Hij doorbreekt graag de routine van acteurs, door ze bijvoorbeeld in vormeloze fatsuits te steken of hen achterwaarts te laten lopen, waarbij ze hun vertrouwde ideeën van acteren achter zich moeten laten. Vaak wordt hij verkeerdelijk geciteerd met de uitspraak dat acteurs voor hem slechts rekwisieten zijn, omdat hij ooit heeft gezegd dat acteurs voor hem even belangrijk zijn als rekwisieten. Er zijn bepaalde acteurs met wie hij altijd weer samenwerkt, zoals met de danseres Kate Strong of de Belgische acteur Benny Claessens. De aanname dat hij niet van acteurs houdt, kan er ook mee te maken hebben dat ze bij hem vaak niet schitteren in hun individualiteit. Soms kun je de afzonderlijke figuren zelfs nauwelijks van elkaar onderscheiden. Mondtag houdt ervan om zijn spelers in originele kostuums te steken die het volledige lichaam bedekken, met opgeschilderde bloedsomlopen (Der alte Affe Angst uit 2016) of opgenaaide stoffen genitaliën (Die Vernichtung uit 2016 en Das Internat uit 2018).

Driedubbeltalent

Ersan Mondtag werd in 1987 geboren in Berlijn en groeide op in de wijk Kreuzberg. Na een stage bij de regisseurs Frank Castorf en Claus Peymann assisteerde hij het Noorse theatermakersduo Vegard Vinge en Ida Müller, dat opzien baarde met een twaalf uur durende performance van John Gabriel Borkman (2011) aan de Berliner Volksbühne. Zijn studie aan de Otto-Falckenberg-Schule in München zette hij na anderhalf jaar stop, en hij werd in het seizoen 2013-2014 lid van de regiestudio van Schauspiel Frankfurt, waar hij zich zoals eerder in München in de kijker plaatste met eigenzinnig werk dat steevast bij Radikal jung te zien is.

[…]

Mondtag wil zichzelf en het theater telkens opnieuw uitdagen. Hij zet premières in scène, houdt zich bezig met de ontwikkeling van bepaalde stukken, adapteert filmthema’s en is niet bang voor klassiekers – volgend seizoen ensceneert hij in Keulen bijvoorbeeld Die Räuber van Schiller. Onlangs bracht hij daar ook de première van het nieuwe stuk van Sibylle Berg, Wonderland Avenue (2017).

[…]

Het is in die [creatieve] drang dat Mondtag sterk verschilt van zijn collega’s. Meestal fungeert hij niet alleen als regisseur, maar ook als zijn eigen vormgever. In 2016, het jaar van zijn doorbraak, verkoos het tijdschrift Theater Heute hem niet alleen tot jong talent van het jaar, maar ook tot jong decorontwerper van het jaar. Een dubbeltalent, of zelfs een driedubbel-talent, omdat hij ook graag zelf zijn verhalen verzint. Zo ook in het geval van De Living (The Living Room), het werk voor NTGent waarmee hij zich in 2019 voor het eerst aan het Belgische publiek wil voorstellen. Stefan Bläske kent Mondtag nog uit diens studietijd in München, en Eva-Maria Bertschy, ook dramaturge bij Milo Rau, heeft in Bern de dramaturgie voor Mondtags Die Vernichtung gedaan, waardoor samenwerking in Gent voor de hand lag. Dat Milo Rau en Mondtag allebei vertegenwoordigd worden door het agentschap Schaefersphilippen, heeft daar ook een rol in gespeeld.

Mondtag had tijd en had bovendien een idee klaarliggen dat verenigbaar was met de strenge richtlijnen van het Manifest van Gent. Verrassend staat daar onder punt 8 te lezen: ‘Het totale volume van de decorstukken moet kleiner zijn dan 20 kubieke meter, d.w.z. moet vervoerd kunnen worden in een bestelwagen die je met een gewoon rijbewijs mag besturen.’ Eigenlijk onvoorstelbaar voor Mondtag, die de theatergilde niet zelden gek weet te maken met zijn grootse ensceneringen. Af en toe krijgt hij te horen dat verdere samenwerking niet langer op prijs wordt gesteld. Hij reageert daar uiterst ontspannen op, want hij kent zijn reputatie als enfant terrible van het theater en spreekt heel rustig over zijn ensceneringen. ‘Het is nu eenmaal gevaarlijk om mij de scène in handen te geven’, voegt hij er in een telefoongesprek met de nodige zelfironie, of als je wilt arrogantie, aan toe. Voor België houdt hij het nu dus beperkt tot een kleine productie, die gemaakt is om mee te reizen.

Angstruimte

‘Waarschijnlijk zal het weer een stuk worden waarin niet gesproken wordt, zoals Tyrannis’, zegt Mondtag aan de telefoon. Centraal staat het laatste uur in het leven van een vrouw. Op scène zijn twee identieke woonkamers te zien, waarin twee identieke vrouwen zitten, gespeeld door de Belgische tweelingzussen Doris en Nathalie Bokongo Nkumu (ook bekend als het dansduo Les Mybalés). Hun leven wordt één keer voorwaarts, één keer achterwaarts bekeken – twee tijden die parallel verlopen. Het wordt weliswaar een relatief kleine productie, maar met een overweldigende esthetische kracht, belooft Mondtag, die ook bekendstaat om zijn grote mond. Dat komt niet overal goed over.

Er bestaat in de theaterwereld hoe dan ook onenigheid over zijn werk. Dat was al zo toen hij de eerste keer op het Theatertreffen werd uitgenodigd met Tyrannis. Terwijl sommige mensen een daverend applaus gaven, zaten anderen demonstratief te geeuwen. Tot op heden vindt de ene hem een hip geval dat abonnees afschrikt, en een arrogant kereltje, terwijl de andere hem ziet als een moedige theater
visionair en een vernieuwer van de theaterkunst.

‘Theater is voor mij ook ergernis’, zei hij op het Theatertreffen in mei tijdens een discussie rond ‘Unlearning Theater’. De opmerking sloeg op zijn relatie met het publiek, maar je kunt ze ook algemener beschouwen en er de critici en het theater zelf bij denken. Hoogdravendheid en een grote mond maken evenzeer deel uit van Mondtags aura als zijn openheid en spontaniteit. Hij is iemand die mensen op de tenen trapt; op dat vlak blijft hij trouw aan zichzelf. En hij doet dat met een verbazingwekkend zelfvertrouwen. Compromissen in het kunstbedrijf beschouwt hij als bedreigend voor de kunst. ‘Ik heb geen zin om mensen ergens van te overtuigen.’

Shirin Sojitrawalla
Vertaling: Els Snick

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Etcetera, tijdschrift voor podiumkunsten (september 2018). e-tcetera.be.

Back to top

Ersan Mondtag werd in 1987 in Berlijn geboren en werkt tussen theater en muziek, performance en installatie. In 2012 stichtte hij KAPITÆL ZWEI KOLEKTIF in München. Hij bedacht er langdurige voorstellingen, experimentele feestvormen en interdisciplinaire theaterwerken, meest recentelijk Party #4 - NSU in Mixed Munich Arts (MMA). Voor de tentoonstellingsruimte van de Pinakothek der Moderne realiseerde hij KONKORDIA met Olga Bach, een negendaagse permanente voorstelling. In het seizoen 2013-2014 was Ersan Mondtag lid van de REGIEstudio van Schauspiel Frankfurt. In 2015 werd zijn toneelstuk TYRANNIS gecreëerd in het Staatstheater Kassel, waarmee hij werd uitgenodigd voor het Berliner Theatertreffen 2016. Verdere gastoptredens volgden, onder meer op het festival "radikale jung". Het vakblad "Theater Heute" noemde Mondtag "Jonge regisseur van het jaar 2016" en hij werd ook geëerd in de categorieën "Toneelontwerper en kostuumontwerper van het jaar". Ersan Mondtag woont in Berlijn. Hij ensceneerde producties in het Thalia Theater Hamburg, het Berliner Ensemble, het Maxim Gorki Theater, het Theater Bern, het Schauspiel Köln en de Münchner Kammerspiele. Voor NTGent en Kunstenfestivaldesarts creëert Ersan Mondtag in 2019 De Living.

Back to top