Inn tidar

5. 6. 7. 8/05 > 20:00
9/05 > 18:00

Dancers Saïd Gharbi and Ali Sami and dramaturge Georg Weinand met up on stage in productions by Wim Vandekeybus' dance company. It was an encounter that has emphasised another: that between Saïd and Ali's European surroundings and their North African culture. Creating dance out of these encounters has become the passion of Les Ballets du Grand Maghreb. In Inn tidar , their first piece, which means 'to wait' in Arabic, two men in traditional dress wait in a wrought iron construction: a cabin, an inner courtyard, a patio? Two old men look on: guards, warders, musicians? A woman's voice can be heard coming from a tower. With silence, music and noise, peacefulness, movement and chaos, a tale of friendship unfolds.

Artistic direction :

Saïd Gharbi, Ali Salmi, Georg Weinand

Performers :

Saïd Gharbi, Ali Salmi

Singer :

Laïla Amezian

Musicians :

Makrai Abdelmajid, Rachid Zaïdi

Artistic coordinator :

Georg Weinand

Choreographical assistant:

Ted Stoffer

Set design :

Ali Salmi (concept), Yves Weinand (architect), 'Maison Méditerranéen' in Marrakesh/MARROCO, Schweisstechnik Rotheudt (productie/production)

Lighting design :

Gérard Maraite

Sound engineer :

Benjamin Dandoy

Stage manager :

Jan Olieslagers

Administration and tour managment:

Lukas Soels

Production :

Les Ballets du Grand Maghreb (Brussel/Bruxelles)


Le Parc et la Grande Halle de la Villette (Paris), ccbe, luzerntanz-centre chorégraphique au luzernertheater (Lucerne), TanzWerkstatt Berlin, Maison de la Culture de Bourges, L'Hippodrome, scène nationale de Douai, Le Volcan, scène nationale (Le Havre), KVS/De Bottelarij, KunstenFESTIVALdesArts

Supported by :

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie

Presentation :

KVS/de bottelarij,


Back to top

For Saïd Gharbi and Ali Sami, dancers in Wim Vandekeybus' company Ultima Vez, it was as instantaneous as it was spontaneous.

At Ultima Vez, Saïd and Ali were both to meet the dramaturge Georg Weinand. They were encounters of friendship but also of cultural differences: Saïd Gharbi is Moroccan and Ali Salmi is Algerian. Saïd goes back to Morocco regularly and maintains close ties to his culture of origin; for Ali, "his mother's country" is only a distant childhood memory. For Georg, North Africa is where all the émigrés come from with whom he rubs shoulders in Brussels every day. A passion was born between the three of them. They wanted to give an account of these encounters using the means closest to their hearts: dance. There is no tradition of ballet and modern dance in North Africa, yet this is where the trio wants to find inspiration. Not without relative irony, this is how 'Les Ballets du Grand Maghreb' came to be.

A first step towards this first creation was the journey made by the three men to Morocco. For Saïd, it was merely a traditional ritual. For Ali, it was a return to a memory. For Georg, it was a discovery. Saïd, who is visually impaired, was their guide. It was one of the many paradoxes raised in a country that is not short of them. Curiously, in Morocco what Ali and Georg saw and were surprised by as strangers to the country, transformed familiar places for Saïd in equally strange and surprising ways.

Hand in hand, an everyday gesture between men in Morocco, Ali, who can see, and Saïd, who cannot, walked through the streets of Marrakech without anyone knowing who was guiding whom. They rediscovered an atmosphere they already knew from experimenting during one of Wim Vandekeybus' creations, The day of heaven and hell, a choreography based on the life and work of Pier Paolo Passolini. In it, the dancers tackled a world of men, of masculine friendship, of male energy in contact with men's bodies. Alongside it lay the closed world of women, a universe inaccessible to men. Following a line of demarcation oscillating between visible and invisible, public and private, and which imposes deviancy as the norm, the first elements of a choreography start to take shape.

The Moroccan journey that took the three friends through town and countryside made them sensitive to the country's enormous contrasts: the noisy crowd filling the streets during the day, as opposed to the silent emptiness at night; urban hustle and bustle and the vast isolated stretches separating towns and villages. Being occupied and active contrasted with waiting and rest. Above all, they were struck by waiting, waiting in all its forms and ambiguities: rest during siestas until the heat of the day is past, in the shade of a palm tree or a wall; cafés and pavements full of men talking away for whole days; the youngest playing beneath the watchful gaze of the elderly. Waiting and rest: another connection to time. But also waiting because there is no work; waiting because there is nothing to do; waiting caused by, or resulting in, boredom. Waiting to depart, leave the country and travel in Europe. Waiting: another connection to the future. This gave them the starting point for their choreography, as well as its title: Inn tidar, which is Arabic for "to wait".

The first improvisation, the first idea for a stage design, was developed in Marrakech. Contacts were made with local craftsmen. The set they have decided on will be made from wrought iron, of cubic construction and resembling an inner courtyard or patio as much as it does a cage or an enclosed space. The audience will be seated at each of the construction's four corners, in close proximity to Saïd and Ali's world. The world of two men, their dancing bodies will be completed, called, provoked by the girl's singing coming from the top of a tower. Her voice, like that of a muezzin calling to prayer, gives rhythm to what happens. Two older men, musicians, but perhaps also guards or warders, watch it all from the sidelines. So in a world of silence, music, noise, rest, movement and chaos, the story unfolds of a friendship in search of equilibrium between tradition and modernity, individual and stranger, specific and universal, serious and light-hearted. The audience is going to be seated very close to it all, following this corporal story of gentle contact and desire, waiting and action, rest and urgency. Saïd bepaalde vertrouwde aspecten van Marokko opnieuw vreemd en verrassend maken. Hand in hand, een alledaags gebaar tussen mannen in Marokko, lopen Ali en Saïd door de straten van Marrakesh, zonder dat het duidelijk is wie wie leidt. Zij herontdekken er een atmosfeer die zij reeds kenden uit een choreografie van Wim Vandekeybus waarin ze samen dansten, The day of heaven and hell, gebaseerd op het leven en het werk van Pier Paolo Passolini: een mannenwereld, een wereld van mannenvriendschappen, van mannelijke energie en aanrakingen tussen mannenlichamen. Maar daarnaast ook de wereld van de vrouwen met hun eigen, voor mannen ontoegankelijke universum. Volgens een scheidingslijn die loopt tussen zichtbaarheid en onzichtbaarheid, tussen publiek en privé, en die evenveel afwijkingen kent als normen. De eerste elementen van een choreografie beginnen vorm te krijgen.

De Marokkaanse reis die de drie vrienden zowel in de steden als op het platteland brengt, maakt hen ontvankelijk voor de grote contrasten van het land: het overvolle en luidruchtige gewoel van de straten overdag en de leegte en stilte van de nacht, de drukte van de stad en de uitgestrekte verlatenheid tussen de steden en dorpen. Het bezig zijn, de activiteit en het wachten, het rusten. Vooral dit wachten valt hen op. Het wachten in zijn vele vormen en in al zijn ambiguïteiten. Het rusten tijdens de siësta totdat de hitte van de dag voorbij is, in de schaduw van een palmboom of een muur. De cafés en de terrassen vol mannen die de hele dag zitten en praten. De ouderlingen die naar de spelende kinderen kijken. Het wachten en rusten als een andere verhouding tot de tijd. Maar ook het wachten omdat er geen werk is, het wachten omdat er niets te doen is, het wachten uit verveling. Het wachten uit verlangen om te kunnen vertrekken, om het land te verlaten, om naar Europa te reizen. Het wachten als een verhouding tot een andere tijd, een andere toekomst. De vertreksituatie van de choreografie is gevonden en meteen ook de titel: Inn tidar, het Arabische woord voor ‘wachten’ of ‘wachten op’.

In Marrakesh ontstaan de eerste improvisaties en ideeën voor een scenografie. Er worden contacten gelegd met plaatselijke ambachtslieden. Het decor zal bestaan uit een smeedijzeren, kubusvormige constructie, die zowel associaties oproept met een binnenkoer of een patio als met een kooi of een gesloten ruimte. Het publiek zit aan de vier zijden van de constructie, in intieme nabijheid van de wereld van Saïd en Ali. Het universum van de twee mannen en hun dansende lichamen wordt aangevuld, uitgedaagd, geïnterpelleerd door het gezang van een meisje dat uit een toren opklinkt. Haar stem, als de stem van de moedzzin die oproept tot het gebed, ritmeert het gebeuren. Twee oudere mannen, muzikanten maar misschien ook wachters of bewakers, kijken van op de zijlijn toe. In een wereld van stilte, muziek en lawaai, van rust, beweging en chaos ontvouwt zich het verhaal van een vriendschap, op zoek naar een evenwicht tussen het traditionele en het hedendaagse, het lokale en het globale, het eigene en het vreemde, het ernstige en het lichte. Van dichtbij volgen de toeschouwers dit lichamelijke verhaal van aanraking en verlangen, wachten en ageren, rust en urgentie.

Back to top